Internetcensuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Internetcensuur wereldwijd[1][2]

██ Geen censuur

██ Beperkte censuur

██ Land staat onder toezicht van Verslaggevers Zonder Grenzen

██ Zware censuur

██ Het censuurniveau van Tunesië is veranderd sinds de overhead van Zine El Abidine Ben Ali ten val kwam op 14 januari 2011.

Internetcensuur is controle of onderdrukking van de toegang tot en het plaatsen van informatie op het internet. In die zin is het vergelijkbaar met offline censuur.

Internetcensuur kan worden toegepast door overheden om te voorkomen dat de bevolking toegang krijgt tot bepaalde informatie. Op internet kan informatie die in het ene land verboden is, alsnog terug worden gevonden op een website die gemaakt is in een land waar deze informatie niet verboden is. Overheden die geen controle hebben over deze websites kunnen desondanks toch proberen de site ontoegankelijk te maken, bijvoorbeeld via een zwarte lijst of een internetfilter.

Methodes[bewerken]

Omdat in de meeste landen (uitgezonderd Noord-Korea) de overheid geen totale controle heeft over alle computers die op het internet zijn aangesloten, is internetcensuur vaak lastig toe te passen. Datahavens als Freenet maken het mogelijk informatie online te zetten die niet kan worden verwijderd, en waarvan de plaatser niet te traceren is naar een specifieke digitale identiteit of organisatie.

De meest effectieve methode van internetcensuur, is de toegang tot internet geheel onmogelijk maken. Dit kan door alle routers af te snijden, alle hardware uit te schakelen.

Een specifiekere methode is het gebruik van internetfilters, zoals SmartFilter. Deze kunnen worden gekoppeld aan alle routers waardoor bepaalde sites niet meer toegankelijk zijn voor computers die via deze router op internet zitten. Dit soort filters worden onder andere toegepast door Saoedi-Arabië, Tunesië en Soedan. Filters kunnen filteren op IP-adressen, het Domain Name System, en URL’s. Deze filters zijn echter niet altijd even waterdicht, en kunnen soms met (weinig) moeite worden omzeild.

Internetcensuur kan ook in het geheim plaatsvinden, bijvoorbeeld door de router in te stellen dat er een valse foutmelding in beeld komt indien men een specifieke website wil bezoeken, waardoor het lijkt alsof de site zelf uit de lucht ligt.

Omzeilen[bewerken]

Er bestaan verschillende manieren om internetcensuur door middel van filters te omzeilen. Een voorbeeld is het gebruik van proxyservers. Deze sites worden zelf vaak niet geblokkeerd door het filter, maar kunnen wel informatie van wel geblokkeerde sites weergeven.

Ook een Virtueel Particulier Netwerk kan gebruikt worden om een blokkade te omzeilen. De gebruiker kan via een VPN geblokkeerde websites bezoeken via een server in een ander land.

Psiphon is software waarmee gebande sites kunnen worden bezocht. Hiervoor moet de software eerst worden geïnstalleerd op een computer die wel vrij toegang tot de gewenste site heeft, zodat deze als proxy kan dienen voor andere computers.

Landen die internetcensuur toepassen[bewerken]

Wereldwijd[bewerken]

De organisatie Verslaggevers Zonder Grenzen houdt zich wereldwijd bezig met het aankaarten van internetcensuur. In 2006 begon de organisatie met het bijhouden van een lijst van zogenaamde "vijanden van het internet".[3] Tevens bestaat er een lijst van landen die door de organisatie sterk in de gaten worden gehouden. Beide lijsten worden jaarlijks bijgewerkt.[4]

Vijanden van het internet:[2]


Europa[bewerken]

Veertien Europese landen, waaronder Nederland en België, nemen sedert 2004 deel aan het Cospol Internet Related Child Abusive Material Project (CIRCAMP) tegen kinderpornografie. Politiediensten van deze landen verzorgen een gezamenlijke zwarte lijst in samenwerking met Interpol. Domeinnamen op deze Interpol "Worst of"-List (IWOL) worden door de nationale politiediensten meegedeeld aan de Internetaanbieders, die op vrijwillige basis kunnen beslissen de toegang te ontzeggen.[5] Bezoekers worden dan omgeleid naar een stoppagina.

Deze werkwijze is later veralgemeend tot de hele Europese Unie.[6]

België[bewerken]

Belgische internetproviders kunnen van het parket het bevel krijgen om de toegang tot binnenlandse of buitenlandse websites te blokkeren. De vordering van de Procureur des Konings wordt gecommuniceerd via de Federal Computer Crime Unit of de Kansspelcommissie. Bezoekers krijgen dan de stoppagina van de Belgische overheid te zien, gehost door Fedict. Voor dit "ontoegankelijk maken van in een informaticasysteem opgeslagen gegevens" moet een dubbele voorwaarde vervuld zijn:[7]

  • de gegevens vormen het voorwerp van een misdrijf of zijn eruit voortgekomen; en
  • de gegevens zijn strijdig met de openbare orde of de goede zeden of leveren een gevaar op voor de integriteit van informaticasystemen.

Vooral sinds 2009 is dit ruime instrument ook in de praktijk toegepast. De getroffen websites werden onder meer verdacht van: het organiseren van kansspelen zonder vergunning, privacyschendingen door "pedojagers", inbreuken op het auteursrecht (bv. het Belgische luik van de Amerikaanse operatie In our sites), verkoop van illegale medicijnen zoals anabole steroïden... In juni 2013 waren er in totaal 83 websites geblokkeerd.[8] In 2014 was dit opgelopen tot 127, alleen al voor de buitenlandse websites.[9] Daaronder waren ook racistische, extremistische, discriminerende en lasterlijke websites.

Via het meldpunt van e-cops kunnen burgers illegale websites aangeven en hun blokkering vragen. Als het Belgische gerecht een website viseert die onder het beheer valt van DNS Belgium of Eurid, kan het deze wereldwijd offline halen. De procedure tot vrijgave kent geen onafhankelijk toezicht en moet per fax worden ingesteld. Ze verloopt via een zogenaamd strafrechtelijk kortgeding, met verzoekschrift bij de procureur des Konings en een beroepsmogelijkheid bij de kamer van inbeschuldigingstelling.[10]

Er bestaat ook een burgerrechtelijke procedure die DNS-blocking toelaat.[11] Ze werd gebruikt tegen The Pirate Bay, maar bleek weinig effectief. Het Hof van Beroep te Antwerpen ging bij arrest van 26 september 2011 weliswaar in op de eis van B.A.F., maar het blokkeren van elf domeinnamen bleek niet afdoende.

Volgens sommige academici is met dit alles in België sprake van een echte overheidscensuur, die de essentie van het internet als een neutraal doorgiftemechanisme aantast.[12]

Vaak getroffen websites[bewerken]

Websites die het vaakst worden geweerd via internetcensuur zijn:

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]