Jan Hoet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jan Hoet (1989)

Jan ridder Hoet (Leuven, 23 juni 1936Gent, 27 februari 2014) was een Belgisch curator en beoordelaar van de hedendaagse beeldende kunst. In de Vlaamse media werd hij vaak kunstpaus genoemd.

Biografie[bewerken]

Jan Maria Walter Michel Hoet was een zoon van de arts Joseph Hoet en van Agnès Veys. Hij trouwde in 1962 met Liliane De Boever. Hij behaalde de diploma's van regent plastische kunsten en van licentiaat in de kunstgeschiedenis (Rijksuniversiteit Gent).

Hij werd conservator, curator en daarbij stichter, bezieler en animator van het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (SMAK) in Gent. Dit was ontstaan uit 'de vereniging' die werd bezield en gesticht door Karel Geirlandt en onder anderen ook Marc De Cock, de latere voorzitter van 'de vereniging'.

Op zijn curriculum staan een aantal grote evenementen vermeld, waarmee hij de kunst naar het volk wilde brengen en omgekeerd. In Vlaanderen en daarbuiten staat Hoet bekend om de gedrevenheid waarmee zijn visie op kunst onder de aandacht bracht. Deze gedrevenheid zorgde ervoor dat sommigen hem soms de Vlaamse kunstpaus noemden.

Met het veelbesproken project Chambres d’Amis uit 1986 brak de kunst letterlijk uit het museum en werden tientallen kunstwerken in privéwoningen door internationaal vermaarde kunstenaars ontworpen en speciaal voor die bijzondere plek uitgevoerd. In een later project veroverde de kunst de gehele stad Gent met het concept Over the Edges.

Ook internationaal genoot hij bijzonder aanzien in het kunstmilieu. Hij organiseerde de tentoonstellingen Sonsbeek 9 in Arnhem en Ripple across the water in Tokyo. In 1992 was hij curator van documenta IX in Kassel.

Toen Hoet eind 2003 als conservator van het SMAK met pensioen ging, werd hij opgevolgd door de Amerikaan Peter Doroshenko, die deze functie één jaar vervulde.

Van 2003 tot 2008 was Hoet artistiek leider van het MARTa Herford in Duitsland. In het voorjaar 2008 organiseerde hij er een tentoonstelling getiteld Ad absurdum met sterke intuïtief bij elkaar gebrachte beelden.

Begin 2008 werd gemeld dat hij door de kunstverzamelaar Egidio Marzona zou zijn aangetrokken om zijn omvangrijke kunstverzameling van de tweede helft van de 20ste eeuw, de Sammlung Marzona, te archiveren.

Op 23 juni 2012 werd hij opgenomen in een ziekenhuis in Soltau in Nedersaksen met wat later bleek een zware virale longinfectie. Hij werd een week in een kunstmatige coma gehouden.[1] Hoet kwam vaker in het nieuws door zijn kwakkelende gezondheid.

Op 19 januari 2014, op weg naar de nierdialyse, werd Hoet getroffen door een hartaanval. Een snelle geneeskundige tussenkomst verhinderde een verslechtering van zijn toestand.[2] Op 9 februari werd hij echter opnieuw opgenomen, waarna hij op 27 februari overleed.[3] De begrafenis was op 5 maart in de St.-Pauluskerk in Gent.

Gent, 4 maart 2014 - Rouwstoet voor Jan Hoet, de avond voor zijn begrafenis.

Vanaf 29 september 2014 heet het plein tussen het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst en het Museum voor Schone Kunsten in Gent, bij beslissing van de Gentse gemeenteraad, het 'Jan Hoetplein'.

Hoets laatste tentoonstellingen en activiteiten[bewerken]

Sint-Jan in Gent[bewerken]

In 2012 organiseerde Jan Hoet, in samenwerking met de curator Hans Martens en parallel aan het evenement Track, de tijdelijke tentoonstelling Sint-Jan in de Sint-Baafskathedraal van Gent met installaties van onder anderen Jan Fabre, Wim Delvoye, Berlinde De Bruyckere, Thierry De Cordier en Jan Van Oost en met video's van Michaël Borremans en David Claerbout. De meeste werken hadden de Bijbelse iconografie als uitgangspunt en zo bracht de tentoonstelling in kaart hoe hedendaagse kunst zich verhoudt tot het sacrale. De werken kregen als achtergrond bijvoorbeeld de crypte, het hoogkoor en de barokke zijaltaren van de kathedraal. Door de plaatsing van de installatie Life death love hate pleasure pain van Bruce Nauman bij een rouwbord kreeg dit werk een extra lading. De foto's door Dirk Braeckman van de plooien van de gewaden in het Lam Gods in deze kathedraal verwezen nadrukkelijk naar dit 'ijkpunt' van de westerse kunst.

China[bewerken]

Jan Hoet werd ondertussen gevraagd om de volgende biënnale van Yinchuan in het Chinese binnenland te organiseren en vorm te geven. Deze ging door in oktober 2012 en stond onder de bescherming van de Britse kunstenaar Damien Hirst.

Deze tentoonstelling was zijn eerste Chinese project. De curator liet verschillende disciplines aan bod komen en toonde een staalkaart van hedendaagse kunst uit Azië en het Westen zonder een concept of thema voorop te stellen. Zo stonden zowel werk van Ai Weiwei en Huang Yong Ping als van Neo Rauch, Marlene Dumas, David Claerbout en Hans Op de Beeck op het programma. Hoet organiseerde alles ondanks zijn wisselende gezondheid. De Chinezen legden hem op een gegeven moment beperkingen op, omdat ze zich zorgen maakten over zijn gezondheid, aangezien hij eerder in 2012 een virale longinfectie had opgelopen.

Geel[bewerken]

Geboren in Leuven en in zijn kinderjaren opgegroeid in Geel,[4] organiseerde Hoet in 2013 een uitgebreide tentoonstelling (op vier locaties) in deze stad, onder de titel Expo Middle Gate Geel '13, die liep van september 2013 tot januari 2014. In deze tentoonstelling legde hij het verband tussen kunst en psychiatrie. Naast elkaar kon men er werk zien van allerlei 'gewone' kunstenaars en van beoefenaars van de outsiderskunst. Naast grote namen (Paul Klee, René Magritte, Pablo Picasso, Francis Picabia) en naast hedendaagse kunstenaars (Jan Fabre, Fred Bervoets, Wim Delvoye) stond werk van mensen met psychische problemen die in de kunst hun uitlaat, zo niet hun therapie vonden.

Oostende[bewerken]

De laatste tentoonstelling waarvan hij medecurator was, is de grootschalige internationale tentoonstelling georganiseerd door MuZee in Oostende onder de titel De Zee. De tentoonstelling loopt van oktober 2014 tot april 2015.

Beeldverhaal[bewerken]

Samen met zijn boezemvriend fotograaf Rony Heirman tekende Jan Hoet eind jaren zestig stripverhalen; in 2006 is hiervan een publicatie heruitgegeven Professor Peeh en de Voesjesmannen bij uitgeverij Oogachtend. Andere verhalen waren De Romeintjes, Wien en Kwek en De daverende blauwe peren. Die werden echter nooit gepubliceerd. Hoets affiniteit met strips bleek ook toen hij in 1987 een tentoonstelling organiseerde over het Europese beeldverhaal in het Museum voor Hedendaagse Kunst te Gent.

Onderscheidingen[bewerken]

  • 2001: Eredoctor van de Universiteit Gent.
  • 2001: Opname ten persoonlijke titel in de Belgische adelstand, met de titel van ridder
  • 2009: Laureaat van de Gulle Lach. Uitgereikt door de Nationale Orde van de Gulle Lach te Genk.
  • 2009: Verdienstkreuz 1 Klasse der Bundesrepublik Deutschland[5]
  • 2010: Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Algemene Culturele Verdienste
  • 2012: ereburger van de gemeente Vlamertinge
  • 2013: ereburger van de stad Geel
  • Officier des Arts et des Lettres (Frankrijk)
  • Laureaat van de Prijs Passe-Partout
  • Houder van de Goethemedaille
  • Cultuurprijs van de Provincie Oost-Vlaanderen
  • Ridder in de Leopoldsorde en officier in de Kroonorde

Politiek[bewerken]

In 1994 nam Hoet voor de CVP als lijstduwer deel aan de gemeenteraadsverkiezingen voor Gent. Hij werd verkozen, maar nam zijn mandaat niet op.[6]

In populaire cultuur[bewerken]

  • In het Nero-album De Z van Sottebie (1989) stelt Nero zijn schilderijen tentoon. Hij beweert in strook 44 dat "Jan Hoet is hier komen binnenwandelen. Die is al wenend weer naar buiten gelopen. Zo was die 'gepakt'". Detective Van Zwam, kijkend naar Nero's mislukte werken, merkt droog op: "'K kan 't goed geloven."
  • Chris Van den Durpel imiteerde Hoet en maakte hem ooit tot een van zijn typetjes.
  • In het eerste album van De Geverniste Vernepelingskes (1998) brengen Jan Bosschaert en Urbanus enkele schilderijen van Bosschaert naar Jan Hoet. Volgens Bosschaert heeft Hoet de werken gekocht "om cadeau te doen aan collega's die hij niet uitstaat". Urbanus laadt echter ook enkele schapen in de vrachtwagen. Als ze ten slotte bij Hoet aankomen, hangen de schilderijen vol uitwerpselen, wat Hoet "schitterend" bedacht en "zeer organisch" vindt.
  • In het album "Xavier in de puree" van F.C. De Kampioenen speelt Jan Hoet - in het album Jan Sjapo geheten - een cruciale rol.
  • Hij was ooit te zien op de vrachtwagens (vuilkarren) van Ivago, de afvalverwerkingmaatschappij van Gent, om dat toen jonge bedrijf extra te promoten.
  • Hij was ooit even amateurbokser geweest en opende als statement zelfs een tentoonstelling in het S.M.A.K. als bokser tegen een Amerikaanse kunstenaar.

Literatuur[bewerken]

  • René De Bok: Jan Hoet: Tussen mythe en werkelijkheid, 2003, ISBN 9022317609
  • E. & P. Coppens, Wie is Wie in Vlaanderen, 2003.
  • Humbert de Marnix de Sainte Aldegonde, État présent de la noblesse belge, Annuaire 2007, Brussel, 2007.
  • Laurens De Keyser, In de wereld van Jan Hoet, Uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts, 2008
  • Ludo Bekkers, Jan Hoet tussen kunst en psychiatrie, in: Knack, 9 oktober 2013

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties