Eiwitsynthese

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Eiwitsynthese (ook wel proteïnebiosynthese) is het maken van eiwitten in een organisme. Het wordt ook wel eiwitbiosynthese genoemd.

Er zijn vele tienduizenden soorten mogelijke eiwitten. Voorbeelden zijn keratine, een eiwit in nagels en haren en hemoglobine, voorkomend in rode bloedcellen. De structuur van deze eiwitten is gecodeerd opgeslagen op het DNA. De omzetting van deze informatie naar een nieuw eiwit gebeurt in twee stappen: de transcriptie en de translatie.

Transcriptie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Transcriptie (biologie) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

DNA is verpakt in de kern van een cel, daar vindt dus de transcriptie plaats. Het DNA bevat de code voor hoe een bepaald eiwit gevormd moet worden. De code van een gen wordt tijdens de transcriptie overgeschreven naar een mRNA-streng (messenger-RNA). Deze "boodschapper" wordt eventueel bewerkt (zie RNA-processing), en gaat dan via een porie in de kernwand naar het cytoplasma, waar de translatie plaatsvindt.

Translatie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Translatie (biologie) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In het cytoplasma koppelt een mRNA-streng aan een ribosoom. Een ribosoom bestaat uit twee delen, elk een complex van eiwitten en rRNA. Er zijn duizenden ribosomen per cel; in een bacterie kan zelfs de helft van alle droge stof bestaan uit ribosomen. Eiwitten bestaan uit aminozuren. Ribosomen lezen de informatie van mRNA, en vertalen die in een bepaalde aminozuurvolgorde van eiwitten, volgens een genetische code die voor alle organismen grotendeels dezelfde is.

Deze vertaling gaat als volgt: drie basen (adenine, cytosine, guanine of uracil, die samen een codon vormen) van de mRNA-streng worden vertaald naar één aminozuur in de eiwitketen. De volgende drie nucleotiden (codon) bepalen het volgende aminozuur in de keten, enzovoort.

Het eiwit belandt in het cytoplasma of in het ruw endoplasmatisch reticulum. Terwijl de eiwitketen wordt aangemaakt, rolt ze al meteen op tot haar driedimensionale structuur, die bepaald wordt door de aminozuurvolgorde.

Na de translatie kunnen eventueel nog wijzigingen aan het eiwit worden aangebracht: zogenaamde posttranslationele modificaties.