Het Lam Gods (Gebroeders Van Eyck)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Lam Gods
Retable de l'Agneau mystique.jpg
Verblijfplaats Sint-Baafskathedraal
Locatie Gent
Kunstenaar Jan van Eyck en Hubert van Eyck
Jaar 1432
Type Olieverfschilderij
Afmetingen 340 × 440 cm
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Het Lam Gods is een polyptiek dat in 1432 werd geschilderd door Jan van Eyck en zijn oudere broer Hubert, in opdracht van Joos Vijd, voorschepen van de stad Gent en kerkmeester van Sint-Jan, voor een straalkapel van de kooromgang van de Sint-Baafskathedraal - destijds Sint-Janskerk - te Gent. Het bevindt zich nog altijd in de Sint-Baafskathedraal.

Het Lam Gods is een meesterwerk van de Vlaamse Primitieven. Het werk was aangevat door Hubert van Eyck, maar die overleed in 1426. Jan van Eyck werkte het verder af. Wellicht heeft Hubert het meeste van het werk gedaan (Jan van Eyck was in de periode voor 1430 vooral op diplomatieke missies). Het was bedoeld voor de kapel van de opdrachtgever Joos Vijd (Vijdkapel) en zijn vrouw, Elisabeth Borluut.

In 1934 werden twee panelen gestolen, het is een van de bekendste kunstroven in België. Een van de panelen werd terugbezorgd en het andere, voorstellende "De rechtvaardige rechters", uiterst linksonder gesitueerd, werd nooit teruggevonden. Sinds 1986 wordt het veelluik bewaard in een streng beveiligde glazen kooi in de Villakapel of Doopkapel van de kathedraal met alarmsysteem, gewapende kapeldeur en continue camerabewaking. In 2010 onderging het veelluik een grondig wetenschappelijk onderzoek ter voorbereiding op ingrijpende restauratiewerken die in 2012 aanvingen. Deze zouden duren tot minstens 2017.

Christelijke symboliek[bewerken]

De apostel Johannes betitelt Jezus Christus als het Lam Gods (Johannes 1:29,36, Openbaring 5-8). Dit thema verwijst naar de oude Joodse gewoonte om middels een zoenoffer het volk te bevrijden van zijn zonden. Eén en ander vindt zijn oorsprong in het Oude Testament, Bijbelboek Exodus, hoofdstuk 12 (De instelling van het Pascha/ Pesach). In de eucharistieviering in de Rooms-katholieke Kerk worden kerkgangers daar nog wekelijks aan herinnerd wanneer het Agnus Dei wordt gezongen: "Zie het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt".

Schilderkunst[bewerken]

Detail van het landschap, paneel De kluizenaars, rechtsonder

Van Eyck behoort tot de school der Vlaamse Primitieven. Deze school, met ook schilders als Hugo van der Goes en Rogier van der Weyden, muntte uit in het zeer precies en gedetailleerd weergeven van textuur en stofuitdrukking.

Het Lam Gods staat in het onderste deel op een altaar in de open lucht en wordt, in concentrische cirkels geschikt, aanbeden door engelen, heilige vrouwen, belijders en kerkvaders. Onder het Lam staat een achthoekige fontein afgebeeld, genoemd "de fontein van het leven".

Het stuk is een drieluik geschilderd in olieverf op wit geplamuurde hardhouten panelen. De eiken panelen schuurde men eerst glad en daarna overdekte men ze met een emulsie van krijtpoeder en lijm. Met fijne penselen bracht men de doorschijnende verflaag één na één aan. Deze verflagen bestonden uit drogende olie waarin pigment- of kleurstofkorrels waren opgelost in vrij geringe hoeveelheid. Door deze techniek kon het licht binnendringen en weerkaatst worden door de witte achtergrond. Het is alsof een zachte lichtbron achter en door het schilderij heen straalt waardoor het geheel een inwendige glans verkrijgt.
Het drieluik is voorzien van twee lange, verticale pianoscharnieren zodat de beide dichtgeklapte zijluiken het middendeel volledig kunnen bedekken. Het geopend panelengeheel is 4,40 m breed en 3,40 m hoog.

Historiek van het panelengeheel[bewerken]

Het meesterwerk van de gebroeders Van Eyck heeft een bewogen geschiedenis achter de rug. Sommige panelen werden ooit verkocht, ontvreemd, overlangs doorgezaagd of zelfs gegijzeld. Het kreeg in 1919 met het Verdrag van Versailles zijn definitieve plaats terug in de Sint-Baafskathedraal, nadat onderdelen ervan meer dan een eeuw lang in Duitsland verbleven. Het mag een wonder heten dat het geheel, op één gekopieerd paneel na, weer in zijn oorspronkelijke toestand kan bezichtigd worden. De Amerikaanse kunsthistoricus Noah Charney omschrijft het altaarstuk als het meest gestolen kunstwerk in de geschiedenis. Het was het voorwerp van dertien misdaden gedurende zes eeuwen. Hij beweert ook dat dit altaarstuk het invloedrijkste kunstwerk ooit is.

