Steur (vis)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Steur (dier))
Ga naar: navigatie, zoeken
Steur
IUCN-status: Kritiek[1] (1996)
Stör Sturgeon.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Actinopterygii (Straalvinnigen)
Orde: Acipenseriformes (Steurachtigen)
Familie: Acipenseridae (Steuren)
Geslacht: Acipenser
Soort
Acipenser sturio
Linnaeus, 1758
Acipenser sturio.jpg
Afbeeldingen Steur op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Steur op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vissen

De steur (Acipenser sturio) is een anadrome straalvinnige vis die een lengte van 6 meter en een gewicht van 400 kg kan bereiken. Steuren worden gemiddeld ongeveer 50 jaar oud, maar kunnen tot 100 jaar leven. Mannetjes worden geslachtsrijp na 7 tot 15 jaar en vrouwtjes van 8 tot 20 jaar. De volwassen steur komt vooral voor in ondiepe kustwateren en trekt voor de voortplanting de rivieren op.

Herkenning[bewerken]

De vier voeldraden van de Oost-Atlantische steur zijn rond, zonder veel bijzonderheden. Ze reiken platgelegd net niet tot de mondspleet. De onderstandige mondspleet neemt twee derde van de snuitbreedte in beslag. De onderlip is gedeeld. De Oost-Atlantische steur heeft 24 tot 40 laterale, 9 tot 16 ventrale en 9 tot 14 dorsale huidplaten. De rugzijde is grijs tot bruin, de buikzijde is lichtgekleurd.

In de Benelux worden regelmatig exemplaren van de volgende steuren gevangen:

  • Acipenser ruthenus - Sterlet - 56-71 beenplaten op de flank [max. 120 cm lang]
  • Acipenser gueldenstadti - Diamantsteur - Bekdraden dichter bij de snuit dan bij de bek [max. 500–600 cm]
  • Acipenser baerii - Siberische steur - Het lichaam en de vinnen zijn eenkleurig donkerbruin. [max. 250 cm, 200 kg]
  • Acipenser stellatus - Spitssnuitsteur - wat onregelmatige beenplaatjes tussen de rijen, donkergrijs met witte buik [max. 250 cm, 80 kg]

Dit zijn soorten die in tuincentra te koop worden aangeboden voor vijvers en aquaria. Na enige tijd worden de grote vissen dan weer in het open water losgelaten.

Verspreiding[bewerken]

Oorspronkelijk kwam de Europese steur in alle grote rivieren van Europa voor. Momenteel zijn er enkel nog populaties te vinden in het Gironde-Garonne-Dordogne-bekken in Frankrijk en in het Rionibekken in Georgië. De populatie uit de Gironde wordt geschat op enkele duizenden dieren, de grootte van de populatie in de Rioni is onbekend. Volwassen dieren kunnen op zee over een groter gebied voorkomen: individuen van de Girondepopulatie worden teruggevonden in Golf van Biskaje en de Noordzee [2]

Steur in Nederland en België[bewerken]

In mei 2012 is de Atlantische steur geherintroduceerd in Nederland (zie het kopje herintroductie voor meer informatie). Vroeger kwam de steur ook in België voor. In 1953 is de laatste Nederlandse steur in de Waal bij Tiel gevangen. De van een zender voorziene jonge steuren zwommen via de Nieuwe Waterweg naar zee. Deze route is voor de vissen gevaarlijk en ongunstig. Wanneer de vissen over 10 of 12 jaar terugkomen biedt de Nieuwe Waterweg onvoldoende voedsel en onvoldoende gelegenheid om te acclimatiseren van zout naar zoet water. Volgens de onderzoekers een reden om de Haringvlietdam die voor steuren en andere vissen een belangrijke route is naar de gastvrijere Zeeuwse wateren op een kier te houden[3].

