Nooristan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nooristan
نورستان
Provincie in Afghanistan Vlag van Afghanistan
kaart van Nooristan
Situering
Hoofdstad Parun
Algemeen
Oppervlakte 9.225 km²
Inwoners (2004) 145.400
Overig
UTC +4:30
ISO 3166-2 AF-NUR
Detailkaart
Bestuurlijke indeling
Bestuurlijke indeling
Portaal  Portaalicoon   Azië

Nooristan of Nūristān[1] (ook wel gespeld als Nuristan of Nurestan) (Pasjtoe: 'نورستان) is één van de 34 provincies van Afghanistan.

Beschrijving[bewerken]

De provincie is in 2001 ontstaan uit de noordelijke delen van de provincies Laghmān en Kunar. Gelegen op de zuidelijke hellingen van het Hindoekoesj gebergte in het noordoosten van het land omvat Nūristān de beddingen van de Alingâr, Pech, Landai Sin, en Kunar rivieren. De hoofdstad is Parun. De provincie grenst in het noorden aan de provincie Badakhshān, in het westen aan de provincie Kāpīsā, in het zuiden aan de provincies Laghmān en Kunar. Ten oosten ligt de provincie Afghania.

Geschiedenis[bewerken]

Tot in het einde van de 19e eeuw was de regio bekend als Kafiristan. Het woord Kafir komt uit het Arabisch en betekent "waarheidsontkenner". Stan is een Iraans woord voor land of staat. De oorsprong van de naam ligt in het feit dat de bewoners, een etnisch losstaande groep van ongeveer 60.000 mensen destijds animistisch waren voordat zij door de Kunaren tot de islam werden bekeerd.

Toen de regio werd veroverd door Emir Abdoer Rahman Khan in 1895-1896 werd de naam Nooristan, dat Land van Licht betekent, wat volgens sommigen verwijst naar de "Verlichting van de Islam".

Ten tijde van de Sovjet-invasie en -overheersing (1979-1989) was Nūristān het toneel van de meest hevige guerrillagevechten.

Ook in de jaren daarna laaiden er regelmatig gevechten op tussen diverse Afghaanse facties in deze afgelegen en instabiele regio. In het voorjaar van 2011 hadden aan de Taliban gelieerde groepen strategische plaatsen in meerdere districten van Nooristan in hun macht.

Volk[bewerken]

Het volk wordt van de Nooristanen is een eigenstandige etnische groep die oorspronkelijk de eigen taal het Nooristani sprak. Er wordt aangenomen dat het volk de oorspronkelijke bewoners van de vlakten waren die rond het jaar 700 door de oprukkende Islamitische veroveraars in de bergen teruggedreven werden. Het volk stamt af van een oude Indo-Iraanse stam die de regio bevolkte. Inmiddels is de taal slechts dagelijks in gebruik bij een steeds kleiner wordend deel van de bevolking De voertaal is tegenwoordig Pasjtoe wat ook de officiële taal in Nūristān is.

Literatuur[bewerken]

  • George S. Robertson - The Kafirs of the Hindu Kush (Karachi, 1896). Geschreven vlak voor de onderwerping en bekering tot de Islam.
Bronnen, noten en/of referenties