Aanvoegende wijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vraagteken.svg
Er wordt getwijfeld aan de juistheid van een of meer onderdelen van dit artikel.
Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie, en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: Gedeelten van dit lemma gaan over (sterk) verouderd Nederlands, dat niet (meer) wordt erkend door de Taalunie
Dit sjabloon is geplaatst op 26 juli 2010.
Vraagteken.svg
1rightarrow.png Conjunctief verwijst hierheen. Voor de Latijnse conjunctief, zie conjunctivus

De aanvoegende wijs is een met name in Indo-Europese talen voorkomende werkwoordswijs die een wens, aansporing, mogelijkheid, voorwaardelijkheid, onwerkelijkheid, onzekerheid, twijfel, toegeving of doelgerichtheid uitdrukt. Deze wijs wordt ook wel bijvoegende wijs, subjunctief of conjunctief genoemd.

De term aanvoegende wijs is een vertaling van conjunctivus - de benaming voor dit verschijnsel in het Latijn - waarbij "aanvoegend" betrekking had op het feit dat de wijs oorspronkelijk vooral werd gebruikt in bijzinnen, die zich naar hun aard "voegen aan" een hoofdzin.[1]

Inhoud

[bewerken] Hedendaags gebruik in het Nederlands

In tegenstelling tot bijvoorbeeld het Duits en de meeste Romaanse talen, wordt in het hedendaagse Nederlands de aanvoegende wijs niet vaak gebruikt.[2][3] Net zoals in het Engels en het Deens is de functie van deze wijs geleidelijk aan vrijwel volledig vervangen door een reeks hulpwerkwoorden van modaliteit. In het Nederlands is dit in het bijzonder de verleden tijd van zullen: zouden. Het hedendaagse gebruik van de aanvoegende wijs in het Nederlands is grotendeels beperkt tot versteende uitdrukkingen. Enkel het werkwoord zijn kent nog een aanvoegende wijs in de verleden tijd.[4] Een hedendaags gebruik van de aanvoegende wijs geeft een tekst een formeel, ouderwets of zelfs verheven karakter[2] en wordt daarom ook vaak afgeraden.[5] In historische teksten komt deze wijs nog wel dikwijls voor, en in spraakkunstboeken uit de 19de eeuw werd het gebruik van deze wijs uitgebreid behandeld en voorgeschreven.[6]

[bewerken] Vaste uitdrukkingen

Er bestaan een grote reeks versteende uitdrukkingen in het Nederlands waarin de aanvoegende wijs gebruikt wordt.

[bewerken] Spreekwoorden

Enkele voorbeelden:

  • Gebeure wat gebeuren zal.
  • Kome wat komen zal.
  • Koste wat het kost.
  • Redde wie zich redden kan.

[bewerken] Formele en religieuze taal

Enkele voorbeelden:[7]

  • Onze Vader-gebed:
    • Onze Vader Die in de Hemelen zijt, geheiligd zij Uw Naam, Uw Rijk kome, Uw Wil geschiede op aarde als in de Hemel.[8]
    • Vader, Uw Naam worde geheiligd, Uw Rijk kome. Geef ons iedere dag ons dagelijks brood, en vergeef ons onze zonden...[9]
  • Eedaflegging: Zo waarlijk helpe mij God almachtig.

[bewerken] Versteende woorden

In enkele versteende woorden kan men de aanvoegende wijs terugvinden:

  • Dankzij van "dank zij"
  • Hetzij van "het zij"
  • Tenzij van "ten zij" (ten is hier een samentrekking van het cliticum t en en (in de betekenis van niet))
  • Godbetert van"God betere 't".
  • Godverdomme van "God verdoeme (het)"
  • Godzijdank. van "God zij dank".

Deze samengestelde woorden kunnen worden gesplitst in hun onderdelen en een zin vormen.

[bewerken] Historische ontwikkeling en evolutie

In het Nederlands werd de aanvoegende wijs gebruikt om een wens, aansporing, voorwaardelijkheid, mogelijkheid, onwerkelijkheid, onzekerheid, twijfel, toegeving of doel uit te drukken.

De aanvoegende wijs werd in het verleden frequent gebruikt en men stuit bijgevolg regelmatig op deze wijs in oudere Nederlandse teksten. Het gebruik ervan begon aan een langzame neergang, eerst in de gesproken taal en daarna in de geschreven taal. In het begin van de 20ste eeuw bemerkten linguïsten reeds dat het gebruik van deze wijs in gesproken taal zeldzaam was geworden.[10] Op dat moment was het gebruik van de aanvoegende wijs in geschreven taal ook al tanende - de daling van het gebruik van deze wijs schreed voort gedurende de gehele 20ste eeuw.

In plaats van de aanvoegende wijs, worden heden ten dage meestal andere uitdrukkingswijzen gebruikt en verkozen. Men gebruikt nu meestal voor het uitdrukken van:

  • een wens of vraag: een aanduidende wijs die samengaat met werkwoorden die een wens of vraag uitdrukken. Ook kan het werkwoord "laten" gebruikt worden.
  • een onzekerheid of mogelijkheid: een aanduidende wijs die vergezeld gaat met een modaal hulpwerkwoord. Vooral "zouden", de verleden tijd van "zullen" speelt een belangrijke rol.
  • aansporing: Voor een aansporing wordt nu vooral de gebiedende wijs gebruikt.

[bewerken] Normatieve spraakkunst

[bewerken] Vorming

[bewerken] Tegenwoordige tijd

Thans alleen gebruikelijk in versteende taalvormen en bij het werkwoord mogen.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd (O.T.T.):
    • Enkelvoud:
      • Ik, jij/je, u, hij/zij/het: tegenwoordige stam + e (ik kome) of als de stam eindigt op een klinker: enkel de stam (hij doe, u ga)
      • Gij/ge: tegenwoordige stam +et of stam +e (gij nemet)
    • Meervoud: Wij/we, jullie, zij/ze: tegenwoordige infinitief (zij mogen).
  • Voltooid tegenwoordige tijd (V.T.T.): De OTT van hebben of zijn + voltooid deelwoord: ik hebbe gespeeld, gij zijt gegaan

[bewerken] Verleden tijd

Thans alleen in versteende taalvorm als verbuiging van zijn. Andere vormen gaan terug op eeuwen her[11]

  • De Onvoltooid Verleden Tijd (O.V.T.):
    • Enkelvoud:
      • Ik, jij/je, u, hij/zij/het: verleden stam + e (ik kwame).
      • Gij/ge: tegenwoordige stam +et of stam +e (gij namet).
    • Meervoud: Wij/we, jullie, zij/ze: tegenwoordige infinitief (zij mochten).
      • Er is één uitzondering op deze regel: de OVT van het werkwoord worden is wierde(n) en niet werde(n).
  • De Voltooid Verleden Tijd (V.V.T.): De O.V.T. van hebben of zijn + voltooid deelwoord: ik hadde gespeeld, gij waret gegaan.

[bewerken] Toekomende tijd

Deze vormen gaan terug op de late middeleeuwen. In de literatuur van de negentiende eeuw (Multatuli e.d.) treft men deze vormen zeker al lang niet meer aan

De aanvoegende wijs in de toekomende tijd is vooral een theoretische constructie die nooit veel gebruikt is:

  • Onvoltooid Toekomende Tijd (O.Tk.T): OTT van zullen + tegenwoordige infinitief: ik zulle spelen.
  • Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd (O.V.Tk.T): OVT van zullen + tegenwoordige infinitief: ik zoude spelen.
  • Voltooid Toekomende Tijd (V.Tk.T.): OTkT van hebben of zijn + voltooid deelwoord: ik zulle gespeeld hebben, gij zullet gegaan zijn.
  • Voltooid Verleden Toekomende Tijd (V.V.Tk.T.): OVTkT van hebben of zijn + voltooid deelwoord: ik zoude gespeeld hebben, gij zoudet gegaan zijn.

[bewerken] Gebruik

[bewerken] Wens

De aanvoegende wijs werd wel gebruikt om een wens uit te drukken.[12] Als het hoofdwerkwoord een wens uitdrukt, kan dit werkwoord gevolgd worden door een aanvoegende wijs in de bijzin. Deze werkwoorden houden - onder andere - willen, begeren, verlangen, hopen,bidden, smeken en zorgen in. Enkele voorbeeldzinnen:

  • Ik hoop dat hij op tijd kome. (Ik hoop dat hij op tijd zal komen.)
  • Hij wenst dat er eendracht tussen ons zij. (Hij wenst dat er eendracht tussen ons zal zijn.)
  • Zorg ervoor dat dit geschiede. (Zorg ervoor dat dit zal geschieden.)
  • Hij smeekte dat de misdadiger gestraft wierde. (Hij smeekte dat de misdadiger gestraft zou worden.)

Het is ook mogelijk om een wens uit te drukken zonder bijzin. Voorbeeldzinnen:

  • Lang leven de kinderen! (Ik wens dat de kinderen lang zullen leven!)
  • Mogen zij in vrede rusten. (Ik wens dat zij in vrede kunnen rusten.)
  • Het ga je goed! (Ik wens dat het goed met je zal gaan.)
  • God zegene en beware je. (Ik wens dat God je zal zegenen en je zal bewaren.)
  • Het geluk zij met u! (Ik wens dat het geluk met je zal zijn.)
  • Hiermede moge ik u berichten dat wij uw brief goed hebben ontvangen. (Hiermede wens ik u te kunnen berichten...)
  • Ware hij toch verstandiger geweest! (Ik wenste dat hij verstandiger zou zijn geweest.)
  • God hebbe zijn ziel.

In het tegenwoordige Nederlands is de optatieve functie van de aanvoegende wijs grotendeels vervangen door het werkwoorden "zullen" en in mindere mate door "laten".

[bewerken] Aansporing

De aanvoegende wijs kan een aansporing uitdrukken. Hierbij wordt normaal de 3de persoon enkelvoud gebruikt.

  • U neme drie eieren.
  • De lezer bedenke wel dat dit boek honderdvijftig jaar geleden geschreven is.
  • Men zegge het voort.
  • Men herleze mijn brief.
  • De gebruiker lette hierop.
  • U gelieve gepast te betalen.
  • Zij abcd een rechthoek.

In het hedendaagse Nederlands wordt vaak een gebiedende wijs gebruikt ter vervanging van de aanvoegende wijs.

[bewerken] Voorwaardelijkheid of mogelijkheid

De aanvoegende wijs kan een voorwaardelijkheid of mogelijkheid uitdrukken.[13] Voorbeeldzinnen:

  • Ware hij koning... (Als hij koning zou zijn...)
  • Hadde hij de kracht gehad... (Als hij de kracht zou hebben gehad...)
  • Vinde ik hem, ik zou...
  • Ware de hulp op tijd gekomen, dan was de ramp niet geschied.
  • Leefde hij nog, ik zou... (deze zin kan ook als een aantonende wijs worden geïnterpreteerd)
  • Hij ware een rijk man geworden, hadde hij langer geleefd.

In het hedendaagse Nederlands een voorwaardelijkheid uitgedrukt door gebruik te maken van de combinatie van "als" of "indien" en het modale hulpwerkwoord "zouden".

Enkele voegwoorden waren in het verleden vaak vergezeld door een aanvoegende wijs omdat deze voegwoorden altijd een voorwaarde inhouden.[13] Enkele voorbeelden:

  • Mits: Ik wil haar graag in mijn huis ontvangen mits ze niet voor morgen kome.
  • Tenzij: Als je niet tevreden bent, tenzij ik je vraag beantwoorde, weet dan nu al dat ik dat niet doen zal.

