Megatherium
| Megatherium Fossiel voorkomen: Laat-Plioceen - Vroeg-Holoceen |
|||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Megatherium | |||||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||
|
|||||||||||||||
| Geslacht | |||||||||||||||
| Megatherium Cuvier, 1796 |
|||||||||||||||
| Typesoort | |||||||||||||||
| Megatherium americanum Cuvier, 1796 | |||||||||||||||
| Soorten[1] | |||||||||||||||
|
|||||||||||||||
| Afbeeldingen Megatherium op |
|||||||||||||||
| Megatherium op |
|||||||||||||||
|
|||||||||||||||
Megatherium is een uitgestorven geslacht van zoogdieren, en de bekendste vertegenwoordiger van de grondluiaards. Het geslacht leefde tijdens het Pleistoceen in Zuid-Amerika. Vooral in Argentinië zijn veel resten van deze grondluiaards gevonden. Er zijn ten minste vijf soorten benoemd.
Soorten uit dit geslacht werden tot zes meter lang, twee meter hoog bij de heup, en wogen tot 3,8 ton - 500 maal zwaarder dan de hedendaagse luiaards. De grootste grondluiaard ooit was Eremotherium laurillardi uit Centraal-Amerika en de zuidelijke Verenigde Staten.
Het waren niet kieskeurige planteneters, hoewel soms wordt beweerd dat ze ook vlees aten. Vlak onder de huid zaten kiezelsteenachtige huidbotjes. Deze vormden mogelijk een ondoordringbaar "maliënkolder". De voetsporen laten zien dat grondluiaards op de zijkant van hun voeten liepen. De sporen hebben de vorm van een komma. Megatherium liep ook regelmatig op twee poten, wat voor een dier van deze omvang uitzonderlijk is. Het gebruikte hierbij zijn brede gespierde staart om balans te houden. Op deze manier kon het dier bij hoger hangende bladeren komen, en waarschijnlijk had het dier een lange tong om bladeren mee te eten, net als de hedendaagse luiaard.
Voor het uitsterven van Megatherium wordt vaak de opkomst van de mens en de jacht als oorzaak aangewezen.
Bronnen
Referenties
|