Hannie Schaft

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hannie Schaft
Hannie Schaft op een postzegel uit de DDR
Hannie Schaft op een postzegel uit de DDR
Volledige naam Jannetje Johanna Schaft
Geboren 16 september 1920, Haarlem
Overleden 17 april 1945, Bloemendaal
Land Nederland
Ook bekend als Het meisje met het rode haar
Groep CPN , Raad van Verzet
Pistool van Hannie Schaft
Vrouw in het verzet – beeld in het Kenaupark in Haarlem, gebeeldhouwd door Schafts vriendin Truus Menger-Oversteegen.

Jannetje Johanna (Hannie) Schaft (Haarlem, 16 september 1920Bloemendaal, 17 april 1945) was een Nederlandse communiste en verzetsstrijdster tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze ontving postuum het Nederlandse Verzetskruis en de Amerikaanse Medal of Freedom. Door twee boeken en twee films over haar leven is zij een van de bekendste Nederlandse verzetsstrijdsters geworden. Zij wordt jaarlijks op de Eerebegraafplaats in Overveen herdacht met een openbare bijeenkomst.

Jeugd en opleiding[bewerken]

Schaft werd geboren als tweede dochter van Pieter Schaft, leraar op de Rijkskweekschool, en Aafje Talea Vrijer. Haar moeder was doopsgezind en haar vader voelde zich sterk verwant aan de SDAP. Het gezin woonde vanaf 1927 op de Van Dortstraat 60 in Haarlem-Noord waar Hannie op de Tetterodeschool zat. Ze volgde de hbs en ging in 1938 rechten studeren aan de gemeentelijke Universiteit van Amsterdam. Schaft was actief in de Amsterdamse Vrouwelijke Studentenvereeniging en woonde vanaf 1940 op kamers in Amsterdam. Ze raakte bevriend met haar Joodse medestudentes Philine Polak en Sonja Frenk. Hierdoor voelde ze zich toen de Tweede Wereldoorlog begon persoonlijk geraakt door de vervolging van de Joden.

Verzetswerk[bewerken]

Nadat Schaft, net als vele andere studenten, in 1943 de loyaliteitsverklaring weigerde te tekenen, stopte ze met haar studie en ging weer bij haar ouders in Haarlem wonen. Haar studiegenoten Polak en Frenk nam ze mee en die doken onder bij Hannies ouders. Schaft nam steeds actiever deel aan het verzet en hielp onderduikers met gestolen bonkaarten en persoonsbewijzen. Haar schuilnaam werd Hannie en haar bijnaam het meisje met het rode haar. Uiteindelijk sloot ze zich aan bij de Raad van Verzet (RVV), een organisatie die door haar nauwe banden met de CPN door andere verzetsbewegingen sterk werd gewantrouwd. Samen met Freddie en Truus Oversteegen pleegde ze verschillende aanslagen op Duitsers, collaborateurs en landverraders.

Op 8 juni 1944 pleegde ze samen met verzetsstrijder Jan Bonekamp in Heemstede een aanslag op de NSB'er en banketbakker Piet Faber. Hij overleed zes dagen later. Vervolgens doodden Schaft en Bonekamp op 21 juni 1944 de collaborerende Zaandamse politiecommissaris W.M. Ragut. Hierbij raakte Bonekamp dodelijk gewond, waarop Hannie Schaft onderdook. Op 5 september 1944 (Dolle Dinsdag) mislukte een aanslag door Hannie Schaft en Jan Heusdens op politieagent Willemsen. Hannie Schaft en Truus Oversteegen waren van plan om Fake Krist op 25 oktober 1944 te liquideren, maar verzetsstrijders uit Halfweg waren hen voor.

Hannie Schaft leerde vloeiend Duits spreken en papte aan met Duitse soldaten. Hierdoor werd ze door sommige verzetslieden beschouwd als een verraadster. Nadat een subafdeling van de RVV in Velsen eind januari 1945 zonder toestemming van hogerhand een boer vermoordde, bracht ze met twee andere vrouwen een lijst met de daders naar de leiding van haar groep. Later werden de personen die hierop stonden verraden aan de Sicherheitsdienst, waardoor ze een wisse dood tegemoet gingen. Zelf heeft ze waarschijnlijk niet geweten wat de gevolgen waren van haar actie. Na de oorlog is deze affaire door een speciale onderzoekscommissie grondig onderzocht.

Op 1 maart 1945 werd NSB-agent van politie Willem Zirkzee door Hannie Schaft en Truus Oversteegen doodgeschoten. Dit vond plaats ter hoogte van het Krelagehuis aan de Leidsevaart in Haarlem. Op 15 maart pleegden Hannie Schaft en Truus Oversteegen een aanslag op Ko Langendijk. Deze kapper uit IJmuiden was voor de Sicherheitsdienst gaan werken. Een eerdere aanslag op hem door Jan Bonekamp was mislukt.

Arrestatie en executie[bewerken]

Hannie werd door de Duitse bezetter gehaat omdat ze aan het einde van de oorlog nog allerlei, in hun ogen zinloze, aanslagen pleegde. Ze werd op 21 maart 1945 bij een wegversperring aan de Jan Gijzenkade (bij de Mauermuur) gearresteerd toen ze illegale bladen en een wapen bij zich bleek te hebben. Op het politiebureau van Haarlem ontdekten de Duitsers met wie ze van doen hadden. Het is Emil Rühl geweest die Hannie Schaft vanuit Haarlem naar het Huis van Bewaring aan de Amstelveenseweg te Amsterdam heeft gebracht.[1]

Hoewel aan het einde van de oorlog een akkoord bestond tussen de bezetters en de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) om geen vrouwen om te brengen, werd Hannie op 17 april 1945 — drie weken voor het einde van de oorlog — in opdracht van Willy Lages doodgeschoten in de duinen bij Bloemendaal. Hierbij zou ze, na een schampschot, koelbloedig hebben gezegd: "Ik schiet beter", waarna SD'er Maarten Kuiper zijn machinepistool op haar leeg schoot.[2]

Herbegrafenis[bewerken]

Op 27 november 1945 werd haar stoffelijk overschot met militaire eer herbegraven op de Eerebegraafplaats Bloemendaal te Overveen. Koningin Wilhelmina, prinses Juliana en prins Bernhard waren hierbij aanwezig. Voor haar strijd tegen de nazi's kreeg Hannie in 1946 postuum het Verzetskruis 1940-1945 en de Medal of Freedom, een speciale Amerikaanse onderscheiding.

Controverse[bewerken]

Omdat Hannie Schaft voor Nederlandse communisten kon dienen als politiek symbool van communistisch verzet, hetgeen velen niet zinde, verloor haar naam tijdens de Koude Oorlog veel van haar glans. In 1951 ging de overheid zelfs zo ver dat politie en leger — inclusief vier pantserwagens — werden ingezet om de jaarlijkse herdenking van haar dood onmogelijk te maken.[3] Toen veel later de communistenhaat geluwd was, is op 3 mei 1982 door prinses Juliana een door Truus Menger-Oversteegen vervaardigd bronzen beeld met de naam Vrouw in het verzet onthuld in het Kenaupark te Haarlem. Sindsdien vindt hier jaarlijks op de laatste zondag van november een herdenking plaats.

Nalatenschap[bewerken]

Verschillende scholen en straten zijn naar Hannie Schaft vernoemd. Ter ere van haar en vele andere verzetsstrijdsters is de Stichting Nationale Hannie Schaft-herdenking opgericht. Er is een aantal boeken en films over haar verschenen, die in zowel binnen- als buitenland veel indruk maakten.

Theun de Vries heeft in 1956 een biografie over haar leven geschreven: Het meisje met het rode haar. Dit boek is onder dezelfde titel in 1981 verfilmd door Ben Verbong met Renée Soutendijk in de hoofdrol. Het meisje met het rode haar werd door Nederlandse filmcritici gekozen als beste Nederlandse film van 1981. De film trok in Nederland circa 580.000 bezoekers en internationaal, onder de Engelstalige titel The Girl with the Red Hair, circa 800.000 bezoekers.

Documentairemaker Ineke Hilhorst (1951) maakte in 1980 in samenwerking met journalist Ton Kors en in opdracht van de AVRO de film Hannie Schaft: het meisje met het rode haar. Hierin werden onder andere de verzetsstrijders en zusjes Truus Menger en Freddie Oversteegen geïnterviewd. Ook toont de documentaire de plaatsen waar de aanslagen destijds plaatsvonden.

Ze komt in aangepaste vorm voor in de roman De aanslag (1982) van Harry Mulisch, evenals in de gelijknamige verfilming uit 1986 van Fons Rademakers. In 1987 won de film een Oscar in de categorie Beste Buitenlandse film.

Ineke Verdoner heeft een lied over haar geschreven.

De Internationale Astronomische Unie maakte dinsdag 22 januari 2008 bekend dat een kleine planeet, voorheen bekend als nummer 85119, voortaan Hannieschaft heet. Planetoïde Hannieschaft heeft een doorsnede van ongeveer twee kilometer en draait tussen de banen van Mars en Jupiter. Het rotsachtige object doet twee jaar en bijna acht maanden over een volledige omloop om de zon.[4]

Noten

Bronnen

Externe links