Hanna Reitsch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hanna Reitsch
Hanna Reitsch na uitreiking van het IJzeren Kruis
Hanna Reitsch na uitreiking van het IJzeren Kruis
Geboren 29 maart 1912
Hirschberg, Silezië (provincie), Pruisen
Overleden 24 augustus 1979
Frankfurt am Main, Bondsrepubliek Duitsland
Begraven Kommunalfriedhof Salzburg, Salzburg, Salzburg (deelstaat), Oostenrijk[1]
Religie Protestants
Land/partij Flag of German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Luftwaffe eagle.svg Luftwaffe
Dienstjaren 1937 - 1945
Rang Flugkapitän
Eenheid Luftwaffe der Flügerprobungsschule
Selbstopfer
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Onderscheidingen Zie decoraties
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog
Hanna Reitsch (rechts) en Erich Bachem in 1938.
Adolf Hitler verleent het IJzeren Kruis 2e klasse aan Hanna Reitsch (maart 1941)

Hanna Reitsch (Hirschberg, 29 maart 1912 - Frankfurt am Main, 24 augustus 1979) was een bekende Duitse vliegenier. Vlak voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog was ze een zeer gewaardeerde testpilote in de Duitse luchtmacht.

Biografie[bewerken]

Reitsch studeerde voor arts toen zij in 1932 haar studies opgaf om testpilote te worden. Reitsch werd al gauw een beroemdheid in Duitsland toen zij met een zweefvliegtuig vele records verbrak. Zo werd ze de eerste vrouw die in een zweefvliegtuig de Alpen overstak.

In 1937 vervoegde Reitsch zich bij de Luftwaffe. Ze werd er testpilote van de Junkers Ju 87 Stuka en de Dornier Do 17Z. Ook werd ze een van de eerste testpiloten van de Focke-Wulf Fw 61 helikopter. Door haar vliegkwaliteiten en 'arische' uiterlijk werd zij een uithangbord voor nazi-Duitsland en de nazipartij. Ze was de eerste vrouw die het bracht tot Flugkapitän. Er werd voor haar een speciale draagversie van het Duitse piloteninsigne met de briljanten gemaakt.

Adolf Hitler was persoonlijk gecharmeerd van haar. Reitsch werd als enige vrouw onderscheiden met de Eerste klasse van de befaamde Duitse dapperheidsonderscheiding het IJzeren Kruis (op 5 november 1942), dit vanwege haar veelvuldige levensgevaarlijke inzet bij de ontwikkeling van de Luftwaffe-toestellen.

Tijdens de Slag om Berlijn aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, toen de geallieerden al lang heer en meester waren in het Duitse luchtruim, werd Reitsch gevraagd de luchtmachtgeneraal ridder Robert von Greim - haar minnaar - naar Berlijn te vliegen. Von Greim werd er vervolgens door Hitler tot opperbevelhebber van de Luftwaffe benoemd. Met Von Greim vluchtte ze per vliegtuig uit Berlijn weg maar raakte in mei 1945 in Amerikaanse gevangenschap.

Na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Reitsch bracht anderhalf jaar in internering door. Ze werd uitvoerig ondervraagd over haar verblijf in de Führerbunker tijdens de laatste periode van Hitler. Opmerkingen die ze destijds had gemaakt en waarvan verslagen bekend waren geworden, deed ze af als 'vervalsingen'. Omdat ze geen lid was geweest van een of andere nazi-organisatie, werd ze eind 1947 als gedenazificeerde vrijgelaten.

In 1952, toen zweefvliegen weer werd toegelaten in Duitsland (het verbod hierop maakte een hiaat in het Verdrag van Versailles ongedaan, welke het vliegen voor Duitsers verbood, waarvan zweefvliegen uitgezonderd was; die uitzondering werd voor de oorlog door Hitler gebruikt om militaire piloten te trainen met behulp van zweefvliegtuigen), was Reitsch de enige vrouw die meedeed aan het wereldkampioenschap zweefvliegen in Madrid. In 1955 werd ze Duits kampioen.

In de boeken die ze na de oorlog over haar leven schreef, sprak ze geen veroordeling van het naziregime uit maar hield ze zich geheel op de vlakte. Uit ergernis over het Duitse verwijt dat ze de periode van nazi-Duitsland verheerlijkte, werd ze in 1974 Oostenrijks staatsburger.

Tot aan haar dood bleef ze vliegen. Hanna Reitsch overleed op 67-jarige leeftijd in haar woonplaats Frankfurt am Main aan een acuut optredend hartfalen.

Decoraties[bewerken]

Externe links[bewerken]

Laaste bewoners van de Führerbunker op datum van vertrek (1945)
Reichsadler der Deutsches Reich (1933–1945).svg

20 april:
Hermann Göring · Heinrich Himmler
21 april:
Robert Ley · Karl-Jesko von Puttkamer
22 april:
Karl Gebhardt · Julius Schaub · Christa Schroeder · Johanna Wolf · Eckhard Christian
23 april:
Albert Bormann · Theodor Morell · Hugo Blaschke · Joachim von Ribbentrop · Albert Speer
24 april:
Walter Frentz
28 april:
Robert Ritter von Greim · Hanna Reitsch · Walter Wagner
29 april:
Bernd Freytag von Loringhoven · Gerhard Boldt · Rudolf Weiss · Wilhelm Zander · Heinz Lorenz · Willy Johannmeyer
30 april:
Nicolaus von Below
1 mei:
Wilhelm Mohnke · Traudl Junge · Gerda Christian · Constanze Manziarly · Else Krüger · Otto Günsche · Walther Hewel · Ernst-Günther Schenck · Hans-Erich Voss · Johann Rattenhuber · Peter Högl · Werner Naumann · Martin Bormann · Heinz Linge · Erich Kempka · Heinrich Doose · Hans Baur · Georg Betz · Ludwig Stumpfegger · Artur Axmann · Günther Schwägermann · Ewald Lindloff · Hans Reisser · Armin D. Lehmann · Josef Ochs · Heinz Krüger · Werner Schwiedel · Gerhard Schach · Hans Fritzsche
2 mei:
Helmuth Weidling · Hans Refior · Theodor von Dufving · Siegfried Knappe · Rochus Misch
Nog steeds aanwezig op 2 mei:
Erna Flegel · Werner Haase · Helmut Kunz · Fritz Tornow · Johannes Hentschel · Liselotte Chervinska
Pleegde zelfmoord:
Alwin-Broder Albrecht · Ernst-Robert Grawitz · Adolf Hitler · Eva Braun · Joseph Goebbels · Magda Goebbels · Wilhelm Burgdorf · Hans Krebs · Franz Schädle
Geëxecuteerd:
Hermann Fegelein
Vermoord:
Kinderen van Goebbels · Blondi
Onbekend:
Heinrich Müller