Crosby, Stills & Nash (& Young)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fairytale bookmark.png Dit artikel is voorgedragen als etalageartikel. Aangemelde gebruikers kunnen gedurende één maand hun stem uitbrengen.
Crosby, Stills, Nash & Young
Crosby, Stills, Nash & Young in 1970 (v.l.n.r. Young, Crosby, Nash, Stills)
Crosby, Stills, Nash & Young in 1970
(v.l.n.r. Young, Crosby, Nash, Stills)
Achtergrondinformatie
Ook bekend als Crosby, Stills, Nash & Young
Jaren actief 1968-2016[1][2][3][4]
Oorsprong VS/VK/Canada
Genre(s) Rock
Folkrock
Popmuziek
Label(s) Atlantic, Reprise
Manager Gerry Tolman
Verwante acts Crosby & Nash, The Stills-Young Band, Buffalo Springfield, The Byrds, The Hollies, The Rides, CPR
Ex-leden
David Crosby
Stephen Stills
Graham Nash
(Neil Young)
Website
(en) Allmusic-profiel
(en) Last.fm-profiel
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Crosby, Stills & Nash (CSN) was een Amerikaans-Britse supergroep die folkrockmuziek speelde. De leden waren David Crosby, Stephen Stills en Graham Nash, en wanneer zij werden geflankeerd door Neil Young werd de groep Crosby, Stills, Nash & Young (CSNY) genoemd.

De band stond sinds het einde van de jaren zestig bekend om de complexe zangharmonieën van de leden, hun tumultueuze onderlinge verstandhoudingen en hun politiek activisme. Voor velen golden zij als de verpersoonlijking van de hippiecultuur. Bekende nummers zijn Teach your children, Ohio en Our house.

Crosby, Stills & Nash wonnen in het muziekjaar 1969 een Grammy Award en alle vier werden tweemaal in de Rock and Roll Hall of Fame opgenomen.[noot 1] In maart 2016 verklaarde Nash dat het doek voor de groep definitief gevallen is.

Biografie[bewerken]

Ontstaan[bewerken]

Voordat de bandleden van CSN elkaar ontmoetten en de groep werd opgericht, speelden zij elk in een andere prominente band.[5] Zo was David Crosby gitarist bij The Byrds; was Stephen Stills gitarist, toetsenist, zanger en songwriter bij Buffalo Springfield (waarvan ook Neil Young deel uitmaakte); en speelde Graham Nash bij The Hollies als gitarist, zanger en songwriter.[6][7]

Young had binnen Buffalo Springfield voortdurend ruzie met Stills. In mei 1967 verliet hij de band, maar al na vier maanden keerde hij terug. Tijdens zijn afwezigheid speelde Buffalo Springfield onder meer op het Monterey Pop Festival en werd hij al eens vervangen werd door Crosby.[8]

Als gevolg van frictie binnen The Byrds werd Crosby eind 1967 uit deze band gezet.[9] Korte tijd later hield Buffalo Springfield op te bestaan, nadat de groep het album Last time around had uitgebracht. Hierdoor kwam Stills zonder werk te zitten. Sindsdien kwamen beide musici vaak bijeen om samen muziek te maken en drugs te gebruiken.[6] In de studio van Wally Heider namen ze voor het eerst samen een aantal liedjes op, waaronder Long time gone en Guinnevere.[10] Het resultaat van een van die jamsessies, op Crosby's schoener in Florida, was het nummer Wooden ships, dat werd gecomponeerd in samenwerking met de in 2016 overleden Paul Kantner van Jefferson Airplane.[11][12][13]

Crosby leerde Nash kennen in 1966 in Los Angeles. Cass Elliot van The Mamas and the Papas stelde Nash aan hem voor, zonder te vertellen wie Nash was. Ze wilde dat Crosby de man Nash zou leren kennen en niet de Hollie Nash. De onderlinge chemie was er vanaf het eerste moment. Toen Crosby de dag erna van Elliot hoorde dat hij Graham Nash van The Hollies had ontmoet, reageerde hij verrukt: "Ahhhh! Nog een meesterlijk harmoniezanger."[14][uitspraak 1] Ze ontmoetten elkaar op initiatief van Nash weer toen The Hollies in 1968 naar Californië kwamen.[15] Toen ze beiden in juli 1968 op een feest waren waar ook Stills aanwezig was,[noot 2] lieten Stills en Crosby een nieuw nummer horen, You don't have to cry genaamd. Op verzoek van Nash speelden de twee het nummer nogmaals, waarbij Nash hen bijviel met zijn karakteristieke derde stem.[7][17][18] Ze waren erg onder de indruk van hun eigen drieklank en ontdekten dat ze samen een unieke vocale chemie hadden.[6][7][17][19]

Omdat Nash een andere creatieve richting op wilde dan The Hollies, besloot hij de band te verlaten en met Crosby en Stills in zee te gaan. Toen deze twee bij Nash in Londen waren, nodigden ze George Harrison uit om te komen luisteren naar hun muziek. Ze waren nog op zoek naar een platenlabel en The Beatles hadden net hun eigen label Apple Records opgericht. Harrison wees het trio echter af.[20] Ze kregen wel een contract van Ahmet Ertegün, de oprichter van Atlantic Records. Ertegün was een fan van Buffalo Springfield en erg teleurgesteld door het uiteenvallen van die band.[21]

Ze kozen ervoor om zichzelf niet onzichtbaar te maken onder een bandnaam. Ze gebruikten hun achternamen om er zeker van te zijn dat de band niet verder zou kunnen zonder één van de drie, in tegenstelling tot hoe het hen was vergaan bij The Byrds en The Hollies. Crosby, Stills en Nash kozen Elliot Roberts en David Geffen als hun managers om hun bestaansrecht in de muziekindustrie een zo groot mogelijke kans te geven.[22] Roberts hield de band gefocust en de ego's bij elkaar en Geffen was volgens Crosby de haai die ze nodig hadden voor hun zakendeals.[23][24][uitspraak 2]

Stills had vanwege zijn werk met Buffalo Springfield reeds een contract met Atlantic Records. Crosby werd binnen The Byrds gezien als onbelangrijk en onmogelijk om mee te werken, waardoor hij zonder moeite af kon van zijn contract met Columbia. Nash daarentegen had met The Hollies nog steeds een contract met Epic Records. Ertegün maakte een deal met Clive Davis om Nash te ruilen voor Richie Furay met zijn nieuwe band Poco. Furay - ook werkloos geworden door het uiteenvallen van Buffalo Springfield - tekende in ruil bij Columbia.[26]

De weg naar Woodstock[bewerken]

Het eerste album van het trio, Crosby, Stills & Nash genaamd, werd in mei 1969 uitgegeven en werd een groot succes.[7] Het bereikte een nummer 6-notering in de albumlijst van Billboard en ontving viermaal platina van de RIAA voor hogere verkoopcijfers dan $ 4 200 000. De singles Marrakesh Express en Suite: Judy blue eyes bereikten respectievelijk nummer 28 en 21 in de singlelijst.[27][28]

Neil Young achter de piano

In de tournee die volgde wilden Crosby en Nash optreden zoals Simon & Garfunkel, met harmoniezang die alleen begeleid zou worden door akoestische gitaren. Stills was het daar niet mee eens en wilde optreden met een rockband.[29] Het trio besloot om de concerten te verdelen in een gedeelte met akoestische muziek en een gedeelte met elektronische muziek.[30] In hun debuutalbum had Stills het leeuwendeel van de instrumentale partijen op zich genomen, met uitzondering de drumpartijen - die door Dallas Taylor werden ingespeeld.[31] Om tijdens de tournee de muziek van hun debuutalbum live te kunnen spelen hadden ze meer muzikanten nodig. Crosby en Nash lieten het aan Stills over om die te vinden.[32] Voor de toetsen benaderde Stills Steve Winwood, maar die bleek al afspraken gemaakt te hebben met de nieuwe supergroep Blind Faith.[33]

Atlantics-eigenaar Ahmet Ertegün stelde hierop voor om voormalig Buffalo Springfield-lid Neil Young te benaderen, die zich eveneens onder de hoede van Elliot Roberts bevond.[34] Stills en Nash reageerden terughoudend; Stills vanwege zijn ervaringen met Young bij Buffalo Springfield en Nash omdat hij Young niet kende. Stills vroeg toen John Sebastian van The Lovin' Spoonful, maar deze weigerde.[5][35] Na toch een aantal keer samengekomen te zijn met Young besloot het trio om met hem verder te gaan, waarna Young het kwartet als volwaardig partner completeerde.[36] Het contract dat Young tekende gaf hem de vrijheid om parallel aan CSNY ook de werkzaamheden met zijn nieuwe begeleidingsband Crazy Horse te blijven uitvoeren. Bassist Bruce Palmer was de eerste keuze voor de ritmesectie, omdat die met Young en Stills bij Buffalo Springfield had gespeeld.[6] Hij viel echter snel weer af en voor hem in de plaats werd op aanraden van Rick James de negentienjarige Motown-bassist Greg Reeves aangenomen.[6][37]

Joni Mitchell in 1974
(promofoto voor Asylum Records)

Met Young aan boord stak de nieuwe supergroep van wal met een tournee die duurde van het einde van de zomer van 1969 tot januari van het jaar erop. Hun eerste gezamenlijke optreden was op 16 augustus 1969 in het Auditorium Theater in Chicago, met Joni Mitchell als openingsact.[5][6][7] Ze vertelden dat ze de volgende dag naar het plaatsje Woodstock zouden gaan, zonder te weten waar dat precies lag. Het Woodstockfestival bleek hun vuurdoop te zijn.[5][6][36] Het publiek daar bestond behalve uit honderdduizenden bezoekers ook uit een aantal mensen uit de muziekindustrie. Voor de nerveuze bandleden was dit enigszins intimiderend, of zoals Stills tegen het publiek zei: "Dit is pas de tweede keer dat we voor een publiek optreden. We schijten zeven kleuren".[uitspraak 3] [38] Het optreden op het festival, de verfilming ervan en Mitchells pennenvrucht Woodstock die zij coverden leverden de groep grote bekendheid op.[38]

Dames, drugs en Déja vu[bewerken]

CSNY verscheen dat jaar op verschillende andere bekende festivals. Twee optredens op het Big Sur Folk Festival op 13 en 14 september 1969 werden later uitgegeven in de film Celebration at Big Sur.[39] Het viertal speelde ook op het Altamont Free Concert, dat door geweld werd overschaduwd.[noot 3] Op verzoek van de bandleden werden opnamen van hun optreden weggelaten uit de documentaire Gimme shelter (1970). Voor het muziekjaar 1969 won het drietal in maart 1970 een Grammy in de categorie Beste nieuwe artiest, vóór de bands Chicago en Led Zeppelin.[6][40]

In de laatste week van september 1969 verongelukte Christine Hinton, de vriendin van Crosby, die hierdoor erg ontdaan was. Hij was, net als de drie anderen, een regelmatig gebruiker van cocaïne,[41] maar zocht nu heimelijk zijn toevlucht tot heroine.[42][43] Er waren bovendien problemen op relationeel vlak: Stills had kort tevoren met Judy Collins gebroken en ook Nash' relatie met Joni Mitchell liep stuk.

Vanaf oktober 1969 begonnen de opnames voor het tweede album en het eerste met Young, genaamd Déjà vu dat in maart 1970 in de winkels lag. De liedjes op dit album zijn door eerdergenoemde omstandigheden een stuk donkerder dan die op het eerste album.[44] Young leverde aan deze plaat een beperkte bijdrage; op vier nummers was hij niet te horen.[noot 4] [45] Van het album verschenen drie hitsingles.[7]

Déjà vu was het eerste album dat verscheen in Atlantic Records' SD-7200 "superstar"-lijn, die speciaal in het leven geroepen was voor de topartiesten van het platenlabel. De volgende albums van CSN(&Y) werden ook onder dit sublabel uitgebracht, evenals albums van bijvoorbeeld Yes, Led Zeppelin en Aretha Franklin.[46]

Na enige tijd begon Stills zich te ergeren aan Greg Reeves. De bassist gedroeg zich vreemd; hij gaf zich bijvoorbeeld ineens uit voor medicijnman. Bovendien liet Reeves zich op zijn bas volledig gaan, speelde nooit tweemaal hetzelfde en wilde dat de groep ook zijn liedjes vertolkte. Ondanks het feit dat Young het wel met Reeves kon vinden, ontsloeg Stills de bassist in april 1970 en verving hem door Calvin "Fuzzy" Samuels.[47]

In die tijd vond het Kent State-bloedbad plaats. Berichten over het incident inspireerden Young om samen met Crosby, Stills en Nash in anderhalf uur de protestsong Ohio op te nemen[48] en twee weken later pijlsnel uit te geven.[5][24][49] Hoewel radiozenders vanwege de pacifistische ondertoon weinig zagen in het nummer,[45] was een volgende top 20-hit het resultaat.[50] De broze samenwerking bleef echter een probleem,[36] en na de zomertournee van 1970 was het excessieve drank- en drugsgebruik van Stills aanleiding tot het uiteenvallen van de groep.[24] Concertopnames van die tournee werden in 1971 uitgegeven in het dubbelalbum 4 way street. Het duurde tot 1974 voordat de bandleden weer als kwartet bijeenkwamen.

