Aribert Heim
Aribert Heim alias Dr. Tod en Tarek Hussein Farid (Bad Radkersburg, 28 juni 1914 - Caïro, 10 augustus 1992[1]) was een Oostenrijks nazi-arts en oorlogsmisdadiger.
Inhoud |
[bewerken] Rol in de Tweede Wereldoorlog
In het voorjaar van 1940 werd hij lid van de Waffen-SS en in oktober 1941 werd hij naar concentratiekamp Mauthausen gestuurd, waar hij gruwelijke medische experimenten uitvoerde op gevangenen en later ging werken in een veldhospitaal in Wenen. Hij kreeg voor zijn rol in de Tweede Wereldoorlog de bijnaam Doktor Tod (Dr. Death) en Mini Mengele.[2]
Onder Heim groeide het Mauthausen-kamp uit tot een centrum voor medische experimenten. Omdat hij en zijn collega-wetenschappers aan een programma werkten om een verdovende pijnstiller te fabriceren, wilde hij de diepere dynamiek van het pijngevoel, en het uithoudingsvermogen van het organisme doorgronden. Mensen waren voor hem hierbij slechts proefkonijnen. Heim liet zijn slachtoffers op een operatietafel vastbinden, stelde hen met perverse zin voor wellevendheid op hun gemak, en begon met zijn 'wetenschappelijke experimenten', een Zeiss-Chronometer in de hand om vast te stellen hoe lang het proefobject erover deed om te sterven, en hoe spastisch en luidkeels diens doodsstrijd verliep. Drie Spanjaarden kregen bijvoorbeeld het carcinogene benzeen in het hart of de longen geïnjecteerd. Bij anderen werden zonder narcose de appendix of ledematen geamputeerd.
Het gruwelijkste verhaal is dat van twee Joodse mannen, 18 en 20 jaar oud. Heim beloofde hen vrijheid in ruil voor een kleine, onschuldige ingreep. Ze werden echter door Heim verdoofd en vervolgens met een operatiemes opengesneden en ontleed. Nadat beide slachtoffers ontleed waren, werd hun hoofd afgesneden en de overige delen van de lichamen werden verbrand.[3] Eén van deze Joodse hoofden kwam als presse-papier op zijn bureau te staan. Het andere schonk hij als trofee aan een bevriende nazi. Ook liet hij lampenkappen vervaardigen van de geprepareerde huid van zijn slachtoffers.[2]
[bewerken] Na de Tweede Wereldoorlog
Op 15 maart 1945 werd hij gevangengenomen door Amerikaanse soldaten. Hij werd om vreemde redenen (die mogelijk verband houden met de intussen bekende pogingen van Amerikanen en Sovjets om naziwetenschappers in dienst te nemen) vrijgelaten en werkte na de oorlog als gynaecoloog in het chique kuuroord Baden-Baden, totdat hij verdween in 1962. Dat was de tijd van Eichmann in Jeruzalem, van Hannah Arendts verslagen in de NY Times, en van het ontwakende besef dat veel nazi's zich ongestoord onder het volk bevonden.
Zijn familie had iedereen voorgelogen dat Heim was overleden in Zuid-Amerika aan kanker; er werd echter nog steeds geld overgemaakt onder zijn naam. In 2000 ontdekte het Simon Wiesenthal Centrum een geheime bankrekening van hem in Berlijn.
Er werd een internationaal opsporingsbevel uitgevaardigd en Heim werd op de lijst gezet van het project Operation Last Chance, een operatie van het Simon Wiesenthalcentrum.
In november 2005 werd verklaard dat hij was gezien in Palafrugell in Spanje, maar later weer zou zijn verdwenen. Op 13 juli 2007 werd bekend dat Oostenrijk hem nog steeds hoopte op te sporen als voortvluchtige oorlogsmisdadiger tegen een beloning van 50.000 euro. Dit gold ook voor Alois Brunner.
Volgens het in oktober 2007 verschenen boek "Ni oubli, Ni pardon" (Vergeten, noch vergeven) van de Israëlische ex-commando Danny Baz zou Aribert Heim door de groep nazi-jagers La Chouette (De uil), waar hij deel van zegt te hebben uitgemaakt, om het leven zijn gebracht op het eiland Santa Catalina voor de Californische kust in 1982. Dit na hem te hebben opgespoord in Canada en vervolgens te hebben ontvoerd. De groep werd gefinancierd door een slachtoffer van Heim, die na de oorlog zijn opgebouwde vermogen inzette om wraak te nemen. La Chouette zou ook leden van een Duits executiepeloton, dat op de Balkan Joodse Europeanen vermoordde, en enkele Hongaarse nazicollaborators hebben vermoord. De groep zou de moord op Heim geheim hebben gehouden. Ook de familie van Heim zweeg, onder meer om zijn pensioen en andere inkomsten op te strijken, aldus Baz in zijn autobiografie.
Nazi-jager Efraim Zuroff, boegbeeld van de Wiesenthalstichting, verklaarde echter dat dit boek bestond uit leugens en dat Heim nog steeds in leven zou zijn: zo zou hij in 1986 nog een brief aan zijn familie hebben geschreven.
Ook in Spanje werd Heim tot enkele jaren geleden vermoed. Verwanten zouden tot 2003 hem nog geld hebben kunnen overmaken. Tevens doken regelmatig getuigenissen op van mensen die hem daar meenden te hebben gezien, herkenbaar aan het V-achtige litteken aan de rechterkant van zijn mond. Heim was ruim 1.89 meter lang.[2]
Op 30 juni 2008 uitte het hoofd van het Simon Wiesenthal Centrum de beschuldiging dat een rechter in het Duitse Baden-Baden de zoektocht naar Aribert Heim blokkeerde.[4] In juli 2008 maakte het Simon Wiesenthal Centrum het vermoeden bekend dat Aribert Heim mogelijk in Chili zou verblijven.[5] De 62-jarige dochter Waltraud Boser van Heim woont in Puerto Montt in Chili.[2]
[bewerken] Overlijden
Op 4 februari 2009 publiceerden de New York Times[6] en de Duitse publieke televisieomroep ZDF[7] de conclusies van een gemeenschappelijke recherche. De berichten meldden dat Aribert Heim reeds 1992 in Caïro aan darmkanker overleden zou zijn. Hij zou aldaar op een armenbegraafplaats zijn bijgezet, nadat de Egyptische autoriteiten erachter waren gekomen, dat zijn zoon Heims lichaam aan de wetenschap ter beschikking wilde stellen. Daar Heim zich reeds in de jaren 80 tot de islam zou hebben bekeerd (onder de schuilnaam Tarek Hussein Farid), zou dit echter verboden zijn; vermoedelijk werd zijn lichaam in een massagraf begraven. Voordat hij zich bekeerde, gebruikte hij in het dagelijks leven zijn tweede voornaam Ferdinand. Het Simon Wiesenthal-centrum wenste een nader onderzoek met bij voorkeur DNA-bewijs; het zou niet de eerste keer zijn dat een oorlogsmisdadiger zijn eigen dood zou veinzen.
[bewerken] Externe links
Referenties
|