In het verleden werden steuren in Nederland onder andere in het voorjaar en zomer gevangen in de IJsselmond, het Hollands Diep, het Haringvliet en de Biesbosch. De inwoners van Kampen werden vroeger 'steurkoppen' genoemd. Rond 1900 waren er in Nederland nog zo'n 3000 steuren in de rivieren. In augustus 2012 is er een steur van 105 cm gevangen in het Noord-hollandse Andijk.[4].

In België werd de steur teruggevonden in het Maas- en Scheldebekken. In het Scheldebekken werd steur waargenomen in Gent, Lokeren en ergens op de Hene [5]. In de Maas kwam de steur tot bij Luik voor [6]

Voortplanting[bewerken]

De voortplanting vindt plaats van mei tot het einde van juni. Vrouwtjes worden geslachtsrijp op rond vijftienjarige leeftijd, mannetjes rond hun tiende jaar. Over het algemeen voeden ze zich niet tijdens hun trek op de rivier[2] en paaien ze in diepe kuilen in de grindbedding van de rivier.

Over de voortplanting van steuren bestaat nogal wat controverse, maar het is aannemelijk dat veel steuren in krekensystemen in de benedenloop van de rivier hebben gepaaid. Er werden echter ook steuren gezien die in de Rijn tot aan Bazel zwommen. Waarschijnlijk is er sprake geweest van subpopulaties met verschillende voortplantingsstrategieën, net zoals bij de zalm.

Vrouwelijke steuren kunnen tot 1,5 miljoen zwarte kleverige eieren afzetten (kaviaar). De jongen blijven na het uitkomen nog tot hooguit vier jaar in het zoete water. Ze doen er vrij lang over om zich aan het zoute water aan te passen en ze blijven tot vijfjarige leeftijd in het brakke water bij de riviermonding. Daarna zijn ze bestand tegen het zoutgehalte van de volle zee. Ook op zee blijven jonge en volwassen steuren op ondiep water vlakbij de kust.

Voedsel[bewerken]

Jonge dieren eten nog schaal- en schelpdieren, wanneer ze groter worden schakelen ze over op bodemvis.

Herintroductie[bewerken]

Woensdag 9 en donderdag 10 mei 2012 zijn de eerste Atlantische steuren uitgezet in respectievelijk Rotterdam en Nijmegen [7]. Ter ondersteuning van dit herintroductieproject is het domein steureninnederland.nl[8] in het leven geroepen.

Deze herintroductie kan succesvol zijn omdat de grootschalige riviervisserij verdwenen is, omdat het rivierbiotoop beter wordt en omdat onder andere het Haringvliet mogelijk een open verbinding naar zee krijgt. Een probleem is om geschikte jonge vis of eieren te vinden. Hiertoe worden technieken ingezet om de steur in gevangenschap op te kweken. Een doel is om zo duizenden jonge vissen uit te zetten in daartoe geschikte rivieren.

Er zal nog wel heel wat water door de Rijn moeten vloeien, willen de steuren daar weer een levensvatbare populatie krijgen, omdat ze een natuurlijke rivierdelta nodig hebben voor de voortplanting. De laatste steuren kwamen voor en plantten zich voort in de IJsseldelta bij Kampen en in de Biesbosch. Voor de vorming van de Biesbosch in 1642 werd de steur al zeldzaam, doordat het oorspronkelijke krekensysteem van de Nederlandse rivierdelta al was verdwenen door de bedijkingen. Na de Sint-Elisabethsvloed was er weer een geschikte biotoop ontstaan en werd de steur weer regelmatig gevangen.

Voor de aanwezigheid van steur zal dus voorlopig van kunstmatige voortplanting gebruikgemaakt moeten worden. Er is ook wel sprake van steuren die erg ver de bovenloop van de Rijn opzwommen om te paaien, maar ook dat zal door optrekproblemen (vistrappen zijn niet geschikt voor vissen zo groot als de steur) nog problematisch zijn en waarschijnlijk zijn de benedenstroomse paaiplaatsen de belangrijkste. De steuren van de Bovenrijn vormden waarschijnlijk een aparte subpopulatie.

Het project heeft eigenlijk alleen kans als de getijdeverschillen in de Biesbosch weer volledig terugkomen. Het ligt ook niet voor de hand dat de afsluitdijk weer afgebroken zal worden om weer een Zuiderzee terug te krijgen en daarmee een geschikte habitat voor de steur in de IJsseldelta. Daarnaast zijn de overlevingskansen in de Noordzee ook niet al te groot, door de intensieve visserij.

Momenteel wordt de steur geherintroduceerd in Frankrijk en Duitsland. In Frankrijk wordt de steur terug uitgezet in de Gironde-Garonne ter versterking van de huidige restpopulatie. Men is momenteel ook de mogelijkheden aan het onderzoeken voor een mogelijke herintroductie van steur in de Rhône [9][10]. In Frankrijk is een kweekprogramma voor steur opgestart in 1981. Volwassen migrerende individuen werden gevangen en men liet ze in gevangenschap paaien. Tussen 1981 en 2006 hebben vijf zulke pogingen plaatsgevonden, waarvan enkel de laatste, die van 1995, voor larven zorgde. Deze werden terug uitgezet in de Garonne. Begin jaren '90 probeert men een artificiële broedpopulatie in gevangenschap te houden. Deze bestaat uit vissen uit de artificiële reproductie en vissen uit het wild gevangen. In 2007 heeft er een eerste artificiële reproductie plaatsgevonden van deze dieren. In Duitsland heeft men ook een kweekpopulatie, waarvan de nakomeling worden heruitgezet in de rivieren die uitmonden in de Noordzee, zoals de Elbe, de Rijn en de Oste.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • D. Boddeke, 1974, Vissen en Vissen, Elsevier, ISBN 9010001644
  • B.J. Muus, 1968, Zoetwatervissengids, Elsevier, (Oorspronkelijke titel : Europas ferskvandfisk, vertaald uit het Zweeds door D. Boddeke)
  • R. Gerstmeier & T. Romig, 2000, Zoetwatervissen van Europa, Tirion, ISBN 9052103690
  • W.A.M. van Emmerik, 2004, Kennisdocument Atlantische steur Acipenser sturio (Linnaeus, 1758. Kennisdocument 02. Sportvisserij Nederland.
  1. (en) Steur op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. a b Lepage, M. & Rochard, E. (1995). Threatened fishes of the world: Acipenser sturio Linnaeus, 1758 (Acipenseridae). Environmental Biology of Fishes, 43(1): 28-28.
  3. NRC Handelsblad 10 -1-2013
  4. http://www.noordhollandsdagblad.nl/stadstreek/enkhuizen-westfriesland/article17326323.ece/Nibbixwouder-vangt-nog-grotere-steur
  5. Poll, M. (1947). Poissons marins. Faune de Belgique. Brussels: Le Patrimoine du Musée Royal d'Histoire Naturelle de Belgique/Musée Royal d'Histoire Naturelle de Belgique.
  6. de Selys-Longchamps, E. (1842). Classe IV, Poissons d’eau douce. In: Faune belge, 1. Indication méthodique des mammifères, oiseaux, reptiles et poissons observés jusqu’ici en Belgique (pp. 183-245). Liège. Dessain.
  7. De Atlantische steur als kroon op het werk aan levende rivieren
  8. www.steureninnederland.nl
  9. Pagès, M., Desse-Berset, N., Tougard, C., Brosse, L., Hänni, C. & Berrebi, P. (2009). Historical presence of the sturgeon Acipenser sturio in the Rhône basin deterimend by the analysis of ancient DNA cytochrome b sequences. Conserv Genet 10: 217-224.
  10. Brosse, L., Berrebi, P., Desse-Berset, N. & Lepage, M. (2009). Sturgeon Recovery Plan in the Rhône River (France): Preliminary Results on Species Determination and Habitat Suitability. Biology, Conservation and Sustainable Development of Sturgeons. Fish & Fisheries Series 29(III): 403-421.