Resolutie 1995 Veiligheidsraad Verenigde Naties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag van Verenigde Naties
Resolutie 1995
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 6 juli 2011
Nr. vergadering 6573
Code S/RES/1995
Stemming
voor
15
onth.
0
tegen
0
Onderwerp Rwanda-tribunaal
Beslissing Ad litemrechters werden verkiesbaar tot en kregen kiesrecht voor voorzitter, een rechter kreeg toestemming om deeltijds te werken
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 2011
Permanente leden
Vlag van China China · Vlag van Frankrijk Frankrijk · Vlag van Rusland Rusland · Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk · Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Niet-permanente leden
Vlag van Bosnië en Herzegovina Bosnië en Herzegovina · Vlag van Brazilië Brazilië · Vlag van Colombia Colombia · Vlag van Gabon Gabon · Vlag van Duitsland Duitsland · Vlag van India India · Vlag van Libanon Libanon · Vlag van Nigeria Nigeria · Vlag van Portugal Portugal · Vlag van Zuid-Afrika Zuid-Afrika

Resolutie 1995 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd op 6 juli 2011 met unanimiteit aangenomen door de VN-Veiligheidsraad. De resolutie maakte ad litemrechters verkiesbaar als voorzitter van het Rwanda-tribunaal en ze kregen ook kiesrecht. Verder kreeg één van de rechters toestemming om deeltijds te werken.[1]

Achtergrond[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Rwanda voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Toen Rwanda een Belgische kolonie was werd de Tutsi-minderheid in het land verheven tot een elite die de grote Hutu-meerderheid wreed onderdrukte. Na de onafhankelijkheid werden de Tutsi verdreven en namen de Hutu de macht over. Het conflict bleef aanslepen en in 1990 vielen Tutsi-milities verenigd als het FPR Rwanda binnen. Met Westerse steun werden zij echter verdreven. In Rwanda zelf werd de Hutu-bevolking opgehitst tegen de Tutsi. Dat leidde begin 1994 tot de Rwandese genocide. De UNAMIR-vredesmacht kon vanwege een te krap mandaat niet ingrijpen. In 1994 werd het Rwanda-tribunaal opgericht om de daders van de genocide en andere mensenrechtenschendingen die dat jaar in Rwanda hadden plaatsgegrepen te berechten.

Inhoud[bewerken]

Waarnemingen[bewerken]

Eerder was beslist dat het Rwanda-tribunaal haar werk tegen eind 2014 moest afronden, waarna het zou worden opgevolgd door het Internationaal Residumechanisme voor Straftribunalen — hetzelfde gold voor het Joegoslavië-tribunaal. De Rwandese tak van dat Mechanisme zou op 1 juli 2012 in werking treden.

Handelingen[bewerken]

De Veiligheidsraad besloot dat de ad litem-rechters voortaan verkiesbaar zouden zijn en ook kiesrecht zouden hebben bij de verkiezing van de voorzitter van het Tribunaal. Als een ad litem-rechter verkozen werd, kreeg hij dezelfde bevoegdheden als een permanente rechter zonder afbreuk aan zijn status als ad litem-rechter. Hetzelfde gold voor een ad litemrechter die als vicevoorzitter was verkozen als die de taken van de voorzitter moest overnemen.

Uitzonderlijk kreeg rechter Dennis Byron toestemming deeltijds te werken en vanaf 1 september 2011 een andere juridische functie te aanvaarden tot de afloop van zijn huidige zaak. Die afloop was gepland voor december 2011 en de voorzitter van het Tribunaal moest erop toezien dat deze regeling rijmt met de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter en geen conflicten of vertragingen veroorzaakt.

Voorts werd het belang van de vervolging van alle aangeklaagde personen aangestipt. Alle landen, en die in het Grote Merengebied in het bijzonder, werden opgeroepen tot meer samenwerking. Ze werden ook in het bijzonder opgeroepen meer te doen om Felicien Kabuga, Augustin Bizimana, Protais Mpiranya en overige beklaagden te vatten.

Verwante resoluties[bewerken]

Logo Wikisource
Bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina United Nations Security Council Resolution 1995 op de Engelstalige Wikisource.