Deltawerken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Overzichtskaart van de Deltawerken
Oosterscheldekering

De Deltawerken is een verdedigingssysteem, in Nederland, ter bescherming tegen hoogwater van de zee van met name de provincies Zeeland, zuidelijk Zuid-Holland en Noord-Brabant. Aan de Deltawerken is decennia gebouwd. Het project werd compleet verklaard na oplevering van de Oosterscheldekering (1986),[1] de Maeslantkering (in 1997)[2] en na de afronding van de verhoging van alle dijken tot deltahoogte (de Harlingse Keerdam, in augustus 2010).[3][4]. Het oorspronkelijke plan voor het bouwen van de Deltawerken bevatte de werken in Zeeland, het zuiden van Zuid-Holland en Noord-Brabant. Dit deel van de Deltawerken, met name de Oosterscheldekering en de Maeslantkering, trekt nog steeds internationaal veel aandacht. Het is door de American Society of Civil Engineers tot een van de zeven moderne wereldwonderen verklaard.[5]

Geschiedenis[bewerken]

Aanleiding[bewerken]

Hoewel het Deltaplan al voor de watersnoodramp van 1953 door Johan van Veen was bedacht, gaf deze gebeurtenis de doorslag om de Nederlandse kustlijn met ongeveer 700 kilometer te verkorten door het aanleggen van gesloten en doorlaatbare dammen tussen de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden. Op die manier hoefden slechts de dijken ten westen van het land verhoogd en verstevigd te worden, en konden ze landinwaarts ongeschonden blijven.

Deltaplan[bewerken]

Bioscoopjournaal uit 1959 over de herdenking van de watersnoodramp in 1953, waarbij diverse mensen worden geïnterviewd over het Deltaplan.

Op 21 februari 1953, twintig dagen na de watersnoodramp, installeerde Jacob Algera, toenmalig minister van Verkeer en Waterstaat, de Deltacommissie onder leiding van A.G. Maris, directeur-generaal van Rijkswaterstaat.

Deze commissie kreeg de opdracht om met plannen op tafel te komen die een dergelijke ramp in de toekomst zou moeten voorkomen. In ieder geval stond men voor twee keuzes: óf het verhogen en versterken van ruim duizend kilometer dijklengte, óf het afsluiten van enkele zeegaten waardoor de door stormvloeden bedreigde kustlijn zou worden verkort. Het enige vereiste betrof een deel van het plan, namelijk dat de Westerschelde en de Rotterdamse Waterweg open moesten blijven om een goede bereikbaarheid van de havens van Antwerpen, Gent en Rotterdam te waarborgen.

Tussen mei 1953 en oktober 1955 kwam de Deltacommissie met een vijftal adviezen:

  • De Schouwense Dijk op Schouwen-Duiveland zou tot 5 meter boven NAP moeten worden opgehoogd, in tegenstelling tot de eerder bedoelde 3,5 meter. Deze dijk lag te kwetsbaar ten opzichte van de stormrichting en zou daarom volgens de Commissie in noodsituaties moeten kunnen fungeren als hoofdwaterkering.
  • Afsluiting van de Hollandse IJssel bleek noodzakelijk omdat de IJsseldijken zouden kunnen doorbreken, waardoor een woon- en industriegebied met ruim 1,5 miljoen mensen gevaar zou lopen. De Deltacommissie gaf de voorkeur aan een stormvloedkering: het verzwaren van dijken kostte meer geld, en de bouw van een dergelijke kering zou sneller gaan. (Een jaar na dit tweede advies uit 1953 werd begonnen met de bouw).
  • Begin 1954 adviseerde de Commissie enkele zeegaten af te sluiten om de veiligheid in Zuidwest-Nederland te vergroten. Het verstevigen van de bestaande dijken was al niet meer aan de orde: een afsluiting scheen zowel in technisch als in economisch opzicht uitvoerbaar. Het plan voorzag in de afsluiting van de volgende zeegaten (van noord naar zuid): Haringvliet, Brouwershavense Gat, Oosterschelde en Veerse Gat. Verder waren er plannen voor enkele afsluitingen die oostelijker waren gesitueerd: Volkerak, Grevelingen en Zandkreek. De zeewerende dijken in Zeeland werden met dit plan teruggebracht van 700 kilometer tot circa 80 kilometer. Het zoute water zou echter veranderen in zoet water, waardoor de visserij nadelen van dit plan zou ondervinden. Wel zouden er mogelijkheden voor recreatie in het gebied ontstaan en zou de land- en tuinbouwsector zoet water tot haar beschikking krijgen.
  • Afsluiting Veerse Gat en Zandkreek (ook: Drie Eilandenplan). Op deze manier zouden Noord- en Zuid-Beveland en Walcheren met elkaar verbonden worden. Men zag de Veerse Gatdam als voorbereiding op de grotere afsluitingen die nog te wachten stonden. Vandaar dat erop aangedrongen werd daar snel mee te beginnen. De ervaring die de bouw van deze dam met zich mee zou brengen, zou dan vervolgens gebruikt kunnen worden voor de overige afsluitingen.
  • Het laatste advies omvatte een reeks van voor- en nadelen, de beraamde kosten en een samenvatting van het Deltaplan. Men dacht het plan binnen 25 jaar te kunnen uitvoeren en er zou een bedrag van 1,5 tot 2 miljard gulden mee gemoeid zijn (680 tot 900 miljoen euro).[6]

