Universiteit van Franeker

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De academia van Vrieslant

De Universiteit van Franeker of Academie van Friesland (Latijn: Academia Franekerensis) werd in 1585 opgericht door de Staten van Friesland (tot 1604 tevens het curatorium). De Friese stadhouder Willem Lodewijk was een groot voorstander van de oprichting, waartoe in 1584 besloten werd. Rombertus van Uylenburgh, de burgemeester van Leeuwarden, zou op 10 juli 1584, de dag van de aanslag in Delft op Willem van Oranje, hebben onderhandeld over de oprichting. Er zijn destijds vier redenen aangevoerd voor het oprichten van de universiteit: het was goedkoper dan studeren in Leiden; de ouders konden beter op het gedrag van hun kinderen letten; het was goed voor de ontwikkeling van de bevolking; het geld dat de studenten zouden uitgeven bleef binnen de provincie.

Geschiedenis[bewerken]

Dertig jaar lang was de Academie naast de Leidse de enige universiteit in de noordelijke Nederlanden. Deze was gevestigd in het voormalige Kruisherenklooster te Franeker. Na een veelbelovend begin met groeiende studentenaantallen - vooral de theologische faculteit groeide sterk uit - stond rond 1625 de hogeschool al bekend als de suypacademie (Uit het studentenleven van destijds is het café De Bogt fen Guné overgebleven). Rond 1660 begon het tij te keren, met een kleine opleving rond 1700. In 1774 moest een grote bezuinigingsoperatie worden doorgevoerd. In 1785, bij de viering van het tweehonderdjarig bestaan, liet stadhouder Willem V verstek gaan. In 1787 werd het de hoogleraren verboden om deel te nemen aan exercitiegenootschappen. Leden van het hooglerarenkorps raakten gefrustreerd of vertrokken. Het aantal studenten daalde onrustbarend: in 1795 waren er nog maar acht overgebleven.

De oprichting van een kraamkliniek kwam maar niet van de grond. Johannes Mulder vertrok uiteindelijk naar Groningen. In 1811, onder het bewind van Napoleon, werd de universiteit bij decreet opgeheven, tegelijk met de Universiteit van Harderwijk en de Utrechtse Universiteit. Anders dan Utrecht kregen Franeker en Harderwijk nadien hun universiteit niet meer terug. Als compensatie werd een Atheneum opgericht (1815-1843), maar die instelling was geen lang leven beschoren.

Af en toe vinden er in de stad academische promoties plaats: promovendi van de Rijksuniversiteit Groningen die promoveren op een onderwerp dat met Friesland te maken heeft of die een band met Friesland hebben, mogen hun proefschrift in de Franeker Martinikerk verdedigen.

Hoogleraren- en studentenaantallen[bewerken]

De Universiteit van Franeker kende vier faculteiten en had in totaal 170 hoogleraren. Volgens Jensma waren het er 198; waarin het verschil zit, is onduidelijk:

In de 226 jaar van haar bestaan hebben bijna 15.000 studenten ingeschreven gestaan. Een derde daarvan was afkomstig uit het buitenland, waaronder veel Polen en Hongaren, een kwart uit andere provincies van de republiek.[1] Van de Hongaren kwamen de meesten uit het landsdeel Transsylvanië dat ook een sterke protestantse gemeenschap kende. Er zijn 2072 studenten gepromoveerd in Franeker.

In het Museum Martena zijn veel portretten van de professoren tentoongesteld. Daar is ook de voormalige xylotheek (houtmonsterverzameling) te zien, opgebouwd door de Duitse plantkundige en bosbouwer Alexander Schlümbach.

Lijst van bekende studenten en hoogleraren[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. G.T. Jensma e.a. (red.), Universiteit te Franeker 1585-1811. Bijdragen tot de geschiedenis van de Friese Hogeschool, Leeuwarden 1985.

Bronnen[bewerken]

  • Encyclopedie van Friesland (1958)
  • Jensma, G. (2007) De universiteit te Frjentsjer, 1585-1843. In: de Moanne, nr 10, p. 9-11.

Externe links[bewerken]