Technetium
Technetium is een scheikundig element met symbool Tc en atoomnummer 43. Het is een zilvergrijs overgangsmetaal, dat in 1937 werd ontdekt.
Ontdekking
[bewerken | brontekst bewerken]Het werd ontdekt door de Italiaanse wetenschappers Carlo Perrier en Emilio Segrè toen ze een monster met molybdeen onderzochten dat hen was toegestuurd door Ernest Lawrence. Het monster was op de Universiteit van Californië - Berkeley in een cyclotron gebombardeerd met kernen deuterium waardoor de isotoop 97Tc ontstond. Technetium was het eerste kunstmatig geproduceerde element. Het woord technetium komt van het Griekse τεχνητός, technetos, dat kunstmatig betekent.
Tot die tijd bevond zich in het periodiek systeem op de plaats van technetium een gat. Dmitri Mendelejev had het bestaan van dit element in 1869 daarom al voorspeld. De ontdekking van het element is in 1925 door Ida Tacke en Walter Noddack bekendgemaakt. Zij noemden het masurium, maar enige tijd later bleek de ontdekking op een vergissing te berusten.[1]
Toepassingen
[bewerken | brontekst bewerken]Technetium wordt voor onderzoek en in de industrie veel als bron van bètastraling gebruikt. Ammoniumpertechnetaat NH4TcO4 is een krachtig roestwerend bestanddeel dat soms aan staal wordt toegevoegd. Binnen de nucleaire geneeskunde wordt de metastabiele technetiumisotoop 99mTc gebruikt als radiolabel voor bepaalde moleculen, bijvoorbeeld voor besilesomab. Hiermee kan fysiologische informatie worden verkregen. Afbeeldingen kunnen met behulp van een gammacamera worden gemaakt, zoals bij scintigrafie of een SPECT-scan.
Eigenschappen
[bewerken | brontekst bewerken]Technetium ligt in dezelfde groep, in de mangaangroep tussen mangaan en renium, die zich in het periodiek systeem boven en onder technetium bevinden. Het metaal is oplosbaar in koningswater, salpeterzuur en geconcentreerd zwavelzuur, maar niet in zoutzuur.[1] Bij een temperatuur onder 11 K, onder −262°C wordt technetium supergeleidend.[1]
Verschijning
[bewerken | brontekst bewerken]Van nature komt technetium op aarde vrijwel niet voor omdat het geen stabiele isotopen heeft. De halveringstijd van de langstlevende vorm is 4 miljoen jaar en omdat de aarde 4,57 miljard jaar oud is, is de kans om nog een atoom origineel technetium op aarde te vinden praktisch nul.
Het ontstaat alleen als splijtingsproduct van zware kernen zoals uranium-238 of door het beschieten van molybdeen met neutronen. Sinds de ontdekking van technetium is men op zoek gegaan naar het element in de vrije natuur. Het is in 1962 in Afrika in extreem lage concentraties gevonden in het mineraal uraniniet, waar het ontstaat door spontane splijting van uranium. De hoeveelheden zijn vanuit commercieel oogpunt niet interessant.
Uit spectrumlijnen van sommige sterren, met spectraalklasse S, M en N, blijkt technetium op andere plaatsen in het heelal wel voor te komen. Hierdoor is men tot een nieuw inzicht gekomen over de productie van zware elementen in sterren.[1]
Isotopen
[bewerken | brontekst bewerken]Er bestaan verschillende isotopen van technetium.
| Iso | RA (%) | Halveringstijd | VV | VE in MeV | VP |
|---|---|---|---|---|---|
| 97Tc | syn | 2,6·106 j | EV | 1,934 | 97Mo |
| 98Tc | syn | 4,2·106 j | β− | 1,796 | 98Ru |
| 99Tc | syn | 2,111·105 j | β− | 1,357 | 99Ru |
De stabielste radio-isotopen van technetium zijn 98Tc, 97Tc en 99Tc. In totaal zijn er ongeveer 25 verschillende technetiumisotopen geproduceerd met halveringstijden variërend van enkele uren tot miljoenen jaren.
Toxicologie en veiligheid
[bewerken | brontekst bewerken]Doordat technetium in de natuur niet voorkomt is het vrijwel onmogelijk voor mensen om ermee in aanraking te komen. Mensen die met het materiaal werken zijn verplicht beschermende kleding te dragen. In de biologie speelt technetium geen rol.
- voetnoten
- websites