Neutraal Moresnet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Moresnet neutre
Neutral-Moresnet
Amikejo
 Generaal gouvernementen 1816 – 1920 België 
Vlag van Neutraal Moresnet
(Details)
Kaart
 ██ Limburg (Nederland) ██ Luik (België, voorheen Nederland) ██ Neutraal Moresnet ██ Rijnprovincie (Pruisen)

██ Limburg (Nederland)

██ Luik (België, voorheen Nederland)

██ Neutraal Moresnet

██ Rijnprovincie (Pruisen)

Algemene gegevens
Hoofdstad Kelmis
Oppervlakte 3,44 km²
Bevolking 256 (1816)[1]
2572 (1858)[n 1][2]
3432 (1903)[n 2][3]
Talen Duits, Frans, Nederlands, Kelmeser platt,[3] Esperanto[n 3][4]
Religie(s) Rooms-katholiek, protestant[3]
Volkslied Amikejo-mars (vanaf 1908)[5]
Munteenheid Franse frank (off.), Belgische frank, Reichsmark[6]
Regering
Regeringsvorm Condominium
Staatshoofd Burgemeester van Kelmis
Geschiedenis
- Traktaat van Aken 1816
- WOI 1914
- Vrede van Versailles 1920

Beluister

(info)

Neutraal Moresnet was een dwergstaat met een oppervlakte van 344 hectare die bestond van 1816 tot 1920 aan de grens tussen de Nederlanden (vanaf 1830 Nederland en België) en Pruisen (vanaf 1871 Duitsland). Het gebied maakt thans deel uit van de Belgische provincie Luik. Het land was een zeldzaam condominium dat werd bestuurd door de burgemeester van de hoofdstad Kelmis, onder toezicht van Nederlandse (vanaf 1835 Belgische) en Pruisisch-Duitse commissarissen. Het land werd voornamelijk bevolkt door Belgen, Duitsers en in mindere mate Nederlanders.

Neutraal Moresnet ontstond na de val van Napoleon, nadat de Nederlanden en Pruisen het bij de herindeling van Europa niet eens werden over het bezit van een waardevolle zinkgroeve bij Kelmis in de toenmalige gemeente Moresnet. Na de Belgische Revolutie van 1830 werd het Nederlandse co-bestuur van Neutraal Moresnet overgenomen door België. Het neutrale gebied bestond ruim een eeuw en stond in de loop der jaren bekend als een zinkexporteur, een belastingparadijs, een smokkelvrijplaats, een gokoord en een potentiële Esperantostaat. Gedurende de Eerste Wereldoorlog werd Moresnet tijdelijk bezet door Duitsland, maar na de Duitse nederlaag werd het condominium opgeheven en in 1920 werd het gebied ingelijfd door België.[n 4][7]

Geschiedenis[bewerken]

Voorgeschiedenis[bewerken]

Al aan het begin van de christelijke jaartelling schreef Plinius de Oudere over een kostbaar erts dat te vinden was aan de voet van de Altenberg (Frans: Vieille Montagne).[8] In de middeleeuwen ontstond hier het dorpje Kelmis.[n 5] Vanaf de 15e eeuw dolf de plaatselijke bevolking in een groeve naar zinkspaat, een mineraal waarvan zinkpoeder werd gemaakt. Samen met koper werd zinkpoeder gelegeerd tot messing. Het zinkpoeder werd gewonnen door het zinkspaat in een oven te verhitten, waardoor het zinkspaat uit elkaar viel. De brokstukken werden vervolgens tot poeder vermalen. In de oven liep de temperatuur zo hoog op dat een groot deel van het zink in gasvorm door de schoorsteen verdween. Als gevolg daarvan was het moeilijk om de zinkwinning commercieel rendabel te maken.[9]

In de loop der eeuwen streden de Rijksstad Aken en het Hertogdom Limburg om het bezit van de groeve. Het gebied viel lange tijd onder jurisdictie van Aken, totdat de Fransen het gebied in 1795 inlijfden en bij de gemeente Moresnet voegden. Vanwege het kostbare bewerkingsproces werd de zinkgroeve noodgedwongen geëxploiteerd door het Franse staatsbedrijf Vieille Montagne.[10]

Aan het begin van de 19e eeuw vond de Luikse uitvinder Jean-Jacques Dony een fabricagemethode uit waarmee puur zink kon worden gewonnen. Zijn uitvinding maakte gebruik van een verbeterde reductieoven waarachter zich een pijp bevond waarin de zinkdamp neersloeg. Door deze uitvinding kon niet alleen de opbrengst van het productieproces sterk verhoogd worden, maar ook de kwaliteit van het gewonnen zink. In 1805 vroeg Dony bij Napoleon een concessie aan om naar metalen te graven in een gebied van 8000 hectare in het Ourthedepartement van het Eerste Franse Keizerrijk. Vijf jaar later verkreeg Dony van Napoleon een patent op de productie van zink met een reductieoven. Samen met boekhouder Hector Chaulet stichtte hij de mijnonderneming Dony et Compagnie.[9]

Dankzij de reductieoven nam de winning van zink enorm toe, maar Dony wist het product niet te verkopen. Daarbij leidde de val van Napoleon in 1814 tot de instorting van de zinkmarkt. Het bedrijf werd van een faillissement gered door de rijke zakenman François-Dominique Mosselman, die op 25 april 1813 driekwart van de aandelen had overgenomen voor 555.000 frank.[11]

Stichting[bewerken]

Na de Honderd Dagen werd Napoleon in 1815 voorgoed verslagen en werd Europa op het Congres van Wenen heringedeeld. Het pas opgerichte Koninkrijk der Nederlanden en Pruisen onderhandelden over hun gezamenlijke grens en het bezit van de zinkgroeve.[12] Diplomaat Hans Christoph Ernst von Gagern eiste met succes namens koning Willem I een deel van de oostelijke Maasoever op, maar over de precieze grens tussen Nederland en Pruisen bestond nog onduidelijkheid. De gedetailleerde grenzen werden onderhandeld door Maximiliaan de Man namens de Nederlanden en Karl von Bernuth namens Pruisen.[13]

Over het bezit van Kelmis bleken twee artikelen van het Weense verdrag elkaar tegen te spreken, en omdat beide partijen zeggenschap wilden over de zinkgroeve kwamen ze niet tot een overeenkomst. De regeringen van de Nederlanden en Pruisen besloten om het gebied van Moresnet los te koppelen van de onderhandelingen en tijdelijk tot neutraal gebied te verklaren. Op 26 juni 1816 werd de stichting van Neutraal Moresnet met het Traktaat van Aken bezegeld. Neutraal Moresnet had als een tijdelijke oplossing moeten dienen, maar de speciale commissie die het vraagstuk had moeten oplossen werd nooit opgericht.[14]

Beginjaren[bewerken]

De unieke situatie waarin Neutraal Moresnet zich bevond leidde in de beginjaren tot verwarrende problemen. Zo was het onduidelijk welke nationaliteit de inwoners hadden, aan welk land ze belasting verschuldigd waren en in welk land de mannen hun dienstplicht moesten vervullen. De kaarsrechte grenzen liepen hier en daar dwars door een huis, waardoor het onduidelijk was of de bewoners wel ingezetenen waren van Neutraal Moresnet.[15] Deze ongekende vraagstukken leidden tot langdurige bureaucratische processen en onzekerheid bij de bevolking.[16]

Vanaf 1817 stelden de Nederlanden en Pruisen elk een commissaris aan. Daarnaast werd er besloten dat Duits de voertaal zou worden. De commissarissen waren samen verantwoordelijk voor de belastingheffing en stelden de begroting vast. Ook benoemden zij een dagelijks bestuur dat bestond uit gemeenteambtenaren en een burgemeester. Dat bestuur en mijnen nauw verbonden waren, blijkt uit het feit dat enkele burgemeesters ook functies binnen de mijndirectie bekleedden. De commissarissen benoemden de burgemeester van Kelmis en het nabijgelegen Pruisisch Moresnet[n 6] tot staatshoofd van het land, met uitsluitend een ceremoniële functie.[17] Bij twijfel verwezen de commissarissen beslissingen door naar de regeringen van de landen. Om de bestuurlijke rompslomp die de gekozen oplossing met zich bracht te vermijden, gaven de commissarissen het advies om het land onafhankelijk te maken, maar dit idee werd door beide regeringen afgewezen.[18] In 1822 werd de Code Napoléon ingesteld als wetboek.[19]

