Belegering van Sebastopol (1941-1942)
| Belegering van Sebastopol | ||||
| Onderdeel van de Tweede Wereldoorlog | ||||
Situatie aan het oostfront gedurende het beleg van Sebastopol |
||||
| Datum | 30 oktober 1941 - 4 juli 1942 | |||
| Locatie | Sebastopol | |||
| Resultaat | Overwinning voor de asmogendheden | |||
| Strijdende partijen | ||||
|
|
||||
| Commandanten | ||||
|
|
||||
| Troepensterkte | ||||
|
||||
| Verliezen | ||||
|
||||
| Oostfront (Tweede Wereldoorlog) | ||
|
Polen · Balkan · Barbarossa · Minsk · Charkov (1) · Finland · Leningrad · Moskou · Rzjev · Charkov (2) · Stalingrad · Charkov (3) · Koersk · Bagration · Warschau · Laplandoorlog · Wisła-Oderoffensief · Oost-Pruisenoffensief · Neder-Silezische offensief · Operatie Sonnenwende · Berlijn · Praag |
De belegering van Sebastopol (Russisch: Оборо́на Севасто́поля и би́тва за Крым) was de langdurige belegering van de Oekraïense stad Sebastopol door Duitse troepen aan het oostfront van de Tweede Wereldoorlog, (in de voormalige Sovjet-Unie en Rusland bekend als Grote Vaderlandse Oorlog) en een van de bloedigste episodes daarin. Het beleg vond plaats van 30 oktober 1941 tot 4 juli 1942 tussen Duitse strijdkrachten en troepen van het Rode Leger, de Zwarte Zeevloot en onderdelen van de Rode Luchtmacht. Er werd gevochten om de controle over de belangrijkste zeebasis van de Russische Zwarte Zeevloot tijdens de Tweede Wereldoorlog. Opmerkelijk tijdens deze belegering was het gebruik van zeer zware artillerie (kaliber 200–800 mm), waaronder de Schwerer Gustav, door de Duitsers.
Inhoud |
Slagorde[bewerken]
Asmogendheden[bewerken]
Het Duitse 11e Leger, onder bevel van Erich von Manstein, belegerde Sebastopol. Tegen de tijd dat het slotoffensief in juni 1942 begon bestond het leger uit negen Duitse infanteriedivisies (twee divisies die het tijdens de slag had ontvangen inbegrepen), verdeeld over twee korpsen. Ook had het de beschikking over een Roemeens bergkorps, alsmede verschillende ondersteunende eenheden, waaronder 150 tanks, enkele honderden vliegtuigen en een paar van de zwaarste stukken geschut waar de Wehrmacht over beschikte.
- Duitse 11e Leger
- 306e HARKO
- 672e Artilleriebataljon (1 spoorwegkanon 800 mm)
- 833e Zware mortierbatterij (2 mortieren 600 mm)
- 688e Spoorwegartilleriebatterij (2 kanonnen 283 mm)
- 458e Zware artilleriebatterij (1 houwitser 420 mm)
- 459e Zware artilleriebatterij (1 houwitser 420 mm)
- 741e Artilleriebataljon (houwitsers 283 mm)
- 742e Artilleriebataljon (houwitsers 283 mm)
- 743e Artilleriebataljon (houwitsers 283 mm)
- 744e Artilleriebataljon (houwitsers 283 mm)
- Duitse 54e Legerkorps
- 31e Artillerie Observatiebataljon
- 556e Artillerie Observatiebataljon
- Duitse 22e Infanteriedivisie
- 16e Infanterieregiment
- 47e Infanterieregiment
- 65e Infanterieregiment
- 22e Artillerieregiment
- 22e Pioniersbataljon
- Duitse 24e Infanteriedivisie
- 31e Infanterieregiment
- 32e Infanterieregiment
- 102e Infanterieregiment
- 24e Artillerieregiment
- 24e Pioniersbataljon
- Duitse 50e Infanteriedivisie
- 121e Infanterieregiment
- 122e Infanterieregiment
- 123e Infanterieregiment
