Aanvoegende wijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Conjunctief verwijst hierheen. Voor de Latijnse conjunctief, zie conjunctivus

De aanvoegende wijs of conjunctief is een in onder meer de Indo-Europese talen voorkomende werkwoordswijs (kortweg ook wel wijs of modus). Een grammaticale vorm van vergelijkbare strekking is ook bekend in de Semitische en Fin-Oegrische talen.

Deze wijs drukt een handeling uit die (nog) niet heeft plaatsgevonden voor zover de spreker zich daarvan bewust is. Dit heet ook wel een irrealis, die plaatsvindt bij het verwoorden van een wens, aansporing, mogelijkheid, voorwaardelijkheid, onwerkelijkheid, onzekerheid, twijfel, toegeving of doelgerichtheid.

De term aanvoegende wijs is afgeleid van conjunctivus - de benaming voor dit verschijnsel in het Latijn - waarbij "aanvoegend" betrekking had op het feit dat de wijs oorspronkelijk vooral werd gebruikt in bijzinnen, die zich naar hun aard "voegen aan" een hoofdzin.[1]

Nederlands[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Geschiedenis van het Nederlands

Oud- en Middelnederlands[bewerken]

Al in het Oudnederlands waren de meeste vervoegingsvormen van de aanvoegende wijs samengevallen met die van de indicativus.

In het Middelnederlands waren er alleen nog aparte vormen in de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud (hi woene) en bij sterke werkwoorden in de verleden tijd voor de eerste en derde persoon enkelvoud (ic/hi name).[2] In historische en/of gekunstelde teksten worden verder vormen aangetroffen als sloege, quame, dorste.[3][4]

In spraakkunstboeken uit de negentiende eeuw werd het gebruik van de aanvoegende wijs uitgebreid behandeld en voorgeschreven.[5]

Hedendaags Nederlands[bewerken]

In tegenstelling tot een aantal andere Indo-Europese talen (waaronder het Duits en veel Romaanse talen), is in het hedendaags Nederlands de aanvoegende wijs niet meer erg gangbaar.[6][7] Net als in het Engels en het Deens is zijn functie in het dagelijkse spraakgebruik geleidelijk aan vrijwel volledig vervangen door een reeks hulpwerkwoorden en modale werkwoorden. In het Nederlands is dit in het bijzonder de verleden tijd van zullen: zouden. Het hedendaagse gebruik van de aanvoegende wijs in het Nederlands is grotendeels beperkt tot versteende taalvormen.

Alleen het werkwoord zijn kent nog altijd een duidelijk te onderscheiden vorm voor de aanvoegende wijs in de verleden tijd, nl. ware/waren.[8] Het gebruik van de aanvoegende wijs geeft in het hedendaags Nederlands dikwijls aan een tekst een formeel, ouderwets of zelfs verheven karakter[6] en wordt daarom ook wel afgeraden.[9]

Vaste uitdrukkingen[bewerken]

Er zijn verschillende versteende uitdrukkingen in het Nederlands waarin de aanvoegende wijs gebruikt wordt, bijvoorbeeld:

Spreekwoorden[bewerken]

  • Kome wat komen zal
  • Koste wat het kost
  • Redde wie zich redden kan

Formele en religieuze taal[bewerken]

  • Onze Vader-gebed:
    • Onze Vader Die in de Hemelen zijt, geheiligd zij Uw Naam, Uw Rijk kome, Uw Wil geschiede op aarde als in de Hemel.[10]
    • Vader, Uw Naam worde geheiligd, Uw Rijk kome. Geef ons iedere dag ons dagelijks brood, en vergeef ons onze zonden...[11]
  • Eedaflegging: Zo waarlijk helpe mij God almachtig.
  • Gelieven in bijvoorbeeld: 'U gelieve bij binnenkomst te registreren.'[12]
  • Leve de Koning!

Versteende woorden[bewerken]

  • Dankzij van "dank zij"
  • Hetzij van "het zij"
  • Tenzij van "ten zij" (ten is hier een samentrekking van het cliticum t en en (in de betekenis van niet))
  • Godbetert van"God betere 't".
  • Godverdomme van "God verdoeme (het)"
  • Godzijdank. van "God zij dank".

Oorspronkelijke vorming[bewerken]

O.t.t.:[13] O.v.t.:[14]
Vervoeging: Stam / Verledentijdsstam + -e
Voorbeeld: Men neme een appel Als moeste David vluchten[15]
Zijn: Zij Ware
Voorbeeld: Het zij zo... ...ware het niet dat...
V.t.t.: V.v.t.:
Vervoeging: conjunctief hulpwerkwoord + infinitief
Voorbeeld: Hij hebbe gelijk gekregen[14] Hij hadde gelijk gekregen[14]
Zijn: conjunctief hulpwerkwoord + infinitief
Voorbeeld: Het zij veroorloofd[13] Het ware veroorloofd[13]
O.t.t.t.:[16] O.v.t.t.:[16]
Vervoeging: conjunctief hulpwerkwoord van zullen + infinitief
Voorbeeld: Hij zulle spelen Hij zoude spelen
V.t.t.t.:[16] V.v.t.t.[16]
Vervoeging: conjunctief hulpwerkwoord van zullen + voltooid deelwoord + infinitief
Voorbeeld: Hij zulle gespeeld hebben Hij zoude gespeeld hebben

Engels[bewerken]

In het Engels komt het gebruik van de aanvoegende wijs als zelfstandige modus niet zo vaak meer voor. Voorbeelden zijn uitspraken als God help you, God save the queen.[17] Hier ontbreekt dus de -s bij de verbuiging van de derde persoon enkelvoud.

Duits[bewerken]

In het Duits wordt de conjunctief veel gebruikt. Voor de meeste werkwoorden heeft de grammatica een conjunctief in de onvoltooid tegenwoordige en de onvoltooid verleden tijd. Bij zwakke werkwoorden onderscheidt de conjunctief van de onvoltooid verleden tijd zich qua vorm niet van de aantonende wijs, maar wordt er meestal een conjunctief hulpwerkwoord + een infinitief gebruikt.

De conjunctief van sterke werkwoorden wordt in het Duits veel gebruikt. Hoewel een aanvoegende wijs niet verouderd klinkt, ongeacht de vorm, zijn de conjunctieven van deze werkwoorden het gebruikelijkst.[18]

Semitische talen[19][bewerken]

In talen als het Hebreeuws en Arabisch komt een aanvoegende wijs voor, hoewel deze wisselend per taal in meer of mindere mate aan slijtage onderhevig is. Bovendien valt in het schrift een verschil niet altijd op te maken, omdat de klinkers in deze talen bepalend zijn of kunnen zijn om de conjunctief te herkennen, en deze worden in de genoemde talen niet geschreven. Men vermoedt dat deze slijtage begonnen is in het Proto-Semitisch. Dit houdt in dat de vormen in het Oud-Testamentisch Hebreeuws al deels weg waren. In mindere mate geldt dit voor het Arabisch. In het Hebreeuws, waar het literaire en Oud-Testamentisch schrift betreft, zijn enkele werkwoorden toch zeer goed als aanvoegende wijs te herkennen, zoals het werkwoord לחיות (leven) in יחי/תחי (leve de koning)


Bronnen, noten en/of referenties
  1. Woordenboek der Nederlandsche Taal
  2. Joop van der Horst, Geschiedenis van de Nederlandse syntaxis, Deel 1, 2008: 407
  3. http://www.biblija.net/biblija.cgi?Bible=Bible&set=10&l=en&pos=1&qall=1&idq=52&idp0=52&m=2%20Kor%202&hl=2%20Kor%202%2C13
  4. http://wordincontext.com/nl/bande
  5. Weiland, Petrus De Nederduitsche Spraakkunst 1805 of anders Grammatica's van de 19e en 20e eeuw
  6. a b http://www.onzetaal.nl/advies/hetzijzo.php
  7. http://dpc.uba.uva.nl/cgi/t/text/text-idx?c=ivn;sid=3f6140eb43d46fb41a5294aefbcb529c;idno=m4802a02;view=text;rgn=div1;cc=ivn;node=m4802a02%3A5
  8. Taaluniversum — Nederlandse Taalunie
  9. Scriptiehulp van Tilburg University
  10. Bijbelcitaat: Matteus 6:7-13
  11. Bijbelcitaat: Lucas 11:1-4
  12. e-ANS (conjunctief)
  13. a b c Deze vormen kunnen enigszins verouderd aandoen, maar treft men veel aan in versteende taalvormen
  14. a b c Deze vormen zijn thans sterk verouderd en vonden het recentst voornamelijk toepassing in dicht- en letterkunst en juridische documenten; het werkwoord zijn is daarop een uizondering die ook nu nog wordt toegepast
  15. Citaat uit het Wilhelmus, couplet 8 strofe 1
  16. a b c d Deze vormen dateren van de late middeleeuwen en daarvoor
  17. Della Thompson (Edtor)The Oxford Compact English Dictionary 1996
  18. Engelen, R.K. en Van der Zee, drs. J. Grammatica Duits. De regels van het Duits Houten 201112 (Uitgeverij Unieboek | Het Spectrum bv (Prisma) p. 43-44
  19. Dit hoofdstuk of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) vertaald vanaf de Engelstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.