Omdat slechts belasting werd geheven op luxe zaken leefden de inwoners zeer voordelig en werd Neutraal Moresnet een waar belastingparadijs. Dit had een immigratiestroom tot gevolg, mede door de toestroom van jonge mannen uit de buurlanden die aan de dienstplicht wilden ontsnappen, en in de eerste tien jaar verdubbelde de bevolking. Omdat de douane gemakkelijk te omzeilen was werd ook massaal via Neutraal Moresnet gesmokkeld. Hoewel ambtenaren klaagden over de chaos die de situatie veroorzaakte, waren de Nederlanden en Pruisen vastberaden om het land niet aan de ander te laten.[20]

In de eerste jaren leverde de zinkgroeve zo'n half miljoen kilo zink per jaar op. Het materiaal werd in de loop der jaren steeds beter verkocht als bouwmateriaal.[21] Tussen 1813 en 1818 maakte Vieille Montagne 787.000 frank winst. Pruisen bezat bij het oostelijke Kattowitz een zinkmijn op eigen grondgebied en werkte de concurrerende mijn van Mosselman door middel van rechtszaken tegen.[22] In 1827 werd Mosselman door Pruisen en Nederland aangeklaagd omdat het bedrijf, gebruikmakend van een maas in de wet, al jaren geen pacht meer had betaald. Mosselman besloot de groeve te verkopen en onderhandelde in het geheim met Koning Willem I van de Nederlanden, een van zijn aanklagers.[23] Nadat Mosselman bij een tussenvonnis in het ongelijk werd gesteld kon de koning de groeve voor een spotprijs overnemen.[24]

Vlak voor de aankoop brak echter de Belgische Revolutie uit en nam de nieuwe Belgische staat in 1830 het Nederlandse co-regentschap over, al deed Nederland nooit officieel afstand van aanspraak op Neutraal Moresnet. Vanaf 1835 werden Belgische commissarissen aangesteld.[25] Door de onafhankelijkheid van België en de splitsing van de provincie Limburg in 1839 ontstond bij Vaals een vierlandenpunt.[26]

Stabilisering[bewerken]

Kaart van Neutraal Moresnet uit 1862

Mosselmans invloedrijke dochter Fanny en haar echtgenoot, ambassadeur Charles Le Hon, gebruikten hun Franse connecties om te investeren in de groeve. Dit leidde tot de oprichting van het Société des Mines et Fonderies de Zinc de la Vieille Montage, een naamloze venootschap met een aandelenkapitaal van 5,8 miljoen frank. Dankzij deze investering kon de achterstallige pacht worden betaald en kwamen Vieille Montagne, België en Pruisen tot een juridische overeenkomst.[27] In 1855 bereikte de zinkwinning een hoogtepunt: dat jaar werd 137.000 ton zink opgegraven. Sindsdien daalde de opbrengst elk jaar.[28] In 1856 werd de concessie van Vieille Montagne verlengd tot in de eeuwigheid.[29] Als gevolg bloeide de economie van het land, wat toeleverende bedrijven en detailhandel aantrok.[30]

Met de opkomst van de industriële revolutie steeg de vraag naar zink aanzienlijk. Vergelijkbaar met de gevolgen van goudkoorts leidde de stijgende waarde van zink tot een explosieve groei van het inwoneraantal. Vanwege de diplomatische rompslomp die de buitenlandse politie moest ondergaan om Neutraal Moresnet te betreden konden misdadigers de ordehandhaving in hun eigen land gemakkelijk ontlopen door naar Neutraal Moresnet te vluchten. Veel Belgische jongemannen vertrokken naar Neutraal Moresnet om rekrutering voor het nieuwe Belgische leger te ontduiken.[31]

