Arabische literatuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Koran: het meest invloedrijke werk in de Arabische literatuur.

Onder Arabische literatuur kan literatuur in het Arabisch worden verstaan, of in bredere zin literaire werken geschreven door Arabische schrijvers in om het even welke taal, bijvoorbeeld als deze schrijvers in ballingschap leefden.

De eerste Arabische literatuur verscheen in de 5e eeuw na Christus. De geschiedenis ervan kan in 5 perioden worden onderverdeeld:

Pre-islamitische periode[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Jahiliyya

Uit de tijd van het pre-islamitische Arabië is weinig literair werk bewaard gebleven. Pas aan het eind van de 8e eeuw begon men de overgeleverde literatuur schriftelijk vast te leggen, terwijl er inmiddels 300 jaar sprake was van orale traditie.

Poëzie[bewerken]

De oudste bewaard gebleven Arabische gedichten zijn in de Qasida, een dichtvorm met meerdere thema's evenals een gelijk blijvend metrum en eindrijm. De belangrijkste genres waren liefdesgedichten, treurdichten (veelal geschreven door vrouwen schreven over hun in de strijd omgekomen familieleden), lofdichten ( bijv. op wapens of rijdieren) en gedichten waarin de spot werd gedreven met vijandelijke stammen (bijv met de bedoeïenen).

Bekende dichters uit deze periode zijn Imru' al-Qais (? - ca. 540), Antara Ibn Shaddad al-'Absi (? - ca. 615), Tarafa (? - 569) en An Nabigha (? - 684).

Koran[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Geschiedenis van de islam

De Koran is een van de oudste bekende prozawerken uit de geschiedenis van de Arabische literatuur en het eerste werk met een aanzienlijke omvang. De vorm waarin het is geschreven komt het dichtst bij Saj ofwel rijmend proza. Het boek had veel invloed op de taal van destijds, het klassiek Arabisch. Omdat de tekst van de Koran door moslims wordt gezien als een openbaring, geldt deze tekst als stilistisch niet-imiteerbaar, de zogeheten i'jaz-doctrine. Naast de Koran waren ook de Hadith - de overgeleverde woorden en daden van de profeet Mohammed - en de Tafsir - samen met de preken en brieven van Ali ibn Aboe Talib in de 10e eeuw gebundeld in de Nahj al-Balagha - vanaf dan erg belangrijk.

Door het verschijnen van de eerste islamitische teksten, die de Arabische literatuur vanaf dan sterk zouden gaan domineren, raakten de pre-islamitische Arabische dichters vermoedelijk enigszins op de achtergrond. Met uitzondering van Hassan ibn Thabit waren er in Arabië tot in de 8e eeuw geen dichters van naam.


Bronnen, noten en/of referenties