In het hedendaagse Nederlands volgt er een aantonende wijs op deze voegwoorden.

[bewerken] Onzekerheid of twijfel

De aanvoegende wijs kan een onzekerheid of een twijfel uitdrukken.[13] Voorbeeldzinnen:

  • Al kwame hij nu, het zou reeds te laat zijn. (Al zou hij nu gekomen zijn...)
  • Ik vrees dat hij reeds overleden zij.
  • Ik twijfel of u daaraan wel voldoende moeite besteed hebbe.
  • Hij ware een rijk man geworden, hadde hij langer geleefd.

Enkele voegwoorden waren in het verleden vaak vergezeld door een aanvoegende wijs omdat deze voegwoorden steeds een onzekerheid of twijfel inhouden.[13]

  • Of: Ik twijfel of hij mijn vriend wel zij.
  • Alsof: Het leek alsof hij op nieuw jong geworden ware.

In het hedendaagse Nederlands volgt er op deze voegwoorden meestal het hulpwerkwoord "zullen" of diens verleden tijd "zouden" in de aantonende wijs.

[bewerken] Onwerkelijkheid

De aanvoegende wijs kan een onwerkelijkheid uitdrukken. Voorbeeldzin:

  • De man sprak over de bankoverval als ware het een zondaguitstapje.

[bewerken] Toegeving

De aanvoegende wijs kan een toegeving uitdrukken.[13] Voorbeeldzinnen:

  • Hij ga waar hij wil.
  • Wie hij ook zij.
  • Hoe het ook zij.
  • Wat hij ook moge doen.
  • Ik ben het met zijn standpunten eens, zij het niet geheel van harte.

Enkele voegwoorden waren in het verleden vaak vergezeld door een aanvoegende wijs omdat deze voegwoorden steeds een toegeving inhouden.[13]

  • Hoewel: Hoewel hij een graag gezien figuur ware, besteedde hij niet veel aandacht aan zijn vrienden.
  • Ofschoon of schoon: Hij zoude niet genoeg hebben, schoon hij een miljoen frank bezate.

[bewerken] Doelgerichtheid

Enkele voegwoorden waren in het verleden vaak vergezeld door een aanvoegende wijs omdat deze voegwoorden steeds een doelgerichtheid inhouden.[13] Voorbeeldzinnen:

  • Opdat: Ik zal hem helpen opdat hij zijn doel bereike.
  • Ten einde: De boer vraagt naar regen ten einde zijn akker besproeid worde.

In het hedendaagse Nederlands worden deze voegwoorden gevolgd door een hulpwerkwoord en een aantonende wijs.


Referenties
  1. http://www.wnt.inl.nl/iWDB/search?actie=article&wdb=WNT&id=M000977
  2. a b http://www.onzetaal.nl/advies/hetzijzo.php
  3. http://dpc.uba.uva.nl/cgi/t/text/text-idx?c=ivn;sid=3f6140eb43d46fb41a5294aefbcb529c;idno=m4802a02;view=text;rgn=div1;cc=ivn;node=m4802a02%3A5
  4. http://taaladvies.net/taal/advies/term/1/aanvoegende_wijs/
  5. http://scriptiehulp.uvt.nl/data/4-1-1-archaismen.htm
  6. Zie zo bijvoorbeeld het boek De Nederduitsche Spraakkunst geschreven in 1805 door Petrus Weiland. Bron: Grammatica's van de 19e en 20e eeuw
  7. e-ANS (conjunctief)
  8. Bijbelcitaat: Matteus 6:7-13
  9. Bijbelcitaat: Lucas 11:1-4
  10. De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3, 1909, p. 181
  11. Zoals moeste in de eerste strofe van couplet acht van het Wilhelmus uit de zestiende eeuw.
  12. W.G. Brill, Nederlandsche spraakleer, p. 346. (1860)
  13. a b c d e f g P. Weiland, Nederduitsche spraakkunst ten dienste der scholen p. 134, 147, 289. (1805)
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen