Netneutraliteit
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Netneutraliteit is de discussie over de openheid van het internet.
Het internet is een open, wereldwijd netwerk van computerverbindingen, waarbij heel veel kleine commerciële netwerken onderling verbonden zijn, zodat gebruikers via dit netwerk terecht kunnen bij andere gebruikers en zo informatie en bestanden uitwisselen. Op zich is het internet heel open, maar providers kunnen restricties stellen, zodat (eind)gebruikers niet meer een volledige keuzevrijheid hebben.
In principe staan netwerkpartijen, verbindingspartijen, knooppunten en hostingproviders neutraal tegenover de informatiestromen. Alleen de eindgebruikers en de dienstenleveranciers zijn verantwoordelijk voor wat zij verspreiden en communiceren. Van de infrastructuurpartijen wordt verwacht dat zij zo open en neutraal mogelijk vrije uitwisseling en communicatie over hun netwerken toestaan en geven hiertoe een 'best effort'-garantie af.
[bewerken] Dimensionering
Dankzij schaling, goede concurrentie en dimensionering is het mogelijk geworden dat miljoenen eindgebruikers permanent, breedbandig tegen vaste kosten onbeperkt gebruik kunnen maken van hun aansluiting. Dimensionering houdt in dat de exploitant van het commerciële netwerk ervan uitgaat dat niet elke abonnee 24 uur per dag zijn verbinding maximaal benut. De totale netwerkcapaciteit en de capaciteit naar andere providers wordt bij alle providers (zowel kabelinternet als ADSL) verdeeld onder alle gebruikers. Elke netwerkaanbieder doet aan dimensionering, echter de overboekingsfactor verschilt per provider en wordt niet aan consumenten bekendgemaakt. In de praktijk geldt dat elke gebruiker op het moment van gebruik voldoende capaciteit heeft om alle denkbare breedbandige toepassingen te gebruiken. Een uitzondering op deze dimensionering zijn professionele verbindingen: deze worden vaak onoverboekt of met een lagere overboekingsfactor aangeboden.
[bewerken] Grootgebruikers
Elk commercieel toegangsnetwerk dat toegang biedt aan consumenten heeft te maken met grootgebruikers. Dit is vaak een klein percentage gebruikers dat verantwoordelijk is voor het leeuwendeel van de belasting op het netwerk. Het percentage verschilt per provider, bij de ene provider is 2% van de abonnees verantwoordelijk voor 80% van al het verkeer op het netwerk, bij de andere provider is 5% verantwoordelijk voor 60% van al het verkeer op het netwerk. Deze groep gebruikers claimt een onevenredig deel van de resources van het netwerk.
[bewerken] Peer2Peer
Met name P2P-diensten zijn de oorzaak van de extra belasting op alle netwerken. De meeste providers geven aan dat P2P-verkeer 60% van al het verkeer betreft. Zonder filtering zou P2P-verkeer de netwerken en de onderlinge verbindingen tot boven 100% belasten, wat normaal gebruik voor andere diensten en andere gebruikers onmogelijk zou maken.
[bewerken] P2P niet zo efficiënt als gedacht
P2P-verkeer heeft als nadeel dat het vrij ongebreideld groeit: P2P-distributie lijkt goedkoper omdat het hostingkosten voor de aanbieder wegneemt, maar is in macro-economisch perspectief duurder omdat per P2P-download of -stream meer dataverkeer wordt gegenereerd dan bij een reguliere download of stream. Dit is te wijten aan communicatie-overhead en parityfeeds. De extra belasting verschilt per netwerk, per type content en per provider, maar schommelt tussen de 15% en 40%, met name bij realtimediensten zoals P2P-telefonie en P2P-televisie is dit effect sterk.
Omdat toegangsproviders vaak ook hostingproviders zijn, missen ze enerzijds de hostinginkomsten en anderzijds worden ze geconfronteerd met extra belasting op het netwerk. Dit heeft in het Verenigd Koninkrijk geleid tot een boycot van de BBC door alle providers omdat ze verrast werden door een enorme toename van dataverkeer op het netwerk in verband met de lancering van de "BBC Peer2Peer iPlayer".
Bij stervormige netwerken zoals ADSL en Glasvezel is de effectiviteit van P2P nog minder dan bij vertakte netwerken zoals Kabelinternet. In een ster situatie gaat al het verkeer tussen 2 peers altijd over het centrale knooppunt, waardoor de beaamde winst van onderlinge data-uitwisseling ten opzichte van server → client uitwisseling volledig wegvalt. In een vertakt netwerk kan verkeer wel direct tussen peers in een lokale loop worden afgehandeld.
[bewerken] Fair Use Policies
Om excessief gebruik van het netwerk te kunnen managen hanteren veel providers Fair Use Policies. In deze FUP's staat dat oneigenlijk en excessief gebruik niet wordt toegestaan: elke abonnee heeft immers een evenredig recht op capaciteit. Als een bepaalde gebruiker(sgroep) een andere gebruiker(sgroep) hindert dan mag de provider bijvoorbeeld het gebruik inperken, de gebruiker afsluiten, of laten betalen naar ratio. De policy verschilt per provider en wordt niet altijd even duidelijk gepubliceerd.
[bewerken] Schaling
Een andere manier om met de grote toename van verkeer om te gaan is netwerkschaling. De netwerken en de interverbindingen van de providers worden steeds groter. Alle infrastructuurpartijen investeren elk jaar in een verdubbeling tot wel vertienvoudiging van de netwerkcapaciteit. Providers kunnen echter niet onbeperkt blijven schalen: de investeringen zullen hoe dan ook gedekt moeten worden door inkomsten uit de abonnees. In een sterk concurrerende markt is het voor providers echter onmogelijk de maandprijs te verhogen: consumenten stappen dan massaal over.
[bewerken] Traffic shaping
Een andere veel toegepaste manier om de belasting op het netwerk te kunnen beheren is traffic shaping. Om te voorkomen dat een bepaald type dienst het netwerk dusdanig overbelast dat het andere gebruikers gaat hinderen of de provider onevenredig op kosten jaagt, kan de provider overgaan tot het inperken van dit type verkeer. Vrijwel alle providers optimaliseren de stromen data over hun netwerk, maar geven geen openheid over welk type diensten worden geoptimaliseerd en tot op welke hoogte dit wordt gedaan.
Tegenstanders van traffic shaping stellen dat het innovatie zou tegenhouden: nieuwe diensten worden mogelijk belemmerd. Voorstanders van traffic shaping stellen dat het innovatie juist bevordert: er blijft door shaping altijd ruimte gegarandeerd voor nieuwe innovatieve diensten.
[bewerken] Alternatieven
Bijvoorbeeld voor grootschalige videodistributie is onder de hoede van de AMS-IX in Nederland een project gestart tussen internetproviders, omroepen en streamingvideo-experts, onder meer XS4ALL, Surfnet, NPO, RTL en Jet Stream. Deze werkgroep werkt aan het vergroten van de videodistributiecapaciteit op het internet in Nederland, waarbij de kwaliteit van dienstverlening wordt verhoogd, de kosten worden verlaagd en de netwerken en de onderlinge verbindingen juist ontlast. Door slimme logistieke distributietechniek wordt netneutraliteit op een positieve manier gerealiseerd, immers andere diensten hebben ook voordeel bij de vrijgekomen capaciteit op de verbindingen.
[bewerken] Netneutraliteit: USA
Providers vinden dat ze onevenredig op kosten worden gejaagd door sommige dienstenaanbieders en gebruikers(groepen) en vinden dat ze hun netwerk en andere dienstenaanbieders en gebruikers(groepen) moeten kunnen blijven beschermen tegen wildgroei. Ook zijn er providers die vinden dat ze specifieke dienstverleners voorrang mogen geven, realtime- en bedrijfskritische diensten bijvoorbeeld. Weer andere providers vinden dat ze hier ook extra kosten aan dienstverleners voor mogen berekenen. Diverse dienstverleners vinden dat op zich een interessant idee, mits men gegarandeerde doorgifte, dus voorrang, verkrijgt.
In het meest ongunstige geval kan een toegangsprovider diensten plotseling frustreren of volledig blokkeren ten behoeve van eigen diensten, zonder dat de abonnee hier weet van heeft of de kans heeft om over te stappen. Daarom willen veel belangenorganisaties dat providers stoppen met het filteren van verkeer en dat de providers hun netwerken maar moeten schalen. De kosten hiervoor zal de accessprovider echter wel doorberekenen aan de eindgebruikers of de dienstverleners. Veel dienstverleners en consumenten zijn bang dat ze meer moeten gaan betalen.
[bewerken] Netneutraliteit Nederland
In Nederland wordt minder gepolariseerd gedacht over netneutraliteit. Providers, consumentenorganisaties, internetjuristen en dienstverleners kwamen tot deze stellingen tijdens een [1]bijeenkomst van het ECP van het Ministerie van Economische Zaken:
- - Providers moeten altijd in staat kunnen zijn hun netwerk te dimensioneren en het netwerk voor alle gebruikers bruikbaar te houden.
- - Daartoe mogen zij grootgebruikers en excessief wildgroeiende protocollen redelijkerwijs inperken.
- - Providers mogen dienstenaanbieders nooit blokkeren ten behoeve van eigen diensten.
