Vrijeschoolonderwijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rudolf Steiner (1905)
Michael Park Rudolf Steiner School in Auckland

De vrijeschool (Nederland) of steinerschool (Vlaanderen) is een school voor kleuteronderwijs-basisonderwijs (onderbouw) en voortgezet onderwijs/secundair onderwijs (bovenbouw), gebaseerd op de antroposofische opvattingen van Rudolf Steiner. In internationaal verband zijn de scholen ook bekend als waldorfscholen. De bovenbouw wordt nog onderverdeeld in de middenbouw en bovenbouw. De klassennummering loopt vanaf de eerste klas van de onderbouw door tot het laatste jaar van de bovenbouw. De onderbouw loopt van klas 1 (groep 3 op de ‘reguliere’ Nederlandse school of het eerste leerjaar basisonderwijs in een Vlaamse school) tot en met klas 6. Daarna gaat het kind naar de middenbouw (klas 7 en 8), bedoeld om het kind een veilige overgang te laten maken van onderbouw naar bovenbouw. Na de middenbouw volgt de bovenbouw met klas 9 tot en met klas 12. Het is in Nederland mogelijk op een vrijeschool een vmbo-t-diploma, een havodiploma, of een vwo-diploma te halen, al wordt bij het behalen van een vmbo-t-diploma het vrijeschooltraject niet afgerond.[bron?]

De vrije school gemeenschap is ontstaan vanuit de gedachtegang van de sociale driegeleding. Zij onderscheidt in de maatschappij drie levenssferen: 1. het geestesleven (cultuur), 2. het rechtsleven, en 3. het economisch leven. Het geestesleven omvat het cultureel leven waartoe onder meer religie, wetenschap, kunsten, en opvoeding gerekend worden. Het Vrij in vrije school onderwijs staat hier om deze reden voor: Het cultureel leven moet zich in vrijheid kunnen ontwikkelen met een eigen orderning en inrichting. Vrij van het economische leven en/of vrij van het rechtsleven.

Veel vrijescholen hebben naast hun normale leerwegen een speciale (praktische of kunstzinnige leerweg) voor kinderen die langzaam leren.

In Driebergen bevindt zich een Vrije Hogeschool, een eenjarige opleiding als vervolg op het voortgezet onderwijs. Ook bevindt zich in Zeist een pabo- of lerarenopleiding gespecialiseerd in het vrijeschoolonderwijs, “Hogeschool Helicon” genaamd.

In Vlaanderen valt het steinerproject onder het Methodeonderwijs en heeft het als type voor ASO gekozen. In Antwerpen is er tevens een steinerschool voor buitengewoon onderwijs. In de steinerschool van Lier wordt vanaf september 2008 tevens een richting “beroepsonderwijs” ingericht volgens de steinerpedagogiek.

Inhoud

[bewerken] Geschiedenis

In 1919 kreeg Steiner in Stuttgart de leiding over de “Freie Waldorfschule”, opgezet door de fabrikant Emil Molt, eigenaar van de sigarettenfabriek Waldorf-Astoria, om de arbeiders en de directeuren nader tot elkaar te brengen. Naar dat voorbeeld is in 1923 in Den Haag de eerste vrijeschool opgericht.

[bewerken] Pedagogiek

De vrijeschool gaat uit van wat volgens Steiner de intrinsieke ontwikkeling is van het kind. Er is, aldus Steiner, een diep van binnenuit komende “zielekracht” die het kind zijn of haar eigen en unieke ontwikkeling doet doormaken. Het onderwijs dient hierbij stimulerend en ondersteunend te zijn. Een belangrijk element bij deze ontwikkeling vormt de ziel. Deze van oorsprong uit de geestelijke wereld stammende kern van het menszijn is de drijvende kracht achter de persoonlijke, individuele, gefaseerde ontwikkeling (7-jaarscycli). De ziel is op aarde gekomen, volgens Steiner, om “lessen te leren”. Alles wat de mens meemaakt aan intensieve aardse ervaringen vormt een levensles die opgenomen wordt in het totaal aan leerervaringen. Dit totaal is bepalend voor de geestelijke ontwikkeling waarmee de mens verder gaat (overgaat of sterft). In een volgend leven kan de les worden voortgezet, of kunnen correcties worden aangebracht. Het van oorsprong hindoeïstische begrip karma is hierbij van betekenis.[bron?]

