Resolutie 2019 Veiligheidsraad Verenigde Naties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag van de Verenigde Naties
Resolutie 2019
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 16 november 2011
Nr. vergadering 6661
Code S/RES/2019
Stemming
voor
15
onth.
0
tegen
0
Onderwerp Bosnische Burgeroorlog
Beslissing Verlengde de autorisatie van de EUFOR-missie van de Europese Unie met 12 maanden.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 2011
Permanente leden
Vlag van China CHN Vlag van Frankrijk FRA Vlag van Verenigd Koninkrijk GBR Vlag van Rusland RUS Vlag van Verenigde Staten USA
Niet-permanente leden
Vlag van Bosnië en Herzegovina BIH Vlag van Brazilië BRA Vlag van Colombia COL Vlag van Gabon GAB Vlag van Duitsland GER
Vlag van India IND Vlag van Libanon LIB Vlag van Nigeria NGR Vlag van Portugal POR Vlag van Zuid-Afrika RSA
Bosnië en Herzegovina in Europa.
Bosnië en Herzegovina in Europa.

Resolutie 2019 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd unaniem door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties aangenomen op 16 november 2011. De resolutie verlengde de autorisatie van de EU's EUFOR Althea-missie in Bosnië en Herzegovina opnieuw met een jaar[1].

Achtergrond[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Bosnische Burgeroorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 1980 overleed de Joegoslavische leider Tito, die decennialang de bindende kracht was geweest tussen de zes deelstaten van het land. Na zijn dood kende het nationalisme een sterke opmars, en in 1991 verklaarden verschillende deelstaten zich onafhankelijk. Zo ook Bosnië en Herzegovina, waar in 1992 een burgeroorlog ontstond tussen de Bosniakken, Kroaten en Serviërs. Deze oorlog, waarbij etnische zuiveringen plaatsvonden, ging door tot in 1995 vrede werd gesloten. Hierop werd de NAVO-operatie IFOR gestuurd de de uitvoering ervan moest afdwingen. Die werd in 1996 vervangen door SFOR, die op zijn beurt in 2004 werd vervangen door de Europese operatie EUFOR Althea.

Inhoud[bewerken]

Waarnemingen[bewerken]

Alle partijen werden nog eens herinnerd aan het status of forces-akkoord waarnaar in het vredesakkoord verwezen werd, en hun verplichting om het na te leven. Aan de uitvoering van dat vredesakkoord werd nog steeds gewerkt. Zo had Bosnië en Herzegovina zijn strategie voor de terugkeer van vluchtelingen — cruciaal voor blijvende vrede — herzien. De veiligheidssituatie in dat land bleef nu al jaren rustig en stabiel en het land moest de richting van een modern democratisch Europees land uitgaan.

Handelingen[bewerken]

De lidstaten werden geautoriseerd om de Europese EUFOR ALTHEA-missie in Bosnië en Herzegovina nog eens twaalf maanden voort te zetten. De NAVO behield eveneens haar hoofdkwartier ter plaatse ter ondersteuning. Diezelfde lidstaten kregen verder toestemming om alle nodige maatregelen te treffen om het vredesakkoord af te dwingen, zichzelf te verdedigen tegen aanvallen of de dreiging daartoe en het luchtruim van Bosnië en Herzegovina te controleren.

Verwante resoluties[bewerken]