Arsinoitherium

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Arsinoitherium
Fossiel voorkomen: Lutetien-Chattien
(~ 47 - 27 Ma)
Arsinoitherium zitteli
Arsinoitherium zitteli
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Superorde: Afrotheria
Orde: Embrithopoda
Familie: Arsinoitheriidae
Genus
Arsinoitherium
Beadnell, 1902
Arsinoitherium scale NSF.jpg
Arsinoitherium zitteli skull side.JPG
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

Arsinoitherium is de bekendste vertegenwoordiger van de orde Embrithopoda, een groep van primitieve neushoornachtige zoogdieren uit de Afrotheria. Het genus Arsinoitherium omvat drie soorten, A. zitteli, A. andrewsii en A. giganteum. Hiervan is A. zitteli de bekendste soort.

Fossiele vondsten[bewerken]

Arsinoitherium verscheen in het Lutetien met fossiel materiaal wat niet tot soortniveau te classificeren is uit Djebel Chambi in Tunesië.[1]

Fossiele resten van Arsinoitherium zitteli zijn gevonden in Egypte, Libië, Angola, Ethiopië, Kenia, Namibië en Oman en stammen uit het Laat-Eoceen en Vroeg-Oligoceen. Het bekendst zijn de vondsten uit het Egyptische Fajoem en aan deze locatie dankt Arsinoitherium zijn naam: Arsinoe was een Egyptische koningin uit het geslacht der Ptolemaeën wiens paleis nabij Fajoem lag.

Leefmilieu[bewerken]

Arsinoitherium leefde in de mangrove- en rivierbossen. Dit zwaargebouwde dier was 3,5 meter lang, 1,8 m hoog aan de schouder en ongeveer 2,5 ton zwaar. Arsinoitherium had twee grote, kegelvormige hoorns op de kop, die tegenstelling tot de hoorns van neushoorns uit been bestonden in plaats van keratine. Achter de grote hoorns bevonden zich nog twee kleinere beenknobbels. Aangezien er sporen van bloedvaten in de hoorns zichtbaar zijn, waren ze waarschijnlijk met huid bedekt. De hoorns waren hol en werden vermoedelijk gebruikt als klankkast om harde geluiden mee te maken in de paartijd. Daarnaast hadden de twee grote hoorns waarschijnlijk een rol bij de afweer tegen roofdieren zoals hyaenodonten en bij duels tussen rivaliserende mannetjes. Andere opvallende kenmerken naast de hoorns waren de korte poten met ieder vijf tenen en de kleine ogen. Arsinoitherium voedde zich met voornamelijk met bladeren en vruchten en was een grootste deel van de dag bezig met het zoeken naar en het verorberen van voedsel. Dit dier had 44 tanden, waaronder een groot aantal hoogkronige kiezen voor het vermalen van taaie planten en twee grote, puntige snijtanden. Arsinoitherium leefde misschien in kleine groepjes en bracht het grootste deel van de tijd door in het water, wat de nijlpaardachtige lichaamsbouw verklaard. De stand van de poten wijzen op een betere aanpassing voor zwemmen en waden in ondiep water dan voor lopen op het land. Gefossileerde voetsporen uit Egypte bevestigen het waggelende lopen van Arsinoitherium. Door zijn grootte had een volwassen Arsinoitherium geen gevaar te vrezen, maar hun jongen konden worden gegrepen door roofdieren. [2][3][4]

In 2004 werd de soort Arsinoitherium giganteum uit Ethiopië beschreven. Deze soort leefde in het Laat-Oligoceen, circa 27 miljoen jaar geleden. A. giganteus was zoals de naam al aangeeft met een schouderhoogte van ongeveer twee meter de grootste soort van het genus Arsinoitherium. A. giganteum leefde samen met diverse olifanten zoals Phiomia major en Chilgatherium harrisi. [5]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Discovery of an embrithopod mammal (Arsinoitherium?) in the Late Eocene of Tunisia. N Vialle et al. Journal of African Earth Sciences (2013).
  2. (en) BBC's Seamonsters - factfile Arsinoitherium
  3. De geïllustreerde encyclopedie van dinosauriërs en prehistorische dieren. D Palmer & B Cox (2000): p. 237.
  4. Complete Guide to Prehistoric Life. T Haines & P Chambers (2005): p. 164.
  5. (en) New large-bodied mammals from the late Oligocene site of Chilga, Ethiopia. WJ Sanders, J Kappelman, DT Rasmussen. Acta Palaeontologica Polonica (2004)