De vrijeschool begeleidt het opgroeiende kind in de eerste drie van de door Steiner beschreven fasen van levenslessen. Idealiter tot het 21ste levensjaar (3 x 7).[bron?] Daarom is intellectuele ontwikkeling aanvankelijk slechts een onderdeel van de pedagogiek. Muziek, bewegingskunst (euritmie), handwerken, toneelspelen en (voor-)lezen van mythen en sagen worden bij die ontwikkeling minstens zo belangrijk gevonden als lezen, schrijven en rekenen.[bron?]

[bewerken] Verschil in opleiding

Door de grotere aandacht aan kunstvormen zouden de meeste leerlingen van een vrijeschool kunstzinniger zijn dan leerlingen van andere scholen. Op kennisgebied hinken de steinerscholen achterop:[1] de slaagcijfers in het hoger onderwijs zijn lager.[2] De nadruk ligt meer op mensheidsontwikkeling dan op het vergaren van kennis. De Inspectie van het Onderwijs in Nederland meldt in 2007 in het Rapport ‘De kwaliteit van het onderwijs op (zeer zwakke) vrijescholen in het basisonderwijs’:

Cquote1.svg Op grond van bovenstaand overzicht kan worden geconcludeerd dat beduidend meer vrijescholen zwak of zeer zwak zijn dan andere basisscholen. De kwaliteit van het onderwijs schiet op meer dan de helft van de vrijescholen in meer of minder ernstige mate tekort. De inspectie volgt deze scholen intensief via een aangepaste toezichtcyclus (PKO2 of OKV).[3]
Cquote2.svg

Het is gezien het kader van de normering van het ministerie van Onderwijs logisch dat er Vrije scholen hierbij opvallen of volgens deze normeringen als zwakker naar voren kunnen komen. Als belangrijkste redenen voor het hoge percentage zeer zwakke vrijescholen noemt het rapport dat deze scholen doorgaans:

  • Geen of weinig gebruik maken van landelijk genormeerde toetsen waardoor hun onderwijsresultaten niet beoordeeld kunnen worden;
  • Niet of niet voldoende in staat zijn zich via een sluitend systeem van kwaliteitszorg te verantwoorden over de vraag hoe de ontwikkeling van de leerlingen wordt gevolgd;
  • Minder vaak in staat zijn aan te geven hoe planmatig de zorg en begeleiding voor leerlingen is;
  • Minder vaak aantoonbaar kunnen maken in hoeverre het leerstofaanbod voldoet aan de kerndoelen;

Aangezien Vrij in Vrije school staat voor het voeren van een schoolbeleid volgens de sociale driegeleding, zal dit schoolbeleid zijn bepaald op basis van het kind, niet de eisen vanuit de overheid. Gezien het feit dat alleen wordt getoetst conform het landelijke leerplan en de overheidsnormeringen zal hier logischerwijs een vertekend beeld kunnen ontstaan. Kijkend naar de vrije scholen die wel meedoen met de Cito-toetsen kan je concluderen dat deze vrije scholen gemiddeld of beter dan gemiddeld presteren.[bron?]

Leerlingen van steinerscholen kiezen in hun vervolgopleiding meer dan gemiddeld voor een alfa-richting, zoals rechten of psychologie. Het aantal leerlingen dat kiest voor een vervolgopleiding in de beta-richting ligt juist lager.[4]

[bewerken] Nederland

De Vrije School in Utrecht

Nederland kent momenteel 95 vestigingen (primair en voortgezet onderwijs) met circa 19.000 leerlingen en 1.500 docenten.[5] Bovenbouwen zijn gevestigd in Amsterdam, Bergen, Den Haag, Eindhoven, Groningen, Haarlem, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Prinsenbeek, Rotterdam, Zeist, Zutphen (twee verschillende scholen zijn gefuseerd tot één school). De meeste van deze scholen zijn aangesloten bij de Vereniging van Vrije Scholen. Ook zijn er vier speciale scholen voor basisonderwijs, zogenaamde tobiasscholen, voor leerlingen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden. In Zeist is de Hogeschool Helicon gevestigd, die opleidt tot kleuterleid(st)er en leerkracht aan de onderbouw van de vrijeschool.