Lam Gods (detail)

1432: het veelluik opgebouwd uit 20 beschilderde eikenhouten panelen wordt ingewijd in de toenmalige Sint-Janskerk te Gent
1566: tijdens de beeldenstorm wordt het werk in de toren verborgen
1574: het stadsbestuur wil het schilderij aan koningin Elizabeth I van Engeland schenken; door verzet van de kerk ziet men er van af
1640 of 1641: brand in de kathedraal; het altaarstuk bleef gespaard
1781: verwijdering van zijpanelen Adam en Eva bij bezoek Jozef II
1794: Franse soldaten nemen de centrale delen mee naar Parijs, de zijluiken worden verborgen
1815: bij de val van Napoleon komen deze panelen terug naar de kathedraal
1816: de zijluiken (uitgezonderd Adam en Eva) werden gekocht door Willem III van Pruisen en tentoongesteld in de Gemäldegalerie van Berlijn
1822: brand in de kathedraal; schade aan de centrale panelen, in het bijzonder barst in het centrale paneel Aanbidding van het Lam; er komt asse en gesmolten lood terecht op het centrale paneel
1826: het centrale paneel barstte door de droogte tijdens de zomer omdat het te vast in de lijst gespijkerd zat
1861: verkoop van de panelen Adam en Eva aan de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België
1894: in Berlijn worden zes zijluiken met de lijsten doormidden gezaagd en geparketteerd
1914: het schilderij wordt verstopt bij de Duitse inval
1920: alle panelen worden weer verenigd als uitvoering van een clausule uit het Verdrag van Versailles (art 247: Germany undertakes to deliver to Belgium, through the Reparation Commission, within six months of the coming into force of the present Treaty, in order to enable Belgium to reconstitute artistic work: The leaves of the triptych of the Mystic Lamb painted by the Van Eyck brothers, formerly in the Church of St. Bavon at Ghent, now in the Berlin Museum) [1]
1934: de panelen van De Rechtvaardige Rechters en van St. Jan de Doper worden gestolen. Het tweede paneel wordt spoedig teruggevonden
1940: bij de Duitse inval wordt het schilderij naar het kasteel van Hendrik IV van Frankrijk in Pau in Frankrijk gebracht, van waaruit Duitse troepen het in 1942 meenemen voor Hitlers geplande kunstencentrum te Linz om later deel uit te maken van de Linzer Sammlung
8 mei 1945: het Derde Amerikaanse Leger vindt het intacte veelluik terug in de zoutmijnen van Altaussee bij Salzburg, Oostenrijk met weinig schade door de constante temperatuur van 7°C en relatieve vochtigheidsgraad van 70 %
begin augustus 1945: transport van het veelluik naar het Munchen Collection Point of the Monuments, Fine Arts and Archives Section
20 augustus 1945: vliegtransport van de panelen naar Brussel en opslag in het Koninklijk Paleis
30 oktober 1945: het veelluik keert terug naar de Sint-Baafskathedraal Gent; op 6 november is het weer te bezichtigen door het publiek
1951: restauratie van het geheel met aanbrengen van een vernislaag
1986: het schilderij wordt geplaatst in de Villakapel, de vroegere doopkapel
2012: start van een vijf jaar durende restauratie van het geheel in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Gent

Beschrijving en iconografie[bewerken]

Beschrijving van het geopende altaarstuk[bewerken]

Retable de l'Agneau mystique.jpg

Het retabel dat nu in geopende toestand, streng beveiligd in de doopkapel opgesteld staat, werd vroeger slechts op de bijzondere feestdagen van de Kerk geopend zoals Kerstmis, Pasen en Allerheiligen. Het grootste deel van het jaar kwamen de schenkers Joos Vijd en Isabel Borluut, aan de achterzijde bewust in beeld. De bovenste panelen tonen van links naar rechts: Adam, zingende engelen, Maria, de goddelijke Heer op de troon, Johannes de Doper, musicerende engelen en Eva. Boven Adam is het offer van Kaïn en Abel uitgebeeld, en boven Eva de moord van Kaïn op Abel.

Lange tijd werd gedacht dat de vrucht in de hand van Eva een appel (de "verboden vrucht" uit Genesis 3:6) was. Dit werd reeds naar voren gebracht door Lucas Cranach in 1526, terwijl Michelangelo in 1512 dacht dat het een vijg was. Onderzoek door de wiskundige Dirk Huylebrouck en de Hongaarse kunsthistorica Beatrix Mecsi [2] heeft nu aangetoond dat het een bijna uitgestorven citrusvrucht betreft, nl.Citrus × limon 'Pomum Adami' (synonym : Citrus lumia var. pomum adami) (in het Engels : Adam's apple) [3]

Het is niet met zekerheid te zeggen wie de goddelijke Heer is: God de Vader of Christus zetelend als rechter? Tot de 20e eeuw werd de eerste interpretatie aangehouden. Belangrijke argumenten daarvoor zijn de aanwezigheid van scepter en schoeisel, de afwezigheid van verwondingen en het feit dat het retabel zo - samen met de duif en het Lam - de Drievuldigheid afbeeldt. Voor de tweede interpretatie pleiten onder andere de pelikanen en andere Christussymbolen op de troon en de wijzende vinger van Johannes de Doper richting de goddelijke Heer[4]. Ook staat op het gewaad 'Koning der Koningen en Heer der Heren' als inscriptie geborduurd, beide benamingen voor Christus.

De onderste panelen tonen links en rechts figuren die op weg zijn naar de aanbidding van het Lam: "rechtvaardige rechters", "de ridders van Christus", de kluizenaars en de pelgrims op bedevaart.

Op het onderste middenpaneel zijn cirkelgewijs personen gegroepeerd die het Lam aanbidden. Wij merken de belijders, de heilige vrouwen en de kerkvaders op die op zich zeer precies geschilderd zijn maar perspectivisch niet correct bij bosjes lijken te zweven op de grasvlakte. In dit paneel past men niet het precieze Italiaanse lijnperspectief toe, maar het atmosferisch perspectief, waarbij ruimtesuggestie ontstaat door de kleur, vorm en textuur dichter bij de horizon gelijkmatig te vervagen.

Er loopt een denkbeeldige verticale as doorheen de panelen die God de Vader, de Heilige Geest (een duif in een halfrond aureool), het geofferd en bloedend Lam (God de Zoon) achtereenvolgens snijdt, als symbool van de Drievuldigheid. De onderste rij panelen worden horizontaal verbonden door een hoge horizonlijn waardoor alle afbeeldingen in vogelperspectief staan. Deze doordachte compositie verleent het werk een inwendige dynamiek en zorgt voor een binding van de delen.

Beschrijving van het gesloten altaarstuk[bewerken]

Lamgods closed.jpg

Links- en rechtsonder zijn de schenkers afgebeeld. De man is Joos Vijd en de vrouw is Elisabeth Borluut. Tussen hen in staan twee standbeelden in grisailletechniek geschilderd. De linker is Johannes de Doper en de rechter is Johannes de Evangelist/Apostel. Boven hen is de Annunciatie te zien met aan de linkerkant de aartsengel Gabriël en aan de rechterkant de Heilige Maagd. Boven de engel is de profeet Zacharia afgebeeld en boven Maria de profeet Micha. Tussen de profeten zijn twee sibillen te zien. De linker is de Sibille van Erythrae en de rechter is de Sibille van Cumae.

Johannes de Doper

Johannes de Doper[bewerken]

Johannes de Doper is te herkennen aan het lam dat hij vasthoudt. Als volwassene is hij gewoonlijk uitgemergeld en haveloos afgebeeld, gekleed in dierenhuiden, met een leren gordel. Op het altaarstuk is hij inderdaad afgebeeld met lang haar en een woeste baard, hij is blootsvoets en onder zijn mantel is nog een stuk dierenhuid te zien. Hij heeft een vermoeide uitdrukking op zijn gezicht en in zijn armen houdt hij een lam. (Een lam was het offerdier in de godsdiensten van het oude Nabije Oosten en werd door de vroege christenen overgenomen als het symbool van de zich opofferende Christus. Het lam als Christussymbool wordt gewettigd door het feit dat Johannes de Doper Christus als het Lam Gods (Agnus Dei) betitelt.)

Johannes de Doper wordt in de evangeliën beschreven als de voorloper of ‘boodschapper’ van Christus. Hij was de zoon van Zacharias, een priester van de tempel van Jeruzalem, en Elisabet, een verwante van Maria. Hij was prediker en leidde een ascetisch leven in de woestijn. Zijn bijnaam dankt hij aan de gewoonte de mensen in de Jordaan te dopen als teken dat zij – gehoor gevend aan zijn boeteprediking – hun zonden hadden beleden en zich bekeerd hadden.

Johannes de Doper was een patroonheilige van Gent en van de kerk waarvoor het Lam Gods was bestemd, de huidige Sint-Baafskathedraal.

