Mispel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Mispel
Rijpe mispels
Rijpe mispels
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade:Fabiden
Orde:Rosales
Familie:Rosaceae (Rozenfamilie)
Geslacht:Mespilus
Soort
Mespilus germanica
L. (1753)
Mispel
Afbeeldingen Mispel op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Mispel op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De mispel (Mespilus germanica), ook wel "wilde mispel"[1] is een heester uit de rozenfamilie (Rosaceae).[2]

De mispel is een archeofyt, een ingeburgerde plant, die omstreeks de zevende eeuw voor Christus in Europa is ingevoerd.

Beschrijving[bewerken]

De mispel is een struik tot kleine boom,[3] van 1,5 tot 6 m. met gedoornde en dikviltige twijgen.

De bladeren zijn 5 tot 12 cm groot, langwerpig, omgekeerd-eirond en aan beide zijden zacht behaard. Ze zijn gaafrandig of bovenaan fijn gezaagd, toegespitst, donkergroen en hebben een zeer korte steel.

De witte (soms iets roze) bloemen zijn tweeslachtig, alleenstaand, 2½ tot 4 cm groot, en hebben 40 meeldraden. De bloemstelen en kelk zijn zacht behaard. De mispel bloeit in mei.

De bruine pitvruchten hebben grote kelkslippen, zijn tweezaadlobbig en hebben een diameter van 2 tot 3½ cm.

Taxonomie[bewerken]

De mispel (Mespilus germanica) is een plant uit de rozenfamilie (Rosaceae) evenals de appel en de peer.

Mespilus komt van het Griekse mesos (midden) en spilos (klip of steenmassa), waarschijnlijk omdat de 5 stenen (pitten) steenachtig zijn en met hun toppen uit het vruchtvlees steken.[4] Germanica betekent "Duits". Verwilderde mispels kwamen in Duitsland veel voor in de bossen, waardoor men vroeger meende dat de boom daar inheems was.

Cultivars[bewerken]

Gekweekte mispels hebben over het algemeen grotere bladeren en vruchten en hebben vaak geen doorns.

Cultivars van de mispel (Mespilus germanica) zijn onder andere:

  • 'Macrocarpa', de grootvruchtige mispel, met vruchten tot 6½ cm. in doorsnede. In cultuur sinds ongeveer 1630.[5]
  • 'Bredase Reus', geeft grote ruwe, dofbruine vruchten.[4]
  • 'Hollandse Mispel', heeft grote bloemen en geeft bruine vruchten.[4]
  • 'Nottingham', klein blijvende struik, geeft kleine bruine vruchten.[4]
  • 'Westerveld', rijkdragend, middelgrote bruine vruchten.[4]

Hybriden van de tweestijlige meidoorn en de mispel worden sinds de middeleeuwen gekweekt en dragen de naam x Crataemespilus grandiflora. Ook wordt de mispel wel geënt op onderstam van de tweestijlige meidoorn.

Mispel in Atlas des plantes de France (1891)

Voorkomen[bewerken]

Het oorsprongsgebied van de mispel ligt rond de Zwarte en de Kaspische Zee; Zuidoost-Bulgarije is de westgrens.

Drieduizend jaar geleden werd de mispel al in de omgeving van de Kaspische Zee (Noord-Iran) aangeplant. De vrucht kwam rond 700 v.Chr. naar Griekenland en rond 200 v.Chr. naar Rome. De mispel is door de Romeinen verder verspreid. Het was een zeer belangrijke vrucht tijdens het Romeinse Keizerrijk en de Middeleeuwen nog voor de introductie van andere fruitsoorten in West-Europa. Ze werd in de Middeleeuwen vooral in Frankrijk en Duitsland aangeplant en in de Nederlanden in kloostertuinen. De vrucht is veel minder algemeen dan vroeger, maar wint weer iets aan populariteit.

In Nederland is de struik zeldzaam in Twente, in de Achterhoek, het oostelijk rivierengebied en in Zuid-Limburg. Elders is ze zeer zeldzaam. Voor de verspreiding in Vlaanderen geldt dat de soort vrij zeldzaam is in de Leemstreek en de Voerstreek en elders zeldzaam. In Wallonië komt de mispel vrij zeldzaam voor in het Maasgebied en in Brabant, elders is ze veel zeldzamer.

Ecologie[bewerken]

De mispel benodigt een zonnige tot licht beschaduwde, warme plaats op vochtige, matig voedselrijke, kalkarme, zwak zure tot neutrale grond (leem, lemig zand, löss en rivier- of beekzand). Groeiplaatsen bestaan uit struweel in lichte loofbossen en beekoeverwalbossen, bosranden, houtwallen, heggen, oude boomgaarden en langs holle wegen.

Plantengemeenschap[bewerken]

De mispel is een kensoort voor het veldbies-beukenbos (Luzulo luzuloides-Fagetum).

Gebruik en voedingswaarde[bewerken]

Mispels in de late herfst
Eetrijpe mispels

De mispel zit vol vitamine C en is goed voor de maag en voor de spijsvertering.

Er worden droge, kleine, harde, goudbruine vruchten gevormd, die in oktober rijp, maar dan nog ongenietbaar, melig en wrang, zijn. Na de eerste nachtvorsten worden ze zacht en bruin en dan kunnen ze na een poosje wel gegeten worden. Aanbevolen wordt om ze in oktober of november na een nachtvorst te plukken en ze met de bovenkant naar onderen twee tot drie weken te bewaren op een koele plaats. De vrucht wordt 'beurs', waarbij de kleur door een fermentatieproces verandert van groen/wit naar donkerbruin en de smaak zoet weeïg wordt. Ook is het mogelijk de vruchten enkele dagen in de diepvriezer te leggen, waarna ze gegeten kunnen worden. Voor sommigen is de mispel een lekkernij. Het gezegde: "Zo rot als een mispel" slaat dus in feite op een lekkernij. Als de mispel zacht is, is hij maar een paar dagen houdbaar, omdat hij dan gemakkelijk kan gaan beschimmelen en echt gaan rotten.

In Nederland zijn mispels af en toe te koop op markten en bij groentespeciaalzaken. De loquat (Eriobotrya japonica) of Japanse mispel is een verwante soort die ook wel als mispel wordt verkocht.

100 gram verse mispel bevat:

Energetische waarde 398 kJ (95 Kcal)
Koolhydraten 21,3 gram
Eiwit 0,8 gram

Mispel in (populaire) cultuur[bewerken]

  • De mispel wordt ook vaak aangehaald in de uitspraak: 'zo rot als een mispel'. Vaak wordt deze uitspraak gecombineerd met één of meer personen en ook niet zelden met de gehele mensheid; dit om te duiden op de (mis)daden en het soms grillige karakter van de mens.
  • De mispel komt voor in het wapen van Goor, een stad in Twente. Het blazoen luidt onder meer: 'Van rood beladen met een kruis van zilver en gekantonneerd van een mispelbloem van zilver, gepunt van groen.'
  • De mispel komt eveneens voor in het wapen van het Brabantse dorp Beek en Donk en het Limburgse dorp Sint Odiliënberg. De Gelderse stad Hattem heeft een mispelbloem in haar vlag.
  • Zaltbommel heet tijdens carnaval Mispelgat omdat in het stadswapen twee mispels zijn afgebeeld.

Literatuur[bewerken]

Externe links[bewerken]