Naarmate de groeve steeds verder werd uitgegraven werd duidelijk dat de voornaamste bestaansreden van Neutraal Moresnet uiteindelijk zou worden achterhaald. In 1869 kwamen België en Pruisen na een inspectie tot een overeenkomst: Kelmis en de groeve werden overgedragen aan Pruisen (119 hectare, 2400 inwoners) en het beboste noorden aan België (213 hectare, 400 inwoners). Hierbij werd er rekening mee gehouden dat Pruisen werd opgescheept met een groeve die op korte termijn uitgeput zou raken wat tot werkloosheidsproblemen zou leiden. Om onopgehelderde redenen ging dit plan echter niet door; mogelijk omdat Vieille Montagne de industrie van Neutraal Moresnet ondanks de dalende zinkwinning in stand hield door zinkertsen uit het buitenland te importeren en in de smelterijen van Kelmis om te smelten. Kelmis werd aangesloten aan het Belgische spoor en richtte een dochteronderneming op om Pruisische zinkgroeves langs de Rijn uit te baten. Zo kon het land alsnog voortbestaan als een neutrale grootmacht in de zinkindustrie. In 1884 was de groeve van Kelmis volledig uitgeput.[32]

Onafhankelijkheidsbeweging[bewerken]

Een zeldzame postzegel uit Moresnet

In 1886 begon de populaire Duitse arts en locoburgemeester Wilhelm Molly een onafhankelijkheidsbeweging. In 1897 werd een nationalistisch comité opgericht tegen de opheffing van de neutraliteit.[33] Molly en zijn gelijkgestemden richtten het nutsbedrijf Verkehrs Anstalt Moresnet op en begonnen nationale postzegels uit te geven. Hoewel deze zegels in de praktijk van weinig waarde waren was het deels een symbolische onafhankelijkheidsverklaring en deels een poging om geld te verdienen aan filatelisten. Volgens de Code Napoléon mochten niet-gouvernementele organisaties als Verkehrs Anstalt Moresnet zich echter niet bemoeien met postzaken, en na afkeuring door België en Duitsland[n 7] hield het bedrijf op te bestaan. De postzegels van Neutraal Moresnet behoren tegenwoordig tot de zeldzaamste ter wereld.[34]

Terwijl de buurlanden in rap tempo moderniseerden bleef Neutraal Moresnet geketend aan de wetten van de Code Napoléon. Moderne opvattingen over stemrecht, kinderarbeid en leerplicht gingen aan het land voorbij. In 1902 begon Duitsland met het schrijven van een zwartboek over de misstanden in Neutraal Moresnet.[35] Er waren in 1903 hoge verwachtingen dat een staatsbezoek van de Belgische koning Leopold II aan de Duitse keizer Wilhelm II de situatie zou ophelderen, maar de verdeling van Neutraal Moresnet werd door Belgische politici geblokkeerd.[36] Ook Vieille Montagne had baat bij een neutraal belastingparadijs en werkte de opdeling tegen.[37] In een informeel referendum stemden 95% van de inwoners vóór het behoud van de neutraliteit. In het hypothetische geval van verdeling had inlijving door België bij de inwoners de voorkeur, omdat het leven in België goedkoper was dan in Duitsland.[38]

Om de reputatie van Neutraal Moresnet te herstellen liet burgemeester Hubert Schmetz de wegen voorzien van stoepen, straatverlichting en straatnaamborden, en liet hij een nieuwe school en een elektriciteitscentrale bouwen. Daarnaast versterkte hij de brandweer en vaardigde een nieuwe reeks politieverordeningen uit om de welig tierende prostitutie aan te pakken[39] en werden de verordeningen bij gebrek aan een grondwet in een boekje gebundeld en verspreid.[40]

Gokparadijs[bewerken]

In de 19e eeuw vierden kansspelen hoogtij in Europa, maar de daaropvolgende tegenbeweging leidde ertoe dat veel landen gokken verboden. In navolging van de dwergstaat Monaco, dat een fortuin verdiende met de legalisering van kansspelen, werden er pogingen gedaan om van Neutraal Moresnet een gokimperium te maken. Gokken was al tijden een populair tijdsbedrijf in het land en in de Code Napoléon stond geen woord over een gokverbod. In 1891 richtte een Britse ondernemer een wedkantoor op in Kelmis. Zijn advertenties in de Britse kranten trokken de aandacht van zakenmannen die hoopten van Neutraal Moresnet een gokpaleis te maken. Belgische voormalige casino-uitbaters, die hun fortuin hadden verloren aan het Belgische gokverbod, richtten op 15 augustus 1903 het casino Cercle de Chasse op in het luxe hotel Bergerhoff.[41]