- 150e Artillerieregiment
- 150e Pioniersbataljon
- Duitse 132e Infanteriedivisie
- 436e Infanterieregiment (2 bataljons)
- 437e Infanterieregiment (2 battaljons)
- 438e Infanterieregiment
- 132e Artillerieregiment
- 213e Infanterieregiment (2 bataljons)
- Duitse 30e Legerkorps
-
- 29e Observatiebataljon
- Duitse 28e Lichte Infanteriedivisie
- 49e Jägerregiment
- 83e Jägerregiment
- 28e Artillerieregiment
- 28e Pioniersbataljon
- Duitse 72e Infanteriedivisie
- 105e Infanterieregiment
- 124e Infanteriregiment
- 266e Infanterieregiment
- 172e Artillerieregiment
- 172e Pioniersbataljon
- Duitse 170e Infanteriedivisie
- 391e Infanterieregiment
- 399e Infanterieregiment
- 401e Infanterieregiment
- 240e Artillerieregiment
- 240e Pioniersbataljon
- 240e Fietsbataljon
-
- Roemeens Bergkorps
- Roemeense 1e Bergdivisie
- Roemeense 4e Bergdivisie
- Roemeense 18e Infanteriedivisie
- 306e HARKO
Sovjet-Unie[bewerken]
De verdediging van Sebastopol werd hoofdzakelijk verzorgd door de Zwarte Zeevloot en het Kustverdedigingsleger (dat vanuit Odessa per schip was overgeplaatst) onder bevel van generaal Ivan Petrov. Het stadsgarnizoen telde één brigade, drie regimenten en negentien bataljons van het Korps Mariniers (ca. 23.000 man, 150 stuks veld- en kustartillerie en 82 vliegtuigen), waar generaal B.A. Borisov het bevel over voerde. 82 bunkers, 220 mitrailleurnesten, 33 km aan tankgrachten, 56 km aan prikkeldraad en 9600 mijnen werden gelegd om de verdediging te verbeteren.
- Kustbatterijen
- 2e Batterij (4x 100 mm)
- 8e Batterij (4 x 45 mm)
- 10e Batterij (4 x 203 mm)
- 12e Batterij (4 x 152 mm)
- 13e Batterij (4 x 120 mm)
- 14e Batterij (3 x 130 mm)
- 18e Batterij (4 x 152 mm)
- 19e Batterij (4 x 152 mm)
- 30e Batterij (4 x 305 mm)
- 32e Batterij
- 35e Batterij (4 x 305 mm)
- 54e Batterij (102 mm)
- 111e Batterij
- 112e Batterij
- 113e Batterij
- 114e Batterij
- 116e Batterij
- 119e Batterij
- 706e Batterij (2 x 130 mm)
- Chersonbatterij
- Zungebatterij
De verovering van de Krim[bewerken]
De aanval op Perekop[bewerken]
Het 11e Leger, onder Von Manstein, was opgedragen om de Krim in te nemen om zo de rechterflank van Legergroep Zuid veilig te stellen tijdens zijn opmars in de Sovjet-Unie. Hitler was ook van plan om het schiereiland van Kertsj te gebruiken om zo strijdkrachten in de Kaukasus te laten landen. Von Manstein, die geloofde dat het Rode Leger gedurende de Krimcampagne hardnekkige weerstand zou bieden, liet zijn aanval halt houden zodat hij meer troepen naar het front kon overplaatsen. Door een algemene vermindering van gevechten aan het Oostfront èn doordat het 51e Leger van het Rode Leger bezig was defensieve stellingen in te nemen werd dit mogelijk gemaakt. De slagorde van het 11e Leger omvatte drie Duitse korpsen:
- 30e Korps
- 22e Infanteriedivisie
- 72e Infanteriedivisie
- 1. SS-Panzer-Division Leibstandarte-SS Adolf Hitler
- 49e Bergkorps
- 170e Infanteriedivisie
- 1e Bergdivisie
- 4e Bergdivisie
- 54e Korps
- 46e Infanteriedivisie
- 73e Infanteriedivisie
- 50e Infanteriedivisie
Ook voerde Von Manstein het bevel over een Roemeens bergkorps.
Hoewel het aantal sovjettroepen op de Krim in totaal 235.600 man bedroeg, werden slechts ongeveer 30.000 in de landengte van Perekop geplaatst, die de Krim verbindt met het vasteland. Dit was een probleem voor de sovjets maar zou een groot aantal van de sovjettroepen in staat stellen om gevangenname te ontlopen nadat de landengte zou zijn ingenomen door de Duitsers. De lage aantallen verdedigers werden nog meer verminderd door Stalin, die erop stond dat er een aanval van het Rode Leger vanaf de landengte plaatsvond. Deze aanval mislukte, kostte de sovjets zware verliezen en onderbrak de werkzaamheden omtrent de fortificaties. De Slag om de Krim begon op 24 september 1941, dat door de smalle en troosteloze landengte ging. Een felle worsteling van vijf dagen volgde, terwijl de sovjets een vastberaden weerstand boden in een zestien kilometer diep verdedigingssysteem. Aangezien de begindoelstellingen waren gehaald, werden Von Manstein strijdkrachten verminderd door eisen elders. Leibstandarte Adolf Hitler en het 49e Bergkorps werden overgedragen aan de 1e Pantsergroep en de meeste van de Roemeense eenheden werden teruggetrokken. Von Manstein ontving het hoofdkwartier van het 42e Korps en de 24e en 132e Infanteriedivisie als versterking. De tweede fase van de Krimcampagne werd op 18 oktober 1941 richting Perekop ontketend. Deze slag duurde 10 dagen en werd gekenmerkt door bittere gevechten. De zes overgebleven Duitse divisies vielen nu acht infanterie en vier cavaleriedivisies aan, waarvan velen rond 16 oktober 1941 vanuit Odessa (bezet door de Roemenen) per schip waren overgebracht. Een sovjetdivisie had, zelfs op volle sterke, ongeveer evenveel troepen als een halve Duitse divisie en enkele van de verdedigende divisies waren al onderbemand door de gevechten in en rondom Odessa. Dankzij het terrein werd Von Manstein gedwongen om over drie smalle strookjes land een frontale aanval uit te voeren. De sovjets bezetten defensieve stellingen en ze genoten ook nog eens tank- en luchtoverwicht. Desalniettemin stortte op 28 oktober de verdediging van de sovjets in en het zag er naar uit dat de Krim zou vallen. Het 11e Leger ging, ondanks zware verliezen, verder, volledig jacht makend op de terugtrekkende vijand. Von Manstein berichtte dat zo'n 100.000 sovjettroepen werden gevangengenomen tezamen met 700 kanonnen. Sovjetbronnen beweren dar slechts 68.200 troepen werden gevangengenomen. Op 16 november 1941 was de Krim zo goed als in Duitse handen met alleen nog Sebastopol onder controle van de sovjets.
De eerste aanval op Sebastopol[bewerken]
Op 30 oktober 1941 werd een snelle stoot richting Sebastopol gestart, die de verdediging van de stad zou moeten testen. De Duitsers vielen aan met twee infanteriedivisies en een gemotoriseerde brigade. Ze probeerden vanuit het noorden, noordoosten en oosten de stad te bestormen, maar werden terug gedreven. Vervolgens omsingelden de Duitsers de stad. De stad werd vanuit zee versterkt, grotendeels met soldaten afkomstig van het geëvacueerde Odessa. De Duitsers begonnen daarna een meer voorbereide aanval die snel uitmondde in zware gevechten. Op 11 november begonnen 60.000 soldaten van de asmogendheden met een andere aanval maar na tien dagen werden ze gedwongen met de aanval te stoppen. Alle aanvallen werden afgeslagen, onder andere omdat Von Manstein besloot om de zuidflank aan te vallen, aangezien hij er op rekende dat de fortificaties daar zwakker waren. Het terrein in het zuiden was echter moeilijk begaanbaar en de Duitsers slaagden er niet in om een doorbraak te forceren. Op 4 december berichtten de lokale sovjetcommandanten dat de verdediging was heropgebouwd. Vervolgens gelastte Von Manstein de aanval in het zuiden af en hij bracht zijn strijdkrachten over naar het noorden. De Duitsers brachten ook hun grootste artilleriestuk, het Schwerer Gustav spoorwegkanon, naar hun linies ter voorbereiding op een andere aanval. De Wehrmacht begon een vijfdaags artilleriebombardement op de stad. Op 17 december startten zes Duitse infanteriedivisies en twee Roemeense brigades, tezamen met 1275 kanonnen en mortieren, meer dan 150 tanks en meer dan 300 vliegtuigen de tweede aanval. De datum, zo laat in het jaar, betekende dat streng winters weer de operaties van de Luftwaffe hinderde en de sovjets gebruikte dit om versterkingen per schip naar Sebastopol te sturen. Op 21 december, toen de Duitsers, die door de linies van de 40e Cavaleriedivisie waren gebroken, hun eindstoot voorbereidden, begonnen de sovjets een tegenaanval en ze dreven hen terug met behulp van de pas gearriveerde 79e Mariniersbrigade. De tweede poging, door middel van bestorming, mislukte ook. Op 4 januari 1942 was elke eenheid van de asmogendheden gestopt door tegenaanvallen van de sovjets. Kort nadat het winteroffensief van de sovjets begon, veroorzaakte dit de zogenoemde 'Wintercrisis' bij de Wehrmacht.
De Sovjetlandingen op Kertsj[bewerken]
Op 26 december 1941 landden sovjettroepen op het schiereiland van Kerstsj in totaal 41.930 troepen van het 44e en 51e Leger van het Rode Leger aan land werden gezet. Deze strijdkrachten werden vlug versterkt. Deze landingen waren een poging om opnieuw het initiatief op de Krim te nemen en de druk op Sebastopol te verlichten, waar Von Manstein voorbereidingen nam om ondanks het slechte weer opnieuw aan te vallen. In het begin behaalden de sovjettroepen succes waardoor ze werden aangemoedigd om naar de landengte van Perekop door te stoten. De enige strijdkrachten die de Duitsers op de Kertsj hadden waren de 46e Infanteriedivisie (onder bevel van generaal Hans Graf von Sponeck) en een Roemeens bergregiment. Von Sponeck kreeg geen toestemming om terug te trekken maar toch trokken de Astroepen zich al vechtend terug. De Duitse divisie verloor het meeste van zijn zware uitrusting en de sovjettroepen moest eerst verder oprukken voordat een front kon worden gestabiliseerd. Een serie van aanvallen en tegenaanvallen volgde, de laatste aanval van het Rode Leger werd uitgevoerd op 9 april 1942. Zes divisies en 160 tanks probeerden de Duitsers terug te drijven, maar na twee dagen mislukte de aanval compleet.
Duitse tegenaanval[bewerken]
Op 8 mei 1942 startte het 11e Leger een tegenaanval (Unternehmen Trappenjagd) die gericht was op het verdrijven van de sovjettroepen op de Kertsj en het hervatten van de aanval op Sebastopol. De Duitsers kwamen tegenover zeventien infanteriedivisies en enkele 'onafhankelijke brigades' te staan. De Duitsers hadden zeven infanteriedivisies en een pantserdivisie. Bij benadering waren een derde van de Duitse strijdkrachten Roemenen. Na een aantal schijnaanvallen in het noorden brak het 11e Leger in het zuiden door en het achtervolgde de vijand richting de zeestraten rondom de Kertsj. De sovjettroepen gaven zich over en 170.000 manschappen van het Rode Leger vielen in handen van de Duitsers. Sovjetbronnen beweren dat zo'n 140.000 man waren geëvacueerd.
De aanval op Sebastopol wordt hervat[bewerken]
Beschietingen en bombardementen op de stad[bewerken]
Nadat de Duitsers de sovjettroepen van de Krim hadden verdreven, richtten ze hun aandacht opnieuw op Sebastopol. Von Manstein had enkele van de grootste kanonnen ooit tot zijn beschikking ter ondersteuning van het beleg. Eind februari 1942 werden drie van de zes superzware Karl Mörser mortieren, tezamen met veel andere 'normale' kanonnen en veldgeschut naar het front overgebracht. Ook de Schwerer Gustav werd ingesteld en voorbereid op het komende offensief. Het 800 mm spoorwegkanon werd bediend door maar liefst enkele duizenden manschappen. Het was niet erg nuttig, maar het slaagde er een keer in om een munitiedepot dat 27 meter onder de grond lag te raken. Op 21 mei 1942 voerden de Duitsers een artillerie- en luchtbombardement uit op de stad. Op 2 juni begonnen de zwaarste beschietingen en lieten alle beschikbare toestellen van Luftflotte 4, onder bevel van Wolfram von Richthofen, vijf dagen lang hun bommen op hun doelen en de stad vallen voordat de hoofdaanval begon. Op 7 juni vielen de Duitsers de tweede verdedigingslinie aan.
De aanval begint[bewerken]
Von Mansteins plan voor de eindaanval op Sebastopol (Unternehmen Störfang, Operatie Steurvangst) omvatte de stelling dat de havens aan de Severnaja Baai, ten noorden van Sebastopol, een 'logistieke levenslijn' waren die de stad van voorraden voorzag. Als deze verbinding zou worden verbroken zou Sebastopol zich - wegens gebrek aan voorraden - vroegtijdig moeten overgeven zonder dat de Duitsers de stad met geweld in moesten nemen. Toen bleek dat een zuidwaartse aanval vanuit het noorden de minste weerstand ondervond, besloot Von Manstein om zijn belangrijkste aanvallen daar, met het 54e Korps (bestaande uit vijf divisies), uit te voeren. Een bijkomende aanval van oost naar west zou worden geleverd door het 30e Korps (bestaande uit drie divisies) tegen de zuidelijke sector van de verdediging van Sebastopol. Dit was om te voorkomen dat de sovjets troepen naar het noorden zouden sturen. Elk Duits korps werd ondersteund door een kleiner Roemeens korps. Dit plan hield geen rekening met het feit dat essentiële voorraadleveringen in ieder geval niet konden worden hervat voordat het herfstweer ervoor zorgde dat de Luftwaffe haar grondtroepen niet kon ondersteunen. De sovjets wisten dat en ze hadden van tevoren een aanzienlijke hoeveelheid voorraden aangelegd, iets dat ze nog vóór de eerste aanvallen in 1941 hadden gedaan. Noch de Severnaja Baai noch de gehele kustlijn van de baai waren de veronderstelde 'levenslijn'. Er was nu geen ander alternatief meer; Sebastopol koste wat kost moest worden veroverd. De buitenste verdedigingslinies werden op 16 juni doorbroken en het 54e Korps bereikte al gauw de noordkust van de baai, terwijl sterke verzetshaarden van de sovjettroepen op de flanken en in de achterhoede stand hielden. De opmars van het 30e Korps westwaarts werd door de zogenoemde 'Sapoenlinie' tot staan gebracht. Het werd duidelijk dat Von Mansteins plan om de havens aan de baai buiten werking te stellen had gefaald. In de nacht van 28 op 29 juni voerde Von Manstein een amfibische landing uit die de Sapoenlinie moest omtrekken. Dit was een bijzonder kostbare operatie waarvoor de beschikbare Duitse schepen volkomen ongeschikt waren, terwijl de Duitse vliegtuigen en artillerie, ondanks al hun inspanningen, slechts weinig konden doen tegen de diepe, ondergrondse kustverdediging van de sovjettroepen. De Duitsers vielen fel aan maar de sovjetverdedigers slaagden erin om het tot de schemering vol te houden, waarna ze konden versterkt. Ondanks dit alles ging Von Manstein verder met troepen het gevecht in te sturen.
De verdediging wordt gebroken[bewerken]
Succes werd echter elders behaald. Op het noordelijke einde van de Sapoenlinie lukte het troepen van het 30e Korps (versterkt met een deel van het 54e Korps) het om een bres in de verdediging te slaan. Nadat Duitse en Roemeense troepen enkele schijnaanvallen op de middensector hadden uitgevoerd slaagden ze erin om in het zuiden door de sovjetverdediging te breken. Hoewel de Sapoenlinie nu in het noorden en in het zuiden was doorbroken probeerden de sovjettroepen stand te houden. Langzamerhand hadden ze echter gebrek aan munitie. De sovjetbevelhebber, Petrov, beval een terugtocht naar het westen, richting Kaap Cherson, waar zijn mannen op meer voorraden konden wachten. Bij Kaap Cherson was hij van plan om voor het laatst stand te houden. De uitgeputte Duitse strijdkrachten waren niet in staat om de sovjettroepen direct te achtervolgen, zodat zij (de sovjettroepen) tijd hadden om zich te hergroeperen. Von Manstein begon een zwaar artilleriebombardement op Sebastopol om de verdediging uit te schakelen. De verdediging was, op een bolwerk bij de kust na, echter onbezet gelaten. Petrov had, naïef als hij was, gehoopt dat hij de stad voor vernietiging zou kunnen behoeden.