Nadat de Commissie in oktober 1955 het laatste advies had gegeven, diende het op 16 november van datzelfde jaar een ontwerp van de Deltawet in bij de Tweede Kamer. Op 5 november 1957 aanvaardde de Tweede Kamer het wetsvoorstel, de Eerste Kamer volgde op 7 mei 1958. Een dag later ondertekende Koningin Juliana de Deltawet, die daarmee definitief een feit was.


In het vervolg van dit artikel wordt met 'Deltawerken' gedoeld op het west-Nederlandse deel van een veel groter zeeveiligheidsplan.

Het werk van het Deltaplan
Project Vroege werk Inauguratie Functie Waterloop Plaats
Stormvloedkering Hollandse IJssel 1958 1958 Stormvloedkering Hollandse IJssel Zuid-Holland nabij Rotterdam
Zandkreekdam 1959 1960 Dam Zandkreek, Veerse Gat (Oosterschelde) Tussen Noord-Beveland en Zuid-Beveland
Veerse Gatdam 1960 1961 Dam Veerse Gat (Oosterschelde) Tussen Noord-Beveland en Walcheren
Grevelingendam 1958 1965 Dam Grevelingenmeer (Oosterschelde rivierarm) Tussen Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland
Volkerakdam 1957 1969 Dam Volkerak, Hollandsch Diep (Maas en Oosterschelde rivierarm) Tussen Zuid-Holland en Zeeland
Haringvlietdam 1958 1971 Dam Haringvliet (arm van de Rijn en Maas) Tussen Voorne-Putten en Goeree-Overflakkee
Brouwersdam 1964 1971 Stormvloedkering Brouwershaven (Oosterschelde rivierarm) Tussen Schouwen-Duiveland en Goeree-Overflakkee
Markiezaatskade 1980 1983 Dam Markiezaatsmeer, Schelde-Rijnkanaal Tussen Zuid-Beveland en Molenplaat
Oosterscheldekering 1960 1986 Stormvloedkering Oosterschelde Tussen Schouwen-Duiveland en Noord-Beveland
Oesterdam 1979 1997 Dam Oosterschelde, Schelde-Rijnkanaal Tussen Tholen en Zuid-Beveland
Philipsdam 1976 1997 Dam Oosterschelde Tussen Grevelingendam en Sint-Philipsland
Bathse spuisluis 1980 1987 Spuisluis Volkerak, Markiezaatsmeer, Oosterschelde Bath (Reimerswaal)
Maeslantkering 1988 1997 Stormvloedkering Nieuwe Waterweg (Rijn rivierarm) Stroomafwaarts Rotterdam Zuid-Holland
Hartelkering 1991 1997 Dam mobiel Hartelkanaal Nabij Spijkenisse, Zuid-Holland

Onderdelen[bewerken]

De Deltawerken bestaan uit de volgende bouwwerken:

Stormvloedkering Hollandse IJssel (1958)[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Stormvloedkering Hollandse IJssel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Stormvloedkering Hollandse IJssel in december 2007

De stormvloedkering in de Hollandse IJssel bestaat uit twee keringen, elk met een gewicht van 670 ton wat is opgehangen tussen torens van 44 meter boven NAP. Om de scheepvaart niet te belemmeren ligt direct naast de kering een schutsluis met een lengte van 120 meter en een breedte van 24 meter. Tot slot verbindt een 560 meter lang viaduct de Krimpenerwaard met Zuid-Holland. In 1958 werd deze stormvloedkering als eerste onderdeel van het Deltaplan opgeleverd. Daarmee was een bedrag van 40 miljoen gulden gemoeid. Het viaduct in het project kreeg de naam Algera, vernoemd naar de voormalig minister van Verkeer en Waterstaat.

Met zijn 80 meter lengte is deze stormvloedkering een van de kleinere projecten in het Deltaplan. Direct na de voltooiing begon men met het zogenoemde Drie Eilandenplan: de Zandkreek, het Veerse Gat en Grevelingen werden afgesloten met een dam.

Haringvlietdam (1970)[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Haringvlietdam en Goereese sluis voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

De Haringvlietdam is gelegen tussen de eilanden Goeree-Overflakkee en Voorne en sluit het Haringvliet af van de Noordzee. Om te zorgen dat het overtollige Rijn- en Maaswater en drijfijs zou worden afgevoerd is gekozen voor de bouw van een spuisluizencomplex, met een breedte van bijna 1000 meter. Ook voorzag men het Haringvlietproject van een schutsluis. Na ruim anderhalf jaar voorbereiding begon in november 1958 de bouw van het spuisluizencomplex. In totaal werden 21.800 heipalen de grond ingeboord, sommige met een lengte van 24 meter. Twee en een half jaar later, in mei 1961, startte men met het maken van de pijlers waartussen de sluisdeuren werden opgehangen. Boven de sluizen kwam een weg te liggen.

In 1966 was een groot deel van het sluizencomplex klaar en konden de 68 machinekamers aan het werk. De schutsluis kwam in datzelfde jaar gereed, zodat men kon beginnen met het afbaggeren van de dijken die de bouwput omsloten. Vervolgens werd begonnen met de aanleg van de dam. Voor de sluiting van het Rak zette men opnieuw de kabelbaan in, die goede diensten had bewezen tijdens de aanleg van de Grevelingendam. Met behulp van deze baan werden ongeveer 100.000 betonblokken in het water geplaatst. De nu nog waterdoorlaatbare dam werd vervolgens volgespoten met zand. In november 1970 was het project klaar en zou het water uit het Haringvliet veranderen van zout naar zoet.

Voor het scheepvaartverkeer werd aan de zuidzijde van de Haringvlietdam de Goereese sluis aangelegd.

Oosterscheldekering (1986)[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Oosterscheldekering voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Bij het in 1971 met succes afgesloten Brouwershavense Gat kwam opnieuw de vraag boven of de Oosterschelde wel of niet open moest blijven. De Oosterscheldedam zou met zijn 8 kilometer lengte de meest omvangrijke worden in het hele Deltaplan. De Oosterschelde zelf was breder en woester dan welke andere zeearm ook in Nederland en had een gemiddeld eb- en vloedvermogen van 1100 miljoen m³, veel groter dan bijvoorbeeld het Veerse Gat (70 miljoen m³) of het Brouwershavense Gat (350 miljoen m³).

Men begon in 1967 met de voorbereidingen voor deze grootste afsluiting van het Deltaplan: de aanleg van de drie (werk)eilanden Roggenplaat, Neeltje Jans en Noordland. De laatste twee werden met een damvak van 4 kilometer met elkaar verbonden. Er ontstonden drie stroomgeulen met een totale lengte van 3 kilometer: de Hammen, Schaar van Roggenplaat en Roompot.

Maeslantkering (1997)[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Maeslantkering voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Maeslantkering was het laatste grote project van de Deltawerken. Met de bouw ervan werd in 1989 begonnen, nadat er in 1987 een definitief besluit over was genomen. De Maeslantkering bestaat uit twee grote beweegbare armen van 237 meter in lengte, die samen de Nieuwe Waterweg kunnen afsluiten en zo het gebied rond Rotterdam beschermen tegen hoog water. De kering is zo gebouwd dat het scheepsverkeer naar de haven van Rotterdam ongehinderd kan doorvaren.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Logo Wikimedia Commons
Commons heeft meer mediabestanden op de pagina Delta Works.
Referenties
  1. Deltawerken, hoezo al klaar?, Johan de Rijk, Koninklijk Nederlands Waternetwerk, z.j.
  2. De Maeslantkering bij Hoek van Holland: de grootste deuren van Nederland, Hot Spot Holland, z.j.
  3. Verbazing over afronding Deltawerken, Omroep Zeeland, 24 augustus 2010.
  4. De Deltawet schrijft de hoogte en sterkte voor van de verschillende bouwkundige kunstwerken, die per plaats kunnen verschillen. In deze wet is de formule voor de deltahoogte vastgelegd. Dijkhoogtes kunnen per plaats verschillen en kunnen daarom gezien worden als deel van de Deltawerken.
  5. Seven Wonders of the Modern World, asce.org
  6. Het vierde en laatste advies Deltawerken Online (2004)

Literatuur

  • R. Antonisse, De kroon op het Deltaplan: stormvloedkering Oosterschelde: het grootste waterbouwproject aller tijden, Amsterdam, 1986. ISBN 9010060411