Het casino werd een groot succes bij de gegoede burgerij van de Europese industriesteden. België en Duitsland vreesden echter dat Neutraal Moresnet onbeheersbaar zou worden en beriepen zich op een zelden nageleefde wet in de Code Napoléon, die een samenscholing van meer dan twintig personen verbood. Op 2 september 1903 vielen de Belgische en Duitse politie het hotel binnen en werd het casino gesloten. Gokken bleef echter op kleine schaal populair in Neutraal Moresnet.[42]

Esperantostaat[bewerken]

Een ansichtkaart uit 1905 van het toenmalige Vierlandenpunt bij Vaals

In 1906 ontmoette Wilhelm Molly de Esperantist Gustave Roy. Molly zag in de opkomst van de kunsttaal Esperanto een mogelijke nieuwe bestaansreden voor het land en samen poogden ze van Neutraal Moresnet de eerste Esperantostaat van de wereld te maken.[43] Het plan werd door de inwoners met enthousiasme ontvangen en Neutraal Moresnet werd omgedoopt tot Amikejo ("plaats van vriendschap"), compleet met eigen volkslied (de Amikejo-mars). In de overtuiging dat het Esperanto na verloop van tijd wereldwijd aan zou slaan was het plan om alle inwoners van Neutraal Moresnet binnen tien jaar Esperanto te laten spreken. De uitvinder van het Esperanto, Lejzer Zamenhof, gaf zijn goedkeuring aan het project. Vanaf 1907 werden er lessen gegeven in Esperanto; in 1908 spraken 140 inwoners (3-4% van de totale bevolking) Esperanto. Op 13 augustus 1908 wist Roy op het Esperanto-Wereldcongres te Dresden een overtuigende steun te verkrijgen voor de verplaatsing van het Centrale Bureau van de Esperanto-beweging van Genève naar Kelmis. Eveneens zou het eerstvolgende Esperanto-Wereldcongres aldaar plaatsvinden.[44]

Het Centrale Bureau van de Esperanto-beweging kwam beide plannen uiteindelijk niet na; mogelijk werd men afgeschrikt door mogelijke diplomatieke heisa en werden Duitse Esperantisten door hun regering beïnvloed. In Neutraal Moresnet kelderde het enthousiasme voor het Esperanto onmiddellijk.[45]

Opheffing[bewerken]

Het straatbeeld van Neutraal Moresnet rond de eeuwwisseling

Duitsland zag de Esperantobeweging als een bedreiging en moedigde Duitsers aan om naar Neutraal Moresnet te emigreren, zodat een Duitse meerderheid de politiek kon beïnvloeden. Daarnaast dwarsboomde burgemeester Schmetz, inmiddels in collaboratie met Duitsland, de aanleg van een nieuwe telefoonkabel met België. In het Duitse parlement werden de sentimenten naar Neutraal Moresnet almaar vijandiger.[46] Om een opdeling van Neutraal Moresnet te forceren liet Duitsland in 1913 alle telefoon- en elektriciteitsdraden vanuit dat land naar Neutraal Moresnet doorknippen en mochten Duitse postbodes geen brieven en telegrammen meer bezorgen in Kelmis.[47] In het geheim werd door Duitsland overwogen om de zaak op te lossen via het Permanent Hof van Arbitrage te Den Haag. Naarmate de Duitse maatregelen verhardden werden de onafhankelijkheidsgevoelens van de Neutralen sterker. Er werd een comité opgericht om het 100-jarige jubileum van Neutraal Moresnet groots te vieren, maar burgemeester Schmetz liet de voorbereidingen afblazen.[48]