Eigen belangen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie David Crosby, Stephen Stills, Graham Nash en Neil Young voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.
Stephen Stills met Manassas in 1972 (opname voor Toppop)

Tussen september 1970 en mei 1971 gaven de vier bandleden soloalbums uit: After the gold rush van Young verscheen in september; het album Stephen Stills in november; Crosby's If I could only remember my name in februari en Songs for beginners van Nash in mei.[7][45] Alle vier de platen kwamen terecht in de top 15 van de Billboard 200, met het werk van Stills als hoogste op de derde plaats.

Stills gaf in 1971 een tweede album uit, Stephen Stills 2, dat ook in de top 10 eindigde. Crosby en Nash startten een akoestische tournee waarin ze de muziek vertolkten met alleen hun eigen gitaren, zang en piano, zoals te zien is in de documentaire Another stoney evening.

In 1972 bracht Young zijn veelgeroemde album Harvest uit en had hij een hit met Heart of gold. In datzelfde jaar voegde Stills zich bij ex-Byrd Chris Hillman om de band Manassas te vormen. Met hun gelijknamige eerste album kwam hij voor de zesde maal in de top 10. Young en Nash gaven Youngs War song uit om de presidentscampagne van George McGovern te steunen. Verder brachten Crosby & Nash als duo een album uit met de eigen nummers die ze op hun tournee gespeeld hadden, Graham Nash David Crosby genaamd. Dit album kwam op plaats vier terecht.[51]

In 1973 nam Young twee sombere albums op, waarvan het eerste, Times fade away, volgde op de wintertournee na de dood van Crazy Horse-bandgenoot Danny Whitten. Het tweede album, Tonight's the night, was zo somber dat zijn platenmaatschappij het niet eerder dan in 1975 durfde uit te geven. Crosby initieerde met The Byrds het reünie-album History of The Byrds, Stills gaf met Manassas hun tweede album Down the road uit en Nash kwam met zijn tweede soloalbum, Wild tales; de verkopen van deze drie platen bleven achter bij de verwachtingen. In juni en juli van dat jaar kwam het viertal bijeen in de ranch van Young in Californië en in een opnamestudio op Hawaii. Het doel van deze sessies was om een nieuw album te maken, met als werktitel Human highway. De onenigheden die de band in 1970 de das om hadden gedaan, staken wederom de kop op en dreven hen opnieuw uiteen.

Weer bijeen voor de Doom Tour[bewerken]

Stills (links), Crosby en Nash tijdens de "Doom Tour" in 1974

Manager Roberts en impressario Bill Graham brachten bij de groep het inzicht terug dat de muziek van CSNY commerciële potentie had.[52] Het kwartet likte zijn wonden,[53] en begon in de zomer van 1974 aan een nieuwe tournee, met als begeleiders Tim Drummond op basgitaar, Russ Kunkel op drums en Joe Lala op percussie.[52] Die tournee was uniek in Noord-Amerika; het was de eerste tournee die geheel gegeven werd in openluchtstadions.[36] Het idee daarvoor kwam van Graham, die eerder de grote tournee voor Bob Dylan in overdekte arena's had georganiseerd.[52] Ook de orkestratie van deze tour, die een hoog muzikaal niveau had, kwam van Graham.[45][54] Tijdens de optredens, die drieënhalf uur duurden, speelde CSNY oude favorieten aangevuld met nieuwe nummers, die soms ter plekke in première gingen.[52][53][55]

Toen een poging om tijdig een nieuw CSNY-album op de markt te brengen mislukte, gaf Atlantic Records de compilatie So far uit om de tournee te promoten.[52] Nash vond het absurd om materiaal van twee albums opnieuw uit te brengen zonder de hit Marrakesh Express.[56] Het album kwam in november 1974 niettemin hoog in de albumtop te staan.[7][12]

Hoewel de bandleden de pers wilden laten geloven dat hun karakteristieke meningsverschillen tot het verleden behoorden, begonnen nieuwe excessen hun tol te eisen. Ze gebruikten alle vier tijdens hun optredens in 1974 grote hoeveelheden cocaïne.[57] Joni Mitchell vertelde later dat het gebruik zo escaleerde dat er zelfs mensen met neusbloedingen op het podium rondliepen.[58]

Ook de onderlinge relaties kwamen onder druk te staan. De tour was commercieel zeer succesvol en Crosby, Stills en Nash lieten zich uitgebreid fêteren. Dit tot grote ergernis van Young, die zich toch al opwond over het gebrek aan creatieve ontwikkeling bij de anderen. Young zelf was muzikaal zeer productief tijdens de tournee,[59] en besloot uit onvrede het gezelschap van zijn collega's zoveel mogelijk te mijden. Hij trok zich voortdurend met zijn vrouw en zoon terug in zijn tourwagen en vertelde later aan biograaf Jimmy McDonough: "De tournee was erg teleurstellend voor mij. Ik vond dat CSN het echt verknald had. De laatste keer dat ik met ze speelde, was twee of drie jaar eerder. Ze hadden [ondertussen] geen album gemaakt en ze hadden geen nieuwe liedjes. Hoe konden ze zomaar ophouden?".[uitspraak 4][52][60] [52][53]

Crosby werd sinds de dood van zijn vriendin Christine Hinton in 1969 geflankeerd door twee meisjes, met wie hij zich aanhoudend terugtrok in zijn niet afgesloten hotelkamer. Dit leidde tot ergernissen bij de anderen, die bij binnenkomst moesten toezien hoe zijn vriendinnen hem bevredigden terwijl hij blowde, dronk en zakelijke telefoongesprekken voerde.[24][61]

Vanwege de grote zalen die bespeeld moesten worden en de bijkomende excessen werd deze tournee later bekend als de Doom Tour, een naam die bedacht werd door Crosby.[52][53] Na afloop bleek dat de show een grote kaskraker was, met een opbrengst van ruim elf miljoen dollar. Hiervan ontvingen de vier bandleden elk echter 'slechts' een half miljoen,[52][53][62] waarop de groep brak met Graham en Geffen.

Changing partners[bewerken]

Nummers van CSN die tijdens de tournee van 1974 voor het eerst gespeeld werden kwamen later uit op studioalbums van Crosby/Nash en Stills/Young. De nummers die Young schreef verschenen voor het eerst op On the beach, het album dat tijdens de tournee uitkwam.

David Crosby in 1976, backstage in het Frost Amphitheater
Graham Nash in 1976 backstage in het Frost Amphitheater

Na afloop van de tournee tekenden Crosby & Nash een apart contract met ABC Records. Ze begonnen opnieuw te touren[45] en deden kleinere sportarena's, buitenfestivals en theaters aan.[63] Het duo produceerde twee studioplaten, getiteld Wind on the water in 1975 en Whistling down the wire in 1976. Verder werd de liveregistratie Crosby-Nash live van de tournee in 1977 uitgegeven. Crosby en Nash lieten zich begeleiden door bassist Tim Drummond en The Section, een band die ook meespeelde op hun eerste elpee. Deze band begeleidde in de jaren zeventig een groot aantal artiesten uit Los Angeles, onder wie Carole King, James Taylor en Jackson Browne. Crosby en Nash verleenden in die periode ook hun vocale diensten aan hits van anderen, zoals aan Taylors Mexico and Joni Mitchells Free man in Paris.

Nash had indertijd in het Wembley Stadium filmopnames gemaakt van negen CSNY-shows. In 1976 werd een derde poging ondernomen om een CSNY-album uit te brengen. De opnames moesten onderbroken worden omdat Crosby en Nash Whistling down the wire af wilden maken. Stills en Young waren hierover zo verbolgen dat ze de vocale bijdragen van de andere twee van de mastertape lieten verwijderen.[58][64] Nash besloot daarop om de opnames van de tournee van 1974 niet naar buiten te brengen.

Neil Young in 1976 in Austin, Texas
Stephen Stills in 1978 in Arizona

Na de tour van 1974 vielen Stills en Young eerst terug op hun eigen carrières. In 1976 kwamen ze weer bijeen voor een eenmalig album en een tournee met The Stills-Young Band.[45] Toen ze eenmaal op tournee waren, liepen de spanningen tussen hen weer op. Een meningsverschil over de begeleiding - Stills wilde professionele studiomuzikanten en Young koos voor de band Crazy Horse - leidde tot een nieuwe breuk. Op 20 juli 1976, na de show in Columbia, ging de tourbus van Young een andere richting op dan die van Stills. In Atlanta, hun volgende stop, kreeg Stills een laconiek telegram: "Beste Stephen, grappig hoe dingen die spontaan ontstaan ook zo eindigen. Eet een perzik, Neil".[uitspraak 5][58][65][66][67] Youngs management claimde dat hij op doktersadvies rust moest houden om van een keelontsteking te kunnen herstellen. Stills zag zich contractueel verplicht om de tournee in zijn eentje af te maken, terwijl Young van de gelegenheid gebruik maakte om een tournee voor Crazy Horse voor te bereiden. Later in 1976 benaderde Stills het duo Crosby & Nash tijdens één van hun optredens in Los Angeles, wat de deur openzette voor een terugkeer als trio.

Hergroepering en de weg naar beneden[bewerken]

Nog dat jaar begonnen Crosby Stills & Nash in de Criteria Studios in Miami met opnames voor het album CSN.[45] Ze speelden daarop de typische softrock uit die periode, met onder andere de hitsingle Just a song before I go van Nash.[7] Crosby, Stills & Nash gingen met dit album verder vanaf het punt waar ze gekomen waren vóór de komst van Young.[58] Het album bereikte in juli 1977 de nummer 2-positie bij Billboard en bleef daar in augustus op staan, achter één van de bestverkopende albums aller tijden: Fleetwood Macs Rumours (dat overigens ook in de Criteria Studios opgenomen was).[68] Rond dezelfde tijd ontwierp Phil Hartman het bekende CSN-logo.[69]

Na de tournees die ze in 1977 en 1978 gaven, werd het werk voor de groep bemoeilijkt door Crosby's toenemende cocaïneverslaving. Het album Earth & sky, dat Nash in 1980 uitgaf, had eigenlijk een Crosby/Nash-album moeten worden, maar Crosby was niet in staat om er aan bij te dragen.[70] Ook bij de opnamen van Daylight again in 1980 en 1981 moest Crosby vanwege zijn drugsgebruik verstek laten gaan. Nash en Stills namen het album als duo op, onder anderen ondersteund door muzikant, producent en manager Gerry Tolman. Atlantic Records wilde echter per se een CSN-album en weigerde de plaat uit te brengen zolang Crosby niet hersteld was.[71] De bijdrage van Crosby behelsde uiteindelijk het nummer Delta en enkele harmonische zangpartijen op andere nummers. Het album kende twee hits, Wasted on the way (Nash) en Southern cross (Stills).[7] Daylight again bereikte in 1982 een nummer 8-notering.[72]

Crosby, Nash en Stills tijdens een openluchtfestival in het Georg-Melches-Stadion, 1983

Het trio bleef touren ondanks de problemen van Crosby, totdat deze in mei 1982 in een Texaanse gevangenis belandde vanwege drugs- en wapenbezit. Ook muzikaal gezien ging het niet goed; de in 1983 uitgegeven plaat Allies[noot 5] bleef laag in de lijsten steken en kreeg twee sterren in de beoordeling van AllMusic.[73] In de jaren erna werd Crosby verschillende keren opgepakt en in december 1985 meldde hij zichzelf bij de politie.[74] Vervolgens zat hij een gevangenisstraf uit van negen maanden.[5]

In 1988 kwam Young terug bij het trio, als inlossing van zijn belofte aan Crosby als die weer clean zou zijn. Ze gingen de studio in en maakten opnames voor hun album American dream.[7] Stills en Crosby functioneerden nauwelijks tijdens de opnamesessies:[58][75] Stills kampte met een cocaïneverslaving,[58] en Crosby, die clean was, werd geplaagd door verschillende gezondheidsproblemen, met in 1994 een levertransplantatie tot gevolg.[5] Het album wist weliswaar plaats 16 in de Billboard-lijst te bereiken, maar ontving magere kritieken. Hierdoor voelde Young weinig voor een CSNY-tournee om het album te promoten.[38] De band maakte wel een videoclip voor de single die uitgebracht werd van de titelsong American dream, die door Young was geschreven. In de clip speelde elk lid een karakter dat losjes gebaseerd was op bepaalde aspecten uit hun persoonlijke leven. CSNY kwam op 3 november 1991 opnieuw bijeen, nu voor een optreden tijdens het concert ter nagedachtenis aan Bill Graham, Laughter, Love and Music genaamd.

Als trio nam CSN in de jaren negentig nog twee studioalbums op, Live it up en After the storm, die in vergelijking met hun eerdere platen weinig verkocht werden.[12] In 1991 kwam er nog een boxset van vier cd's uit met bekende nummers van de band als geheel, aangevuld met onverwacht betere opnames van hun verschillende soloprojecten.[7] Zich beroepend op afspraken haalde manager Elliot Roberts (die inmiddels niet meer voor CSN, maar wel nog voor Young werkte) het gros van Youngs materiaal van de plaat; er verschenen slechts zeven CSNY-nummers op het verzamelalbum. Later lekte de CSNY-versie uit van Human highway, een album dat in 1970 door onderlinge onenigheid niet werd voltooid en nu op het internet belandde.[76] In 1994 werkte CSN samen met de muzikanten Suzy Bogguss, Alison Krauss en Kathy Mattea door het nummer Teach your children op te nemen voor het album Red Hot + country. Dit was een Aids-benefietalbum ter ondersteuning van het werk van de Red Hot Organization. Het volgende CSN-album, getiteld After the storm, haalde in 1994 maar net de albumtop 100.

Eerherstel en muzikale waardering[bewerken]

In 1997 werd CSN als band opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame. In die tijd ontbeerde de band een platencontract, waardoor de leden nieuwe opnames uit eigen zak moesten betalen. In 1999 nodigde Stills Young uit om een paar nummers mee te spelen op een nieuwe plaat.[7] Young, aangenaam verrast door dit initiatief, droeg meer nummers bij, waardoor uiteindelijk het CSNY-album Looking forward ontstond. Het album werd uitgegeven door Reprise Records, waar Young onder contract stond, en werd beter ontvangen dan de drie vorige. Dit was aanleiding tot het organiseren van de CSNY2K-tournee (2000) en de CSNY Tour of America (2002), die beide financieel succesvol waren.[7]

In 2005 gingen Crosby, Stills en Nash wederom op wereldtournee, ditmaal zonder Young. Net als in het verleden beperkten de muzikanten zich niet tot gezamenlijke activiteiten in CSN, maar richtten zich daarnaast op hun solocarrières, die ze ook promootten gedurende de tournee.[7] In december 2005 kwam hun manager Gerry Tolman om het leven door een auto-ongeluk.

Nash, Tommy Bray, Stills, Young, Rick Rosas en Crosby (v.l.n.r.) in 2006

In 2006 gaven Crosby, Stills, Nash en Young het startschot voor de Freedom of speech-tournee, om Youngs album Living with war te promoten.[5][38] De gehele tour werd CO2-neutraal gedaan.[77] De lange setlijsten omvatten zowel het gros van dit nieuwe protestalbum, als materiaal van Stills' soloalbum Man alive! en nieuwer materiaal van Crosby en Nash. Op 16 mei 2006 werden Crosby, Stills & Nash geëerd als BMI-iconen tijdens de 54e editie van de jaarlijkse BMI Pop Awards. Ze kregen de prijs vanwege hun "unieke en niet aflatende invloed op generaties muzikanten".[uitspraak 6][78]

In februari 2007 was CSN genoodzaakt om een tournee door Australië en Nieuw-Zeeland uit te stellen wegens ziekte van Crosby.[79] Op 30 juli 2008 werd het populaire nummer Teach your children door Crosby, Stills en Nash gespeeld tijdens The colbert report. Talkshowhost Stephen Colbert nam - compleet in een Young-outfit - diens vocale partij voor zijn rekening en werd door Nash ook als Neil aangesproken.[38][80]

In 2009 gaven Crosby, Stills en Nash het album dEMOS uit, dat bestaat uit demo's van opnames van populaire nummers van hen als band- of soloartiesten. In juni van dat jaar speelde het trio op het Glastonbury Festival in Engeland. Stills werd daarbij geprezen om zijn bijzondere gitaarspel.[81] Young verscheen niet samen met hen op de bühne, maar gaf een dag eerder een solo-optreden op het festival .[82] Een maand later trad het trio aan voor de veertiende editie van het jaarlijkse Gathering of the Vibes-festival. Ze sloten het door regen geplaagde weekend succesvol af.[83]

In 2010 werd Nash als lid van The Hollies opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame. Dat maakte CSNY tot de eerste band waarvan alle leden tweemaal opgenomen zijn. Crosby was in 1991 al opgenomen als lid van The Byrds en Stills in 1997 als lid van Buffalo Springfield. Young hoorde in 2010 niet bij de laureaten, maar was toen al tweemaal opgenomen, in 1995 voor zijn solowerk en in 1997 tegelijk met Stills als lid van Buffalo Springfield.[5][84]

In 2010 sloeg het drietal de handen ineen met producer Rick Rubin om voor Sony Music Entertainment een project te realiseren met de naam Songs we wish we'd written. Het idee was om een album te maken met covers in een CSN-jasje, maar de sessies werden al na zeven nummers afgebroken als gevolg van een verslechterende relatie tussen Crosby en de producer.[85] Hij noemde Rubin een autocratische figuur die het creatieve proces verstoorde.[86] Het project lag stil totdat het trio twee jaar later een vijftal nummers klaar had liggen om eventueel door Warner uitgegeven te worden.[87][88]

In 2012 tourden Crosby, Stills & Nash door de VS, Australië, Nieuw-Zeeland en Brazilië, en gaven hiervan een set uit getiteld CSN 2012, bestaande uit twee cd's en een dvd.[89] Hoewel de zangstemmen van het drietal aan kracht hadden ingeboet werd het album, mede dankzij de sterke begeleidingsband, overwegend positief ontvangen.[90][91] In de daaropvolgende jaren tourden ze gedrieën door de VS en Europa.[92][93] In juli 2013 stonden ze onder andere op de planken tijdens het Weertse Bospop-festival, dat ze drie jaar eerder ook al hadden aangedaan. "Hallo iedereen, waar we [dan] ook zijn", zo opende David Crosby daar hun optreden.[uitspraak 7]

Het einde[bewerken]

Graham Nash in 2012

Op 26 en 27 oktober 2013 kwam het viertal weer bijeen voor twee - naar later bleek historische - akoestische optredens op het 27e Bridge School Benefit.[94]

Op 8 juli 2014 gaf Rhino Records de boxset CSNY 1974 uit. Deze set bevatte opnamen die Nash in 1974 gemaakt had toen de Doom Tour het Wembley Stadium aandeed. Nash had in 1976, na een conflict met Young, besloten het materiaal niet uit te brengen. Bij de veertigste verjaardag van de tournee selecteerden Nash en co-producent Joel Bernstein, alsnog nummers van de negen verschillende shows en brachten deze uit op de dvd CSNY 1974, die lovende kritieken ontving.[52][54][95][96][97]

In een interview dat Crosby in september dat jaar gaf aan de Idaho Statesman ontkende hij de geruchten over een nieuwe CSNY-tournee. Volgens hem stond Young onwelwillend tegenover een tour met het drietal en ontbrak het hem bovendien aan een financiële stimulans. Verder schilderde hij Youngs toenmalige partner Daryl Hannah af als een puur giftig roofdier.[uitspraak 8][98] Young reageerde op 8 oktober tijdens een solo-optreden op de Philadelphia Academy of Music met de melding: "CSNY zal nooit meer touren... maar ik hou van die gasten".[uitspraak 9][99] Ondanks Crosby's excuses op Twitter[3][99][100] bleef Young boos en is het optreden van 27 oktober 2013 op het 27e Bridge School Benefit het laatste dat CSNY als kwartet gegeven heeft.[101]

In 2015 gaf het trio een najaarstournee[102] en deed hierbij onder andere Amsterdam[103][104] en Brussel aan. Op 6 maart 2016 gaf Nash interviews in Nederland aan Lust for Life Magazine en OOR. Aan beide onthulde hij dat het doek voor Crosby, Stills & Nash gevallen was. In de voorgaande twee jaren waren er verschillende ruzies geweest tussen hem en Crosby en eenmaal hadden ze zelfs fysiek gevochten op het podium. "Crosby heeft het hart uit Crosby, Still & Nash gerukt",[uitspraak 10] concludeerde Nash.[2][4]

Politiek activisme[bewerken]

Crosby en Nash, Occupy Wall Street, 2011

Het muzikale erfgoed van Crosby, Stills, Nash en Young is onlosmakelijk verbonden met de tegencultuur die zich in de late jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw afspeelde in de westerse wereld.[85] Hun pacifistische inborst en politieke voorkeuren werden ook vaak in muziekrecensies genoemd.[7][38]

Zo werd er regelmatig muzikaal gedemonstreerd tegen de Vietnamoorlog en andere politieke gebeurtenissen.[36] Een voorbeeld is het nummer Chicago, dat verwijst naar het proces tegen de zogenoemde Chicago Seven. Deze anti-oorlogsactivisten werden veroordeeld voor hun rol in de demonstraties en opstanden in de binnenstad van Chicago tijdens de Democratische Nationale Conventie in 1968. Een van deze activisten, Bobby Seale genaamd, werd tijdens de zitting gekneveld en de mond gesnoerd omdat hij zich daar onwelwillend zou hebben gedragen.

Een ander nummer, Ohio genaamd, schreef Young[105] als reactie op de dood van vier studenten op de Kent Sate University. De studenten werden beschoten door nationale ordetroepen tijdens een antioorlogscampagne op de campus in mei 1970.[106] Dit nummer was het spraakmakendste muzikale statement inzake de Vietnamoorlog; vooral omdat president Nixon bij naam wordt genoemd. Het gaf de tegencultuur een stem en groeide zo uit tot een antioorlogshymne.[48][49]

In 1979 speelde de groep in Madison Square Garden tijdens een reeks anti-kernenergieoptredens, MUSE genaamd,[noot 6] om dit standpunt kracht bij te zetten.[5] Andere protestliederen zijn bijvoorbeeld Long time gone (1968),[107] Find the cost of freedom (1971), War games (1983),[108] American dream (1988) en Nighttime for the generals (1988).[109] Enkele weken na de val van de Berlijnse Muur in 1989 reisde het drietal af naar Duitsland. Hun opvoering in Berlijn van Chippin' away brachten ze kort erop uit op een single.[61]

Ook recenter nog werd een politieke tegengeluid door de groep geuit. Nash en James Raymond schreven het nummer Almost gone (The ballad of Bradley Manning), dat een kritische noot is in de richting van het proces tegen WikiLeaks-klokkenluider en soldaat Bradley/Chelsea Manning.[85] In 2011 toonden Nash en Crosby samen met James Raymond hun betrokkenheid bij het Occupy Wall Street-kamp in New York.[85][110]

Crosby,[111][112] Nash[113] en Young[113][114] hebben alle drie hun voorkeur uitgesproken voor de Democratische presidentskandidaat Bernie Sanders tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen 2016.

Invloed op andere artiesten[bewerken]

De brede muzikale achtergrond van de leden gaf de mogelijkheid om muziek van verschillende genres te spelen: van countryrock tot ballads, van akoestische tot elektrische gitaren en van solozang tot drie- en vierstemmige harmonieën.[100] Deze harmonieën die nog niet eerder te horen waren geweest[12], gaven de band een tijdloos karakter en waren van grote invloed op andere musici, waarvan velen hen hierin volgden.[78][6][5]

Het uiteengaan van The Beatles in april 1970 en de verminderde muzikale activiteiten van Bob Dylan toentertijd zorgden ervoor dat CSNY de vertegenwoordiging van de Woodstockgeneratie op zich kon nemen.[4][7][36][45][78] Op deze manier kon de weg geplaveid worden voor artiesten als Joni Mitchell, de Eagles, Stevie Nicks, America, Boston, Heart, James Taylor en Jackson Browne.[12][36] In dat opzicht is CSNY de enige Amerikaanse band die zich kan meten met de Beatles.[7][45]

Een grote groep singer-songwriters uit Californië liftte mee op de populariteit van CSNY. Veel van deze artiesten woonden in of bij Laurel Canyon in Californië. Artiesten zoals Laura Nyro, Joni Mitchell, Jackson Browne, Linda Ronstadt, America en de Eagles maakten deel uit van de "scene" in Los Angeles.[16] Voor veel van deze muzikanten was het een gewoonte om samen muziek te maken, drugs te gebruiken en met elkaar rond te hangen. De scene werkte als een smeltkroes, van waaruit vele wisselende samenwerkingen gesmeed werden.[16]

Onderlinge strubbelingen[bewerken]

Aanhalingsteken openen We said up front when we started, 'We're gonna work in different combinations, in every combination that's potentially there. You'll see albums by two of us or by one of us…' So, of course, they ignored it, and every time we did anything else, they said, 'Oh, they broke up.' And, every time we got back together, they said, 'Oh they reformed.' The truth is we're gonna work in whatever combination that pleases us.

(Al toen we begonnen zeiden we: "We gaan in verschillende samenstellingen werken, in elke samenstelling die er in potentie is. Je zult albums tegenkomen van twee van ons of van een van ons…" En natuurlijk negeerden ze het en elke keer als we wat anders deden zeiden ze: "Oh, ze zijn uit elkaar." En elke keer dat we weer samenkwamen zeiden ze: "Oh, ze zijn weer bijeen." De waarheid is dat we werken in eender welke samenstelling ons genoegen geeft.)
— David Crosby, 1983[7]
Aanhalingsteken sluiten

De samenwerking tussen het viertal Crosby, Stills, Nash en Young was even succesvol als broos. De contrasterende karakters van de muzikanten botsten regelmatig,[12] waardoor de groep zich gedurende de actieve jaren verschillende malen opsplitste, om daarna in diverse samenstellingen de muziekinstrumenten weer op te pakken.[5][7][38] Veel van de ruzies binnen "Noord-Amerika's grootste disfunctionele supergroep"[96][uitspraak 11] waren drugsgerelateerd.[24][16]

Na de successen van 1969 wakkerde het drugsgebruik flink aan. Young was zodanig geërgerd door Stills' drugsgebruik, dat zij de tournee in Chicago afbliezen.[24] Toen de zaken bekoeld waren, vroeg Stills aan Nash om te zingen op zijn debuutsoloalbum. Tijdens deze sessies nam Nash de gelegenheid te baat om achtergrondzangeres Rita Coolidge uit te vragen, terwijl Stills reeds plannen met haar had. Stills verhinderde het afspraakje, maar Nash kwam na een paar weken op zijn beurt weer tussenbeide. Toen Nash zei dat ze een relatie hadden, spuugde Stills hem in zijn gezicht.[24] Na de tournees van 1969 en 1970 en het vertrek van Young gaf David Geffen in 1972 in een interview aan dat het onwaarschijnlijk was dat CSNY weer samen zou komen om een album te maken. De spanningen waren hoog opgelopen omdat Stills dacht dat het zíjn band was, terwijl de zaken volgens de andere drie gelijkwaardiger lagen.[58]

Commerciële overwegingen brachten het viertal weer bijeen om in 1974 opnieuw op tournee te gaan. Tijdens deze tournee stond de band op barsten. Op het hoogtepunt van hun kunnen brokkelde de band daarna door het egocentrisme uiteen. Zo wilde tijdens de Doom Tour[53] elk bandlid een gelijk deel van de concerttijd voor zijn eigen werk.[52] Hierdoor staken ze weliswaar elkaar de loef af maar haalden ze juist ook het beste in elkaar naar boven.[54] Young gaf tijdens de tournee zijn nieuwe album On the beach uit en was verbolgen over het ontbreken van nieuw artistiek materiaal van het trio.[52] Na de tournee in 1974 was er het plan om te komen met een nieuw CSNY-album, met bijbehorende tournee.[54] Young trok zijn handen er echter van af, hetgeen hem met name door Nash niet in dank werd afgenomen.[58] Hij zei tegen Dave Zimmer: "Neil gebruikte ons als springplank, maar toen het hem niet beviel, schudde hij ons af als een oude slangenhuid."[uitspraak 12][58] Crosby en Nash hadden echter ook genoeg van Stills, omdat die na onenigheid over een aantal nummers de mastertape van Wind on the water met een scheermesje doormidden had gesneden. Hiermee kwam er een voorlopig einde aan CSNY en gingen Crosby & Nash als duo verder, evenals later Stills en Young.

Beide duo's gingen hun eigen weg, tot in 1976 een hernieuwde lijmpoging met het viertal gedaan werd. Toen Stills en Young bij het opnemen in de Criteria Studios in Miami weer in de oude geest van Buffalo Springfield kwamen, ging alles goed totdat Crosby en Nash naar Los Angeles vertrokken voor hun eigen project. Hierdoor besloten zij om de vocale toevoegingen van Crosby en Nash van de mastertapes te schrappen.[58] Hoewel Stills dacht op de goede weg te zijn met Young, gaf deze er tijdens de tournee met The Stills-Young Band in 1976 de brui aan. De vriendschap tussen de twee liep hierbij een aardige deuk op.[66] Oude ruzies over de invulling van de muzikanten staken weer de kop op, wat ertoe leidde dat Stills bijna op zwart zaad zat. Een aantal dagen voor Kerstmis dat jaar verzoende Stills zich weer met Crosby en Nash en namen ze CSN (1977) op. Over de opspelende ego's, de drugs en het feit dat ze nog veel meer muziek hadden kunnen maken, schreef Nash in 1982 Wasted on the way.[4]

Muzikaal groeiden het trio en Young uit elkaar. Young was eind jaren tachtig van mening dat het cocaïnegebruik de goede samenwerking met de andere drie overhoop gegooid had. Het cocaïnegebruik in Laurel Canyon zorgde toen voor een toenemende grootheidswaanzin.[58] In 1988 voelde Young weinig voor een tournee met Crosby, Stills & Nash, omdat hun uitgebrachte album weinig potten gebroken had.[38] Het drugsgebruik nam zijn keer en achteraf memoreert Crosby: "Ik kwam erachter dat cocaïne een verschrikkelijk effect had op alles en niet hetzelfde was als andere drugs. Als we gewoon wiet hadden gerookt waren we nu misschien nog wel die oude vertrouwde band geweest."[uitspraak 13][52]

In 2000, 2002, 2005-2008 en 2013 kwam het kwartet weer bijeen voor tournees, maar daarna stopte de samenwerking. In 2014 noemde Crosby Youngs vriendin Daryl Hannah een puur giftig roofdier, waarop Young reageerde nooit meer met CSNY bijeen te zullen komen.[2][3] Ondanks door Crosby gemaakte excuses op Twitter, hield Young voet bij stuk.[3] In 2014 gaf Crosby aan dat vooral de stemmen van Nash en Stills achteruitgegaan waren.[98] In een reactie op de stelling dat Youngs gitaarspel onvervangbaar is, antwoordde Crosby dat hij genoeg gitaristen kende die beter zijn.[100] Hij liet zelf wel de deur open voor een eventuele reünie door de bal bij Young neer te leggen.[100] Het trio Crosby, Stills en Nash tourde tot begin 2016. In twee interviews in Nederland in maart 2016 met OOR en Lust for Life Magazine bleek dat Nash van oordeel is dat het doek voor de groep gevallen is. De relatie met Crosby kwam zodanig onder druk te staan dat hij niet meer met hem wil samenwerken. "David heeft het hart uit Crosby, Stills & Nash gerukt", concludeerde Nash.[2][4][uitspraak 14]

Bezetting[bewerken]

Crosby, Stills, Nash & Young als samenwerkingsverband heeft met tussenpozen bestaan van 1968 tot 2016. Het collectief werd gekenmerkt door een groot aantal wisselende samenwerkingen. De vier leden deelden hun muzikale bestaan niet alleen met elkaar, maar ook met andere bands en projecten, en ze hadden solocarrières.[7]

Tijdlijn[bewerken]

Discografie[bewerken]

Albums[bewerken]

Onderstaand een overzicht van de albumtop van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Nederland (Album Top 50/100). In Vlaanderen was CSNY minder populair. Daar bereikte slechts een album een top 100-notering, namelijk CSNY 1974 op nummer 28. Enkele albums waren ook een hit in andere landen.[12][115][116][117] Gedurende de actieve jaren van de musici werden verschillende verzamelalbums uitgebracht, waarvan So far het succesvolst was. De leden hebben ook individueel een aantal verzamelaars uitgebracht, waaronder Crosby's succesvolle Voyage (2007), Nashs Reflections (2009) en Stills' Carry on (2013).[noot 7]

Jaar album VS VK Nederland Opmerking
piek weken
1969 Crosby, Stills & Nash 6 25 12 5
1970 Déjà vu 1 5 1 70 met Young
1977 CSN 2 23 4 11
1982 Daylight again 8 23 - 11
1988 American dream 16 - 59 9 met Young
1990 Live it up 57 - 59 6
1994 After the storm 98 - 71 4
1999 Looking forward 26 54 15 8 met Young
Livealbums
1971 4 way street 1 5 3 5 met Young, heruitgave in 2013 in Vlaanderen op nummer 196
1983 Allies 43 - 39 2
2008 Déjà vu live 153 - - - met Young
2012 CSN 2012 - - - -
2014 CSNY 1974 17 37 8 10 met Young, in Vlaanderen op nummer 28 (17 weken)
Verzamelalbums
1974 So far 1 25 - - met Young
1980 Replay 122 - - -
1991 CSN 109 - - - met Young, boxset
1991 Carry on - - 58 5 met Young, bestemd voor Europa en Australië
2005 Greatest hits 24 38 - -
2009 dEMOS 104 - - - Young alleen in Music is love

Singles[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Lijst van nummers van Crosby, Stills & Nash (& Young)

Singles bereikten enkele malen de Nederlandse hitlijsten maar sloegen niet in Vlaanderen aan.

Jaar lied VS-100 VS-rock VK-singles NL-Hitp. NL-40 Opmerking
1969 Marrakesh Express 28 - 17 36
1969 Suite: Judy blue eyes 21 - 30 tip
1970 Woodstock 11 - tip met Young
1970 Teach your children 16 - 7 7 met Young
1970 Ohio 14 - 13 14 met Young
1970 Our house 30 - 9 10 met Young
1971 Almost cut my hair - - tip
1977 Just a song before I go 7 - 23 22
1977 Fair game 43 -
1982 Wasted on the way 9 9 38 tip
1982 Southern cross 18 39
1983 Too much love to hide 69 46
1983 War games 45 13
1988 American dream - 4 55 met Young
1988 Got it made 69 - met Young
1988 Nighttime for the generals - 39 met Young
1988 That girl - 25 met Young
1988 This old house - - met Young
1989 Chippin' away - -
1990 Live it up - 7
1990 If anybody had a heart - 44
1999 No tears left - 34 met Young

Radio 2 Top 2000[bewerken]

Nummer(s) met noteringen
in de Radio 2 Top 2000
'99 '00 '01 '02 '03 '04 '05 '06 '07 '08 '09 '10 '11 '12 '13 '14 '15
Almost cut my hair1 283 - 157 249 297 317 643 213 277 276 261 257 352 414 378 509 562
Carry on1 949 586 - 642 576 818 839 905 1029 838 935 978 982 846 1003 1400 1574
Helpless1 510 1027 - 1010 712 765 849 881 1016 865 1029 992 1069 1260 1382 1765 -
Marrakesh Express 1196 1337 1275 1421 1814 1372 1371 1865 1731 1619 1637 1511 1803 - - - -
Our house1 241 239 192 204 173 233 234 265 300 236 322 271 391 602 508 755 785
Suite: Judy blue eyes - 469 - 585 754 697 725 823 844 762 878 1018 1007 1168 1118 1397 1424
Teach your children1 128 145 78 150 130 142 159 160 199 149 237 208 325 628 513 751 776
1 = Crosby, Stills, Nash & Young

Dvd's[bewerken]

Muziek-dvd met eventuele hitnotering(en)
in de Nederlandse Muziek Dvd Top 30
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
The acoustic concert 2004 24-07-2004 20 2
Daylight again 2004 31-07-2004 29 1
CSN 2012 2012 18-08-2012 19 2
Encore1 2014 -
1 = Crosby, Stills, Nash & Young

Bronvermelding[bewerken]

Studioalbums: Neil Young (1968) · Everybody knows this is nowhere (1969) · After the gold rush (1970) · Harvest (1972) · On the beach (1974) · Tonight's the night (1975) · Zuma (1975) · American stars 'n bars (1977) · Comes a time (1978) · Rust never sleeps (1979) · Hawks & doves (1980) · Re-ac-tor (1981) · Trans (1982) · Everybody's rockin' (1983) · Old ways (1985) · Landing on water (1986) · Life (1987) · This note's for you (1988) · Eldorado (1989) · Freedom (1989) · Ragged glory (1990) · Harvest moon (1992) · Sleeps with angels (1994) · Mirror ball (1995) · Broken arrow (1996) · Silver & gold (2000) · Are you passionate? (2002) · Greendale (2003) · Prairie wind (2005) · Living with war (2006) · Chrome dreams II (2007) · Fork in the road (2009) · Le noise (2010) · Americana (2012) · Psychedelic pill (2012) · A letter home (2014) · Storytone (2014) · The Monsanto years (2015)
Soundtracks: Journey through the past (1972) · Where the buffalo roam (1980) · Dead man (1996)
Livealbums: Time fades away (1973) · Live rust (1979) · Weld (1991) · Arc (1991) · Unplugged (1993) · Year of the horse (1997) · Road rock vol. 1 (2000) · Earth (2016)
Archiefseries: Live at the Fillmore East New York 1970 (2006) · Live at Massey Hall 1971 (2007) · Sugar mountain - Live at Canterbury House 1968 (2008) · Live at the Riverboat 1969 (2009) · The archives vol. 1 1963 – 1972 (2009) · Dreamin' Man Live '92 (2009) · A treasure (2011) · Bluenote café (2015)
Verzamelalbums: Decade (1977) · Lucky thirteen (1993) · Greatest hits (2004)
Met Buffalo Springfield: Buffalo Springfield (1966) · Buffalo Springfield again (1967) · Last time around (1968) · Retrospective: The best of Buffalo Springfield (1969) · Buffalo Springfield (1973) · Box set (2001)
Met Crosby, Stills, Nash & Young: Déjà vu (1970) · 4 way street (1971) · So far (1974) · American dream (1988) · CSN (1991) · Carry on (1991) · Looking forward (1999) · Déjà vu live (2008) · CSNY 1974 (2014)
Met Stephen Stills: (The Stills-Young Band) Long may you run (1976)
Gerelateerde artikelen: Buffalo Springfield · Crazy Horse · Crosby, Stills, Nash and Young · Farm Aid · The Mynah Birds · The Stills-Young Band · The Stray Gators · Ben Keith · Nils Lofgren