Bombardement op Dresden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fotochroom van Dresden in de jaren '90 van de 19e eeuw, voordat de vernietiging tijdens de Tweede Wereldoorlog plaatsvond. Te zien zijn onder meer Frauenkirche, Augustusbrug en Katholische Hofkirche.
Het centrum van Dresden na de luchtaanval

Het grote geallieerde bombardement op Dresden vond plaats in de nacht van 13 op 14 februari 1945, waarna er de volgende ochtend nog een derde luchtaanval volgde. De Duitse stad Dresden, de beroemde barokstad en oude hoofdstad van het Keurvorstendom Saksen, was tot dan slechts enkele keren licht getroffen door de Amerikaanse luchtmacht, maar dit waren enkel secundaire acties. Bij deze aanvallen werd echter het grootste deel van de historische binnenstad verwoest. Ook werd de militaire en industriële infrastructuur geheel lamgelegd.

Het aantal burgerslachtoffers bij deze aanvallen bedraagt volgens sommige schattingen ca. 25.000. Veel Duitsers waren ervan uitgegaan dat het unieke historische centrum van Dresden toch niet aangevallen zou worden en vluchtten er dus heen; velen van hen waren afkomstig uit het oosten van Duitsland, dat in dezelfde periode door de Sovjet-Unie werd veroverd.

Tot op heden is er discussie over de vraag of de geallieerde tapijtbombardementen zoals die op Dresden zijn uitgevoerd al dan niet als oorlogsmisdaad kunnen worden beschouwd.

Achtergrond[bewerken]

Sir Arthur Harris

Begin 1945 maakten de geallieerden zich op voor het eindoffensief tegen nazi-Duitsland. Onderdeel daarvan was het uitvoeren van zogenaamde tapijtbombardementen op steden, met als strategisch doel zo veel mogelijk schade en slachtoffers te veroorzaken en zo het Duitse moreel te breken. Daarbij kwam nog het indirecte effect dat de Luftwaffe zich steeds meer moest beperken tot luchtverdediging van Duits grondgebied en steeds minder van zijn capaciteit kon inzetten ter ondersteuning van de eigen grondtroepen. Zo werd eind 1942 nog 40% van de Luftwaffe gebruikt ter ondersteuning van de Wehrmacht aan het oostfront; eind 1943 werd nog hooguit 20% daarvoor ingezet. Naast deze globale doelen was het bombardement van Dresden meer specifiek bedoeld het belangrijke spoorwegknooppunt in Dresden te treffen en zo de Duitse aanvoer naar het oostfront af te snijden. Hiermee kwamen de geallieerden eindelijk tegemoet aan de al veel eerder in de oorlog door de Russen gevraagde directe militaire steun aan hun operaties.

Dit waren de officiële doelen. Volgens sommige bronnen zou aan geallieerde zijde het echte doel van het bombardement zijn geweest te laten zien waartoe de geallieerden zo nodig in staat waren, als waarschuwing aan de steeds dichterbij komende Russen.

Het brein achter operatie Thunderclap (donderslag) was de Engelse luchtmaarschalk Arthur Harris, die in Dresden hetzelfde wilde bereiken als eerder in Hamburg (1943): een vuurstorm. Het principe hiervan is om éérst een groot aantal brandhaarden te veroorzaken, dicht bij elkaar. Die oplaaiende brand stuwt hete rookgassen omhoog en zuigt daardoor lucht uit de omgeving aan, wat wind veroorzaakt; hoe meer vuur, des te meer wind die tot een storm aanwakkert.

In Dresden zelf waren alle voorwaarden voor een vuurstorm aanwezig: een oude, deels van hout gebouwde binnenstad, bestaande uit kwetsbare historische panden en nog maar nauwelijks gebombardeerd.

De bombardementen[bewerken]

RAF Avro Lancaster bommenwerpers

Eerste aanvallen: najaar 1944- januari 1945[bewerken]

Op 24 augustus 1944 waren er voor het eerst geallieerde luchtaanvallen op gedeelten van Dresden die belangrijk waren voor de industrie, zoals de wijk Gittersee en het stadsdeel Coschütz, waarbij in totaal ruim 200 slachtoffers vielen.

Op 7 oktober was er een eerste aanval met B-17's van de USAAF op het gedeelte van de binnenstad rondom station Friedrichstad en het industriegebied ten noorden hiervan, waar zich een voor de wapenproductie gebruikte fabriek van Seidel & Naumann bevond. Ook de haven aan de Elbe werd getroffen. In totaal vielen bij deze aanval 270 doden.

Op 16 januari 1945 bombardeerde de USAAF station Friedrichstadt nogmaals met 133 vliegtuigen, 279,8 ton brisantbommen en 41,6 ton brandbommen. Hierbij werden ook de stadsdelen Cotta, Löbtau en Leutewitz getroffen. In totaal vielen er ruim 330 doden.

Februari 1945[bewerken]

Een stalen mast naast de spoorlijn
Een stapel lijken op de Altmarkt wacht op crematie
Puinruimen na het bombardement

Het bombardement van 13-14 februari 1945 werd in drie aanvalsgolven uitgevoerd, door in totaal bijna 1500 vliegtuigen die brisantbommen en brandbommen afwierpen. Het gebruik van brandbommen was niet uniek voor de aanval op Dresden. De RAF gebruikte deze vaak bij haar strategische bombardementen, die vrijwel steeds 's nachts werden uitgevoerd. De bewust veroorzaakte branden dienden naast hun verwoestende werking ook als baken om de grote aantallen bommenwerpers naar hun doel te leiden.

De eerste aanvalsgolf kwam in de avond van 13 februari en werd uitgevoerd door 244 Avro Lancaster-bommenwerpers van de Britse Royal Air Force. In Dresden was om 21:45 het Fliegeralarm afgegaan, waarna veel mensen dekking zochten in hun kelders of schuilkelders. Eerst werden door de Avro Lancasters magnesiumtoortsen (door de Duitsers "kerstbomen" genoemd) aan parachutes gedropt om het terrein goed te verlichten. Vervolgens dropten De Havilland Mosquitos van de RAF-groep nr. 8 rode markeerders op het goed zichtbare Heinz-Steyer-Stadion. Ze gebruikten daarbij hun H2S. Daarna volgde het echte bombardement, dat van 22:15 tot 22:28 duurde. Eerst vielen er 529 luchtmijnen die vlak boven de grond ontploften en de daken met een schokgolf verwoestten, daarna werden er 1800 brand- en brisantbommen met een gewicht van in totaal 900 ton afgeworpen. Hierdoor stond binnen een kwartier drie vierde van de oude stad in brand. De vlammen waren tot in de wijde omtrek zichtbaar.

De tweede en hevigste aanvalsgolf volgde kort daarop, van 01.22 tot 01.54 uur. Inmiddels was het 14 februari. Deze aanval werd uitgevoerd door 529 Britse Lancasters die in totaal meer dan 2600 ton bommen afwierpen (1477,7 ton ofwel 600.000 staafbrandbommen en 1181,6 ton brandbommen). Het getroffen gebied liep van Löbtau tot Blasewitz en van het nieuwe deel van de stad tot aan Zschertnitz. Ook enkele gebouwen van het Stadtkrankenhauses Johannstadt werden zwaar getroffen, evenals het diaconessenhuis, de Elbwiesen en de Großer Garten. Naar deze plekken waren juist veel mensen gevlucht na de eerste luchtaanval. De Britten losten bovendien antiradarsneeuw om de radar van de Duitse luchtafweer te verblinden. Als gevolg van deze tweede grote aanval konden de branden die door de eerste aanval waren veroorzaakt niet worden geblust en ontstond er in de stad een gigantische vuurstorm toen de verschillende grote branden samensmolten. Hele straten werden hierdoor volledig verwoest en de hitte die ontstond was zo intens dat glas en metaal smolten. Door de aanzuigkracht van de wervelende lucht konden veel mensen niet meer aan de vlammen ontsnappen, zij verbrandden of stikten. Degenen die zich in schuilkelders hadden kunnen verschansen stikten alsnog door de brandgassen.

Deze twee bombardementen bestreken in totaal een gebied van ongeveer 15 vierkante kilometer.

Hierna volgde er een derde aanval op 14 februari, van 12.15 tot 12.25 uur, opnieuw uitgevoerd door de USAAF, met 311 tot 316 B-17-bommenwerpers, ook wel Vliegende Forten genoemd, en tussen de 100 en 200 escortejagers. Hun bommen (800 springbommen (474,5 ton) en 136.800 staafbrandbommen) troffen vooral de reeds bestaande puinhopen naast enkele wapenbedrijven, het ziekenhuis, het station en het Reichsbahnausbesserungswerk in Friedrichstadt. Ze richtten in vergelijking met de eerdere aanvallen niet veel nieuwe materiële schade aan, maar maakten wel nog meer slachtoffers.

Op 15 februari volgde aan het eind van de ochtend een vierde aanval, waarbij de Amerikaanse B-17's nog eens 460 ton bommen afwierpen. Deze kwamen door het slechte zicht echter neer in het hele gebied van Meißen tot aan Pirna.