Op 3 augustus 1914 verklaarde Duitsland de oorlog aan Frankrijk en vielen Duitse troepen volgens het Schlieffenplan België binnen. Neutraal Moresnet werd op 4 augustus binnen een half uur ingenomen. Aangezien het neutrale land geen leger had bleef Kelmis vrijwel onbeschadigd gedurende de inval. Zonder Belgische toestemming kon het land echter wettelijk niet worden opgeheven en bleef Neutraal Moresnet bestaan, zij het onder Duits gezag. Alle inwoners van Neutraal Moresnet kregen de Duitse nationaliteit. Eind 1915 werd Neutraal Moresnet alsnog geannexeerd en werd het onderdeel van de Rijnprovincie. Ten gunste van de oorlogsmachine investeerden de Duitsers in Vieille Montagne en werd een spoorlijn van Aken naar Kelmis aangelegd, waarvoor een tunnel onder de Vaalserberg en een viaduct over het Geuldal moesten worden aangelegd. In 1918 verloor Duitsland de Eerste Wereldoorlog, waarbij in totaal 147 inwoners van Neutraal Moresnet omkwamen. Eind 1918 werd Neutraal Moresnet bezet door het Belgische leger.[49]

Op 10 januari 1920 trad het Verdrag van Versailles in werking, waarbij Neutraal Moresnet definitief werd ingelijfd door België als onderdeel van de Oostkantons.[n 8][50] Alle inwoners kregen de Belgische nationaliteit, Kelmis werd wettelijk Franstalig en hernoemd naar La Calamine en Neutraal Moresnet werd onderdeel van de provincie Luik.[7]

Nalatenschap[bewerken]

Het Geuldalmuseum van Kelmis
Monument van Neutraal Moresnet bij het Drielandenpunt bij Vaals

De unieke situatie van het land werd gedurende haar bestaan breed uitgemeten door geleerden, juristen en journalisten. Reporters berichtten grotendeels lyrisch over hun bezoek aan het land en roemden het gebrek aan een krijgsmacht, de lage belastingen en de geringe overheidsbemoeienis.[51]

De herinnering aan Neutraal Moresnet wordt levend gehouden door het Geuldalmuseum van Kelmis en een monument bij het Drielandenpunt van Vaals. De stenen grenspalen geven nog steeds de oude grens van Neutraal Moresnet aan; enkele grenspalen die na 1920 werden verwijderd zijn door de gemeente Kelmis teruggeplaatst of vervangen. Vanaf grote hoogte is ook te zien dat de bomen van het voormalige land een andere tint groen hebben, aangezien vanaf 1822 de bomen aan de Nederlandse en Pruisische grens zijn gekapt.[52]

Sinds het overlijden van Agnes Alwine Hackens-Paffen (19 oktober 1913 – 26 oktober 2016) is er nog één persoon over die in Neutraal Moresnet geboren is: Catharina Meessen (102 jaar oud in 2016), de oudste van tien kinderen. Zij leeft al sinds 1945 op hetzelfde adres in Kelmis.[53]

Maatschappij[bewerken]

Ligging[bewerken]

Een van de stenen grenspalen van Moresnet

Ondanks de naam lagen beide dorpen Moresnet en Pruisisch Moresnet net buiten de grens van Neutraal Moresnet.[17] Na de stichting van het land in 1816 werd de grens van het land aangegeven door houten grenspalen, oranje-wit aan de Nederlandse kant en zwart-wit aan de Pruisisch-Duitse.[1] In 1869 werden de houten palen vervangen door stenen modellen.[54] Hoewel het land door journalisten het kleinste land ter wereld werd genoemd was Monaco destijds nog kleiner.[55]

Bevolking[bewerken]

De oorspronkelijke inwoners van het gebied en hun nakomelingen werden Neutralen genoemd.[56] In 1859 bestond de bevolking van Neutraal Moresnet uit 852 Belgen, 807 Pruisen, 695 Neutralen, 204 Nederlanders en 14 mensen met een andere nationaliteit (totaal 2572). Drie vijfde van deze inwoners waren mannen, en meer dan negenhonderd waren jonger dan vijftien jaar.[2] In 1904 woonden er 1470 Duitsers, 1169 Belgen, 438 Neutralen, 352 Nederlanders en 3 Amerikanen (totaal 3432).[3] Hoewel er na verloop van tijd sprake was van een gemeenschappelijke identiteit, voelden de inwoners van Neutraal Moresnet zich op de eerste plaats verbonden met hun land van afkomst, hoofdzakelijk Pruisisch-Duits, Belgisch of Nederlands.[57]

