Vrije Stad Danzig (1920-1939)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Freie Stadt Danzig
Vrije Stad onder toezicht Volkenbond
 Koninkrijk Pruisen 1920–1939 Nazi-Duitsland 
Vlag van de Vrije Stad Danzig Wapen van Danzig
(Details) (Details)
Kaart
Map-WR-Danzig.svg
Algemene gegevens
Hoofdstad Danzig
Bevolking ±357.000
Talen 95% Duits
3,3% Pools, Kasjoebisch of Mazurisch
1,6% overig (1923)
Religie(s) 54,7% protestanten
34,5% katholieken
1,6% andere christenen
2,3% joden (1924)
Munteenheid Danziger gulden
Regering
Regeringsvorm Republiek
Staatshoofd De jure:geen
de facto: senaatsvoorzitter
Geschiedenis
- Verdrag van Versailles 11 augustus 1920
- Annexatie door Nazi-Duitsland 26 oktober 1939
Topografie van de Vrije Stad Danzig, 1920-1939. (Latere Poolse naamgeving.)
Positie van de Vrije Stad Danzig, 1920-1939, ten opzichte van de provincie Pommeren, de Poolse Corridor en het Duitse Oost-Pruisen.

De Vrije Stad Danzig (Duits: Freie Stadt Danzig) was een staat onder toezicht van de Volkenbond die bestond van 1920 tot 1939.

Geschiedenis[bewerken]

Danzig (Pools: Gdańsk) behoorde sinds de Tweede Poolse Deling (1793) tot het koninkrijk Pruisen. Van 1807 tot 1814 was het als vrije stad (zie: Vrije Stad Danzig (1807-1814)) een napoleontische vazalstaat. Het Congres van Wenen kende Danzig in 1814 weer aan Pruisen toe, waarin het hoofdstad werd van de provincie West-Pruisen (1829-1878 provincie Pruisen). Sinds 1871 behoorde de stad met geheel Pruisen tot het nieuwe Duitse Keizerrijk.

Na de Duitse nederlaag in de Eerste Wereldoorlog moest dit land conform het Verdrag van Versailles onder meer vrijwel geheel West-Pruisen afstaan. Het grootste gedeelte kwam toe aan Polen, maar Danzig werd met het in werking treden van het verdrag op 11 augustus 1920 een vrije stad onder toezicht van de Volkenbond. Frankrijk wenste de overdracht van de stad aan het nieuw opgerichte Polen, maar werd hierin niet gesteund door de VS en Groot-Brittannië. Vrijwel de gehele (Duitstalige) stadsbevolking protesteerde tegen de afscheiding uit het Duitse staatsverband. De vrije stad grensde in het oosten aan de Duitse provincie (Pruisische) Oost-Pruisen, maar was evenals die provincie door de Poolse Corridor van de rest van Duitsland afgesneden. Polen kreeg het recht van vrije doorvoer in en uit de haven van Danzig. Ook de spoorwegen stonden onder Pools bestuur. Een Pools politiekorps garandeerde deze Poolse rechten en voor hun bewapening was op de havenkade genaamd de Westerplatte een munitiedepot ingericht.

Een staatshoofd had de Vrije Stad Danzig formeel niet. De hoogste autoriteit was de senaatsvoorzitter. De Senaat bestond, naast de voorzitter, uit een plaatsvervangend voorzitter en 20 senatoren. De senaatsvoorzitter was aan de Volkstag (het parlement) verantwoording schuldig. Daarnaast vaardigde de Volkenbond een hoge commissaris (Hochkommissar) af, die in eerste instantie over conflicten met Polen besloot. De stadstaat had sinds 1922 een grondwet die was georiënteerd op die van de Weimarrepubliek. In de internationale politiek werd Danzig door Polen vertegenwoordigd, met welk land het sinds 1922 ook een douane-unie had.

Danzig was in de jaren '20 het centrum van joodse emigratie naar overzee: via deze stad emigreerden tussen 1920 en 1925 reeds 60.000 joden. Daarnaast was het al vroeg een bolwerk van nationaalsocialisme en West-Pruisisch rattachisme. De NSDAP Danzig werd reeds in 1930 de op een na grootste partij en had sinds 1933 in de Volkstag een absolute meerderheid (54%), zij het niet de vereiste 2/3 om de Danziger Grondwet te kunnen veranderen. Niettemin werd de oppositiepartijen het politieke leven door de nazi's onmogelijk gemaakt en in 1936 hadden zij al het gehele bestuur in handen. Echter, door de vrees voor de internationale publieke opinie duurde het nog drie jaar totdat de antisemitische Neurenberger Rassenwetten van september 1935 ook in de Vrije Stad Danzig ingevoerd konden worden, met enige afzwakkingen.