De Frauenkirche was na de eerste twee aanvallen in eerste instantie blijven staan, maar het gebouw was van binnen compleet uitgebrand en van buiten volkomen poreus geworden als gevolg van de alom heersende verzengende hitte. In de ochtend van 15 februari begaven de buitenmuren het en kwam de koepel omlaag.

De schattingen van het aantal slachtoffers lopen nogal uiteen, maar het meest aannemelijk is het getal van 25.000 doden en 30.000 gewonden.[1] Deze hoge aantallen zijn mede veroorzaakt doordat er op het moment van de bombardementen veel vluchtelingen in de stad waren, die bovendien na de eerste aanvallen geen kans hadden weg te komen doordat ook de treinsporen waren getroffen.

Om een indruk te geven van de hevigheid van het bombardement: het centrum van Berlijn was na honderden bombardementen voor bijna 100% verwoest, in Dresden was dat 70% na slechts één bombardement.

Nasleep[bewerken]

Ongeveer 1000 mensen die in de Annenkirche dekking hadden gezocht overleefden de luchtaanvallen. Ook slaagden sommige mensen er toch nog in de stad tijdig te ontvluchten of uit te wijken naar stadsdelen die minder zwaar werden getroffen, zoals Mockritz, Pieschen, Blasewitz en Löbtau.

Doordat ook het centrale gebouw van de Gestapo werd verwoest, kon de geplande deportatie van 198 Joden die nog in Dresden in het Judenhaus aanwezig waren niet doorgaan. Als gevolg van de bombardementen stierven er ongeveer 40 van hen. Zij die overleefden moesten de daaropvolgende dagen de stad zien te ontvluchten, omdat de Gestapo nog steeds naar hen op zoek was. Uiteindelijk hebben ongeveer 70 van deze joden zo kunnen ontsnappen aan de Holocaust. Enkele van deze overlevenden zijn later zeer beroemd geworden (Henny Brenner, Josef Skupa en Victor Klemperer).

De bombardementen van februari 1945 vernietigden veel van de cultuurhistorische momenten uit de laat-barokke tijd in Dresden, behalve de Frauenkirche ook de Semperoper, het Residenzschloss, de Sophienkirche en het Zwinger, evenals het Albert-Theater en het Palais der Sekundogenitur. De regering van de DDR heeft later besloten veel van de ruïnes definitief op te ruimen, maar sommige gebouwen zoals de Frauenkirche en de Semperoper zijn na de Duitse hereniging alsnog in hun oorspronkelijke vorm gerestaureerd.

Evaluatie[bewerken]

Bombardementen als die op Rotterdam, Coventry, Hamburg en Dresden zijn tot op de dag van vandaag zeer omstreden: was het oorlogsvoering volgens de conventies van Genève, of waren het oorlogsmisdaden? De officiële mening van de naoorlogse DDR-regering was dat het bombardement op Dresden onnodig was en alleen bedoeld om de schade aan de Sovjet-bezettingszone van Duitsland te maximaliseren. In rechts-extremistische kring is zelfs het begrip 'Bomben-Holocaust' uitgevonden om dit bombardement te typeren, waarmee tegelijk de genocide-misdaden van de Holocaust worden gerelativeerd.

Het idee om tapijtbombardementen uit te voeren was overigens al veel eerder ontstaan, eind 1941, toen bleek dat de RAF met haar nachtelijke precisiebombardementen op fabrieken (met name in het Ruhrgebied) onvoldoende succes had. Het Britse Ministerie van Oorlog besloot toen zijn tactiek aan te passen en tapijt- in plaats van precisiebombardementen uit te gaan voeren. Arthur Harris zou overigens niet gezien moeten worden als de geestelijke vader van dit idee; uit officiële documenten blijkt dat de beslissing om over te gaan op tapijtbombardementen genomen is voor zijn aanstelling als commandant van het 'Bombercommand'. De aanval op Dresden vond wel plaats onder zijn bevel.

Op 28 maart 1945 liet Winston Churchill aan de Royal Air Force weten niet veel heil meer te zien in nog meer terreurbombardementen op Duitse steden.

Literatuur en verfilmingen[bewerken]

Over de luchtaanvallen op Dresden van 13-14 februari 1945 zijn meerdere boeken geschreven en films gemaakt, zoals Slachthuis vijf door Kurt Vonnegut. De bekendste Nederlandstalige roman is Het stenen bruidsbed van Harry Mulisch (1959).

Een bekende verfilming is Dresden uit 2006.

Literatuur[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties