Anchiornis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Anchiornis
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend
Anchiornis huxleyi
Anchiornis huxleyi
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Superorde: Dinosauria (Dinosauriërs)
Orde: Saurischia
Onderorde: Theropoda
Familie: Troodontidae
Geslacht
Anchiornis
Xu et al., 2009
Typesoort
Anchiornis huxleyi
Afbeeldingen Anchiornis op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Anchiornis op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

Anchiornis is een geslacht van theropode dinosauriërs, behorend tot de groep van de Maniraptora, dat leefde in het gebied van het huidige China.

Naamgeving en ontdekking[bewerken]

De typesoort Anchiornis huxleyi werd in 2008 beschreven door Xu Xing. De geslachtsnaam is afgeleid van Oudgrieks ἄγχι ánchi (nabij[1]) en ὄρνις órnis (vogel[1]), vrij te vertalen als de vogels nabijkomend, een verwijzing naar de nauwe verwantschap met de vogels. De soortaanduiding eert de negentiende-eeuwse Britse bioloog Thomas Huxley die als eerste een evolutionaire band veronderstelde tussen vogels en dinosauriërs. Veel samenstelling in het Oudgrieks met ἄγχι zijn voornamelijk bijvoeglijke naamwoorden. Het Oudgriekse woord ἀγχίθεος (de goden nabijkomend of de goden gelijk [1]) is op soortelijke manier als Anchiornis gevormd uit ἄγχι met een zelfstandig naamwoord. Het zelfstandig gebruiken van deze voornamelijk bijvoeglijk gebruikte samenstellingen met ἄγχι, komt ook in het Oudgrieks voor, zoals bij ἀγχίθεος in de betekenis van halfgod.[2]

Het fossiel, holotype IVPP V14378, bestaat uit een vrij volledig skelet op een plaat en tegenplaat waarvan echter het hoofd, de voorste nekwervels, de achterste staartwervels en de rechteronderarm ontbreken. De precieze datering is onzeker, maar het is gevonden in een meerafzetting van de Liaoningformatie (Boven-Jura / Onder-Krijt), bij het plaatsje Yaolugou in het district Jianchang. Het skelet toont ook vage veerresten, maar niet die van slagpennen: bij de ruggengraat zijn sporen van twintig millimeter lange draadstructuren zichtbaar met te weinig detail om vast te stellen om wat voor soort verenkleed het gaat.

Beschrijving[bewerken]

Anchiornis behoort tot de kleinste bekende dinosauriërs van zijn tijd

Anchiornis is een erg klein dier met een geschat gewicht van 110 gram en een geschatte lengte van 34 centimeter: de romp is zo'n acht centimeter lang en het bewaard gebleven stuk staart elf centimeter. Het holotype betreft echter vermoedelijk een nog niet geheel volwassen dier. De morfologie wordt beschreven als liggend tussen die van de vogels en de overige dinosauriërs. Het zitbeen, os ischii, is extreem kort. Er is geen verbeend sternum, borstbeen, aangetroffen. Een furcula is aanwezig. De armen zijn met een lengte van twaalf centimeter — 80% van die van de benen — net lang genoeg om als vleugels omschreven te worden. Het polsgewricht toont dat de armen in ieder geval als een vleugel ingeklapt konden worden. De tweede vinger is zeer robuust, een mogelijke aanpassing voor de aanhechting van slagpennen en het tweede middenhandsbeentje is vergroeid met het derde, een typische versteviging voor het vliegen die zelfs Archaeopteryx niet bezit. De ellepijp is echter vrij dun, niet dikker dan het spaakbeen, en nauwelijks gebogen, wat weer tegen een vermogen tot vliegen spreekt. De beschrijvers vermoeden al met al dat de armen een vliegfunctie hadden, wellicht voor een glijvlucht, misschien zelfs voor echte slagvlucht.

De achterpoten waren relatief lang, met een vrij kort dijbeen, maar lange tenen waarvan de tweede een vergroot maar gelijkvormig klauwtje draagt dat opgetrokken kon worden over het dragende teenkootje, wellicht homoloog aan de sikkelklauw van andere eumaniraptoren.

Fylogenie volgens de oorspronkelijke beschrijving[bewerken]

Anchiornis is volgens een tegelijkertijd gepubliceerde nieuwe grote kladistische analyse een basaal lid van de Avialae sensu Gauthier 1986 en zou dus dicht bij de oorsprong van de vogels staan. Dezelfde analyse zou aantonen dat de vogels niet tot de Deinonychosauria behoren en die groep de zustergroep is van de Avialae, zoals al traditioneel aangenomen maar in tegenstelling tot sommige andere recente analyses. Binnen de Deinonychosauria zouden sommige basale vormen tot de Dromaeosauridae noch de Troodontidae behoren.