In Danzig werd de roep om aansluiting bij Hitler-Duitsland steeds luider. Op 23 augustus 1939 werd Albert Forster, de gouwleider (Gauleiter), tot staatshoofd uitgeroepen. De hereniging met Duitsland werd vervolgens een week later ingezet met militaire provocaties: de beschieting van het Poolse munitiedepot op de Westerplatte door de Kriegsmarine en een bombardement op Poolse kantoren in de stad door de Luftwaffe. De gewapende weerstand van de Polen werd gebroken en de Poolse functionarissen werden geïnterneerd. De stad werd vervolgens bij het Derde Rijk ingelijfd en daarop viel de Wehrmacht in 1939 Polen binnen, waarmee de Tweede Wereldoorlog een feit was omdat Groot-Brittannië en Frankrijk hun verdragsverplichtingen jegens Polen nu moesten nakomen. Danzig werd nu bij het Derde Rijk ingelijfd en na de verovering van Polen en de herannexatie door Duitsland van de in 1919 afgestane provincies werd de stad opnieuw de hoofdstad van Westpruisen, de oude provincie welke nu onder de naam Reichsgau Westpreussen, onder gezag van Albert Forster kwam te staan. Van de Danziger Joden was inmiddels nog geen tiende in de stad achtergebleven. Deze 600 werden naar concentratiekampen of getto's (Riga, Minsk) afgevoerd, zoals het beruchte concentratiekamp Stutthof dat enkele kilometers buiten de stad werd ingericht.

Bevolking[bewerken]

Het gebied telde in 1919 omstreeks 357.000 inwoners. Ruim 95% daarvan was Duitstalig. In de omgeving van de stad lagen enkele ten dele Poolssprekende dorpen. Een derde deel van de bevolking was rooms-katholiek en weer een derde daarvan stamde af van Polen en Kasjoeben die in de negentiende eeuw als plattelanders uit de omgeving naar de stad waren getrokken, alwaar ze in enkele generaties geheel of ten dele verduitst waren geraakt. Twee derde deel van de bevolking was luthers en uiteraard Duits. De kleine Joodse gemeenschap in de Vrije Stad Danzig nam aanzienlijk in aantal toe nadat de antisemitische repressie na 1933 veel Duitse Joden noodzaakte om het Derde Rijk te ontvluchten, evenwel kwam ook in de onafhankelijke staat Vrije Stad Danzig een lokale tak van de NSDAP al snel aan de macht.

Territorium[bewerken]

De Vrije Stad Danzig werd samengesteld uit (delen van) de West-Pruisische districten Berent (Westpr.), Danzig-Stadt, Danziger Höhe, Danziger Niederung, Dirschau, Elbing, Karthaus, Marienburg (Westpr.) en Neustadt i. Westpr..

De stad Danzig verloor hiermee haar oude zelfstandigheid als stadsgemeente, maar daartegenover stond dat haar bestuurgebied aanzienlijk vergroot werd en haar bestuur daarover een quasi-soevereiniteit verkreeg. De buitenlandse betrekkingen moesten namelijk in overeenstemming met Polen geregeld worden.

Bestuurlijke indeling (1939)[bewerken]

Stadsdistricten (Stadtkreise)[bewerken]

  1. Danzig
  2. Zoppot

Districten (Landkreise)[bewerken]

  1. Danziger Höhe (zetel: Danzig)
  2. Danziger Niederung (zetel: Danzig)
  3. Großes Werder (zetel: Tiegenhof)

Bestuurders[bewerken]

Senaatsvoorzitters[bewerken]

Termijn Senaatsvoorzitter Partij Senaat
1920-1924 Heinrich Sahm Senaat-Sahm I
1924-1928 Heinrich Sahm Senaat-Sahm II
1928-1931 Heinrich Sahm Senaat-Sahm III
1931-1933 Ernst Ziehm DNVP Senaat-Ziehm
1933-1934 Hermann Rauschning NSDAP Senaat-Rauschning/Greiser
1934-1939 Artur Greiser NSDAP Senaat-Rauschning/Greiser

Staatspresidenten[bewerken]

Termijn Staatspresident Partij
1939 Albert Forster NSDAP

Hoge Commissarissen[bewerken]

Termijn Hoge Commissaris Land
1919-1920 Reginald Thomas Tower Verenigd Koninkrijk
1920 Edward Lisle Strutt (a.i.) Verenigd Koninkrijk
1920-1921 Bernardo Attolico Italië
1921-1923 Richard Cyril Byrne Haking Verenigd Koninkrijk
1923-1925 Mervyn Sorley McDonnell Verenigd Koninkrijk
1925-1929 Joost Adriaan van Hamel Nederland
1929-1932 Manfredi di Gravina Italië
1932-1934 Helmer Rosting Denemarken
1934-1936 Seán Lester Ierland
1937-1939 Carl Jakob Burckhardt Zwitserland