Inuline
| Inuline | ||||
| Structuurformule en molecuulmodel | ||||
| Structuurformule van inuline | ||||
| Algemeen | ||||
| Molecuulformule (uitleg) |
C6nH10n+2O5n+1 | |||
| Andere namen | dahline; amantine; alantinezetmeel | |||
| CAS-nummer | 9005-80-5 | |||
| EG-nummer | 232-684-3 | |||
| PubChem | 24763 | |||
| Beschrijving | voedingsvezel | |||
| Waarschuwingen en veiligheidsmaatregelen | ||||
| Hygroscopisch? | in vochtige lucht | |||
| Omgang | inademing vermijden | |||
| Fysische eigenschappen | ||||
| Aggregatietoestand | vast | |||
| Smeltpunt | 158-165 °C | |||
| Goed oplosbaar in | warm water | |||
| Matig oplosbaar in | koud water, organische solventen | |||
| Waar mogelijk zijn SI-eenheden gebruikt. Tenzij anders vermeld zijn standaardomstandigheden gebruikt (298,15 K of 25 °C, 1 bar) | ||||
|
||||
Inuline verwijst naar een groep fructosehoudende polysachariden (fructanen), bestaande uit een keten van drie tot maximaal honderd monosaccharide-eenheden (fructosemoleculen). De ketens kunnen vertakt of recht zijn en hebben aan het eind van de keten een glucosemolecule.
Inhoud |
Voorkomen [bewerken]
Inuline komt voor in de wortels van planten die groeien in koud-gematigde gebieden (bijvoorbeeld alant (Inula), cichorei, aardpeer, dahlia[1], paardenbloem, schorseneer en artisjok[2]). Het wordt opgeslagen in de vacuole van de plantencellen en is net als zetmeel een reservestof voor de plant. Het werkt ook als cryoprotectant. Dit wil zeggen dat het de plant beschermt tegen bevriezing.
Inuline heeft zelf geen zoete smaak, maar inuline-preparaten bevatten vaak afbraakproducten (fructo-oligosachariden) met een zoete smaak, waardoor het preparaat toch vaak zoetig smaakt. Inuline heeft een witte kleur en is vrij goed in water oplosbaar.
Eigenschappen [bewerken]
Inuline wordt niet vanuit de dunne darm opgenomen, omdat de mens het nodige enzym mist om de beta-(2-1)-fructaanverbindingen af te breken waarmee de verschillende fructose-eenheden met elkaar zijn verbonden. In de dikke darm zijn enkele groepen bacteriën aanwezig die dat enzym (inulinase) wel bezitten. Daardoor vindt daar groeistimulatie plaats van groepen darmbacteriën die inuline kunnen afbreken, waaronder sommige bifidobacteriën[3] en diverse andere soorten. Daarbij worden diverse organische zuren geproduceerd, zoals melkzuur, barnsteenzuur, boterzuur, propionzuur en azijnzuur. Andere afbraakproducten zijn waterstof, koolstofdioxide evenals andere gassen die bij daarvoor gevoelige personen tot flatulentie kunnen leiden.[4][5]
Met name de verzuring bemoeilijkt het overleven van enkele pathogene groepen bacteriën (verhoogt de kolonisatieresistentie), in het bijzonder die uit de Clostridium perfringensgroep.[4]
Inuline en oligofructose zijn in staat de bifidoflora te stimuleren.[6] Om deze reden worden inuline en oligofructose onder de zogenoemde prebiotica geschaard.[4]
Winning [bewerken]
In Nederland wordt inuline gewonnen op industriële schaal uit de wortelen van cichorei. Sensus, een onderdeel van Cosun, is gespecialiseerd in de verwerking en winning van inuline. Het wordt gezien als een functional food.
Toepassingen [bewerken]
Industrieel wordt inuline gebruikt voor de productie (via hydrolyse) van fructose.
Inuline wordt als glucosevervanger gebruikt bij de behandeling van suikerziekte (Diabetes mellitus), aangezien het de bloedglucosespiegel niet beïnvloedt.
Als prebioticum wordt inuline ook gebruikt door mensen met het prikkelbaredarmsyndroom, bij obstipatie en diarree. De dosering is dan meestal 5-15 gram per dag.[6] Doseringen van 250-500 mg zijn dan ook niet werkzaam.
Er zijn een aantal producten op de markt, de zgn. bulkvormers.
Nierfunctie [bewerken]
Inuline wordt in de nier volledig gefiltreerd, niet geresorbeerd, gesecreerd of gemetaboliseerd en de stof komt niet van nature in het lichaam voor. Deze factoren maken inuline (naast creatinine) een instrument om de nierfunctie te meten. De inulineklaring is dan ook een maat voor de glomerulaire filtratiesnelheid.[7]
Bronnen, noten en/of referenties
|