Crosby, Stills & Nash (and Young)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Crosby, Stills & Nash
Stephen Stills, Graham Nash en David Crosby (2010)
Stephen Stills, Graham Nash en David Crosby (2010)
Achtergrondinformatie
Ook bekend als Crosby, Stills, Nash & Young
Jaren actief 1968 - heden
Oorsprong VS/VK/Canada
Genre(s) Rock
Folkrock
Popmuziek
Label(s) Atlantic, Reprise
Manager Gerry Tolman
Verwante acts Crosby & Nash, The Stills-Young Band, Buffalo Springfield, The Byrds, The Hollies, The Rides, CPR
Leden
David Crosby
Stephen Stills
Graham Nash
(Neil Young)
Website
(en) Allmusic-profiel
(en) Last.fm-profiel
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Crosby, Stills & Nash (CSN) is een Amerikaans-Britse folk rock supergroep bestaande uit David Crosby, Stephen Stills en Graham Nash. Zij zijn verder bekend als Crosby, Stills, Nash & Young (CSNY) wanneer zij sporadisch worden geflankeerd door hun vierde lid Neil Young. De band staat sinds eind jaren zestig bekend om hun complexe zangharmonieën, tumultueuze interpersoonlijke verstandhoudingen, politiek activisme en de verpersoonlijking van de Woodstock-generatie en hiermee grote invloed op de muziek in het bijzonder. Alle vier de leden van CSNY werden in tweemaal in de Rock and Roll Hall of Fame opgenomen,[1] hoewel Young hierin niet werd opgenomen voor zijn verdiensten voor deze band.

Biografie[bewerken]

Ontstaan[bewerken]

Voordat de bandleden van CSN bijeenkwamen om de groep op te richten, speelden zij elk in een andere prominente band. Zo speelde David Crosby gitaar bij The Byrds; was Stephen Stills gitarist, toetsenist, zanger en songwriter bij de band Buffalo Springfield (waarvan ook Neil Young deel uitmaakte); en was Graham Nash bekend van zijn werk bij The Hollies, waar hij gitarist, zanger en songwriter was.

Als gevolg van frictie binnen de band werd Crosby eind 1967 uit The Byrds gezet.[2] Korte tijd later hield de band Buffalo Springfield op te bestaan, nadat hun laatste album Last Time Around werd uitgebracht, wat ervoor zorgde dat Stills zonder werk kwam te zitten. Hij en Crosby kwamen sindsdien vaker bijeen om samen muziek te maken en te jammen. Het resultaat van een van die jamsessies in Florida op Crosby's schoener was het nummer "Wooden Ships", dat werd gecomponeerd in samenwerking met de in 2016 overleden Paul Kantner van Jefferson Airplane.[3] [4]

Graham Nash werd aan Crosby geïntroduceerd toen The Byrds in 1966 door het Verenigd Koninkrijk tourden en toen The Hollies in 1968 naar Californië kwamen, vatte hij het contact met Crosby weer op.[5] Op een feest in juli 1968 in het huis van Joni Mitchell waren ze gedrieën aanwezig. Toen Stills en Crosby een nieuw nummer genaamd “You Don't Have To Cry” lieten horen, vroeg Nash aan de twee om het nummer nogmaals te spelen, waarna hij zijn karakteristieke derde stem toevoegde aan de reeds bestaande compositie.[6] De drieklanken klonken magistraal en het drietal realiseerde zich dat ze een tot dan toe unieke vocale chemie ontdekt hadden.,[7]

Omdat Nash het gevoel heeft creatief niet meer op zijn plek te zitten bij The Hollies, besluit hij de band te verlaten en met Crosby en Stills in zee te gaan. Na een mislukte auditie bij The Beatles' Apple Records, werden ze door Ahmet Ertegün van Atlantic Records gecontracteerd. Ertegun was een fan van Buffalo Springfield en erg teleurgesteld door het uiteenvallen van die band.[8] Vanwege hun negatieve ervaringen met de bands waar ze vandaan kwamen, kiezen de drie muzikanten ervoor om zichzelf niet weg te zetten onder een bandnaam. Ze gebruikten hun achternamen om er zeker van te zijn dat de band niet verder zou kunnen zonder één van de drie, in tegenstelling tot The Byrds en The Hollies. Crosby, Stills en Nash kozen Elliot Roberts en David Geffen als hun managementteam om hun bestaansrecht in de muziekindustrie te kunnen garanderen.[9] Roberts hield de band gefocust en hield de ego's bij elkaar, terwijl Geffen de zakendeals afhandelde, omdat zij - volgens Crosby - een haai nodig hadden, die zij vonden in Geffen.[10]

Stills had reeds een contract met Atlantic Records, vanwege zijn werk met Buffalo Springfield en omdat Crosby onbelangrijk en onmogelijk werd geacht om mee te werken, werd hij geschrapt uit het contract met Columbia, waarmee zijn voormalige band The Byrds had getekend. Nash daarentegen had met The Hollies nog steeds een contract met Epic Records. Ertegun maakte een deal met Clive Davis om Nash te ruilen voor Richie Furay (die eveneens werkloos werd na het uiteenvallen van Buffalo Springfield en daarmee tekende bij Columbia) met zijn nieuwe band Poco.[11]

Eerste succes[bewerken]

Het eerste album van het trio, genaamd Crosby, Stills & Nash, werd in mei 1969 uitgegeven en werd een groot succes, met twee hitsingles in de Amerikaanse Top 40, te weten "Marrakesh Express" en "Suite: Judy Blue Eyes," die respectievelijk op #28 en #21 in de Billboard Hot 100 singleslijst terechtkwamen. Het album zelf kwam tot een #6 in de Billboard Top Pop Albums-lijst. Het album ontving viermaal platina van de RIAA voor verkoopcijfers groter dan $4.200.000.[12] Met uitzondering van de drumpartijen van Dallas Taylor had Stills het leeuwendeel van de instrumentale partijen op zich genomen, waardoor de band genoodzaakt was om voor de op handen zijnde tournee externe muzikanten in te huren.

Touren met Neil Young[bewerken]

Neil Young achter de piano.

In navolging van Taylor wilde de band aanvankelijk een toetsenist inhuren voor aankomende tournee. Stills benaderde hiervoor Steve Winwood, die echter reeds bezet was door zijn werkzaamheden bij de nieuwe supergroep Blind Faith.[13] Ahmet Ertegün - baas van Atlantic - suggereerde hierop om voormalig Buffalo Springfield-lid Neil Young - eveneens onder de hoede van Elliot Roberts - te benaderen.[14] Stills en Nash reageerden terughoudend; Stills vanwege zijn geschiedenis met Young bij Buffalo Springfield en Nash vanwege zijn persoonlijke onbekendheid met Young. Na een aantal samenkomsten echter, besloot het trio om verder te gaan met Young, die als volwaardig partner het kwartet completeerde. Het contract dat Young tekende gaf hem eveneens de artistieke vrijheid om parallel aan CSN&Y ook zijn werkzaamheden met zijn nieuwe 'backup-band' Crazy Horse te blijven uitvoeren. De eerste keuze om de ritmesectie bijeen te krijgen was Bruce Palmer, die met Young en Stills bij Buffalo Springfield speelde. Palmer werd echter weer weggestuurd; ofwel vanwege persisterende persoonlijke problemen, danwel vanwege het feit dat de band te zeer op Buffalo Springfield leek met Crosby en Nash als backingvocalisten. Op aanraden van Rick James werd de negentienjarige Motown-bassist Greg Reeves aangenomen in de plaats van Palmer.[15]

Crosby, Stills, Nash and Young in 1970 (vlnr. Young, Crosby, Nash, Stills)

Met Neil Young aan boord begon de band eind zomer 1969 aan een tournee die duurde tot januari. Hun eerste gezamenlijke optreden was op 16 augustus 1969 in het Auditorium Theater in Chicago, met Joni Mitchell als hun openingsact. Ze vertelden dat ze de volgende dag naar een plaatsje genaamd Woodstock zouden gaan, maar hadden geen flauw idee waar dat ergens was. Hun tweede show was de vuurdoop op Woodstock. Het publiek bestond behalve de honderdduizenden bezoekers ook uit een delegatie mensen uit de muziekindustrie. Voor de bandleden was dit enigszins intimiderend, waardoor Stills zich genoodzaakt voelde om te zeggen: "Het is slechts de tweede keer dat we voor een publiek hebben gespeeld. We schijten zeven kleuren."[16] Het optreden op het festival en in de verfilming hiervan zorgden er samen met hun cover van Mitchell's Woodstock voor dat de groep meer bekendheid genoot.

CSN&Y verscheen op verschillende andere bekende festivals tijdens datzelfde jaar. Twee optredens van het Big Sur Folk Festival op 13 en 14 september 1969 verschijnen in de film Celebration at Big Sur.[17] Verder verschenen zij ook op het door geweld geplaagde Altamont Free Concert. Op verzoek van de bandleden werd het optreden niet opgenomen in de later uitgegeven film Gimme Shelter.

Het tweede album van de band en het eerste met Young, genaamd Déjà Vu, verscheen in maart 1970 in de winkels en bestormde de hitlijsten met drie hitsingles. Déjà Vu was eveneens het eerste album dat verscheen in Atlantic Records' SD-7200 "superstar"-lijn, die gecreëerd werd voor de topartiesten van het platenlabel. De volgende albums van CSN(&Y) werden - net als albums van onder andere Yes, Led Zeppelin en Aretha Franklin - uitgegeven onder deze vlag.[18]

In april 1970 begon Greg Reeves zich vreemd te gedragen en was de maat vol voor Stils, die hem ontsloeg, ondanks het feit dat Young het wel met hem kon vinden.[19] Reeves werd vervangen door Calvin "Fuzzy" Samuels. Intussen waren Young en Crosby in een huis vlakbij San Francisco, toen de berichten over het Kent State-bloedbad binnenkwamen. Deze berichten inspireerden Young om de protestsong "Ohio" op te nemen en enkele weken later pijlsnel uit te geven. Een volgende Top 20-hit is het gevolg. [20] Desalniettemin blijft het broze karakter van de kwartetsamenwerking parten spelen en implodeert de groep onder de druk van hun eigen seizoen na hun zomertournee van 1970. Concertregistraties van die tournee worden uitgegeven in de vorm van het dubbelalbum Four Way Street uit 1971. De vier bandleden kwamen pas in 1974 weer als kwartet bijeen.

Eigen belangen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie David Crosby, Stephen Stills, Graham Nash en Neil Young voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.
Stephen Stills met Manassas in 1972 (opname voor Toppop)

Tussen september 1970 en mei 1971 gaven de vier bandleden soloalbums uit: Youngs After the Gold Rush in september; Stills' gelijknamige album in november; Crosby's If I Could Only Remember My Name in februari en Nashs Songs for Beginners in mei. Alle vier de platen kwamen terecht in de top 15 van de Billboard 200, met Stills' werk op de hoogste positie: de derde plaats. Stills gaf in 1971 een tweede album uit, Stephen Stills 2, dat ook in de top 10 eindigde. Crosby en Nash gaven de aftrap voor een akoestische tournee die bestond uit alleen hun eigen gitaren, zang en piano, zoals ook te zien is in de documentaire Another Stoney Evening.

In 1972 bracht Young zijn album Harvest en hit “Heart of Gold” uit. In datzelfde jaar voegde Stills zich bij ex-Byrd Chris Hillman om de band Manassas te vormen. Hun gelijknamige eerste album werd zijn zesde top 10-album. Young en Nash gaven Young's "War Song" uit om de presidentscampagne van George McGovern te steunen. Verder besloten Nash en Crosby om een album uit te geven van hun tournee, genaamd Graham Nash David Crosby. Dit album kwam op plaats vier in de albumlijsten terecht.[21]

In 1973 nam Young twee duistere albums op, waarvan het eerste, Times Fade Away, volgde op de wintertournee na de dood van Crazy Horse-bandgenoot Danny Whitten. Het tweede album, Tonight's the Night, was zo duister dat zijn platenmaatschappij het niet eerder dan in 1975 durfde uit te geven. Crosby initieerde een reünie-album met The Byrds, maar verkocht marginaal. Stills gaf met Manassas hun tweede album Down The Road uit en Nash nam zijn tweede soloalbum op en gaf het uit in januari 1974, maar geen van de platen verkocht volgens de verwachtingen. In juni en juli dat jaar kwamen Crosby, Stills, Nash en Young in de ranch van Young in Californië en in een opnamestudio op Hawaii bijeen voor een werkvakantie met als doel het maken van een nieuw album, met als werktitel Human Highway. De onenigheden die de band in 1970 de das om deden staken wederom de kop op, wat de groep weer uiteen dreef.

Heroverwegingen[bewerken]

Stills (links), Crosby en Nash in 1974.

Manager Roberts liet de groep inzien dat ze commercieel potentieel hadden. Het kwartet kwam weer bijeen in de zomer van 1974 met strijdmakkers Tim Drummond op basgitaar, Russ Kunkel op drums en Joe Lala op percussie. Hun tournee was uniek in de wereld, als zijnde de eerste buiten-stadiontournee ooit, georkestreerd door Bill Graham, de impresario uit San Fransisco. De tournee volgt op de grote binnen-stadiontournee die hij voor Dylan's Before the Flood eerder dat jaar organiseerde. CSN&Y speelde drieënhalf uur met oude favorieten en nieuwe nummers.[22] Graham Nash had in Wembley Stadium opnames gemaakt van de shows, die gekenmerkt werden door muzikale hoogvliegerij. Na die optredens werd besloten om de show niet naar buiten te brengen, maar veertig jaar later selecteerden Nash en Joel Bernstein alsnog nummers van de vijf verschillende shows om er in 2014 toch een DVD van uit te laten brengen. (CSNY 1974)

Hoewel de vier de pers wilden laten geloven dat hun karakteristieke meningsverschillen tot het verleden behoorden, begonnen de excessen van die tijd zijn tol te eisen. Stills - die op een gegeven moment meende tijdens de Vietnamoorlog in het United States Marine Corps gediend te hebben gedurende zijn periode bij Buffalo Springfield - begon zijn typische football-kleding te voorzien van militaire memorabilia.[23] De alles behalve monogame David Crosby werd sinds de dood van zijn vriendin Christine Hinton in 1969 geflankeerd door twee vriendinnen. Dit leidde tot ergernissen bij de andere bandleden en werknemers. Zo vertelt Nash: “Ik klopte wel eens vaker aan op zijn hotelkamer, waar hij dan door de twee meiden oraal bevredigd werd. Intussen was hij aan het praten en zaken aan het doen aan de telefoon, terwijl hij ook nog joints rolde en rookte en dronk. Crosby had toen een enorme seksuele energie. Dat wat er zich in die kamer afspeelde werd uiteindelijk zo'n 'normaal' tafereel. Wanneer ik met iemand bij zijn kamer langsging, kon ik weer gaan: "Oh help, hij wordt weer onder handen genomen, laten we gaan.”[24]

Young, die tijdens die tournee op de top van zijn productiviteit was en een groot aantal nummers uitbracht[25] - was geïrriteerd over het gebrek aan creatieve ontwikkelingen van het trio en besloot om zichzelf continu van de groep af te zonderen door met zijn vrouw en zoon in een tourwagen te gaan ziten. Later zou hij tegen biograaf Jimmy McDonough zeggen: "De tour was erg teleurstellend voor mij. Ik denk dat CSN het echt verknald hadden... Ze hadden geen album gemaakt en ze hadden geen enkel nummer. Hoe konden ze gewoon op zo'n manier stoppen?"[26] Toen een poging om een nieuw CSNY-album op de markt te brengen jammerlijk mislukte, gaf Atlantic Records de compilatie So Far uit om zo iets te hebben om de tournee te promoten. Het album kwam hoog in de Bilboard albumlijst in november 1974, ondanks dat Graham Nash het absurd vond om materiaal van twee albums en een single (en het weglaten van de single "Marrakesh Express", een Top 40 hit) opnieuw op een plaat uit te brengen.[27] Nummers die tijdens de tournee van 1974 voor het eerst gespeeld werden, kwamen later uit op studioalbums van elk lid of duo (Crosby/Nash en Stills/Young). Verder liet Young ook nummers van On The Beach - dat tijdens de tournee uitkwam - voor het eerst horen.

Na het einde van de tournee tekenden Crosby & Nash een apart contract met ABC Records en begonnen wederom te touren en hierbij kleinere sportarena's, buitenfestivals en theaters aan te doen.[28] Het duo produceerde twee studioplaten, te weten Wind on the Water in 1975 en Whistling Down the Wire in 1976. Verder werd de liveregistratie Crosby-Nash Live van de tour in 1977 uitgegeven. Samen met Drummond (waarmee ze al werkten tijdens de CSNY tour van 1974) maakten Crosby en Nash gebruik van de band die bekend stond als The Section, bekend van hun eerste LP. Deze band voorzag in de jaren zeventig een groot aantal artiesten uit Los Angeles van muziek; waaronder Carole King, James Taylor en Jackson Browne. Crosby en Nash grossierden in die periode overigens ook in vocale harmonieën voor hits zoals Taylors "Mexico" and Joni Mitchells "Free Man in Paris".

In de tussentijd grepen Stills en Young terug op hun eigen carrières. Ze kwamen in 1976 kort weer bijeen voor een eenmalig album en tournee met de Stills-Young Band. Wanneer het kwartet weer bijeen is tijdens de derde poging om een CSNY-reüniealbum uit te brengen, moeten Crosby en Nash gaan om hun Whistling Down the Wire in Los Angeles te vervolledigen. Stills en Young waren hierover dusdanig verbolgen dat ze de vocale toevoegingen van het andere duo van de mastertape hadden laten verwijderen.[29] Toen Stills en Young echter weer een tournee startten in de zomer van 1976, liepen de oude spanningen tussen de twee weer op. Stills' voorkeur voor professionele studiomuzikanten ten opzichte van Youngs voorkeur (Crazy Horse) leidde tot een nieuwe breuk. Op 20 juli 1976, na de show in Columbia, ging de tourbus van Young een andere richting op dan die van Stills. In Atlanta, waar ze hun volgende stop hadden, kreeg Stills een laconiek telegram: "Beste Stephen, grappig hoe dingen die spontaan ontstaan op zo'n manier eindigen. Eet een perzik. Neil."[30] Youngs management claimde dat hij op doktersadvies rust nodig had om van een keelontsteking te kunnen herstellen. Volgens het contract was Stills genoodzaakt om de tournee in zijn eentje af te maken, terwijl Young bezig was met het zoeken van tourdata later dat jaar voor Crazy Horse. Later in 1976 benaderde Stills het duo Crosby & Nash tijdens één van hun optredens in Los Angeles, wat de deur openzette voor een terugkeer van de groep als trio.

CSN Bijeen[bewerken]

Een jaar na de hergroepering gaven Crosby Stills & Nash CSN uit, dat eind 1976, begin 1977 werd opgenomen in de Criteria Studios in Miami, Florida. Het album kenmerkte zich door de typische softrock uit die tijdsperiode en omvatte ook de hitsingle “Just a Song Before I Go” van Nash. Het album piekte in juli 1977 op nummer twee in de Billboard-lijst, om daar vervolgens in augustus te blijven staan, achter één van de bestverkopende albums aller tijden: Fleetwood Mac's Rumours (overigens in dezelfde studio opgenomen).[31]

Na de tournees van 1977 en 1978 werd het verder werken voor de groep gecompliceerd door Crosby's toenemende cocaïneverslaving. Het album Earth & Sky, dat Nash in 1980 uitgaf, zou eigenlijk een Crosby/Nash-album moeten zijn, maar Crosby was niet in de goede toestand om hieraan zijn bijdrage te kunnen leveren.[32] In de afwezigheid van Crosby kwamen Stills en Nash - onder andere ondersteund door muzikant, producent en manager Gerry Tolman - in 1980 en 1981 samen om Daylight Again op te nemen. De hoge bazen bij Atlantic Records weigerden echter om de plaat uit te brengen voordat Crosby terug in ere hersteld was.[33] De bijdrage van Crosby behelsde de nummers “Delta” en "Might as Well Have a Good Time", samen met wat harmonische zangpartijen op andere nummers. Het album wordt gekenmerkt door twee hits, namelijk “Wasted on the Way” (Nash) en “Southern Cross” (Stills). Daylight Again kwam tot nummer acht in 1982 [34]

Het trio bleef desondanks touren, maar David Crosby draaide door, werd gearresteerd en draaide in mei 1982 in Texas de gevangenis in voor drugs- en wapenbezit. Muzikaal gezien ging het niet veel beter; de in 1983 uitgegeven plaat Allies - dat de niet gebruikte titeltrack van de film WarGames bevatte, samen met twee nieuwe nummers en een aantal live-opnames van voorgaande tournees - kwam laag in de lijsten binnen en kreeg twee sterren in de beoordeling van Allmusic.[35] Crosby werd veroordeeld tot twee straffen, maar de veroordeling werd teruggedraaid. Na weer verschillende keren te zijn opgepakt, meldde hij zichzelf bij de politie in december 1985.[36] Hij zat acht maanden in de gevangenis.

Discografie[bewerken]

Albums[bewerken]

Album met eventuele hitnotering(en)
in de Nederlandse Album Top 100
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
Crosby, Stills and Nash 1969 09-08-1969 12 5
Déjà vu1 1970 04-04-1970 1(11wk) 70
4 way street1 1971 24-04-1971 3 5 Livealbum
CSN 1977 02-07-1977 4 11
Daylight again 1982 17-07-1982 14 11
Allies 1983 25-06-1983 39 2
American dream1 1988 18-02-1989 59 9
Live it up 1990 14-07-1990 59 6
Carry on 1992 15-02-1992 58 5 Verzamelalbum
After the storm 1994 10-09-1994 71 4
Looking forward1 1999 30-10-1999 15 8
Déjà vu live1 2008 26-07-2008 48 5 Livealbum
CSNY 19741 2014 12-07-2014 8 10 Livealbum
1 = Crosby, Stills, Nash & Young
Album met hitnotering(en)
in de Vlaamse Ultratop 200 albums
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
4 way street1 1971 28-09-2013 196 1 Livealbum
CSNY 19741 2014 12-07-2014 28 17 Livealbum
1 = Crosby, Stills, Nash & Young

Singles[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Lijst van nummers van Crosby, Stills & Nash (and Young)

Singles bereikten enkele malen de Nederlandse hitlijsten maar sloegen niet in Vlaanderen aan.

Lied jaar leden VS-100 VS-rock UK-singles NL-Hitp. NL-40
Marrakesh Express 1969 CSN 28 - 17 36
Suite: Judy blue eyes 1969 CSN 21 - 30 tip
Woodstock 1970 CSNY 11 - tip
Teach your children 1970 CSNY 16 - 7 7
Ohio 1970 CSNY 14 - 13 14
Our house 1970 CSNY 30 - 9 10
Almost cut my hair 1971 CSN - - tip
Just a song before I go 1977 CSN 7 - 23 22
Fair game 1977 CSN 43 -
Wasted on the way 1982 CSN 9 9 38 tip
Southern cross 1982 CSN 18 39
Too much love to hide 1983 CSN 69 46
War games 1983 CSN 45 13
American dream 1988 CSNY - 4 55
Got it made 1988 CSNY 69 -
Nighttime for the generals 1988 CSNY - 39
That girl 1988 CSNY - 25
This old house 1988 CSNY - -
Chippin' away 1989 CSN - -
Live it up 1990 CSN - 7
If anybody had a heart 1990 CSN - 44
No tears left 1999 CSNY - 34

Radio 2 Top 2000[bewerken]

Nummer(s) met noteringen
in de Radio 2 Top 2000
'99 '00 '01 '02 '03 '04 '05 '06 '07 '08 '09 '10 '11 '12 '13 '14 '15
Almost cut my hair1 283 - 157 249 297 317 643 213 277 276 261 257 352 414 378 509 562
Carry on1 949 586 - 642 576 818 839 905 1029 838 935 978 982 846 1003 1400 1574
Helpless1 510 1027 - 1010 712 765 849 881 1016 865 1029 992 1069 1260 1382 1765 -
Marrakesh Express 1196 1337 1275 1421 1814 1372 1371 1865 1731 1619 1637 1511 1803 - - - -
Our house1 241 239 192 204 173 233 234 265 300 236 322 271 391 602 508 755 785
Suite: Judy blue eyes - 469 - 585 754 697 725 823 844 762 878 1018 1007 1168 1118 1397 1424
Teach your children1 128 145 78 150 130 142 159 160 199 149 237 208 325 628 513 751 776
1 = Crosby, Stills, Nash & Young

Dvd's[bewerken]

Muziek-dvd met eventuele hitnotering(en)
in de Nederlandse Muziek Dvd Top 30
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
The acoustic concert 2004 24-07-2004 20 2
Daylight again 2004 31-07-2004 29 1
CSN 2012 2012 18-08-2012 19 2
Encore1 2014 -
1 = Crosby, Stills, Nash & Young

Externe links[bewerken]

Studioalbums: Neil Young (1968) · Everybody knows this is nowhere (1969) · After the gold rush (1970) · Harvest (1972) · On the beach (1974) · Tonight's the night (1975) · Zuma (1975) · American stars 'n bars (1977) · Comes a time (1978) · Rust never sleeps (1979) · Hawks & doves (1980) · Re-ac-tor (1981) · Trans (1982) · Everybody's rockin' (1983) · Old ways (1985) · Landing on water (1986) · Life (1987) · This note's for you (1988) · Eldorado (1989) · Freedom (1989) · Ragged glory (1990) · Harvest moon (1992) · Sleeps with angels (1994) · Mirror ball (1995) · Broken arrow (1996) · Silver & gold (2000) · Are you passionate? (2002) · Greendale (2003) · Prairie wind (2005) · Living with war (2006) · Chrome dreams II (2007) · Fork in the road (2009) · Le noise (2010) · Americana (2012) · Psychedelic pill (2012) · A letter home (2014) · Storytone (2014) · The Monsanto years (2015)
Met Buffalo Springfield: Buffalo Springfield (1966) · Buffalo Springfield again (1967) · Last time around (1968) · Retrospective: The best of Buffalo Springfield (1969) · Buffalo Springfield (1973) · Box set (2001)
Met Crosby, Stills, Nash & Young: Déjà vu (1970) · 4 way street (1971) · So far (1974) · American dream (1988) · Looking forward (1999) · Déjà Vu Live (2008)
Met The Stills-Young Band: Long may you run (1976)
Soundtracks: Journey through the past (1972) · Where the buffalo roam (1980) · Dead man (1996)
Compilaties: Decade (1977) · Lucky Thirteen (1993) · Mystery train (2001) · Greatest hits (2004)
Livealbums: Time fades away (1973) · Live rust (1979) · Weld (1991) · Arc (1991) · Unplugged (1993) · Year of the horse (1997) · Road rock vol. 1 (2000)
Archives Series: Live at the Fillmore East New York 1970 (2006) · Live at Massey Hall 1971 (2007) · Sugar mountain - Live at Canterbury House 1968 (2008) · Live at the Riverboat 1969 (2009) · The archives vol. 1 1963 – 1972 (2009) · Dreamin' Man Live '92 (2009) · A treasure (2011)
Gerelateerde artikelen: Buffalo Springfield · Crazy Horse · Crosby, Stills, Nash and Young · Farm Aid · The Mynah Birds · The Stills-Young Band · The Stray Gators · Ben Keith · Nils Lofgren