Geschiedenis van Toulouse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De geschiedenis van Toulouse begint als Tolosa Tectosagum.

Rond 200 voor Christus werd Toulouse (Tolosa Tectosagum) gesticht door de stam van de Tectosages. Rond 120 v.Chr. werd er een Romeins legioen gelegerd. Onder Diocletianus (284-305) werd Toulouse een ommuurde Romeinse stad met theaters, openbare baden, tempels etc. Bij de aanleg van de metro zijn hiervan resten teruggevonden.

In 418 veroverden de Visigoten Toulouse. Toulouse werd geregeerd door de koningen: Walia (418), Theodorik I (418-451), Thorismond (451-453), Theodorik II (453-466), Eurik (466-484) en Alarik (484-507).

In 507 veroverde Clovis het koninkrijk van de Visigoten. Toulouse raakte in de vergetelheid. In 721 veroverde de Arabische emir Al Samh Toulouse; na de overwinning van Karel Martel bij Poitiers werd Toulouse Frankisch.

Het gebied van Toulouse in de tiende eeuw (op een kaart van het toenmalige Frankrijk)

In 778 begint de geschiedenis van het graafschap Toulouse, dat één van de grote pays van Frankrijk wordt, later onder de naam Languedoc. Karel de Grote benoemde Chorson tot graaf van Toulouse. Chorson werd opgevolgd door Willem I, eerste graaf van Orange. Onder de graven bloeide Toulouse op tot het culturele centrum van de Languedoc. De latere graven waren zeer liberaal. Zo kende Toulouse in die periode een vorm van godsdienstvrijheid, waar met name de Katharen van profiteerden. In 1152 stichtte Raimon V een gemeenteraad, (de Capitouls); de Capitouls werden democratisch gekozen, waarbij (uitzonderlijk voor die tijd) ook Joden stemrecht hadden.

In de dertiende eeuw kwamen er steeds meer katharen in de Languedoc. Paus Innocentius III startte een kruistocht tegen deze ketterij (Kruistocht tegen de Katharen). Onder leiding van Simon de Montfort werden Béziers, Carcassonne en ook Toulouse op wrede wijze overwonnen in de vlakte van Muret (1213). Het eerste Franse klooster van de Dominicanen die tegen deze ketterij predikten bevond zich te Toulouse.

In de vijftiende eeuw bloeide Toulouse op door de verkoop van pastel. Rijke kooplieden bouwden huizen met de beroemde roze bakstenen. De stad wordt nog steeds "la ville rose" genoemd. Met de komst van de kleurstof indigo ging het slecht met de pastel, en dus met Toulouse. Een lange periode van godsdienstoorlogen tussen hugenoten en katholieken begon, leidend tot de executie van Jean Calas tot in de 18e eeuw. De Capitouls werden verjaagd, omdat ze ervan verdacht werden protestant te zijn.

In de zeventiende eeuw besloot Lodewijk XIV het Canal du Midi te graven, dat de oceaan met de Middellandse Zee zou gaan verbinden. Pierre Paul Riquet groef het kanaal dat door Toulouse ging.

In de twintigste eeuw deed Toulouse weer van zich spreken. Het werd de hoofdstad van alles wat met Europese lucht- en ruimtevaart te maken heeft. Airbus, ESA, Alcatel Espace en vele andere bedrijven vestigden zich in Toulouse. Op het gebied van cultuur bezit de stad een eigen orkest, het Orchestre du Capitole de Toulouse. Als een van de weinige Franse steden kent Toulouse een eigen gemeentearchief.

Op 21 september 2001 deed zich een grote ramp voor: de explosie van kunstmestfabriek AZF. De ontploffing legde een groot deel van de industrie in het gebied plat. De gevolgen voor de bevolking waren enorm.