Resolutie 1240 Veiligheidsraad Verenigde Naties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vlag van Verenigde Naties
Resolutie 1240
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 15 mei 1999
Nr. vergadering 4004
Code S/RES/1240
Stemming
voor
15
onth.
0
tegen
0
Onderwerp Tadzjiekse burgeroorlog.
Beslissing Verlengde de UNMOT-waarnemingsmissie tot 15 november.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 1999
Permanente leden
Vlag van China China · Vlag van Frankrijk Frankrijk · Vlag van Rusland Rusland · Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk · Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Niet-permanente leden
Vlag van Argentinië Argentinië · Vlag van Brazilië Brazilië · Vlag van Bahrein (1972-2002) Bahrein · Vlag van Canada Canada · Vlag van Gabon Gabon · Vlag van Gambia Gambia · Vlag van Maleisië Maleisië · Vlag van Namibië Namibië · Vlag van Nederland Nederland · Vlag van Slovenië Slovenië
De stad Choroeg in het zuiden van Tadzjikistan.
De stad Choroeg in het zuiden van Tadzjikistan.

Resolutie 1240 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd unaniem door de VN-Veiligheidsraad aangenomen op 15 mei 1999.

Achtergrond[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Tadzjikistan voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie werden in 1991 verkiezingen gehouden in Tadzjikistan. Begin 1992 kwam de oppositie in opstand tegen de uitslag − de oud-communisten hadden gewonnen − ervan. Er brak een burgeroorlog uit tussen de gevestigde macht en hervormingsgezinden en islamisten uit de achtergestelde regio's van het land, die zich hadden verenigd.

In 1997 werd onder VN-bemiddeling een vredesakkoord gesloten.

Inhoud[bewerken]

Waarnemingen[bewerken]

Het vredesproces in Tadzjikistan ging vooruit en het staakt-het-vuren werd goed nageleefd. De situatie bleef rustig en de veiligheid was verbeterd, hoewel de situatie in sommige delen van het land gespannen bleef.

Handelingen[bewerken]

De partijen werden opgeroepen het akkoord versneld uit te voeren en de juiste omstandigheden te creëren voor het houden van een grondwettelijke volksraadpleging en presidents- en parlementsverkiezingen.

Het mandaat van de UNMOT-waarnemingsmacht werd met zes maanden verlengd, tot 15 november. Ten slotte werd de secretaris-generaal gevraagd de Raad op de hoogte te houden van belangrijke ontwikkelingen en binnen de drie maanden te rapporteren.

Verwante resoluties[bewerken]