De laatste dagen van het beleg[bewerken]
Toen het Duitse 11e Leger de stad steeds meer naderde werd het Stalin duidelijk dat de opperbevelhebbers, partij- en administratie- ambtenaren per onderzeeër moesten worden geëvacueerd. Oktjabrski en Petrov vertrokken nog op het laatste moment per vliegtuig. Op 29 juni 1942 viel Sebastopol eindelijk in Duitse handen. De sovjets verloren een lichte kruiser, vier torpedobootjagers, vier vrachtschepen en twee onderzeeërs. De sovjetsoldaten vochten zelfs door nadat hun bunkers en loopgraven compleet waren vernietigd door de Duitse artillerie. De Duitsers dwongen hen met rook (waarvan wordt beweerd dat het giftig was) uit hun schuilplaatsen, waarna ze door tank- en artillerievuur werden belaagd. De Duitsers hadden echter nog 27 dagen nodig om de stad geheel te zuiveren van sovjettroepen. Op 4 juli 1942 viel Cherson in handen van de Duitsers en was de Krim onder controle van de Duitsers. Nadat hij het goede nieuws had gehoord belde een verrukte Hitler Von Manstein op en hij prees hem als de 'Veroveraar van Sebastopol'. Tevens werd Von Manstein gepromoveerd tot Generalfeldmarschall. Ondanks het feit dat Sebastopol - en daarmee de hele Krim - was ingenomen waren sovjettroepen nog altijd tot 9 juli aanwezig in de baaien rondom het schiereiland.
Nasleep[bewerken]
De Duitsers beweren dat meer dan 90.000 soldaten van het Rode Leger gevangen waren genomen en dat er nog meer waren gedood. Deze beweringen zijn echter waarschijnlijk te hoog ingeschat, aangezien sovjetbronnen zeggen dat het garnizoen van Sebastopol vóór de slag 106.000 manschappen telde en dat het slechts 3.000 man aan versterking tijdens de slag had ontvangen. Ook is het bekend dat ongeveer 25.000 man werden geëvacueerd. Een meer vatbare schatting stelt de verliezen aan sovjetzijde op 90.000 gevangengenomen en 11.000 gedood. Verklaringen van de sovjets beweren dat er bijzonder weinig sovjettroepen waren die de Duitse aanval overleefd hadden. Von Manstein zelf vermeldt dat de sovjettroepen zichzelf liever opbliezen met de Duitse soldaten in hun buurt dan dat ze zich overgaven. Von Manstein schreef dit gedrag toe aan de meedogenloosheid van de 'commissarissen' en de 'minachting voor een mensenleven van deze Aziatische macht'. Een andere verklaring voor de onwil van de sovjettroepen om zich over te geven, was hun angst voor hun behandeling door de Duitsers als ze krijgsgevangen werden gemaakt. Von Manstein schatte zijn eigen verliezen op 24.000 een bewering die erg laag lijkt. Dit getal sluit echter alle Roemeense verliezen uit, evenals de Duitse verliezen die waren opgelopen tijdens het uitroeien van de laatste verzetshaarden na de inname van Kaap Cherson. De val van Sebastopol resulteerde in Von Mansteins promotie tot Generalfeldmarschall, zoals beloofd. Hitler en het Duitse opperbevel waren ook diep onder de indruk door Von Mansteins vastberadenheid. Ondanks het succes duurde de operatie veel langer dan de Duitsers hadden voorspeld. Fall Blau, de opmars van Legergroep Zuid naar Stalingrad en de Kaukasus, was nog maar net begonnen. Het Duitse offensief zou geen steun krijgen van het 11e Leger.
Bronnen[bewerken]
| Zie de categorie Battle of Sevastopol (1942) van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |