Een altaar (van het Latijn altus = hoog) is een tafel uit hout of steen waar rituele handelingen worden verricht, zoals het brengen van offers aan geesten en goden resp. aan God. Outaar en outer zijn synoniemen voor altaar.
In de Katholieke Kerk vindt men altaren in het koorgedeelte vanwaar de priester de H. Mis aan God opdraagt. Het hoofdaltaar is het hoogaltaar. Het altaar staat op een predella en is vooraan voorzien van een antependium. Op het altaar wordt een altaardwaal (mappa) gelegd.
In de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs (1 Kor. 11, 26) staat: Zo dikwijls gij dit brood eet en de kelk drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij wederkomt. En elders spreekt hij van het christelijke altaar waarvan zij die de [Joodse] tabernakel dienen, niet mogen eten en van de tafel des Heren, waarmee ook op een altaar gewezen wordt (zie Maleachi, 1).
[bewerken] Soorten altaren
- Een meisje naar het altaar (of ten altare) geleiden (of voeren) = huwen
- Offeren op het altaar des vaderlands = gewillig voor het vaderland ten offer brengen
Een achterstuk of achtertafel van een altaar, meestal gebeeldhouwd of beschilderd, noemt men een retabel.
[bewerken] Noordse religies van Europa
In de periode voor de kerstening, en ook nog een tijd daarna, was in de religie van de Kelten en Germanen een altaar in gebruik dat hörgr werd genoemd. Het was meestal met een boomheiligdom of nemeton verbonden, maar kon ook alleen ergens voor een bepaalde gelegenheid op een hoogte worden opgetrokken. Ook priesteressen konden de dienst voltrekken (veleta of völva).
[bewerken] Oosterse religies
Altaars komen voor in bijna alle religies. In Chinese tempels zijn vaak altaren aangebracht voor de goden en persoonlijkheden (zoals Confucius) die worden aanbeden.
| Altaren |
|
|
Altaar gewijd aan de goden van de Marrons
|
|
|
|
Vietnamees altaar voor voorouders
|
|
|
|
Altaar voor de Goden in Noord-Vietnam
|
|