Johan Adolf Pengel International Airport

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johan Adolf Pengel International Airport
IATA: PBM ICAO: SMJP
Algemene informatie
Type publiek
Plaats Paramaribo
Hoogte 18 m
Coördinaten 5° 27′ NB, 55° 11′ WL
Locatie in Suriname
Johan Adolf Pengel International Airport
Johan Adolf Pengel International Airport
Startbanen
   Baan      Lengte   Materiaal
11-29 3480 m Asfalt
Lijst van luchthavens
Portaal  Portaalicoon   Luchtvaart

Johan Adolf Pengel International Airport (IATA:PBM, ICAO:SMJP) is de nationale luchthaven van Suriname. De luchthaven ligt bij het dorp Zanderij, ongeveer 45 kilometer ten zuiden van Paramaribo. De luchthaven wordt geëxploiteerd door NV Luchthavenbeheer (Airport Management, Ltd.)

Historie[bewerken]

De beginjaren[bewerken]

Lang voor de Tweede Wereldoorlog was de onverharde landingsbaan bij Zanderij een onderdeel van het netwerk van de Pan American World Airways (PAA). In 1928 startte Pan Am met postvluchten van Miami naar Paramaribo, hoofdstad van de toenmalige Nederlandse kolonie Suriname. Op die manier bezochten er zo vele notabelen en met name beroemde Amerikaanse piloten Suriname. Reeds op 24 maart 1934 moesten de vrouwelijke piloot Guggenheim en haar mannelijke co-piloot Russel Thaw een noodlanding maken nabij Nieuwe Haven, omdat ze de landingsbaan van Zanderij niet konden lokaliseren. Hun Lockheed vliegtuig was dermate beschadigd dat het terug verscheept diende te worden naar de Verenigde Staten. Op 16 april 1934 landde de Amerikaanse pilote Laura Ingalls met haar éénmotorige Lockheed Air Express op Zanderij tijdens de eerste solo-vlucht met een landvliegtuig door heel Zuid Amerika. In 1934 maakte de KLM met een driemotorige hoogdekker, de Fokker F.XVIII met registratie PH-AIS en genaamd de SNIP, de eerste trans-Atlantische vlucht. Het Fokker toestel vertrok op 15 december 1934 rond middernacht, met als bemanning gezagvoerder Jan Hondong, co-piloot Jan van Balkom, telegrafist Simon van der Molen en werktuigkundige Leo Stolk. Vanaf Amsterdam werd in een aantal dagen via Marseille, Alicante en Casablanca naar Praia op de Kaapverdische Eilanden gevlogen (de route was kort tevoren aangepast vanwege weersomstandigheden). Daar werd een pauze ingelast van een drietal dagen en werd de SNIP klaargemaakt voor de oversteek van de Atlantische Oceaan. Op 19 december 1934 vertrok de SNIP van Praia op deze roemruchte kerstvlucht en bereikte 17 uur later, na 3600 km, op 20 december om half acht in de ochtend vliegveld Zanderij nabij Paramaribo. Van daaruit werd doorgevlogen naar de eindbestemming Curaçao, waar men op 22 december landde. De afstand van in totaal 12.200 kilometer werd afgelegd in 54 uur en 27 minuten. In januari 1937 landde een baby Clipper Sikorsky S-38 op Zanderij met aan boord de vermogende William Henry Vanderbilt III met zijn vrouw en hun vrienden the Flying Hutchinson's. Op 3 juni 1937 arriveerde op Zanderij de Amerikaanse vliegenierster en luchtvaart pionier Amelia Earhart met haar Lockheed Model 10 Electra. Haar navigator was de ervaren voormalige Pan Am piloot Fred Noonan. Een maand later verdwenen beiden samen bij deze recordpoging de langste vlucht om de wereld te maken. Op 16 maart 1938 moesten twee piloten, Whitney en Harmon een noodlanding maken met hun Beechcraft nabij de Eerste Rijweg, aangezien zij vliegveld Zanderij niet konden vinden. In 1938 opent de KLM met hun 2 motorige Lockheed L-14 Super Electra (12 passagiers), genaamd MEEUW (PJ-AIM) een weekdienst van Paramaribo naar Willemstad (Curaçao). De post gaat nu heel wat sneller naar Curaçao dan met de PAA maar een commercieel succes is de lijn niet. Op 11 mei 1939 arriveerden the Flying Hutchinson Family in hun tweemotorige Lockheed Model 10 Electra op Zanderij. Dit was tijdens hun family round-the-world global nations flight welke via een serie radio-uitzendingen gesponsord door Pepsi Cola de ether in werd gestuurd. [1] [2]