Onder invloed van strenger wordende overheidseisen werd vanaf 2000 een aantal bestuurlijke en inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. Per augustus 2000 hebben elf bovenbouwen vier scholengemeenschappen voor vmbo/havo/vwo gevormd. Ook een aantal onderbouwen is een samenwerkingsverband aangegaan of is bestuurlijk gefuseerd. Inhoudelijk betekent het overheidsbeleid dat een aantal door Rudolf Steiner ontwikkelde uitgangspunten moest worden verlaten. Met name het afnemen van toetsen en het differentiëren naar intelligentieniveau vormen concessies ten opzichte van het oorspronkelijke leerplan. Betrokkenen verschillen van mening of dit een goede ontwikkeling is en hoeveel aanpassing een school aankan zonder het vrijeschoolkarakter te verliezen. Individuele scholen proberen op verschillende manieren een nieuwe balans te vinden. Enkele scholen hebben zich tot het uiterste tegen inmenging door de overheid verzet. In 1997 is in Oosterhout (nu Breda) de Staatsvrije vrijeschool Anfortas als particuliere dagschool (z.g. B3-school) opgericht in een poging om zich aan te veel overheidstoezicht te onttrekken. De Onderwijsinspectie beoordeelde deze basisschool in 2007 positief, maar onder de nieuwe beoordelingscriteria die ter goedkeuring aan het parlement zijn voorgelegd, zou deze school een negatief advies krijgen. De Inspectie tekent in haar rapport aan “de school wil zich niet verantwoorden”. In Culemborg is sinds 2004 de (uit principe) ongesubsidieerde Staatsvrije vrijeschool De WerfKlas gevestigd.

Was het vrijeschoolonderwijs oorspronkelijk verdeeld in een kleuterschool, een onderbouw (klassen 1 t/m 8) en een bovenbouw (klassen 9 t/m 12), sinds 2000 wordt er gedifferentieerd in basisschool voor vier- tot en met twaalfjarigen (een twee- of driejarige kleuterafdeling en een onderbouw van zes klassen), een middenbouw met een algemeen vormend karakter (klassen 7 en 8) en een bovenbouw waarin – naast een basisaanbod – in zogenaamde profiellessen wordt gedifferentieerd naar examenniveau. Leeftijdsgroepen blijven op die manier zo veel mogelijk bij elkaar, terwijl leerlingen op vmbo-t-niveau aan het einde van de tiende of elfde klas uit- of doorstromen, havo-leerlingen aan het eind van de twaalfde klas en vwo-leerlingen het onderwijstraject aan het einde van het twaalfde leerjaar afsluiten. De Vrije School Den Haag, de Stichtse Vrije School in Zeist en de Vrije School Zutphen doen dit voor wat het vmbo-t-traject betreft op basis van het Ivo-proevensysteem.[6] Er bestaat geen uniformiteit tussen vrije scholen in Nederland, iedere school is vrij het onderwijs op zijn eigen manier in te vullen en op eigen wijze aan overheidsnormen te voldoen.[7] Het Bergense Adriaan Roland Holstcollege heeft tot het schooljaar 2008/9 weten vast te houden aan het oude model van gelijk onderwijs tot en met de twaalfde klas, waarna in een dertiende klas op het havo- of vwo-examen kon worden voorbereid.

Scholengemeenschappen:

  • Scholengemeenschap voor Voortgezet Vrije Schoolonderwijs (Zeist-Nijmegen-Eindhoven)
  • Stichting Vrije Scholen Zuidwest Nederland (Leiden-Den Haag-Rotterdam)
  • Stichting de Vrije School Noord en Oost Nederland (Groningen en tweemaal Zutphen) (hier wordt oa objectvormgeving gegeven)
  • Stichting Vrije Scholen Voortgezet Onderwijs Noord-Holland (Bergen, Haarlem, Amsterdam)
  • De bovenbouw van de Bernard Lievegoedschool in Maastricht ressorteert onder het Bonnefanten College Maastricht en die van Breda onder het Michaëlcollege in Prinsenbeek

[bewerken] Ontwikkelingen

In januari 2011 kwamen de resultaten van een onderzoek naar bewegen op school in het nieuws. Er is al sinds de tijd van Aristoteles een verband merkbaar tussen beweging en concentratie op school. Goed, systematisch onderzoek werd er nooit echt gedaan, tot nu toe. Er is bij 12 'gewone' basisscholen begin 2011 een proef gestart om dit verband verder te toetsen. Binnen het vrije school onderwijs is een combinatie van bewegen en leren al vele jaren heel gewoon. Zo wordt bij taalles het gebruik van de komma en de punten in zinnen geoefend door bij een komma te stampen en bij een punt te klappen.

In juni 2007 bleek uit een onderzoek van ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet dat op scholen steeds vroeger wordt begonnen met lezen. Er is wetenschappelijk te onderbouwen dat er een verband is tussen vroeg leren lezen en latere dyslexie.[bron?] Vervaet pleit ervoor om kinderen pas te laten kennismaken met lezen en schrijven als ze zes en een half jaar oud zijn. Volgens hem moeten ze in de tijd daarvoor eerst een aantal ontwikkelingsstadia hebben doorgemaakt. Binnen het vrije school onderwijs wordt vanuit de antroposifie uitgegaan dat een kind pas na het 6e of 7e jaar toe is om vanuit de kleuterklas naar de echte school over te gaan. Er wordt in de kleuterklassen geen lezen en schrijven geleerd. Voor de overgang van de kleuters naar het basisonderwijs wordt, naast de leeftijd van het kind, ook gekeken of het kind deze stap kan maken. Is dat niet het geval, dan moet het kind nog een jaar kleuteren.

[bewerken] Vlaanderen

In Vlaanderen wordt dit type onderwijs de steinerschool genoemd, naar de stichter.
Vrij onderwijs betekent in Vlaanderen dat een school niet door een “officiële” instantie wordt ingericht, zoals de staat, een gemeente of provincie, en komt dus overeen met het Nederlandse bijzonder onderwijs.

Ook in Vlaanderen zoeken de scholen naar een evenwicht tussen wat de overheid als minimumeisen (de eindtermen) oplegt, en wat de steinerscholen graag als kennis en wijsheid aan de kinderen willen meegeven. Groot voordeel is dat de steinerscholen in Vlaanderen gebruik mogen maken van afwijkende eindtermen. Ook in het buitengewoon onderwijs (Parcivalschool in Antwerpen) is er een Steiner-aanbod. Ook zijn steinerscholen sinds enkele jaren bevoegd om diploma’s secundair onderwijs uit te reiken, die toegang bieden tot hogescholen en universiteiten.

In Vlaanderen zijn er steinerscholen te Aalst (Michaëlisschool), Anderlecht (Rudolf Steinerschool), Antwerpen (Hiberniaschool, Yggdrassil), Berchem (Het Speelschooltje, De Es), Borgerhout (De Kleine Wereldburger), Munte (Landelijke Steinerschool Munte) Brasschaat (De Wingerd), Brugge (Guido Gezelleschool), Geel (Novalisschool), Gent (Rudolf Steinerschool Gent, De Teunisbloem), Ieper (Steinerschool Ieper), Kalmthout (De Rinkrank), Leuven (De Zonnewijzer), Lier (De Sterredaalders), Tervuren (Kristoffelschool), Turnhout (Michaëlschool) en te Wilrijk (Lohrangrin). In Wallonië zijn er steinerscholen te Court-Saint-Etienne, Bois-de-Villers (Le jardin des deux pays) en Doornik (L’Enfance de l’Art).

[bewerken] Externe links

Bronnen, noten en/of referenties

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen