Heksensabbat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Heksensabbat door Francisco Goya, 1797-1798

De heksensabbat is een aanduiding voor een van de acht jaarfeesten die het jaar verdelen, en samenvallen met algemeen bekende dagen als bijvoorbeeld de zonnewendes en de nachteveningen. Van oorsprong zijn dit belangrijke dagen in het jaar, daar ze voor de landbouw aangeven wanneer het tijd is om te zaaien, te oogsten, en de grond te bewerken.

Bekende plekken zijn Kyöpelinvuori, Blockula, de Blocksberg en het Zwarte Woud. Een Baskische heksensabbat wordt Akelarre genoemd (in Spanje bekend als aquelarre). Op de Canarische Eilanden werden deze bijeenkomsten op Macizo de Anaga (El Bailadero) gehouden.

De feesten[bewerken]

Het Wiel van het Jaar

Twee van de bekendste heksensabbatten die van oorsprong Iers/Keltisch waren, zijn:

Op deze twee avonden was volgens het volksgeloof de lucht het ijlst, en daardoor contact met de geestenwereld mogelijk. Op Halloween gaan dan ook de kinderen verkleed als geesten om snoep bedelen. Allerheiligen en Allerzielen heeft dan ook te maken met de heerlijkheid van de overledenen. Binnen de huidige wiccareligie worden op deze jaarfeesten nog altijd bijeenkomsten gehouden.

De overige feesten zijn;

Heksensabbat in Middeleeuwen en Renaissance[bewerken]

Heksensabbat, 1607
Afbeelding uit de Wickiana-verzameling

Tot in de 13e eeuw werd het idee dat heksen zouden kunnen vliegen bespottelijk geacht door de geleerden. De Canon episcopie vond het idee dat "vrouwen 's nachts in grote groepen op dieren zouden vliegen samen met Diana die zij gehoorzaamden" een overblijfsel van de heidenen, want iets dergelijks zou zonder Gods hulp onmogelijk zijn. Het waren slechts fantasieën en dromen. Na 1400 werden heksen niet alleen maar beschuldigd van het uitvoeren van kwaadaardige zaken maar ook van het aanbidden van de duivel. Toen begon men de sabbat te zien als een realiteit. Na 1560 werden heksen ook nog eens beschuldigd van vrijwillige geslachtsgemeenschap met de duivel. Daarmee kwam het idee van de sabbat centraal te staan in het beeld van de hekserij in Duitsland.

De heksen zouden in groten getale naar die sabbatten toe gaan om met de duivel te dansen en met hem geslachtsgemeenschap te hebben. Als de plaats van de sabbat ver weg was, zouden zij er op bezems naar toe vliegen. Daartoe gebruikten zij heksenzalf of vliegzalf. Deze zou gemaakt zijn van onder andere de gekookte ledematen van ongedoopte eerstgeboren baby's.

Volgens Pierre de Lancre[bewerken]

De Zuid-West Franse heksenvervolger Pierre de Lancre, die in 1609 in één proces meer dan 80 vrouwen naar de brandstapel stuurde, noteerde tijdens zijn (pijnlijke) ondervragingen van de heksen het volgende verhaal: heksen vlogen in groten getale 's nachts over grote afstanden op bezems of op dieren naar de sabbat. Bij een zekere sabbat waren wel 12.000 heksen aanwezig. De duivel verscheen daar als een geit, een stier of een slang. Zijn genitaliën waren enorm.

De plechtigheden begonnen met het kussen van zijn achterste. Dan moesten de heksen vertellen wat ze allemaal voor slechte dingen hadden gedaan. Als dat er te weinig waren, kregen ze met de zweep. Daarna was er een workshop over het doen van maleficiën, gevolgd door het eten van baby's en padden. Na de zwarte mis gingen ze wellustig dansen, hetgeen vervolgens ontaardde in een orgie, waarbij incest en homoseksualiteit werden aangemoedigd. Tot slot copuleerde de duivel met alle aanwezigen.

De Lancre verkreeg deze informatie door de bekentenissen van 500 jongens en meisjes van 10 tot 19 jaar, die hij naar een sabbat had gestuurd en die met gedetailleerde rapporten terugkwamen.

Massaprocessen[bewerken]

De van hekserij beschuldigden werden gemarteld en gedwongen om de namen te noemen van de andere heksen die op de sabbatten aanwezig zouden zijn geweest. Die mensen werden vervolgens ook opgepakt. Men zag het als een efficiënte manier om meer heksen te kunnen oppakken. Er ontstonden daardoor ketens van processen en massaprocessen. Rond 1590 was dit verschijnsel al in volle hevigheid losgebarsten. In gebieden waar de contrareformatie heerste, vonden de meeste massaprocessen plaats. Er werden nu niet alleen maar oude, armlastige vrouwen vervolgd: er kwamen ook kinderen, jongens en meisjes op de brandstapel, mannen, zelfs geestelijken en vooraanstaande overheidspersonen: kanseliers, burgemeesters, de president van een rechtbank, zelfs een vorst-bisschop. Niemand was zijn leven nog zeker.[1][2][3]

Heksencultus-hypothese[bewerken]

Hoewel de consensus is dat de onder tortuur verkregen bekentenissen over sabbats gefantaseerd waren, gaan sommige moderne onderzoekers er toch van uit dat er vroeger groepen heksen bestonden die samenkwamen om hun religie te beoefenen. Deze stelling is gekend als de heksencultus-hypothese. De bekendste van de moderne historici die deze hypothese met hun onderzoek steunen is de Italiaan Carlo Ginzburg. Hij ontdekte dat de Noord-Italiaanse benandanti geloofden dat ze hun lichaam konden verlaten en zo ten strijde trokken tegen boze geesten die een gevaar betekenden voor de dorpen. Zij vergaderden tijdens grote feesten voorgezeten door een godin, die hen magie en waarzeggerij leerde.[4] Van grote invloed op deze overtuiging dat het om een historische sekte van bestaande heksen ging is het (inmiddels grotendeels verguisde) werk van de Britse antropologe en egyptologe Margaret Murray "The Witch-Cult in Western Europe" uit 1921.

Volksverhalen[bewerken]

Er zijn veel volksverhalen over de heksensabbat, bijvoorbeeld de heksensabbat in Uden.[5]

Afbeeldingen[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Afbeelding uit 1608

Bronnen[bewerken]

  1. Het verbond van heks en duivel, Lène Dresen-Coenders, Ambo 1983 ISBN 90 263 0585 0 Ook digitaal raadpleegbaar
  2. Religion and the decline of magic, Keith Thomas, (1971), Penguin Books 1991, ISBN 978-0-14-013744-6
  3. Klaits, J. (1985): Servants of Satan: The Age of the Witch Hunts ca. 200 blz. Gedeeltelijk digitaal raadpleegbaar
  4. Carlo Ginzburg, The Night Battles: Witchcraft and Agrarian Cults in the Sixteenth and Seventeenth Centuries (1966) en Ecstasies: Deciphering the Witches' Sabbath (1989).
  5. Oe toch, spookjes en sprookjes uit het Brabantse Maasland, Gerard Ulijn, ISBN 90 6486 010 6