Uitbreiding tijdens de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Na de val van Nederland door de bezetting van Duitse nazi-troepen in 1940, verkreeg de Verenigde Staten van de Nederlandse regering-in-ballingschap in Londen rechten op de luchthaven om er een militaire basis aan te leggen. De eerste Amerikaanse troepen kwamen op 30 november 1941 aan op de luchthaven Zanderij. Zij breidden de faciliteiten uit als een ​​transport uitvalsbasis voor het versturen van bevoorrading naar Engeland onder de Lend-Lease Act via lucht routes over de Zuid-Atlantische Oceaan. Het vliegveld werd gedurende de Tweede Wereldoorlog door de Verenigde Staten zodoende uitgebreid met verharde start- en landingsbanen. Zij bouwden ook de weg van Onverwacht naar Zanderij. Het Amerikaanse leger gebruikte het vliegveld voor tussenlandingen in vluchten naar Noord-Afrika. Ook waren er toen vliegtuigen voor U-bootbestrijding gestationeerd.

De United States Army Air Forces had de volgende eenheden op Zanderij gestationeerd:

  • 35e Bombardment Squadron (van de 25e Tactical Reconnaissance Wing) 1 november 1941 – 7 oktober 1943 (B-25 Mitchell)
Een detachement opereerde van: Atkinson Field, Brits-Guiana, 1 november 1942 – 7 oktober 1943
Een detachement opereerde van: Piarco Airport, Trinidad, 27 august - 12 oktober 1943

Op 2 oktober 1942 bracht een op Zanderij gestationeerde Amerikaanse Douglas B-18 Bolo bommenwerper met piloot Captain Howard Burhanna Jr. van het 99e Bombardement Eskader een Duitse onderzeeboot, de U 512 ten noorden van Cayenne met dieptebommen tot zinken. Midden in de Tweede Wereldoorlog, op 2 november 1943, bracht Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Juliana vanuit Canada een bezoek aan Suriname . Per KLM-toestel Lockheed L-14 Super Electra PJ-AIM Meeuw arriveerde Prinses Juliana te Zanderij, Suriname als eerste lid ooit van het Koninklijk Huis. Na de landing van de Meeuw te samen met de escorterende Nederlandse en Amerikaanse militaire toestellen verwelkomde gouverneur Kielstra de Prinses op Zanderij, en werd de erewacht geïnspecteerd.

Na oorlogse hoogtepunten[bewerken]

Na de Tweede Wereldoorlog werd de militaire luchtmachtbasis Zanderij officieel gesloten op 30 april 1946. En op 22 oktober 1947 officieel weer overgedragen aan de Nederlandse autoriteiten, die de faciliteit wederom als civiele luchthaven in gebruik namen. De geschatte waarde van het complete luchthaven complex werd toen beraamd op Sf. 400.000,-. In maart 1947 landde Alfredo de Los Rios met een Luscombe Model 8-F Silvaire vliegtuig op Zanderij na een rechtstreekse vlucht vanaf de vliegtuigfabriek in Dallas (Texas). In juni 1959 arriveerden de piloten en missionarissen Robert Price en Eugene Friesen op Zanderij met hun éénmotorige vliegtuig. Zij voerden diverse medische vluchten uit naar het binnenland van Suriname tot aan de Sipaliwini Savanne. Op 3 maart 1960 landde de Amerikaanse president Dwight D. Eisenhower op Zanderij met z'n Air Force One, toen nog een Boeing 707-320B jet vliegtuig. Hij werd vergezeld door z'n Secretary of State (minister van buitenlandse zaken), Christian Herter. Ze verlieten Suriname dezelfde dag nog. Op 14 april 1967 arriveerde op Zanderij de Amerikaanse president Lyndon B. Johnson tijdens een enorme tropische onweersbui, wederom met de Air Force One Boeing 707-320B. Er werd een overeenkomst gesloten tussen het Nederlandse gouvernement en de Verenigde Staten om luchthaven Zanderij te gebruiken ten behoeve van de Military Airlift Command (MAC) van de United States Air Force. De VS betaalde US$ 22.000,- voor 400 landingen per jaar. De bemanningen overnachtten in het Torarica Hotel. Het Amerikaanse X-15 raketvliegtuig was te bezichtigen op Zanderij tijdens een grote vliegshow, gehouden op de luchthaven van 8-13 november 1963. Op 7 april 1972 had Suriname op de luchthaven Zanderij een primeur toen de eerste Boeing 747 Jumbo Jet van de KLM op Zuid-Amerikaanse bodem landde.

De luchthaven heden ten dage en geplande modernisering[bewerken]

Deze luchthaven is officieel genoemd naar de populaire Surinaamse staatsman Johan Adolf Pengel (1916 - 1970), maar wordt in de volksmond altijd 'Zanderij' genoemd. De herkomst van deze naam laat zich makkelijk raden bij het aanschouwen van de savanne die de luchthaven van bovenaf gezien is, midden in het schijnbaar oneindige groen van het oerwoud eromheen.

De luchthaven beschikt thans over één landingsbaan van 3,5 kilometer en verwerkt circa 100.000 passagiers per jaar, voornamelijk van trans-Atlantische vluchten van de KLM en de SLM (Surinam Airways) en van regionale vluchten van enkele maatschappijen uit het Caraïbisch gebied waaronder Caribbean Airlines en Insel Air. Er vinden ook regelmatig vrachtvluchten plaats met name naar Miami en de nabije regio. De luchthaven wordt vaak aangedaan door diverse toestellen als brandstof stop voor het bijtanken van kerosine (Jet A1 fuel) op verschillende vluchten van en naar Zuid Amerika.

KLM en SLM vliegen vanuit Amsterdam naar Paramaribo met de Boeing 747-400 en de Airbus A340. KLM vliegt in het laagseizoen drie tot vier keer, in het hoogseizoen vijf tot zes keer per week. SLM vliegt het hele jaar door vijf keer per week. Martinair vloog vanaf 29 oktober 2006 tot 1 september 2008 elke zondag, en op dinsdag met een tussenlanding in Trinidad en Tobago. Martinair heeft geprobeerd de concurrentie aan te gaan met KLM en SLM, maar de route bleek na een kleine twee jaar nog steeds niet lucratief genoeg voor het bedrijf. Per 1 september 2008 werd de lijndienst naar Paramaribo met Martinair opgeheven. De Surinaamse overheid heeft een extra US$70 miljoen geïnvesteerd in uitbreiding en modernisering van de Johan Adolf Pengel International Airport. US$28.5 miljoen is reeds gebruikt voor het moderniseren van de aankomsthal, luchtverkeerstoren, winkelcentra en parkeerhaven, terwijl ook het platform voor vliegtuigen en de baanverlichting bij aankomst vernieuwd zijn. Tevens is er een nieuw elektriciteits back-up systeem geïnstalleerd. De modernisering is nog niet compleet, er zijn ook plannen om de aankomst en vertrekhal met luchtsurfen uit te breiden, wellicht reeds in 2015.

Ongelukken/Incidenten[bewerken]


  1. http://www.wingsacrossamerica.us/wasp/2007/HUTCHINSON.mp3
  2. http://www.wingnet.org/rtw/RTW002FF.HTM