- - Providers mogen specifieke diensten voorrang geven op voorwaarde dat dit niet ten koste gaat van andere diensten.
- - Providers mogen specifieke dienstverleners geen voorrang geven en niet benadelen.
- - Providers moeten dezelfde prijsstellingen voor externe dienstenaanbieders hanteren als men intern voor vergelijkbare diensten gebruikt.
Er gaan stemmen op om providers tot meer openheid te manen: communiceer de overboekingsfactoren, de trafficshapingregels en de fairusepolicy's duidelijk naar consumenten, zodat zij een eerlijke keuze kunnen maken. Providers kunnen hier ook voordeel van hebben: ze kunnen zich profileren als een optimale gamingprovider of als een optimale webtv-provider bijvoorbeeld.
[bewerken] Voorbeelden van zeer, minder en niet-kritische diensten
Er is redelijke consensus over welke diensten voorrang (zogeheten QoS, Quality of Service) zouden mogen genieten en welke met normale ('best effort') garantie kan worden doorgegeven. De definitie van kritische diensten en niet-kritische diensten kan per provider, per abonnee en per dienstenaanbieder nog verschillen. Van deze diensten kan worden aangenomen dat ze zeer, minder of niet-kritisch zijn.
Zeer kritische diensten zijn bijvoorbeeld:
- - Voice over IP (realtimeaudio- en -videocommunicatie moet ongestoord kunnen werken)
- - Gaming (realtime gaminginformatie moet ongestoord kunnen werken)
- - Streaming media (realtime live- en ondemand radio en televisie moet ongestoord kunnen werken)
- - Bedrijfsprocessen (ondanks dat bedrijfsprocessen op zakelijke verbindingen thuis horen moeten deze vaak realtimediensten ongehinderd kunnen werken, betaaldiensten bijvoorbeeld)
Kritische diensten zijn bijvoorbeeld:
- - E-mail (de snelheid is niet primair van belang, de onbelemmerde doorgifte en beschikbaarheid wel)
- - Surfen (de snelheid is niet primair van belang, de onbelemmerde doorgifte en beschikbaarheid wel)
- - Chat (de snelheid is niet primair van belang, de onbelemmerde doorgifte en beschikbaarheid wel)
Niet-kritische diensten zijn bijvoorbeeld:
- - Downloads (de snelheid en beschikbaarheid zijn primair een belang van de aanbieder zelf, de downloadduur is niet schadelijk voor de consumptie)
- - P2P-downloads (de snelheid en beschikbaarheid zijn primair een belang van de gebruikers zelf, de downloadduur is niet schadelijk voor de consumptie)
- - Usenetdownloads (de snelheid en beschikbaarheid zijn primair een belang van de gebruikers zelf, de downloadduur is niet schadelijk voor de consumptie)
[bewerken] Voorbeelden van netneutraliteitincidenten in Nederland
- - Het Net van KPN was bij de start een afgesloten platform: er was geen toegang tot het internet mogelijk, maar werd wel als internetprovider gepresenteerd.
- - Tiscali blokkeerde in 2005 de radiostreams van Radio538 omdat men vond dat hun hostingprovider misbruik maakte van de peeringovereenkomst: er werd eenzijdig dataverkeer afgeleverd, en niet wederzijds verwerkt.
- - Vodafone stelde in 2007 in de leveringsvoorwaarden van een aantrekkelijk 'sim-only'-mobielabonnement dat het data-abonnement niet gebruikt mag worden voor VoIP-diensten van derden, om inkomsten uit telefoontikken te garanderen en probeerde deze diensten actief te blokkeren.
- - iMode van KPN was bij de start een afgesloten platform: er was zeer beperkte toegang tot het internet mogelijk, ten behoeve van de eigen portal.
- - Vodafone Live van Vodafone was bij de start een afgesloten platform: er was zeer beperkte toegang tot het internet mogelijk, ten behoeve van de eigen portal.
- - UMTS-netwerken van vrijwel alle mobiele operators blokkeerden tot 2007 toegang tot internetvideodiensten, ten behoeve van de eigen videodiensten.
- - UMTS aanbieders filteren voor goedkopere pakketten het streaming verkeer, limiteren dit, of vragen hier een extra vergoeding voor.
- - Veel contenteigenaren laten exploitanten toegang tot content limiteren tot een aardrijkskundige grens omdat men hun licentiemodellen nog niet heeft aangepast aan de wereldwijdheid van het internet en proberen zo prijsverschillen en releasedata in de markt in stand te houden. Een voorbeeld is de Olympische Spelen die het publiceren van het NOS Journaal op internet hindert omdat er mogelijk beelden van de Spelen in voorkomen.

