George Marshall (generaal)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
George Marshall Nobel prize medal.svg
George Catlett Marshall
George Catlett Marshall
Geboren 31 december 1880
Uniontown (Pennsylvania)
Overleden 16 oktober 1959
Washington D.C.
Politieke partij Onafhankelijk
Partner Elizabeth Carter Cole (1902-1927) †
Katherine Boyce Tupper (1930-1959)
Beroep Militair (General of the Army)
Activist
Religie Episcopalisme
Handtekening Handtekening
3e minister van Defensie
Aangetreden 21 september 1950
Einde termijn 12 september 1951
President Harry S. Truman
Voorganger Louis Johnson
Opvolger Robert Lovett
50e minister van Buitenlandse Zaken
Aangetreden 21 januari 1947
Einde termijn 20 januari 1949
President Harry S. Truman
Voorganger James Byrnes
Opvolger Dean Acheson
Portaal  Portaalicoon   Politiek

George Catlett Marshall (Uniontown (Pennsylvania), 31 december 1880Washington D.C., 16 oktober 1959) was een Amerikaanse vijf-sterren-generaal en Humanitair activist. Hij is in Europa vooral bekend door zijn Marshallplan om met Amerikaanse financiële steun West-Europa te helpen, waarvoor hij in 1953 de Nobelprijs voor de Vrede ontving.

Militaire carrière[bewerken]

Marshall werd geboren in een familie uit de middenklasse. Nadat hij in 1901 was afgestudeerd aan het Virginia Military Institute, ging hij het Amerikaanse leger in.

Hij werd gestationeerd op verschillende posities in de VS en de Filipijnen, en werd getraind in moderne oorlogsvoering.

Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Gedurende de Eerste Wereldoorlog ging hij in de zomer van 1917 met de rang van kapitein naar Frankrijk als het hoofd van de training en planning voor de eerste infanterie divisie. Halverwege het jaar 1918 werd hij gepromoveerd naar het hoofdkantoor van de American Expeditionary Forces, waar hij een belangrijke planner werd voor de Amerikaanse operaties. Hij speelde een belangrijke rol in de vormgeving en coördinatie van het Meuse-Argonne-offensief, dat Duitsland tot overgave dwong.

Tussen de twee wereldoorlogen[bewerken]

In 1919 werd hij de adjudant (aide de camp) van generaal John Pershing. Tussen 1920 en 1924 werkte Marshall op verschillende posities in het Amerikaanse leger, met focus op het onderwijzen en trainen in moderne, gemechaniseerde oorlogsvoering.

Tussen de Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog was hij een belangrijk planner en schrijver in het ministerie van Oorlog, werkte vanaf 1924 drie jaar in China en gaf les aan het Army War College.

Hij werd gepromoveerd tot brigadegeneraal in oktober 1936. In 1939 werd hij door president Franklin D. Roosevelt benoemd tot chef van de Generale Staf (daarbij 20 anderen, die al langer generaal waren, passerend), wat hij bleef tot 1945.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Marshall schreef het document voor de centrale strategie voor alle geallieerde operaties in Europa, selecteerde Dwight Eisenhower als opperste bevelhebber in Europa en gaf Operatie Overlord, de invasie in Normandië, vorm. Gedurende de rest van de Tweede Wereldoorlog, coördineerde Marshall alle geallieerde operaties in Europa en de Stille Oceaan. Hij werd door Winston Churchill gekenschetst als de organisator van de geallieerde overwinning. Time Magazine riep Marshall uit tot man van het jaar in 1944.

Samen met Eisenhower en MacArthur werd hij in 1944 benoemd tot vijf-sterren-generaal. Als adviseur van de presidenten Roosevelt en Truman nam hij deel aan alle grote conferenties tijdens de oorlog en in november 1945 werd hij benoemd tot persoonlijk adviseur van de president in China, waar Buitenlandse zaken (Harriman) bedenkingen tegen had omdat deze Marshall als in politiek opzicht te naïef beoordeelden met name waar het de Russen betrof. In China bemiddelde hij - overigens tevergeefs - bij de onderhandelingen tussen de regering van Chiang Kai-shek en de Chinese communisten. Wel heeft hij in 1946 op een beslissend moment Chiang Kai-shek een eenzijdige wapenstilstand gelast in Mantsjoerije (Noord China) tegen de communistische strijdkrachten toen deze bijna hun laatste grote stad Harbin zouden verliezen en daarmee hun contact met de Russen en het Oostblok. Deze wapenstilstand duurde 4 maand en zorgde ervoor dat de spoorwegverbindingen binnen het Communistische deel van Mantsjoerije en met Rusland en Noord-Korea hersteld konden worden (door de Russen) en hun militairen opnieuw uitgerust met Japanse, Duitse en Russische zware wapens en vliegtuigen en getraind konden worden. De Kwomintang lukte het niet meer om deze zwaar bewapende Communistische troepen in Mantsjoerije te verslaan zodat de Communisten hierdoor een duurzame verbinding wisten te krijgen met Rusland en het Oostblok en waardoor de Chinese Communisten uiteindelijk de overhand wisten te krijgen in China op de Kwomintang.

Politieke carrière[bewerken]

Buitenlandse Zaken[bewerken]

Marshall ging met pensioen in 1945 en werd benoemd tot minister van Buitenlandse Zaken (Secretary of State) in 1947. In deze functie hield hij op 5 juni 1947 een toespraak op de Universiteit van Harvard, waarin hij een plan kenschetste van de Amerikaanse regering om bij te dragen in het herstel van Europa. Dit plan, dat bekend werd als het Marshallplan, hielp Europa met een snelle wederopbouw. Hierdoor werd Marshall benoemd tot Time’s Man of the year in 1948 en kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede in 1953.

In 1949 nam hij ontslag bij het State Department en werd president voor het Amerikaanse Rode Kruis.

Defensie[bewerken]

In 1950 werd hij drie maanden na het begin van de Korea-oorlog teruggeroepen door president Truman als minister van defensie om het moreel van de troepen te herstellen, dat ernstig was aangetast door de diepe bezuinigingen van zijn voorganger Louis A. Johnson. Een jaar later trad hij definitief terug uit de politiek.

Herdenking[bewerken]

In 1997 werd, ter gelegenheid van 50 jaar Marshallplan, een door Willem Verbon gemaakte plaquette ter nagedachtenis aan generaal Marshall in Rotterdam onthuld door president Bill Clinton.

Winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede

1901: Dunant, Passy · 1902: Ducommun, Gobat · 1903: Cremer · 1904: Institut de Droit International · 1905: Von Suttner · 1906: Roosevelt · 1907: Moneta, Renault · 1908: Arnoldson, Bajer · 1909: Beernaert, Balluet d'Estournelles de Constant · 1910: IPB · 1911: Asser, Fried · 1912: Root · 1913: La Fontaine · 1917: ICRC · 1919: Wilson · 1920: Bourgeois · 1921: Branting, Lange · 1922: Nansen · 1925: Chamberlain, Dawes · 1926: Briand, Stresemann · 1927: Buisson, Quidde · 1929: Kellogg · 1930: Söderblom · 1931: Addams, Butler · 1933: Angell · 1934: Henderson · 1935: Von Ossietzky · 1936: Lamas · 1937: Cecil · 1938: Office international Nansen pour les réfugiés · 1944: ICRC · 1945: Hull · 1946: Balch, Mott · 1947: Friends Service Council, American Friends Service Committee · 1949: Orr · 1950: Bunche · 1951: Jouhaux · 1952: Schweitzer · 1953: Marshall · 1954: Bureau van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen · 1957: Pearson · 1958: Pire · 1959: Noel-Baker · 1960: Luthuli · 1961: Hammarskjöld · 1962: Pauling · 1963: ICRC, IFRC · 1964: King · 1965: UNICEF · 1968: Cassin · 1969: Internationale Arbeidsorganisatie · 1970: Borlaug · 1971: Brandt · 1973: Kissinger, Lê Đức Thọ · 1974: MacBride, Satō · 1975: Sacharov · 1976: Williams, Corrigan · 1977: Amnesty International · 1978: Sadat, Begin · 1979: Moeder Teresa · 1980: Esquivel · 1981: Bureau van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen · 1982: Myrdal, Robles · 1983: Wałęsa · 1984: Tutu · 1985: IPPNW · 1986: Wiesel · 1987: Arias · 1988: VN-vredesmacht · 1989: Gyatso · 1990: Gorbatsjov · 1991: Suu Kyi · 1992: Menchú · 1993: Mandela, De Klerk · 1994: Arafat, Peres, Rabin · 1995: Rotblat, Pugwash Conferences on Science and World Affairs · 1996: Ximenes Belo, Ramos-Horta · 1997: ICBL, Williams · 1998: Hume, Trimble · 1999: AzG · 2000: Dae-jung · 2001: VN, Annan · 2002: Carter · 2003: Ebadi · 2004: Maathai · 2005: IAEA, El-Baradei · 2006: Grameen Bank, Yunus · 2007: Gore, IPCC · 2008: Ahtisaari · 2009: Obama · 2010: Liu · 2011: Johnson Sirleaf, Gbowee, Karman · 2012: Europese Unie · 2013: Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens