Johannes Post

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken


Johannes Post
Algemeen
Geboortedatum 4 oktober 1906
Sterfdatum 16 juli 1944 (37 jaar)
Geboorteplaats Hollandscheveld
Plaats van overlijden Overveen
Functie
Organisatie KP-Meppel

Landelijke Knokploegen

Speciale functie knokploeg-commandant
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog
Johannes Post

Johannes Post (Hollandscheveld, 4 oktober 1906 - Overveen, 16 juli 1944) was een Nederlands verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog die op landelijk niveau actief is geweest. Ook zijn twee jaar oudere broer Marinus, die in Kampen woonde, heeft verzetsdaden gepleegd.

Vóór de oorlog[bewerken]

Johannes Post was het elfde, en jongste, kind van Jan Wolters Post en Trijntje Tempen. Hij was landbouwer in Nieuwlande en wethouder in de gemeente Oosterhesselen voor de Anti-Revolutionaire Partij (ARP). In 1929 vestigde hij zich op de boerderij van vervener Robaard. Op 26 november 1929 trouwde Post met Dina Salomons (geboren op 3 juli 1903 en overleden in 1991). Ze kregen negen kinderen samen. Het eerste kind, Jan Wolter, overleed een week na zijn geboorte.

De eerste oorlogsjaren[bewerken]

Zijn plan om tijdens de meidagen van 1940 in het westen tegen de Duitsers te vechten verviel door het snelle einde van de oorlog. Tot 1942 hield Johannes Post zich met 'kleinere' verzetsdaden bezig als het weigeren om inkomstenbelasting aan de Duitsers te betalen en het rondbrengen van illegale lectuur.

Zijn eerste onderduiker, in 1942, was Arnold Douwes. Hij ging samenwerken met Johannes Post en zou de oorlog overleven. In deze periode kwam Post in contact met Frits de Zwerver, vergaarde hij distributiebonnen, was hij betrokken bij het vervalsen van persoonsbewijzen en bracht hij vele Joodse onderduikers in Drenthe onder. Begin 1943 had hij het Joodse meisje Celina Johanna Kuijper (bekend onder de naam 'Thea') uit Amsterdam-Zuid opgehaald en in huis genomen. Celina Kuijper ging koerierswerk doen en werd met haar verloofde Ies Davids ('Peter') herenigd. Hij ging persoonsbewijzen bijwerken.

Gewapend verzet en contact met Jan Wildschut[bewerken]

Johannes Post heeft van zijn broer Marinus zijn eerste revolver gekregen. Dit waren de eerste stappen van de gereformeerde Johannes Post richting gewapend verzet. In mei 1943 ging ex-beroepsmilitair Jan Wildschut in Drenthe onderduiken. Dit was het gevolg van de Duitse afkondiging eind april 1943 dat alle leden van het voormalige Nederlandse leger opnieuw krijgsgevangenen zouden worden.

De risico's die Johannes Post inmiddels begon te lopen bleken toen hij Frans Fergonet een onderduikplek verschafte. Het bleek een verrader te zijn die van de ene op de andere dag vertrokken was. Enkele liquidatiepogingen op de Nederlandse verrader De Krol mislukten. Onder meer het WA-gebouw in Hollandscheveld ging in vlammen op.

Johannes Post ging veel samenwerken met Jan Naber en Albert Jan Rozeman. Zij noemden zich "de N.V." naar hun verzetsnamen Nico en Victor. 'Victor' is bijna opgepakt door de beruchte SD-ers Leo Poos en Marten Slagter. Toen hadden ook al de eerste overvallen op distributiekantoren plaatsgevonden. Op woensdag 23 juni 1943 werden zelfs vier kantoren op één dag overvallen (Sleen, Zweeloo, Oosterhesselen en Nieuweroord).

Johannes Post, Celina Kuijper, Ies Davids, Jan Naber en Albert Rozeman hebben zich, toen de Duitsers verbeten naar verzetslieden op jacht gingen, een tijd in de Drentse bossen schuilgehouden.

Eerste arrestatie[bewerken]

Johannes Post en Celina Kuijper, een Joodse verzetsvrouw, werden op 16 juli 1943 gearresteerd in een pension in Ugchelen door de SD-ers Lamberts en Doppenberg. Beiden werden in het politiebureau van Apeldoorn opgesloten. Johannes Post wist te ontsnappen maar werd meteen weer opgepakt. Op 18 juli 1943 werd hij alsnog door een Nederlandse rechercheur bevrijd. Een ontsnappingspoging van Celina Kuijper mislukte en zij werd naar Kamp Westerbork overgebracht. Een poging om haar hier uit te halen mislukte. Vanuit Westerbork is zij naar Polen vervoerd en direct na aankomst vergast. Jan Post, een broer van Johannes, is door de SD-ers Lamberts, Doppenberg en Boesveld opgepakt maar later weer vrijgelaten.

In de zomer van 1943 nam de jacht van de Duitsers op het Drents verzet alleen maar toe. Johannes Post (op wie na zijn arrestatie nu heftig jacht gemaakt werd), verkreeg de identiteit van "Hemke van der Zwaag". Zonder proces werden drie Hoogeveners (notaris Johannes Mulder, jonkheer Marius de Jonge en de onderwijzer Adriaan Baas) bij het voormalige kindervakantiehuis 'Het Noorderhuis' in het Spaarbankbos doodgeschoten. De twee Joodse inwoners Levie en Manus van der Wijk werden twee dagen later op dezelfde plek vermoord. Ter nagedachtenis aan hen werd op 25 februari 2003, op de plaats waar zij werden vermoord, door de burgemeester van de gemeente Hoogeveen het Monument Spaarbankbos onthuld. Johannes Post ontsnapte bij een persoonsbewijzencontrole opnieuw aan een arrestatie. De N.V. sloot zich aan bij de KP-Meppel en 'kraakte' het distributiekantoor van Staphorst. De Duitsers namen wraak op het verzet. In het najaar van 1943 werden in Meppel en Staphorst, zonder enige vorm van proces, drie mannen in de deuropening van hun woning of ergens langs de kant van de weg doodgeschoten. Dit waren de eerste Aktion Silbertanne.

Landelijke activiteiten[bewerken]

Doordat de activiteiten van Johannes Post in Drenthe te bekend waren geworden verplaatste hij zijn werkzaamheden naar landelijk niveau. In de loop van 1943 werd Johannes Post lid van de top van de Landelijke Knokploegen (LKP). Samen met Marinus werkten ze onder meer vanuit Rijnsburg waar hun broer Henk Post predikant was. In Rijnsburg is er nu nog steeds een Johannes Poststraat.

In januari 1944 vestigde Johannes Post zich met zijn knokploeg in Breda aan de Nagtegaalstraat 12. Onder meer kantoren in Hardinxveld (mislukt) en Oegstgeest werden overvallen. Een poging om Van der Zande, een districtsleider van de LO, te bevrijden mislukte. Ook overvallen in Woerden, Spijkenisse en Rhoon mislukten. De pogingen in onder meer Leiderdorp (4 januari 1944), Poortugaal (12 januari 1944), Oud-Beijerland (20 januari 1944), Klundert (21 januari 1944), Heerjansdam (25 januari 1944), Boekel (4 februari 1944), Lisse (15 februari 1944), Katwijk (8 april 1944) en Maassluis (10 april 1944) slaagden wél. Tijdens een overval op een politiebureau aan de Archimedesstraat in Den Haag (19 februari 1944) werden vele revolvers en officiële documenten buitgemaakt. Het was een lange serie van voornamelijk successen. Na een overval in Zwijndrecht (21 februari 1944) op het in het gemeentehuis gevestigde distributiekantoor werd Johannes Post echter bijna weer opgepakt.

In maart 1944 werd Post uitgenodigd om toe te treden tot de Top-LKP en richtte hij zich weer op het Noorden. Hij werd uitgenodigd om naar Engeland te gaan om van daaruit het verzetswerk voort te zetten, maar sloeg dit af. De reis waaraan onder meer V.H. Rutgers deelnam mislukte volledig.

Johannes Post was in mei 1944 betrokken bij de meest succesvolle overval op een drukkerij in Nederland, namelijk die op drukkerij Hoitsema in Groningen.

In de laatste jaren van de oorlog werden vele kopstukken van het verzet gearresteerd. Een grote tegenslag was de arrestatie van Henk Dienske, provinciaal leider van de LO Noord-Holland en Amsterdam, geweest. Ook Leendert Valstar, beter bekend als 'Bertus', en later Izaak van der Horst werden gearresteerd. Johannes Post volgde Leendert Valstar op en droeg het leiderschap in het Noorden over aan Reint Dijkema. Johannes Post werd bij zijn werkzaamheden vaak vergezeld door de Joodse Betty Trompetter, beter bekend als 'Tineke van der Laan'. De nieuwe uitvalbasis van Johannes Post in Amsterdam werd de Witte de Withstraat bij de familie Van der Duin.

Op vrijdag 23 juni 1944, precies één jaar na de vier succesvolle overvallen op één dag, werd een overval op een distributiekantoor in Haarlem gepleegd in opdracht van Johannes Post, maar deze mislukte. Jan Wildschut, die op het allerlaatste moment aan de overvalploeg was toegevoegd, werd hierbij opgepakt en overgebracht naar het Huis van Bewaring Weteringschans in Amsterdam. Zijn verblijf in de Weteringschans, die van later gearresteerde Wim Hartsveld en de aanwezigheid van tientallen andere verzetsstrijders leidden tot het besluit van Post om de gevangenen te bevrijden. Dit plan werd echter door Jan Boogaard verraden (zie: Overval op het Huis van Bewaring).

Arrestatie en overlijden[bewerken]

Wereldoorlog II monument in Nieuwlande
Verzetsmonument

Na zijn arrestatie in de vroege ochtend van 15 juli 1944 kwam er die dag van verdere verhoren niets meer omdat er een aanslag op de SD'er Ernst Wehner, die Post had mishandeld, was gepleegd. Dit gaf zoveel werk dat de overval op de Weteringschans (de kopstukken waren immers al gepakt) even niet belangrijk meer was.

Pas op de volgende dag, zondag 16 juli 1944, begonnen de verhoren weer. Niemand liet echter een woord los. Tegen de middag werden zeven opgepakte deelnemers aan de overval bij elkaar gebracht: Johannes Post, Jan Niklaas Veldman, Willem Frederik Smit, Arie Stramrood, Jacques Stil, Hilbert van Dijk en Cor ten Hoope (de beide laatstgenoemden op brancards). Guus Trestorff, die tijdens de schietpartij het zwaarst gewond was geraakt, was toen al in het Wilhelmina Gasthuis overleden. Aan de groep werden ook nog acht verzetslieden toegevoegd die betrokken waren bij de aanslag op het bevolkingsregister in Amsterdam van ruim een jaar eerder.

Allemaal wisten ze wat deze voorbereidingen betekenden. In een gesloten vrachtwagen, omringd door bewakers, werden zij vervolgens naar de duinen bij Overveen gereden. Daar werd de gehele groep, inclusief de gewonden, gefusilleerd. Onder de slachtoffers was ook Ernst Klijzing, een vooraanstaand lid van de Amsterdamse verzetsgroep CS-6. Alle slachtoffers werden in een massagraf in de duinen begraven.

Na de mislukte overval hebben verzetskameraden nog dagenlang gepost bij het huis van Boogaard. Maar hij kwam niet meer tevoorschijn.

Op 25 juli 1945 werden de lichamen teruggevonden en later herbegraven op de Eerebegraafplaats Bloemendaal.

Betty Trompetter, die in de Kinkerstraat werd opgepakt, is naar Kamp Vught gebracht en later naar Ravensbrück. Zij heeft de oorlog overleefd, mede omdat haar Joodse identiteit niet bekend is geworden. Ook de conciërge van de Weteringschans, Ottenhof, kwam na de capitulatie uit Duitsland terug.

Kort na de bevrijding werd Boogaard gearresteerd en tegen zijn ondervragers gaf hij toe dat hij meteen na de eerste ontmoeting met de Amsterdamse Knokploeg zijn SD-bazen van het hele plan op de hoogte had gesteld. Boogaard werd op 19 juli 1946 door de rechtbank ter dood veroordeeld en het vonnis werd op 1 maart 1947 voltrokken. De meeste van zijn Duitse SD'bazen, inclusief Willy Lages, het hoofd van de Amsterdamse SD, een van de "Vier van Breda", zijn er met relatief korte gevangenisstraffen afgekomen. Maarten Kuiper, een tweede Nederlandse SD'er die voor Lages werkte, en o.a. Hannie Schaft vermoord heeft, werd op 10 augustus 1948 geëxecuteerd.

Nalatenschap[bewerken]

Post is na de oorlog zeer bekend geworden. Dit komt mede door de biografie die de Drentse auteur Anne de Vries, bekend van het boek Bartje, van hem heeft geschreven.

In Havelte is een militaire kazerne naar Johannes Post vernoemd, in Rijsoord het Capitulatiemuseum , in Zwinderen en Leiden een brug, vele scholen (in o.a. Sneek en Hazerswoude-dorp) en in ten minste 29 Nederlandse plaatsen is een straat naar hem vernoemd. Er is in Assen ook een scouting vereniging vernoemd naar Johannes Post, de Johannes Post Groep (ook wel JPG genoemd).

Na de oorlog ontving hij postuum bij Koninklijk Besluit het Verzetskruis 1940-1945. De Amerikaanse regering verleende hem de Medal of Freedom with silver palm. Deze Amerikaanse medaille werd op 8 april 1953 in 's-Gravenhage aan zijn familie uitgereikt. Zowel Johannes Post als zijn dorp Nieuwlande kregen na de oorlog de Yad Vashem onderscheiding van de staat Israël als dank en erkenning voor deze hulp.

De Levensroman van Johannes Post (1948) van Anne de Vries is de reeds vele malen herdrukte biografie van Johannes Post. Post is, mede hierdoor, een van de meest bekende verzetshelden uit de Tweede Wereldoorlog. Voordat het in boekvorm werd gepubliceerd verscheen het als feuilleton in "Ons Vrije Nederland".

In 1995 schreef Drs. G.C. Hovingh een biografie over Johannes Post: Johannes Post, exponent van het verzet; Een biografie. Hovingh had de volledige medewerking van de familie Post en toegang tot vele persoonlijke archieven. Daarnaast had hij contact met oud-verzetsmensen en putte hij uit materiaal van het NIOD te Amsterdam.

Bronnen, noten en/of referenties