Johannes de Evangelist

Johannes de Evangelist/Apostel[bewerken]

Johannes de Evangelist/Apostel is te herkennen aan de miskelk met slangen die hij vasthoudt. Hij wordt in de beeldende kunst op twee manieren afgebeeld; als apostel is hij jong, als evangelist is hij daarentegen een grijsaard met baard. Op het altaarstuk is hij jong en vrouwelijk, met halflang, loshangend en krullend haar en zonder baard. In zijn handen houdt hij een miskelk vast, waaruit slangen kruipen. Dat verwijst naar de legende van de vergiftigde miskelk: de priester van de tempel van Diana van Efeze gaf Johannes te drinken uit een vergiftigde beker om diens geloof op de proef te stellen. Het vergif schaadde Johannes echter niet. De miskelk staat symbool voor het christelijk geloof en de slang voor Satan.

De apostel Johannes was net als zijn vader Zebedeüs en zijn broer Jacobus visser bij het Meer van Tiberias, toen hij door Jezus als leerling werd geroepen. Hij wordt beschouwd als de auteur van het vierde evangelie en heeft volgens de traditie ook het boek Openbaring geschreven, waaruit de iconografie van het geopende Lam Gods is genomen.

De profeet Zacharia[bewerken]

Zacharia was de elfde van de twaalf kleine profeten. (Een profeet is een spreker in naam van God, in het bijzonder de verkondiger van wat door God wordt ingegeven.) Zacharia is volgens de in zijn profetieën genoemde data opgetreden van het tweede tot het vierde jaar van de Perzische koning Darius I, kort na het einde van de Babylonische Ballingschap (circa 520 v.Chr.). Zijn optreden valt samen met de eerste pogingen tot nationaal en godsdienstig herstel die door de landvoogd Zorobabel en de hogepriester Jesjóea werden ondernomen. De profeet richtte zich tegen het gebrek aan Godsvertrouwen en de zelfzucht van het volk: bekering is voorwaarde voor verder herstel. Bij de beschrijving van dit herstel ziet de schrijver in profetisch perspectief tegelijkertijd het geluk van Gods volk in de messiaanse tijd en het volledig herstel op het einde der tijden, wanneer Israël zich zal bekeren.

Op het altaarstuk is hij afgebeeld terwijl hij in een boek bladert. Op de banderol boven hem staat in het Latijn: ‘Exulta satis filia Sion iubila filia Hierusalem ecce rex tuus veniet’. Dit komt uit het boek van de profeet en betekent: ‘Juich van vreugde, dochter van Sion, Jubel, dochter van Jeruzalem, Zie, uw Koning komt naar u toe’. Dit verwijst naar de geboorte van Christus.

De profeet Micha[bewerken]

De profeet Micha, afkomstig uit Morésjet in Juda, was een tijdgenoot van de profeet Jesaja en oefende evenals deze tegen het einde van de achtste eeuw v.Chr. in Juda zijn profetische zending uit. Micha’s prediking is vooral tegen de zedelijke verwildering gericht, tegen de onrechtvaardigheid en harteloosheid, tegen de afpersing en omkoopbaarheid van leiders, priesters en profeten. De profeet waarschuwt dat Jeruzalem, als het zich niet bekeert, hetzelfde lot zal ondergaan als Samaria (bij de val in het jaar 722). Jeruzalems ondergang en ballingschap staan in het middelpunt van zijn prediking, maar deze bedreiging is onmiddellijk verbonden met de voorzegging van het herstel: het heil zal komen van de grote Zoon van David, die in Bethlehem zal worden geboren.

Micha is op het altaarstuk afgebeeld met naast hem een dicht boek en boven hem een banderol met daarop de woorden: ‘Ex te mihi egredietur qui sit dominator in Israhel’. Dit komt uit het boek van de profeet en betekent: ‘Uit u zal Mij Een ontspruiten, die over Israël zal heersen’. Dit verwijst naar de geboorte van Christus.

Sibille van Erythrae

Sibillen[bewerken]

In de oudheid was sibille de benaming voor een vrouw die, bezield door de godheid, met name Apollon, in extase profeteerde. In de beeldende kunst worden de sibillen vaak in cycli afgebeeld als tegenhangers van de profeten. In de beeldende kunst wordt de sibille van Erythrae (een plaats in Griekenland) vaak gebruikt als symbool voor Azië, en die van Cumae (bij het huidige Napels) voor Europa. Volgens laatmiddeleeuwse opvatting heeft iedere sibille een voorval uit Christus’ leven beschreven en voorgezegd en deze uitspraken komen tot uiting in de attributen die ze bij zich hebben. De sibillen die afgebeeld zijn op het altaarstuk, hebben echter geen attributen. Ze hebben beide wel een banderol waarop een profetische uitspraak in het Latijn staat die waarschijnlijk verwijst naar Christus’ geboorte.

Artistieke waarde[bewerken]

Het altaarstuk wordt tot de hoogtepunten van de Europese schilderkunst gerekend. Het heeft de Beeldenstorm niet door toeval doorstaan. Johan Huizinga noemt het veelluik in zijn essay "De kunst der Van Eycks in het leven van hun tijd" een topstuk van de middeleeuwse schildertraditie en plaatst het tegenover de werken van Giotto en de vroege renaissance. De gebroeders Van Eyck verloren zich in microscopische details. Een eenheid van compositie werd alleeen bereikt door de figuren in rust af te beelden in een "bloot rekenkundige nevenschikking". De details van de panelen zijn onovertroffen maar "in de voorstelling van gebouwen en landschappen zijn zwakheden te bespeuren". Het perspectief, het gaat om een primitief of intuïtief perspectief omdat de schilders van Noord-Europa de kennis van een wetenschappelijk perspectief met verdwijnpunt niet kenden, noemt Huizinga "zwak". Alle figuren zijn zeer gedetailleerd en fraai geschilderd, maar van interactie tussen de geschilderde personen is nergens sprake[5].

Lam Gods verhuist[bewerken]

Eind 2007 werd beslist dat het retabel tegen 2014 gaat verhuizen naar de sacramentskapel in de kooromgang waar het werk beter tot zijn recht zal komen en een grotere religieuze uitstraling zal vertonen. Niemand was echt gelukkig toen in 1986 het panelengeheel van de Vijdkapel naar een kogelvrije glazen kooi in de doopkapel verhuisde.
De kerkfabriek van Sint-Baafs wil ook andere kapellen van de kathedraal zoals de bisschopskapel, de pastoorskapel, de Rubenskapel betrekken bij de toelichting tot alle aspecten rond het retabel zoals de geschiedenis ervan, de diefstal van de Rechtvaardige Rechters met een kleine kopie voor gidsen met groepen. Een en ander past in een aan de gang zijnde omvangrijk restauratieprogramma van de kathedraal als geheel.

Conservatie en restauratie[bewerken]

Bij nader onderzoek van het veelluik stelde men vast dat het klimaat van het retabel in een glazen kooi in de Doopkapel ongunstig uitviel. Grote schommelingen in vochtigheidsgraad en temperatuur, constante belichting met verkeerde lampen en de slechte luchtkwaliteit door de toevloed van de vele bezoekers waren er de oorzaak van. Door het achtereenvolgens uitzetten en krimpen door de temperatuurschommelingen kwamen er barstjes in de verflaag. Men besloot om het retabel te onderwerpen aan een conservatie, nog niet tot restauratie, eerder tot uitvoeren van dringende instandhoudingswerken. De glazen kooi waarin het Lam Gods staat opgesteld, is vanaf eind 2010 ook aan de bovenzijde afgesloten. Daardoor is het geheel beter beschermd tegen stof, vocht en temperatuurschommelingen. De kosten voor de conservatie bedroegen 35 000 euro.

In 2010 kreeg het retabel ter plaatse een grondige reinigingsbeurt en waar nodig werd de verflaag plaatselijk verstevigd. De losgekomen verfdeeltjes werden opnieuw vastgehecht aan de houten panelen. Daarbij werd het werk aan een grondig instandhoudingsonderzoek onderworpen en stelde men een conditierapport op. Op basis van de bevindingen zal een internationaal team met medewerking van de Nederlandse specialist professor Ron Spronk oordelen of het nodig is tot een grondige restauratie over te gaan. Spronk oordeelde na grondig onderzoek dat er geen reden is tot paniek, maar wel tot bezorgdheid. Men stelde vast dat op sommige plaatsen opstuwing van verflagen voorkomt. Deze kwamen plaatselijk ook los van de drager.

Tegelijkertijd worden drie toekomstige conservatiedeskundigen opgeleid. Alzo investeert men in de opleiding van een volgende generatie specialisten in restauratie van beschilderde houten panelen. De opleiding werd bekostigd door de Getty Foundation met een budget van € 175 000.[6] Tijdens het vooronderzoek van het retabel, onderzocht met de panelen met een Hirox-microscoop, die een driedimensioneel beeld oplevert van de verschillende lagen op elk paneel.

Men stelde ook vast dat de kopie uit 1941 van de Rechtvaardige Rechters de grootste gebreken vertoont omdat dit paneel nog nooit gerestaureerd werd. Deze kopie werd voor onderzoek verplaatst naar het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) te Brussel. Aan de kleuren van de kopie kan men zien dat de kopiist Van der Veken eiwit aanwendde als bindmiddel van de pigmenten in plaats van olie en dus de temperatechniek toepaste. Van der Veken gebruikte als drager een plank uit een oude kast van inheemse eik in plaats van planken van Baltische eik. Dat het middeleeuwse schilderij in betere staat was dan de vrij recent geschilderde kopie toont aan hoe perfect Van Eyck de olieverftechniek wel beheerste, met inachtneming van de droogtijden tussen de verschillende glacerende lagen. Sommige kunsthistorici en restauratoren zijn ervan overtuigd dat hij een tot nu toe niet na te maken hars aan zijn verf toevoegde, wat het nog steeds rijke coloriet van zijn werken kan verklaren. Bij het onderzoek zal men ook proberen te achterhalen of de eikenhouten panelen uit dezelfde boom gezaagd zijn en welke delen van het veelluik door welke broer werd geschilderd.

Tijdens het onderzoek maakte men gebruik van infraroodreflectografie waardoor onder de verflagen verscholen ondertekeningen zichtbaar werden. Zo kwam naar voren dat de centraal gesitueerde doopfontein op het onderste middenpaneel niet op de eerste tekening voorkwam. Zo kwam ook aan het licht dat meer mensen dan de Van Eycks deel hadden aan het werk doordat de engelen van mindere kwaliteit zijn.

Na een grondige studie van gezaghebbende experts ter zake (professor Anne van Grevenstein, Universiteit Amsterdam en Ron Spronk, Queens University) stelde men eind november 2010 dat het veelluik toe is aan een grondige restauratie. Daarbij moet een laag verdonkerd vernis, gedeeltelijk samengesteld uit synthetische hars en aangebracht bij een vorige restauratie in 1950, worden verwijderd. De onregelmatig aangebrachte vernis geeft immers een vertekend beeld. De oude vernislagen zijn deels vergeeld of gebarsten en dreigen op termijn de verf te beschadigen. Daarnaast moeten delen losgekomen verf worden gefixeerd. Verdonkerde bijwerkingen van vorige ingrepen moet men dringend herstellen.

Vanaf oktober 2012 ondergaat het werk voor vijf jaar lang een ingrijpende restauratie. Men start met de acht buitenluiken waaronder de portretten van de schenkers van het veelluik.[7] Bart De Volder, niet aan zijn proefstuk toe, zorgt voor de coördinatie in het restauratie-atelier. De restauratie zal voor het grootse deel in het MSK, het Gentse Museum voor Schone Kunsten, doorgaan. Via een glazen wand kan het publiek de restauratie gadeslaan. Bij een test in 2010 waarbij een klein deel als proef werd schoongemaakt gaf het geheel meer kleur. Livia Depuydt zorgt voor de coördinatie van de werkzaamheden. De restauratie zal rond de 1,4 miljoen euro gaan kosten. Na vijf jaar werk zal het werk terugkeren naar Gent, aldus kanunnik Ludo Collin. Waar het uiteindelijk zal belanden is nog onzeker: ofwel in de doopkapel, de Vijdkapel of ergens buiten de kathedraal in een publieksvriendelijke museale opstelling.

Naar aanleiding van de vijf jaar durende grondige restauratie gaan er gedurende deze periode in het Gentse Provinciaal Cultuurcentrum Caermersklooster een aantal tentoonstellingen door over het retabel. De tentoonstelling startend vanaf oktober 2012 gaat over het Lam Gods ont(k)leed, waarheen met het Lam Gods en de restauratie van het retabel op de voet gevolgd. Er is een reconstructie te zien van het altaarstuk op ware grootte met afdrukken van de onderliggende en voorbereidende tekeningen van de Van Eycks. Later komen verschillende projecten van ontwerpers aan bod rond waar en hoe het Lam Gods na de restauratie een nieuwe plaats zal krijgen in of nabij de Gentse Sint-Baafskathedraal. Verder staan de volgende thema's op stapel: Digitalisering en wiskundige analyse van parels en materiaalweergave, De diefstal van het paneel der rechtvaardige rechters, Middeleeuwse optica, licht en perspectief en de Theologische betekenis van het Lam Gods. Tenslotte kan men er filmfragmenten zien van de meest recente stand van zaken van de restauratie in het Gentse Museum voor Schone Kunsten.

Juni 2013 besliste de internationale commissie van experts ter zake tot een restauratie waarbij alle latere toevoegingen zullen worden verwijderd. Daardoor zal men de oorspronkelijke verflaag van Van Eyck kunnen blootleggen. Daardoor worden alle details in alle kleurenpracht die door overschilderingen en vernislagen aan het oog onttrokken waren, weer zichtbaar. Men is ook zinnens de deels beschilderde lijsten te restaureren.

Digitale ontsluiting[bewerken]

Vanaf eind februari 2012 activeerde men een site die 100 miljard pixels telt (zie onderaan) over het altaarstuk met röntgenfoto's en infraroodfotografie waardoor het voor iedereen vanachter zijn PC mogelijk wordt zelfs een kijkje te nemen onder het verfoppervlak. Door deze techniek kan men inzoomen op de borstspeld van het paneel De Zingende Engelen met de reflectie van het gotisch raam van de Vijdkapel. Dit is een zijkapel van de St.-Baafskathedraal waar het retabel oorspronkelijk voor bedoeld was.
Het initiatief kwam tot stand dank zij de samenwerking tussen professor Ron Spronk, het KIK te Brussel en de VUB en werd mede gefinancierd door de Getty Foundation en het NWO.

Diefstal van het paneel De rechtvaardige rechters[bewerken]

Het oorspronkelijke paneel van de Rechtvaardige rechters is alleen nog vastgelegd op deze zwart-wit foto.

"De stoutmoedige diefte"[bewerken]

In 1934 werd Gent opgeschrikt door "de stoutmoedige diefte", toen twee panelen werden ontvreemd om er de bisschop van Gent mee af te persen. De ontvoerder(s) liet(en) één paneel terugvinden om zo hun eis van het losgeld voor het andere paneel kracht bij te zetten, echter zonder positief gevolg vanwege kerkelijke en wereldlijke overheden. De procureur des Konings van Gent weigerde te onderhandelen met dieven. De zoektocht kwam nader in het nieuws toen in Dendermonde de Wetterse wisselagent Arsène Goedertier, ook koster van de Sint-Gertrudiskerk te Wetteren, de diefstal bekende, maar niet meer bij machte was om de bergplaats bekend te maken. "Mijn geweten is rein," verklaarde hij op zijn sterfbed. Maar ook: "Ik alleen weet waar het paneel van het Lam Gods zich bevindt. Zoek in mijn schrijftafel de groene envelop."

Het paneel met de Rechtvaardige rechters werd in 1941 voorlopig vervangen door een kopie van de hand van Jef Vanderveken. Het origineel is nooit teruggevonden. De kopiist schilderde in het koor der Rechters de toenmalige koning Leopold III om, uit eerbetoon voor de oorspronkelijke schilder(s), er duidelijk op te wijzen dat het om een kopie gaat. De kopiist kon beschikken over een andere geschilderde kopie van de hand van Michiel Coxcie, in 1559 vervaardigd voor Filips II van Spanje. Het schilderen van dit vervangende paneel, in oppervlakte ongeveer één dertigste van het totale veelluik, heeft zes maanden intensieve arbeid gevergd. Een verklaring hiervoor ligt hierin dat elke vierkante duim geschilderd paneel door Van Eyck als een miniatuur werd afgewerkt.

De zoektocht naar het verdwenen paneel[bewerken]

Met de regelmaat van de klok komen amateurspeurders aandraven met goed geargumenteerde oplossingen van het raadsel. Tot nu toe is niemand er echter in geslaagd het paneel te ontdekken. Men gaat ervan uit dat het paneel, als het ergens verborgen ligt, minstens zwaar door de tijd moet zijn aangevreten. Andere theorieën laten het paneel ondertussen lang opgenomen zijn in een privécollectie, doch het spreekt vanzelf dat dit werk nooit publiek verkoopbaar zal zijn.

Gaston De Roeck, een van de bekende speurders naar het verdwenen paneel, zette een website op om de zoektocht naar het paneel vorm te geven, echter tevergeefs. Maria De Roo uit Wetteren heeft gezien dat de SS tijdens de oorlogsjaren het graf van Arsène Goedertier liet openbreken om aanwijzingen te vinden. Zij vermoedt dat het paneel nog tijdens de Tweede Wereldoorlog werd teruggevonden en teruggehangen werd in de Sint-Baafskathedraal te Gent.

In de jaren zeventig van de 20ste eeuw kwam Gust Vervloet op basis van schetsen van Goedertier en wichelroedeonderzoek tot het besluit dat het paneel achter een marmeren plaat in de Sint-Baafskathedraal te Gent verborgen zat. Na het wegbreken van de plaat vond men echter niets.

Een op rust gestelde politieagent Chris Noppe beweerde in 2001 in een publicatie dat het paneel zich in de koninklijke crypte van koning Albert I te Laken bevond, omdat het paneel verdween in het jaar van het overlijden van de koning. Het Paleis gaf evenwel nooit toestemming tot verder onderzoek.

In november 2006 liet Vlaams minister van Cultuur Bert Anciaux 20.000 euro opzij leggen voor de vinder van het paneel: "Het is geen premie voor de eerlijke vinder, maar als iemand het paneel nu echt weet liggen maar er niet bij kan omdat de graaf- of breekkosten te hoog zijn, kan hij een beroep doen op de vergoeding, op voorwaarde dat het paneel boven water komt". Speurder Willy Nachtergaele vermoedde in 2006 dat het ontvreemde paneel verborgen zat in de Sint-Laurentiuskerk te Antwerpen (op de hoek van de Van Schoonbekestraat en de Markgravelei), die gebouwd werd in hetzelfde jaar van de diefstal. De St.-Laurentiuskerk speelde een opvallende rol in de weken na de diefstal, omdat de afperser bij de pastoor van deze kerk kwam om een gedeelte van het losgeld op te halen.

In 2007 publiceerde auteur Christtian Stickx (pseudoniem) een gedeeltelijk op reeds verschenen informatie gebaseerde analyse van de feiten, waarbij hij De Sint-Hubertuskapel in de Belgische gemeente Tervuren aanduidde als bergplaats en verbanden legde tussen de zaak van de Rechtvaardige Rechters en het voor de Rooms-katholieke Kerk cruciale 'geheim', dat verscholen zou liggen in of nabij het Franse Rennes-le-Château.

Op 28 juni 2008 kreeg de politie van Gent een tip binnen van Franky De Smet, die zich in de brieven van Goedertier had verdiept en misschien de bergplaats van het paneel kende. Hij beweerde dat het paneel in een zinken omhulsel in een waterput verborgen zou liggen aan de Gentse Sint-Jansvest. Graafwerken daar leverden niets op. In augustus 2009 kwam de Gentse advocaat Johan Vanden Abeele aanzetten met de theorie dat het verdwenen paneel verborgen zit in een van de veertien kapelletjes van de kruisweg aan de Calvarieberg in Overmere-Donk.[8]

In september 2012 werd in diverse kranten gemeld dat de familie van de voormalige Belgische minister August de Schryver mogelijk in het bezit van het gestolen paneel zou zijn.[9]

In maart 2014 beweert een getuige dat het paneel nog intact is en in het bezit is van een Gentse familie. Deze durven uit schrik voor een schandaal er niet mee naar buiten komen. Professor Robert Senelle zou aan Paul De Ridder deze informatie doorgegeven hebben. Deze laatste is met zijn informatie naar de Gentse procureur gestapt.[10]

Enige literatuur[bewerken]

  • Alfons Lieven Dierick, Van Eyck - Het Lam Gods, 1972, Gent, uitgegeven in eigen beheer.
  • Erwin Panofsky, Die Altniederländische Malerei, paperback, herdruk, 2 delen, Keulen 2006.
  • Peter Schmidt, Het Lam Gods, Davidsfonds, Leuven, 3rde druk, 1996 ISBN 90-6152-876-3
  • Rudy van Elslande, De geschiedenis van de Vyt-Borluutfundatie en het Lam Gods, in: Ghendtsche Tydinghen, 14de jg., 1985, nr.6, blz. 342-348; Ibidem, 15de jg., 1986, nrs 1-6, blz. 56-58, 108-111, 168-171, 230-233, 282-284, 329-332; Ibidem, 16de jg., 1987, nrs.1-6, blz. 25-29, 102-105, 143-148, 201-204, 269-272, 335-349; Ibidem, 18de jg., 1989, nrs. 1-2, blz. 53-55, 95-99.
  • Johan Huizinga, De kunst der Van Eycks in het leven van hun tijd. Essay heruitgegeven in 2009 in "De hand van Huizinga". Redactie door Willem Otterspeer.

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Art 247 Verdrag van Versailles
  2. De Standaard : De verboden citrusvrucht
  3. Citrus pages : Citrus × limon 'Pomum Adami'
  4. Peter Schmidt (2005). Het Lam Gods. Davidsfonds/Leuven, blz. 88-94. ISBN 90-77942-03-3
  5. Johan Huizinga
  6. Het LAM GODS bij de dokter, De Standaard, 5 juni 2010
  7. Schilderij ”Het Lam Gods” van Van Eyck gaat in restauratie (Reformatorisch Dagblad, 18 januari 2012, zelfde dag bezocht)
  8. Paneel verborgen aan Donkmeer.
  9. Gestolen schilderij ligt in boedel oud-minister Trouw, 8 september 2012.
  10. Gentse-familie-verschuilt-gestolen-paneel-Lam-Gods.dhtml Gentse familie verschuilt gestolen paneel Lam Gods