Tweede exemplaar[bewerken]

Het verenkleed van Anchiornis

In 2009 werd een tweede fossiel beschreven, LPM-B00169, deel van een partij van twee die van een boer werden verworven. Het lukte de plek van de opgraving vrij precies te lokaliseren. Volgens de beschrijvers van dit tweede exemplaar zou de vindplaats uit de Tiaojishanformatie dateren, lagen uit het vroege Boven-Jura (Oxfordien, ongeveer 155 miljoen jaar oud). Ze menen dat het eerste exemplaar, als beide fossielen inderdaad van dezelfde soort stammen, vermoedelijk foutief, te jong, gedateerd was. Dit zou Anchiornis het oudste bekende lid van Paraves maken; dus ouder dan Archaeopteryx en daarmee het probleem van de zogenaamde "tijdsparadox" oplossend: dat de bekende nauwe dinosauriërverwanten van de vogels jonger zijn dan de oudste vogel.

Dat het tweede specimen aan Anchiornis kan worden toegeschreven, leidde men af aan de vrijwel identieke vorm van alle botten en de overeenkomende proporties. Een onderscheid is wel dat het tweede fossiel 60% langer is, dus viermaal de omvang heeft van het eerste.

Gewijzigde fylogenie[bewerken]

Het fossiel is veel completer dan het eerste exemplaar en toont een vrijwel volledig skelet samen met uitgebreide resten van de bevedering. Een nieuwe kladistische analyse, waarin de extra informatie ingevoerd werd, had als uitkomst dat Anchiornis toch geen basale aviaal was maar een basaal lid van de Troodontidae. Alleen Sinovenator zou nog lager in de stamboom van die groep geplaatst zijn.

Deze nieuwe plaatsing krijgt extra belang door de nieuwe gegevens over de bouw. Anchiornis blijkt voorzien te zijn geweest van lange slagpennen aan de armen, zodat inderdaad echte vleugels aanwezig waren. Die slagpennen waren echter asymmetrisch, wat ze niet goed bruikbaar maakt voor een vlucht, waarin ze steeds zouden omslaan. Misschien zouden ze toch een soort glijvlucht mogelijk hebben gemaakt en dat wordt weer ondersteund door de aanwezigheid van net zulke slagpennen aan de onderbenen en voeten. De beschrijvers zien dit als een aanwijzing voor de zogenaamde "tetrapteryx"-fase in de ontwikkeling van het vliegen: de benen zouden dus een tweede paar vleugels gevormd hebben. Of ze daarvoor de nodige zijwaartse beweeglijkheid hadden gehad, is nog onduidelijk. Echte vleugels bij een basaal lid van de troödontiden ondersteunt de hypothese van Gregory S. Paul dat de Maniraptora, of althans de Eumaniraptora, afstammen van een kleine vliegende voorouder. Een studie uit 2012 concludeerde dat de slagpennen werden ondersteund door lange dekveren aan de onderzijde en bovenzijde wat een stevig vleugelprofiel zou hebben opgeleverd.

Nieuwe gegevens over de bouw en de kleur van het verenkleed[bewerken]

Het tweede specimen toont ook de kop en die blijkt zeer vogelachtig te zijn geweest. De schedel, met een lengte van 63 millimeter, was kort en gedrongen met een bol schedeldak en grote oogkassen; de snuit echter stak plots recht vooruit, een drie centimeter lang snaveltje vormend. Daarin stonden kleine gekromde tanden. De kop droeg een vrij hoge vederkuif. Een onderzoek uit 2010 naar de vorm van melanosomen in de gefossiliseerde veren stelde vast dat de penveren wit-zwart gebandeerd waren met zwarte uiteinden. De kuif was roodbruin en dezelfde kleur hadden vlekken op de hals. Het lichaam was grijs.

Literatuur

  1. a b c Muller, F. (1932). Grieksch woordenboek. (3de druk). Groningen/Den Haag/Batavia: J.B. Wolters’ Uitgevers-Maatschappij N.V.
  2. Liddell, H.G. & Scott, R. (1940). A Greek-English Lexicon. revised and augmented throughout by Sir Henry Stuart Jones. with the assistance of. Roderick McKenzie. Oxford: Clarendon Press.