Veldmuis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Veldmuis
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Feldmaus Microtus arvalis.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Rodentia (Knaagdieren)
Familie: Cricetidae (Woelmuisachtigen)
Geslacht: Microtus
Soort
Microtus arvalis
(Pallas, 1778)
Video-opname
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De veldmuis (Microtus arvalis) is in Europa een vrij algemeen voorkomende soort knaagdier. De wetenschappelijke naam betekent letterlijk: klein-oor (gelatiniseerd gemaakt Grieks: mikrōtos = mikr(o)- klein + ōtos, van ous, oor) uit het bouwland (Latijn: arvālis). Ze leven graag in gebieden waar grassen en granen te vinden zijn. Hij kan vaak staande op zijn achterpoten worden gezien. De veldmuis is géén “ware” muis, maar behoort tot de woelmuizen.

Beschrijving[bewerken]

Van een afstand zien veldmuizen er hetzelfde uit als ware muizen, maar als je de dieren beter bekijkt zie je de verschillen. Hun staart is veel korter en behaard, de ogen en oren zijn kleiner, hun snuit is stomper en hun vacht is ruiger.

De korte staart is iets donkerder aan de bovenzijde dan aan de onderzijde. De binnenzijde van de oren zijn onbehaard. Hij heeft een kortere, lichtere vacht dan de verwante aardmuis. De veldmuis wordt 85 tot 120 millimeter lang en 14 tot 40 gram zwaar. De staart is 25 tot 50 millimeter lang.

Op de Orkney-eilanden leeft een ondersoort, die groter en donkerder wordt dan de veldmuizen van het vasteland. Deze ondersoort kan wel 100 gram zwaar worden.

Leefgebied[bewerken]

Deze dieren leven graag in open gebieden met grassen en/of granen, zoals graanakkers, wegbermen, dijken, spoorwegtaluds, slootkanten, graslanden en klavervelden. Ze leven het liefst in drogere streken met kort gras. Ze ontbreken in drassige streken en in gebieden met al te hoog gras.

Het spreidingsgebied is zeer ruim, van West-Europa tot Centraal-Azië. De zuidgrens loopt door Noord-Spanje, over de Alpen, de Balkan (met uitzondering van de westkust) en de Kaukasus. De noordgrens loopt door Nederland en Denemarken, de Baltische staten en Zuid-Finland. Ze ontbreken op de Britse Eilanden (met uitzondering van de Kanaaleilanden).

Gedrag[bewerken]

De veldmuis is een planteneter. Hij eet voornamelijk grassen, kruiden (voornamelijk russen), granen en zaden, mogelijk aangevuld met insecten en slakken. Ze zijn 's nachts en in de schemering actief. Activiteitsperioden worden afgewisseld met rustpauzes, die beide drie uur duren.

Hij woont meestal in een nest, dat op een diepte van ongeveer 50 cm kan liggen in een zelfgegraven gangenstelsel. Het nest is gemaakt van hooi, gras en plantenstengels. Soms ligt het nest ook bovengronds. Vanuit het nest lopen lange gangen met meerdere uitgangen naar de oppervlakte, sommige gangen wel zes meter lang. Ook zijn er één of meerdere kamers in het gangenstelsel te vinden, waarin voedsel wordt opgeslagen. Pas aangelegde gangen van de veldmuis herken je aan de hoopjes verse, losse aarde voor de ingangen.

Veldmuizen leven gewoonlijk alleen in hun hol en hebben ook territoria die tegen soortgenoten worden verdedigd. 's Winters is er meer overlap in de woongebieden en zijn de dieren minder territoriaal. Wanneer het nodig is, kunnen ze op een klein plekje in kolonieverband leven. Mannetjes en vrouwtjes kunnen in monogaam paarverband samen leven en er 's zomers samen een territorium op na houden. In gevangenschap kunnen ze in groepjes worden gehouden, maar volwassen mannetjes kunnen elkaar niet verdragen. Nesten liggen meestal zo'n drie meter van elkaar af.

Voortplanting[bewerken]

De voortplantingsperiode is van het voorjaar tot de herfst, de exacte voortplantingsperiode verschilt per gebied. Een vrouwtje kan twee tot vier worpen per jaar krijgen. Na een draagtijd van 19 tot 21 dagen werpt het wijfje gemiddeld 5 à 6 jongen (maar kan variëren tussen de twee en de twaalf). De jongen worden naakt, roze en blind geboren. Na 7 tot 11 dagen gaan de ogen open. Ze worden twintig dagen lang gezoogd. Vrouwtjes met jongen tolereren andere vrouwtjes in hun hol. Na ongeveer dertig dagen zijn de jongen geslachtsrijp. Sommige vrouwtjes zijn echter al na elf tot dertien dagen geslachtsrijp.

Vijanden[bewerken]

De dieren hebben een redelijk korte levensverwachting van ongeveer 4 tot 24 maanden en de veldmuis kent vele vijanden. Vrijwel alle vleeseters jagen ook op de veldmuis. Denk hierbij aan hermelijnen, wezels, vossen, roofvogels, mollen, meeuwen, kraaien en reigers, maar ook katten behoren tot de vijanden. Uiteraard hoort de mens ook bij de vijand van de veldmuis. Door bebouwing, verkeer en het maaien van gras overleven deze muizen vaak niet.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties