Vrijeschoolonderwijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Michael Park Rudolf Steiner School in Auckland

De vrijeschool (Nederland) of steinerschool (Vlaanderen) is een school voor kleuter- en basisonderwijs (onderbouw) en voortgezet onderwijs/secundair onderwijs (bovenbouw), gebaseerd op de antroposofische opvattingen van Rudolf Steiner. Een internationaal ingeburgerde naam voor dit soort onderwijs is waldorfschool.

Geschiedenis[bewerken]

Rudolf Steiner in 1905

In 1919 kreeg Steiner in Stuttgart de leiding over de “Freie Waldorfschule”, opgezet door de fabrikant Emil Molt, eigenaar van de sigarettenfabriek Waldorf-Astoria, om de arbeiders en de directeuren nader tot elkaar te brengen. Naar dat voorbeeld werd in 1923 in Den Haag de eerste vrijeschool opgericht. De eerste Belgische steinerschool ging, met de hulp van aan de vrijeschool van Den Haag verbonden Nederlandse antroposofen, in 1954 van start in Antwerpen.

De vrijeschoolgemeenschap is ontstaan vanuit de gedachtegang van de sociale driegeleding. Zij onderscheidt in de maatschappij drie levenssferen: 1. het geestesleven (cultuur), 2. het rechtsleven, en 3. het economisch leven. Het geestesleven omvat het cultureel leven waartoe onder meer religie, wetenschap, kunsten, en opvoeding gerekend worden. Het 'Vrij' in vrijeschoolonderwijs staat hier om deze reden voor: Het culturele leven moet zich in vrijheid kunnen ontwikkelen met een eigen ordening en inrichting, de staat of het bedrijfsleven dienen zich niet met de inhoud van het onderwijs te bemoeien. In de antroposofie wordt, naast de vrijheid in het culturele leven, broederschap (solidariteit) gezien als de ideale grondslag van het economische leven en (rechts)gelijkheid als het hoogste ideaal binnen het recht.

Veel vrijescholen hebben naast hun normale leerwegen een speciale (praktische of kunstzinnige) leerweg voor kinderen die langzaam leren.

Pedagogiek[bewerken]

Doorlie Gerdes: Denken, voelen en willen (1983), bij de Vrije School te Gouda
De 'G' van gans
De 'K' van koning
Steinerschool in Noorwegen
Waldorfschool in Saar
Rudolf Steinerschool in New York
Waldorfschhol in Bratislava
De Christian-Morgenstern-Schule in Wuppertal
Waldorfschool in Meran
Pedagogisch-sociaal centrum in Dortmund
De Vrije School in Utrecht
Klaslokaal van een vrijeschool

De vrijeschool gaat uit van wat volgens Steiner de intrinsieke ontwikkeling is van het kind. Er is, aldus Steiner, een diep van binnenuit komende “zielekracht” die het kind zijn of haar eigen en unieke ontwikkeling doet doormaken. Het onderwijs dient hierbij stimulerend en ondersteunend te zijn. Een belangrijk element bij deze ontwikkeling vormt de ziel. Deze van oorsprong uit de geestelijke wereld stammende kern van het menszijn is de drijvende kracht achter de persoonlijke, individuele, gefaseerde ontwikkeling (7-jaarscycli). De ziel is op aarde gekomen, volgens Steiner, om “lessen te leren”. Alles wat de mens meemaakt aan intensieve aardse ervaringen vormt een levensles die opgenomen wordt in het totaal aan leerervaringen. Dit totaal is bepalend voor de geestelijke ontwikkeling waarmee de mens verder gaat (overgaat of sterft). In een volgend leven kan de les worden voortgezet, of kunnen correcties worden aangebracht. Dit grijpt terug op de van oorsprong hindoeïstische leer van het karma.

De vrijeschool begeleidt het opgroeiende kind in de eerste drie van de door Steiner beschreven fasen van levenslessen. Daarbij is de aandacht voor de intellectuele ontwikkeling aanvankelijk slechts een onderdeel van de pedagogiek naast aandacht voor de ontwikkeling van het voelen en de wil. Vrije kunsten zoals muziek, bewegingskunst (euritmie), handenarbeid bijvoorbeeld boetseren met klei, handwerken en schilderen met aquarelverf, toneelspelen, declamatie en (voor-)lezen van bijvoorbeeld sprookjes, mythen en sagen worden evenzeer belangrijk gevonden, naast standaardvakken als lezen, schrijven en rekenen.

Verschil in opleiding[bewerken]

Vrijescholen hebben de denominatie antroposofisch. De vrijeschool heeft als uitgangspunt: onderwijzen is ook opvoeden. Onderwijs gaat verder dan alleen goed leren lezen of rekenen. Onderwijs staat ook in dienst van de persoonlijkheidsvorming, zowel individueel als in relatie tot de sociale gemeenschap. De vrijeschool wil in het leven van een kind van betekenis zijn. Ieder kind heeft van zichzelf bepaalde talenten. De vrijeschool wil dat het kind deze kan ontdekken en ontwikkelen. Dat vraagt om onderwijs dat verbreedt en de ontwikkeling van een vrije persoonlijkheid aanmoedigt in cognitiviteit, inventiviteit, originaliteit en creativiteit. Een aanpak gebaseerd op het mensbeeld uit de antroposofie, een visie op de mens, bestaande uit lichaam, ziel en geest. Vrijeschoolonderwijs vraagt om situaties waarin leraren en leerlingen het beste dat ze in huis hebben laten zien, zich door elkaar laten uitdagen en elkaar inspireren. Zodat kinderen uitgroeien tot mensen die zelf betekenis en richting aan hun leven geven. Die hun eigen plek weten te vinden in de huidige, snel veranderende samenleving.[1] Vele vrijescholen kiezen er bij nieuwbouw voor het eigen karakter te benadrukken door te bouwen volgens de principes van de organische architectuur.

Indeling[bewerken]

De bovenbouw wordt onderverdeeld in de middenbouw en bovenbouw. De klassennummering loopt vanaf de eerste klas van de onderbouw door tot het laatste jaar van de bovenbouw. De onderbouw loopt van klas 1 (groep 3 op de ‘reguliere’ Nederlandse school of het eerste leerjaar basisonderwijs in een Vlaamse school) tot en met klas 6. Daarna gaat het kind naar de middenbouw (klas 7 en 8), bedoeld om het kind een veilige overgang te laten maken van onderbouw naar bovenbouw. Na de middenbouw volgt de bovenbouw met klas 9 tot en met klas 12. Het is in Nederland mogelijk op een vrijeschool een vmbo-t-diploma, een havodiploma, of een vwo-diploma te halen, al wordt bij het behalen van een vmbo-t-diploma het vrijeschooltraject niet afgerond.[bron?]

In Vlaanderen kan een diploma Algemeen Secundair Onderwijs in de richting Steinerpedagogie of een diploma Beroeps Secundair Onderwijs in de richting Duurzaam Wonen worden behaald.

Toezichtkaders Inspectie van het Onderwijs[bewerken]

Anno 2014 voldoet 95% van de vrijescholen[2] in het primair onderwijs aan de toezichtkaders van de Inspectie van het Onderwijs. Vrijescholen in het voortgezet onderwijs voldoen allemaal aan de toezichtkaders. Deze scholen staan onder basistoezicht en genieten daarmee het vertrouwen van de Onderwijsinspectie. Als een school geen risico's voor de kwaliteit van het onderwijs loopt en de wet- en regelgeving wordt nagekomen, krijgt ze zogenoemd basistoezicht. [3] In 2007 uitte de Inspectie van het Onderwijs nog kritiek op vrijescholen in het rapport De kwaliteit van het onderwijs op (zeer) zwakke vrijescholen in het basisonderwijs. [4]

Resultaten[bewerken]

In een onderzoek uit 2009 van de Rijksuniversiteit van Groningen komt naar voren dat vrijescholen in het voortgezet onderwijs op de vakken Wiskunde en Nederlands minder goed presteren ten opzichte van het landelijk gemiddelde. [5] De slaagcijfers en examencijfers in het voortgezet vrijeschoolonderwijs laten zien dat vrijescholen relatief beter presteren dan het landelijk gemiddelde. Dat toont het project van de VO-raad 'Vensters voor Verantwoording', waarin scholen in het voortgezet onderwijs inzicht geven in de eigen onderwijsprestaties.[6] Ook blijkt uit de jaarlijkse publicatie in de Volkskrant van de Dronkers-lijst van Schoolprestaties[7] van professor Jaap Dronkers dat vrijescholen in het primair en voortgezet onderwijs overwegend goed scoren ten opzichte van het landelijke gemiddelde.

Leerlingen van steinerscholen kiezen in hun vervolgopleiding meer dan gemiddeld voor een alfarichting, zoals rechten of psychologie. Het aantal leerlingen dat kiest voor een vervolgopleiding in de bètarichting ligt juist lager.[8]

Nederland[bewerken]

In Driebergen bevindt zich de Bernard Lievegoed University, opgericht in 1971 als 'Vrije Hogeschool', een eenjarige opleiding als vervolg op het voortgezet onderwijs. Hogeschool Leiden biedt een pabo- of lerarenopleiding gespecialiseerd in het vrijeschoolonderwijs aan, “Vrijeschool Pabo” genaamd (voorheen Hogeschool Helicon Zeist).

Nederland kende in 2007 zo'n 95 vestigingen (primair en voortgezet onderwijs) met circa 19.000 leerlingen en 1.500 docenten.[9] Bovenbouwen zijn gevestigd in Amsterdam, Bergen, Den Haag, Eindhoven, Groningen, Haarlem, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Prinsenbeek, Rotterdam, Zeist, Zutphen (twee verschillende scholen zijn gefuseerd tot één school). De meeste van deze scholen zijn aangesloten bij de Vereniging van Vrije Scholen. Ook zijn er vier speciale scholen voor basisonderwijs, zogenaamde tobiasscholen, voor leerlingen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden. In Zeist is de Hogeschool Helicon gevestigd, die opleidt tot kleuterleid(st)er en leerkracht aan de onderbouw van de vrijeschool.

Onder invloed van strenger wordende overheidseisen werd vanaf 2000 een aantal bestuurlijke en inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. Per augustus 2000 hebben elf bovenbouwen vier scholengemeenschappen voor vmbo/havo/vwo gevormd. Ook een aantal onderbouwen is een samenwerkingsverband aangegaan of is bestuurlijk gefuseerd. Inhoudelijk betekent het overheidsbeleid dat een aantal door Rudolf Steiner ontwikkelde uitgangspunten moest worden verlaten. Met name het afnemen van toetsen en het differentiëren naar intelligentieniveau vormen concessies ten opzichte van het oorspronkelijke leerplan. Betrokkenen verschillen van mening of dit een goede ontwikkeling is en hoeveel aanpassing een school aankan zonder het vrijeschoolkarakter te verliezen. Individuele scholen proberen op verschillende manieren een nieuwe balans te vinden. Enkele scholen hebben zich tot het uiterste tegen inmenging door de overheid verzet. In 1997 is in Oosterhout (nu Breda) de Staatsvrije vrijeschool Anfortas als particuliere dagschool (z.g. B3-school) opgericht in een poging om zich aan te veel overheidstoezicht te onttrekken. De Onderwijsinspectie beoordeelde deze basisschool in 2007 positief, maar onder de nieuwe beoordelingscriteria die ter goedkeuring aan het parlement zijn voorgelegd, zou deze school een negatief advies krijgen. De inspectie tekent in haar rapport aan “de school wil zich niet verantwoorden”. In Culemborg is sinds 2004 de (uit principe) ongesubsidieerde Staatsvrije vrijeschool De WerfKlas gevestigd.

Was het vrijeschoolonderwijs oorspronkelijk verdeeld in een kleuterschool, een onderbouw (klassen 1 t/m 8) en een bovenbouw (klassen 9 t/m 12), sinds 2000 wordt er gedifferentieerd in basisschool voor vier- tot en met twaalfjarigen (een twee- of driejarige kleuterafdeling en een onderbouw van zes klassen), een middenbouw met een algemeen vormend karakter (klassen 7 en 8) en een bovenbouw waarin – naast een basisaanbod – in zogenaamde profiellessen wordt gedifferentieerd naar examenniveau. Leeftijdsgroepen blijven op die manier zo veel mogelijk bij elkaar, terwijl leerlingen op vmbo-t-niveau aan het einde van de tiende of elfde klas uit- of doorstromen, havo-leerlingen aan het eind van de twaalfde klas en vwo-leerlingen het onderwijstraject aan het einde van het twaalfde leerjaar afsluiten. De Vrije School Den Haag, de Stichtse Vrije School in Zeist en de Vrije School Zutphen doen dit voor wat het vmbo-t-traject betreft op basis van het Ivo-proevensysteem.[10] Er bestaat geen uniformiteit tussen vrije scholen in Nederland, iedere school is vrij het onderwijs op zijn eigen manier in te vullen en op eigen wijze aan overheidsnormen te voldoen.[11] Het Bergense Adriaan Roland Holstcollege heeft tot het schooljaar 2008/9 weten vast te houden aan het oude model van gelijk onderwijs tot en met de twaalfde klas, waarna in een dertiende klas op het havo- of vwo-examen kon worden voorbereid.

Scholengemeenschappen:

  • Scholengemeenschap voor Voortgezet Vrije Schoolonderwijs (Zeist-Nijmegen-Eindhoven)
  • Stichting Vrije Scholen Zuidwest Nederland (Leiden-Den Haag-Rotterdam)
  • Stichting de Vrije School Noord en Oost Nederland (Groningen en tweemaal Zutphen) (hier wordt oa objectvormgeving gegeven)
  • Stichting Vrije Scholen Voortgezet Onderwijs Noord-Holland (Bergen, Haarlem, Amsterdam)
  • De bovenbouw van de Bernard Lievegoedschool in Maastricht ressorteert onder het Bonnefanten College Maastricht en die van Breda onder het Michaëlcollege in Prinsenbeek

Ontwikkelingen[bewerken]

In januari 2011 kwamen de resultaten van een onderzoek naar bewegen op school in het nieuws. Er is al sinds de tijd van Aristoteles een verband merkbaar tussen beweging en concentratie op school. Goed, systematisch onderzoek werd er nooit echt gedaan, tot nu toe. Er is bij 12 'gewone' basisscholen begin 2011 een proef gestart om dit verband verder te toetsen. Binnen het vrijeschoolonderwijs is een combinatie van bewegen en leren al vele jaren heel gewoon. Zo wordt bij taalles het gebruik van de komma en de punten in zinnen geoefend door bij een komma te stampen en bij een punt te klappen.

In juni 2007 bleek uit een onderzoek van ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet dat op scholen steeds vroeger wordt begonnen met lezen. Er is wetenschappelijk te onderbouwen dat er een verband is tussen vroeg leren lezen en latere dyslexie.[bron?] Vervaet pleit ervoor om kinderen pas te laten kennismaken met lezen en schrijven als ze zes en een half jaar oud zijn. Volgens hem moeten ze in de tijd daarvoor eerst een aantal ontwikkelingsstadia hebben doorgemaakt.

Binnen het vrijeschoolonderwijs wordt vanuit de antroposifie uitgegaan dat een kind pas na het 6e of 7e jaar toe is om vanuit de kleuterklas naar de echte school over te gaan. Er wordt in de kleuterklassen geen lezen en schrijven geleerd. Voor de overgang van de kleuters naar het basisonderwijs wordt, naast de leeftijd van het kind, ook gekeken of het kind deze stap kan maken. Is dat niet het geval, dan mag het kind nog een jaar kleuteren.

Vlaanderen (en Wallonië)[bewerken]

In Vlaanderen valt het steinerproject onder het methodeonderwijs en heeft het als type voor aso gekozen. In Antwerpen is er tevens een steinerschool voor buitengewoon onderwijs. In de steinerschool van Lier wordt vanaf september 2008 tevens een richting “beroepsonderwijs” ingericht volgens de steinerpedagogiek.

In Vlaanderen wordt dit type onderwijs de 'steinerschool' genoemd, naar de stichter.
Vrij onderwijs betekent in Vlaanderen dat een school niet door een “officiële” instantie wordt ingericht, zoals de staat, een gemeente of provincie, en komt dus overeen met het Nederlandse bijzonder onderwijs.

Ook in Vlaanderen zoeken de scholen naar een evenwicht tussen wat de overheid als minimumeisen (de eindtermen) oplegt, en wat de steinerscholen graag als kennis en wijsheid aan de kinderen willen meegeven. Groot voordeel is dat de steinerscholen in Vlaanderen gebruik mogen maken van afwijkende eindtermen. Ook in het buitengewoon onderwijs (Parcivalschool in Antwerpen) is er een Steiner-aanbod. Ook zijn steinerscholen sinds enkele jaren bevoegd om diploma’s secundair onderwijs uit te reiken, die toegang bieden tot hogescholen en universiteiten.

In Vlaanderen zijn er steinerscholen te Aalst (Michaëlisschool), Anderlecht (Rudolf Steinerschool), Antwerpen (Hiberniaschool, Yggdrassil), Berchem (Het Speelschooltje, De Es), Borgerhout (De Kleine Wereldburger), Munte (Landelijke Steinerschool Munte) Brasschaat (De Wingerd), Brugge (Guido Gezelleschool), Geel (Novalisschool), Gent (Rudolf Steinerschool Gent, De Teunisbloem), Ieper (Steinerschool Ieper), Leuven (De Zonnewijzer), Lier (De Sterredaalders), Tervuren (Kristoffelschool), Turnhout (Michaëlschool) en te Wilrijk (Lohrangrin).

In Wallonië zijn er steinerscholen te Court-Saint-Étienne, Bois-de-Villers (Le jardin des deux pays) en Doornik (L’Enfance de l’Art).

Externe links[bewerken]

Literatuur:
  • Rudolf Steiner: Die Erziehung des Kindes vom Gesichtspunkte der Geisteswissenschaft, Dornach, Rudolf Steiner Verlag, 1969, ISBN 3727450592
  • Rudolf Steiner: Die Erziehung des Menschen vom Gesichtspunkte der Geisteswissenschaft, Dornach, Rudolf Steiner Verlag, 2003, ISBN 3727452609
  • Heiner Ullrich: Reformpädagogische Schulkultur mit weltanschaulicher Prägung. Pädagogische Prinzipien und Formen der Waldorfschule. In: "Inge Hansen-Schaberg, Bruno Schonig: Basiswissen Pädagogik. Reformpädagogische Schulkonzepte Band 6: Waldorf-Pädagogik". Schneider Verlag Hohengehren, Baltmannsweiler 2002
Verwijzingen
  1. Publicatie van de Vereniging van vrijescholen over de Identiteit van de vrijeschool
  2. Status 2014 bij toezichtkaders Onderwijsinspectie
  3. Toezichtskaart Inspectie van het Onderwijs 2014
  4. De kwaliteit van het onderwijs op (zeer) zwakke vrijescholen in het basisonderwijs
  5. H. Steenbergen, Vrije en reguliere scholen vergeleken. Een onderzoek naar de effectiviteit van Vrije scholen en reguliere scholen voor voortgezet onderwijs, 2009
  6. schoolvo
  7. de Volkskrant
  8. Schepers, C. Het verloop van de hogere studies van voormalige leerlingen van de steinerschool – Eindverhandeling, 2002
  9. Vereniging van vrijescholen, geraadpleegd 22/3/2007
  10. Website Vrije School Den Haag
  11. Zie voor gedetailleerde informatie de website van de Vereniging van vrijescholen