Staatsinrichting[bewerken]

In het wapen van Kelmis refereert de leeuw aan Nederland en België, de adelaar aan Pruisen en de hamer en pikhouweel aan de zinkmijnbouw

Neutraal Moresnet werd officieel geregeerd door de burgemeester van Kelmis en Pruisisch Moresnet. Kleine kwesties werden behandeld door de burgemeester, middelgrote zaken door de Nederlandse, Belgische en Pruisisch-Duitse commissarissen en grote zaken door de Nederlandse, Belgische of Pruisisch-Duitse regering.[58] In 1854 kreeg het land een gemeenteraad,[30] waarvan de raadsleden niet werden gekozen maar door de burgemeester werden benoemd. Om de tien jaar werd de helft van de raadsleden via een loting ontslagen.[3]

De vlag van Neutraal Moresnet bestond uit drie horizontale banen: blauw, wit en zwart. De oorsprong van de vlag is nooit opgehelderd.[59] Het wapen van het land bestond uit de Pruisische adelaar, de Nederlands/Belgische leeuw en een gekruiste hamer en pikhouweel, een verwijzing naar de mijnbouw.[60]

In 1908 werd het Esperantolied La Espero, oorspronkelijk geschreven door Lejzer Zamenhof, door de Luikse componist Willy Hupperman omgedoopt tot de Amikejo-mars. Vertaald luidde het informele volkslied van Neutraal Moresnet als volgt:[5]

Aanhalingsteken openen

Mensheid, oh kom naar Amikejo!
Leve internationalisme!
Laten we ons offer brengen,
Op het altaar van de vriendschap!

Aanhalingsteken sluiten

De Franse frank was de officiële munteenheid van het land, maar ook Pruisisch-Duits, Nederlands, Frans en Oostenrijks geld werd gebruikt.[6] In 1848 verschenen enkele nationale munten, maar deze werden nooit officieel ingevoerd.[61]

Ordehandhaving[bewerken]

Omdat de Pruisische en Nederlandse regeringen niet toestonden dat het strafrecht van de tegenstander zou gelden, werd de Code Napoléon in 1822 ingesteld als wetboek van Neutraal Moresnet.[19] Strafrechtszaken werden het ene jaar in Aken en het andere jaar in Luik gehouden, civiele rechtszaken in Aken en bij hoger beroep in Luik.[6] Inwoners van Neutraal Morenet konden aanvankelijk niet in Nederlandse of Pruisische dienstplicht. Vanaf 1847 werden de Belgische inwoners van Neutraal Moresnet dienstplichtig, gevolgd door de Duitse inwoners in 1874; Neutralen waren altijd vrij van dienstplicht.[59]

Ter bescherming van de neutraliteit moesten Nederlandse, Belgische en Pruisisch-Duitse politieagenten toestemming krijgen van de burgemeester om een misdadiger in Neutraal Moresnet op te pakken. Er was geen sprake van een uitleveringsverdrag. In 1850 had Neutraal Moresnet slechts één wetsdienaar, de veldwachter,[62] die niemand kon arresteren omdat het land geen gevangenis had.[63] Vanwege de haast anarchistische omstandigheden stelde burgemeester De Lasaulx een ordehandhaver en enkele hulpagenten aan. De Code Napoléon werd in de loop der jaren steeds meer als achterhaald beschouwd en weerhield het land om zich aan te passen aan de tijdsgeest. Zo konden lichte overtredingen volgens de wet streng beboet worden met lijf- en gevangenisstraffen.[64]

De prijzen waren in Neutraal Moresnet zo'n 30 procent lager dan in de buurlanden. Omdat geen accijns werd geheven werd er veel via Neutraal Moresnet gesmokkeld; met name alcohol kon met gemak langs de douane worden vervoerd.[65] In 1859 werd een inkomstenbelasting ingevoerd.[30]

Dagelijks leven[bewerken]

In Neutraal Moresnet draaide het dagelijks leven grotendeels om het zinkbedrijf Vieille Montagne, dat voor een groot deel verantwoordelijk was voor het welzijn en de voorzieningen van de inwoners, zoals huizen, een verpleeghuis, een school, een katholieke kerk en een protestantse kapel. Ook stichtte het bedrijf schuttersverenigingen, een harmonieorkest, een carnavalsvereniging en een turnvereniging.[3] In deze verenigingen kwamen inwoners van verschillende nationaliteiten bij elkaar.[66] Vanaf 1885 had Neutraal Moresnet een luxe hotel, Bergerhoff.[67]

Veel ongetrouwde, zwangere meisjes uit het buitenland lieten hun kind in Neutraal Moresnet geboren worden en boden het ter adoptie aan.[68] De meeste minderjarigen van Neutraal Moresnet werkten in de groeve; de Code Napoléon vermeldde niets over een leerplicht. In 1845 richtte Vieille Montagne voor deze kinderen een school op.[2] In 1902 bezochten 500 leerlingen deze school, onderwezen door twee leraren en drie ongeschoolde leraressen.[69]

In de bloeiperiode van Vieille Montagne was bijna vijftig procent van de bevolking werkzaam in de mijnen. Een groot deel van de arbeiders was jong en alleenstaand en zocht zijn vermaak in de zogenaamde cabarets, bars met muziek, dans en kansspellen. Gewoonlijk werd er graanjenever met een alcoholpercentage van rond de 43% geschonken. De vele weduwen van Neutraal Moresnet werkten vaak bij in de prostitutie. De Belgische commissaris telde in 1853 tachtig drankgelegenheden.[70] In 1904 waren er vier distilleerderijen die samen 67 duizend liter per jaar stookten.[3]

Meer informatie[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • (en) Charles HOCH: The neutral territory of Moresnet, 1882.
  • (de) Ferdinand SCHROEDER: Das Grenzstreitige Gebiet von Moresnet, 1902.
  • (de) Fritz SPANDAU: Zur Geschichte von Neutral-Moresnet, mit besonderer Berücksichtigung des Altenbergs und des Aachener Reichs, 1904.
  • (de) Max LEICSENRING: Neutral-Moresnet, seine Entstehung und völkerrechtliche Natur, 1911.
  • (fr) Centenaire de la Société des mines et fonderies de Zinc de la Vieille-Montagne, Luik, 1937.
  • (de) Jozef KRIESCHER: Moresnet, eine geschichtliche und politische Darstellung, 1941.
  • (fr) Carlo BRONNE: La comtesse Le Hon, 1952.
  • (fr) Firmin PAUQUET: Le territoire contesté de Moresnet, dit Moresnet neutre. Notes historiques sur son statut, sa législation et son administration, 1960.
  • (de) Klaus PABST: Neutral-Moresnet, ein Dorf ohne Staatsangehörigkeit, in: 150 Jahre Regierung und Regierungsbezirk Aachen, 1967.
  • (fr) Germain PIRLOT: Coup d'oeil sur Moresnet Neutre, 1816-1919, 1987.
  • (fr) Jean-Marie ROUART: Morny, un voluptueux au pouvoir, 1995.
  • (nl) Philip DRÖGE: Moresnet, Opkomst en ondergang van een vergeten buurlandje, Uitgeverij Unieboek/Het Spectrum, Houten/Antwerpen, 2016. ISBN 978-9-00034-960-9.
  • (nl) David VAN REYBROUCK: Zink. CPNB, boekenweekessay 2016, Antwerpen/Amsterdam: Productie De Bezige Bij, ISBN 978-90-596-5358-0.

Externe links[bewerken]

Vista-kmixdocked.png
Door op de afspeelknop te klikken kunt u dit artikel beluisteren. Na het opnemen kan het artikel gewijzigd zijn, waardoor de tekst van de opname wellicht verouderd is. Zie verder info over deze opname of download de opname direct. (Meer info over gesproken Wikipedia)