Bombardement op Dresden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dresden na de luchtaanval

Het geallieerde bombardement op Dresden vond plaats in de nacht van 13 februari en op 14 februari 1945. De Duitse stad Dresden, de beroemde barokstad en oude hoofdstad van het Keurvorstendom Saksen, was tot dan slechts enkele keren licht getroffen door de Amerikaanse luchtmacht, maar dit waren enkel secundaire acties. Veel Duitsers gingen ervan uit dat het unieke historische centrum van Dresden niet aangevallen zou worden en vluchtten er dus heen; velen van hen waren afkomstig uit het oosten van Duitsland dat in die periode door de Sovjet-Unie werd veroverd.

Inhoud

Achtergrond [bewerken]

Sir Arthur Harris

Begin 1945 maakten de geallieerden zich op voor het eindoffensief tegen Duitsland. Onderdeel daarvan was het uitvoeren van zogenaamde tapijtbombardementen op steden met als strategisch doel zo veel mogelijk schade en slachtoffers te veroorzaken en zo het Duitse moreel te breken. Daarbij kwam nog het indirecte effect dat de Luftwaffe zich steeds meer moest beperken tot luchtverdediging van Duits grondgebied en steeds minder van zijn capaciteit kon inzetten ter ondersteuning van de eigen grondtroepen. Zo werd eind 1942 nog 40% van de Luftwaffe gebruikt ter ondersteuning van de Wehrmacht aan het oostfront; eind 1943 werd nog hooguit 20% daarvoor ingezet. Naast deze globale doelen was het bombardement van Dresden meer specifiek bedoeld het belangrijke spoorwegknooppunt in Dresden te treffen en zo de Duitse aanvoer naar het oostfront af te snijden. Hiermee kwamen de geallieerden eindelijk tegemoet aan de al veel eerder in de oorlog door de Russen gevraagde directe militaire steun aan hun operaties.

Tot zover de officiële doelen. Volgens sommige bronnen zou aan geallieerde zijde het echte doel van het bombardement zijn geweest te laten zien waartoe de geallieerden zo nodig in staat waren, als waarschuwing aan de steeds dichterbij komende Russen.

Het brein achter operatie Thunderclap (donderslag) was de Engelse luchtmaarschalk Arthur Harris die in Dresden hetzelfde wilde bereiken als eerder in Hamburg (1943): een vuurstorm. Het principe hiervan is om éérst een groot aantal brandhaarden te veroorzaken, dicht bij elkaar. Die oplaaiende brand stuwt hete rookgassen omhoog en zuigt daardoor lucht uit de omgeving aan, wat wind veroorzaakt; hoe meer vuur, des te meer wind die tot een storm aanwakkert. In Dresden waren alle voorwaarden voor een vuurstorm aanwezig: een oude, deels van hout gebouwde binnenstad, bestaande uit kwetsbare historische panden en nog maar nauwelijks gebombardeerd.

Het bombardement [bewerken]

RAF Avro Lancaster onderweg naar Dresden

Het bombardement werd in drie aanvalsgolven uitgevoerd door in totaal bijna 1500 vliegtuigen die brisantbommen en brandbommen afwierpen. Het gebruik van brandbommen in het geval van Dresden was niet uniek. De RAF gebruikte deze vaak bij haar strategische bombardementen, die vrijwel steeds 's nachts werden uitgevoerd. De bewust veroorzaakte branden dienden naast hun verwoestende werking ook als baken om de grote aantallen bommenwerpers naar hun doel te leiden.

De eerste aanvalsgolf kwam op 13 februari van 22.00 uur tot 22.15 uur, uitgevoerd door 244 Lancaster- bommenwerpers van de Britse Royal Air Force. Eerst werden magnesiumtoortsen aan parachutes gedropt om het terrein te verlichten. Dan dropten De Havilland Mosquitos van de RAF-groep nr. 8 (Pathfinder) rode markeurs op de doelen, door de Duitsers "kerstbomen" genoemd. Ze gebruikten daarbij hun H2S (radar). Dan volgenden luchtmijnen die boven de grond ontploften om de daken met een schokgolf te verwoesten. Dan volgden de brandbommen en brisantbommen. De tweede en hevigste golf volgde kort daarop, van 01.22 tot 01.54 uur, inmiddels op 14 februari, door 529 Lancasters die meer dan 2600 ton bommen afwierpen (1477,7 ton brisantbommen en 1181,6 ton brandbommen). De Britten losten antiradarsneeuw om de radar van de Duitse luchtafweer te verblinden. Hierna volgde nog een derde golf op 14 februari, van 12.15 tot 12.25 uur, uitgevoerd door de Amerikaanse luchtmacht (USAAF, United States Army Air Force ) met 316 B-17-bommenwerpers, ook wel Vliegende Forten genoemd. Hun bommen troffen de reeds bestaande puinhopen en richtten niet veel nieuwe schade aan, maar maakten wel slachtoffers.

De schattingen van het aantal slachtoffers lopen nogal uiteen, maar het meest aannemelijk[1] is het getal van 25.000 doden en 30.000 gewonden. Deze hoge aantallen zijn mede veroorzaakt doordat er op dat moment veel vluchtelingen in de stad waren, die bovendien ook na de eerste aanvallen geen kans zagen weg te komen doordat de treinsporen waren getroffen.

Om een indruk te geven van de hevigheid van het bombardement: het centrum van Berlijn was na honderden bombardementen voor bijna 100% verwoest, in Dresden was dat 70% na slechts één bombardement.

Evaluatie [bewerken]

Een stalen mast naast de spoorlijn
Een stapel lijken wacht op crematie

Bombardementen als op Rotterdam, Coventry, Hamburg en Dresden zijn tot op de dag van vandaag zeer omstreden: was het oorlogsvoering volgens de conventies van Genève, of waren het oorlogsmisdaden? Het uitvoeren van tapijtbombardementen als zodanig wordt om te beginnen in brede kring gezien als oorlogsmisdaad[bron?]. De officiële mening van de naoorlogse DDR-regering was dat het bombardement onnodig was en alleen bedoeld om de schade aan de Sovjet-bezettingszone van Duitsland te maximaliseren. In rechts-extremistische kring is zelfs het begrip 'Bomben-Holocaust' uitgevonden om dit bombardement te typeren, waarmee tegelijk de genocide-misdaden van de Holocaust worden gerelativeerd.

Het idee om tapijtbombardementen uit te voeren was overigens al veel eerder ontstaan, eind 1941, toen bleek dat de RAF met haar nachtelijke precisiebombardementen op fabrieken (met name in het Ruhrgebied) onvoldoende succes had. Het Britse Ministerie van Oorlog besloot toen zijn tactiek aan te passen en tapijt- in plaats van precisiebombardementen uit te gaan voeren. Arthur Harris zou overigens niet gezien moeten worden als de geestelijke vader van dit idee; uit officiële documenten blijkt dat de beslissing om over te gaan op tapijtbombardementen genomen is voor zijn aanstelling als commandant van het 'Bombercommand'. De aanval op Dresden vond wel plaats onder zijn bevel.

Op 28 maart 1945 liet Winston Churchill aan de Royal Air Force weten niet veel heil meer te zien in nog meer terreurbombardementen op Duitse steden. Voor Dresden was het toen al te laat.

Literatuur [bewerken]

  • Jörg Friedrich: "De Brand, de geallieerde bombardementen op Duitsland, 1940-1945", Mets en Schilt, 2004, 606 p.
  • Sir Arthur Harris: "Bomber Offensive", pen & sword militairy classics, 1947, 280 p.
  • "Het stenen bruidsbed" ; Harry Mulisch. 179 p.
  • "Slaughterhouse Five"; Kurt Vonnegut. 224 p.

Externe link [bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties