Alexis Pantchoulidzew

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Alexis Pantchoulidzew (Russisch: Алексей Панчулидзев), volgens de huidige spelling Aleksej Pantsjoelidzev, (Pjatigorsk, 18 september 1888Diepenheim, 10 april 1968) was de langdurige huisgenoot van prinses Armgard zur Lippe-Biesterfeld, de moeder van prins Bernhard. Zij noemde hem "Tschuli".

Biografie[bewerken]

Afkomst en opleiding[bewerken]

De familie Pantsjoelidzev stamt af van de Imereti edelman David Matveevitsj Pantsjoelidze, gouverneur van Mtsensk (1753).[1].

Oorspronkelijk kwam Pantchoulidzew uit het Russische Pjatigorsk, waar zijn vader diende als generaal bij de cavalerie. De adellijke titel van vorst werd sinds de russificatie van Georgië niet meer gebruikt. In de stad Saratov (Russisch: Саратов, Sarataf) in Rusland staat een standbeeld van generaal Aleksey 'Pantchoulcize'( Georgische spelling),een van de adellijke voorvaderen van de Olympische ruiter Kolonel Alexsis 'Pantchoulcize'( Georgische spelling. Hij was tijdens zijn opleiding lid van het Page Corps en in dienst van de keizerin-moeder, Tsarina Maria Fjodorovna geboren prinses Dagmar van Denemarken. Dit was de vooropleiding voor het elite keurkorps van de cadetten van de Nicolas Cavalry School in Sint Petersburg. Pantchoulidzew zelf behoorde later tot de lijfwacht-huzaren van de Keizerlijke Garde en is kolonel in het Russische Keizerlijke leger geweest.

Russisch kolonel[bewerken]

Zijn kolonelsrang zou hij volgens mededeling van de Zwitserse hippische correspondent Max E. Amman - een functionaris van de FEI en een goede kennis van prins Bernhard - aan een zeer bijzondere gebeurtenis in zijn leven hebben te danken. Pantchoulidzew was lid van het Russische springteam en had in 1914 als individueel ruiter de "Kaiserpreis" in Wenen-Krieau gewonnen. Hij kreeg echter niet de bokaal en de eerste prijs uitgereikt uit handen van de Oostenrijkse keizer Frans Jozef. Oorzaak was de grote spanning tussen Oostenrijk-Hongarije en Rusland nadat op 28 juni 1914 kroonprins Frans Ferdinand en zijn vrouw Sophie in Sarajevo waren vermoord. De Russen werden ervan verdacht bij deze aanslag betrokken te zijn geweest. Als troostprijs kreeg Pantchouldizew door het bestuur van de "Gesellschaft zur Prämiirung guter Campagne-Reiter in Wien" een erepalm uitgereikt. Maar toen hij terug kwam in Sint-Petersburg kreeg hij uit handen van de Tsaar Nicolaas II een gouden medaille uitgereikt en werd hij bevorderd tot Polkovnik (kolonel) van de lijfwacht-huzaren. Het is bekend dat de officieren van de Keizerlijke Bereden Lijfgarde allemaal met naam en toenaam persoonlijk bekend waren bij de Russische Tsaar.

Via Finland naar Denemarken[bewerken]

Na de Russische Revolutie van 1917 vluchtte Alexis Pantchoulidzew via Finland. Daar verbleef hij op het landgoed van zijn schoonvader Fedor Aleksandrovich Buchmeyer (in 1910), overleden in Kuokkala, het tegenwoordige Repino. Het ligt circa 30 km ten noordwesten van Sint-Petersburg in Karelië. Het was een korte periode Fins territorium tot aan het begin van de Winteroorlog in 1939. Vanaf 1918 woonde en werkte Pantchouldizew in Kopenhagen, waar hij tot 1921 verbleef.

Duitsland[bewerken]

Daarna ging hij naar Duitsland. Zijn eerste Duitse werkgeefster was mevrouw Victoria A. (Vicky) Glahn geboren Staudt, die getrouwd was met de ritmeester buiten dienst en auteur Erich Glahn. De paardenvakman Erich Glahn was ook aanwezig op de Olympische Spelen in Stockholm 1956. Hij schreef een kort wedstrijdverslag over de start van Pantchoulidzew in zijn boek Reitkunst am Scheideweg. De familie Glahn was eigenaar van de springstal Georgen in Belgard a.d. Persante (nu Białogard) in Pommern waarvan Pantchouldizew de wedstrijdpaarden uitgebracht onder meer in Aken en Berlijn op het concours hippique.

Daarna verhuisde de paardenliefhebber en trainer Pantchoulidzew in 1922 naar het landgoed Reckenwalde (ook wel Woynowo) nabij de stad Bomst in de provincie Posen, later Grensmark Posen-West-Pruisen, het ouderlijk huis van prins Bernhard. Hij was er eerst als gast en werkte later als opziener. Hij was het die Bernhard en zijn broer leerde paardrijden. Na de dood van haar echtgenoot in 1934 hielp Pantchoulidzew prinses Armgard met het beheer van Reckenwalde. Pantchouldzew, die niet beschikte over een paspoort uit het door hem ontvluchte land, was in het bezit van een Nansenpaspoort voor stateloze burgers.

Daarom werd Pantchoulidzew op 7 februari 1944 schriftelijk gemeld dat hij als hulpkracht op het station van Frankfurt (Oder) te werk zou worden gesteld bij de Reichsbahndirektion Osten. Op 24 februari meldde de Gestapo dat hij voor zijn functie was goedgekeurd door de politiearts en dat hij zijn betrekking per omgaande diende op te nemen. Zijn dienstrang en werkzaamheden werden omschreven als Ladenschaffner, waarvoor hij eerst een korte opleiding heeft gehad. Blijkens een Dienstausweis die op 6 april werd afgegeven werkte hij inderdaad in dienst van de Deutsche Reichsbahn.

Nederland[bewerken]

Na hun vlucht uit Reckenwalde verbleven Pantchoulidzew en prinses Armgard in Bad Driburg. Hij werd door prins Bernhard naar Nederland gehaald[2] en op 6 november 1945 als kolonel BS ingeschreven te Baarn[3]. In 1949[4] werd hij met de naam Alexis Pantchoulidzew genaturaliseerd tot Nederlander.

Tijdens de Greet Hofmans-affaire zou Pantchoulidzew grote invloed hebben gehad op Bernhard en zijn oudste dochters. Zijn naam wordt ook genoemd in verband met de Lockheed-affaire. Zo zou hij het smeergeld voor Bernhard uit Zwitserland hebben opgehaald. Sluitend bewijs ontbreekt echter ook in deze zaak. Vast staat dat Pantchoulidzew geld heeft aangenomen, er kon echter niet bewezen worden, dat dit voor Bernhard bestemd was.

Pantchoulidzew overleed te Diepenheim op 10 april 1968.

Olympische Spelen van Melbourne[bewerken]

Pantchoulidzew nam als dressuurruiter namens Nederland deel aan de Zomerspelen van 1956. In het programmaboekje staat hij vermeld met het startnummer 1 (een). Hij had de moeilijke opgave om als eerste ruiter in deze individuele dressuurwedstrijd op de Olympische Spelen van 1956 te moeten starten.[5] De ruiteronderdelen van deze Spelen werden vanwege quarantainebepalingen in Stockholm gehouden. Omdat Nederland later dat jaar de Spelen in Melbourne boycotte (vanwege de rol van de Sovjet-Unie in de Hongaarse Opstand), was hij Nederlands enige deelnemer aan de Zomerspelen van 1956. In een veld van 36 deelnemers eindigde hij als 28e.

Pantchoulidzew deed eerder al in 1954 met het paard Lascar van prins Bernhard voor het eerst mee aan een internationale wedstrijd in Londen. Zijn deelname aan de Spelen van 1956 wekte nogal wat verbazing, omdat hij zich niet vooraf had hoeven te kwalificeren voor het Nederlands Olympisch Comité. Dit werd toegeschreven aan de invloed van prins Bernhard. “De band tussen Bernhard en Pantchoulidzew was zeer intensief”, aldus paardensporthistoricus Jan Maiburg. Deze bewering stamt uit de memoires van Hans Eijsvogel, de bekende radio- en tv-paardensportverslaggever, die vaak samen met prins Bernhard overal ter wereld onderweg was op diverse hippische evenementen. Dankzij hun gezamenlijke belangstelling voor de paardensport hadden Eysvogel en de prins een meer dan goede relatie. Toch ging hij discussies met de prins Bernhard niet uit de weg.[6] De paardensportjournalist Eijsvogel noemt Pantchoulidezew "de schaduw van de Prins". Maiburg heeft persoonlijk les gehad van Pantchoulidzew in Karlsruhe bij het rij-instituut Egon von Neindorff. Vanaf begin 1952 werd de voormalige springruiter Pantchoulidzew onderwezen in de kunst van het dressuurrijden in de houten overdekte rijbaan op Warmelo. Zijn leraar en coach was 'Direktor' Ludwig W. Zeiner, Hofbereiter i.R. van de Spanische Reitschule in Wenen.[7] Zeiner was tevens de leermeester van Reitmeister Egon von Neindorff. Zoals Maiburg verder zegt: “Het valt op dat er geen enkele kwalificatiewedstrijd in Nederland heeft plaatsgevonden. Dat deze man out-of-the-blue op de Olympische Spelen van 1956 verschijnt.” Het werd Pantchoulidzew nogal makkelijk gemaakt om aan het olympische evenement mee te doen. Vlak voor aanvang van de Spelen werd alles definitief dichtgetimmerd. Op 4 juni 1956 besloot het Nederlands Olympisch Comité dat Pantchoulidzew op eigen kosten mocht deelnemen aan de Olympische Spelen.

Literatuur[bewerken]

  • Amman, Max E., De ruiters van de Tsaar, in: De Hoefslag, 18 december 1969.
  • Glahn, Erich, Reitkunst am Scheideweg. Die XV!e Olympischen Reiterspiele in Stockholm 1956, Heideheim, Hoffmann, 1956
  • Rapport van der Voet (deel 1, 2004-02-15). Uit in Duitsland afgenomen beëdigde en notarieel vastgelegde verklaringen
  • Schrage, E.J.H., Zur Lippe Biesterfeld. Prinses Armgard, prins Bernhard en hun houding tegenover nazi-Duitsland. Amsterdam: Balans, 2004. ISBN 90-5018-672-6.
  • Vieux Sang, Een ruiterlijk ruiterleven, in De Hoefslag, 20 juni 1968
  • Buurman, A., & Eysvogel, H., 1000 paarden en een prins: memoires van Hans Eysvogel, De Boekenmakers, 2008
  • Metternichsberg/Haus Wittgenstein, Heimatfreunde Roisdorf e.V.
  • Secretaris Paata Natsvlishvili van het Georgische Olympische Commitee.Uitgave Nr.21 uit het jaar 2011
  • Daniel E. A. Perret The Sovereign Order of Saint John of Jerusalem Knights of Malta and the «Corps des Pages», Russia's Dream of Chivalry
  • Chebotarev, Tanya and Marvin Lyons "The History" . The Russian Imperial Corps of Pages, An Online Exhibition Catalog. Columbia University Libraries. Retrieved 12 December 2012.

"in het centrum van Sint Petersburg staat een fantastisch middelgroot paleis. Dit is ontworpen door de Italiaanse architect Bartolomeo Rastrelli. Het mooie klassiek gebouwde oude paleis was een geschenk van Tsaar Paul aan de nu in exil actieve ’ Order of the Hospitalers of Saint John of Jerusalem’ (the Knights of Malta) in 1796. In 1810, Alexander I gaf dit paleis aan het Corps du Page als hun nieuwe hoofdkwartier. Het was een gift met een symbolische betekenis. Het Maltezer kruis was te zien in de kapel en overal in de tuinen. De kruizen bleven waar ze waren en de jonge Pages waren er serieus van overtuigd, dat zij de erfgenamen van de Maltezer Orde waren. Zij namen de tradities en het witte Maltezer Kruis over als zijnde behorende tot hun eigen insigne" (1 december 2002).

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. ru:Панчулидзевы Pantsjoelidzev (in het Russisch)
  2. Schrage, Zur Lippe-Biesterfeld, 30.
  3. Amsterdamschestraatweg 1 (Paleis Soestdijk). Dit is volgens zijn persoonskaart, waarop hij tot 16 december 1949 geregistreerd stond als Alexis von Pantschulidzew, het enige adres in Nederland, waar hij was ingeschreven. In werkelijk verbleef Pantchoulidzew samen met prinses Armgard zur Lippe Biesterfeld en een kleine hofhouding van 1945 tot februari 1952 in Haus Wittgenstein te Roisdorf (www.heimatfreunde-roisdorf.de/wittgens.html). In datzelfde jaar verhuisden prinses Armgard en Pantchoulidzew en gingen zij beiden definitief in Nederland wonen op kasteel Warmelo in Diepenheim.
  4. Wet van 4 november 1949 Stbl. 1949, J 490.
  5. Erik Glahn, Reitkunst am Scheideweg
  6. Buurman, A., & Eysvogel, H., 1000 paarden en een prins: memoires van Hans Eysvogel, De Boekenmakers, 2008
  7. Durch und durch ein Herr, artikel in het Duitse Pferdesport Magazine Cavallo, juni 2006