Vlinderbloemenfamilie
| Vlinderbloemenfamilie | |||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stamboon, een vlinderbloemige | |||||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||
|
|||||||||||||||
| familie | |||||||||||||||
| Fabaceae Lindl. (1836) |
|||||||||||||||
| een Lathyrus | |||||||||||||||
| 1 = vlag; 2 = zwaarden; 3 = kiel | |||||||||||||||
| stikstofwortelknolletjes op tuinboon | |||||||||||||||
|
|||||||||||||||
De vlinderbloemenfamilie (Leguminosae of Fabaceae: beide wetenschappelijke namen zijn toegestaan) is, met ongeveer twintigduizend soorten, een van de grootste families van bloeiende planten. De familie komt over bijna de hele wereld voor. Enkele grote geslachten zijn Astragalus, Acacia en Mimosa.
De familie is van groot economisch belang omdat de peulvruchten ertoe behoren, eiwitrijke landbouwgewassen zoals bonen, erwten, tuinbonen, pinda's, en sojabonen, die belangrijk zijn voor onze voedselvoorziening.
Inhoud |
Wetenschappelijke naam[bewerken]
De vanouds gebruikte wetenschappelijke naam is Leguminosae (de peulachtigen). Deze naam is niet gebaseerd op het type van de familie, het geslacht Faba Mill. (= Vicia L.). De naam die dat wel is, is Fabaceae. Deze familie is één van de negen waarvoor de International Code of Nomenclature for algae, fungi, and plants (ICN) in Art. 18.5 een uitzondering maakt op de regel dat een familienaam gebaseerd moet zijn op de naam van het type. Volgens de Code is Leguminosae een geldig gepubliceerde naam, die naast Fabaceae gebruikt mag worden.
De familie Leguminosae wordt veelal onderverdeeld in drie onderfamilies (Caesalpinioideae, Mimosoideae en Papilionoideae), die van tijd tot tijd (bijvoorbeeld in het Cronquistsysteem) ook wel beschouwd worden als families (Caesalpiniaceae, Mimosaceae en Papilionaceae). De Papilionaceae en Papilionoideae mogen ook Fabaceae en Faboideae genoemd worden. Het gevolg is dat de naam Fabaceae gebruikt mag worden voor twee groepen van aanmerkelijk verschillende grootte. Bij de naam Fabaceae is het dus altijd nodig na te gaan in welk van beide betekenissen ze gebruikt wordt. De naam Leguminosae is eenduidig en heeft altijd betrekking op de grote groep.[1]
Bloembouw[bewerken]
De bloem bestaat uit een kelk van 5 vrijstaande blaadjes en een kroon van vijf blaadjes, waarvan er twee volledig, en de andere alleen aan de voet met elkaar vergroeid zijn. Bij de bloemkroon worden drie delen onderscheiden: de vlag (1 kroonblad), twee zwaarden (2 kroonbladen) en een kiel (2 vergroeide kroonbladen). Er zijn meestal tien, soms vijf meeldraden aanwezig, en één stamper.
Vrucht[bewerken]
De vruchten worden peulen genoemd en komen in allerlei vormen voor. De gewone vorm vindt men bij de erwt en boon. Andere vormen zijn lidpeulen, gekromde, gedraaide of gewonden peulen of peultjes met haken eraan. Lidpeulen zijn in hokjes verdeelde peulen.
Blad[bewerken]
Het blad is meestal samengesteld en vaak zijn er steunblaadjes aanwezig. De bladeren kunnen veelal 's nachts de zogenaamde slaaphouding aannemen.
Stikstofbinding[bewerken]
De meeste soorten vlinderbloemigen leven in mutualistische symbiose met stikstofbindende bacteriën (Rhizobium sp.). Deze bacteriën kunnen stikstof uit de lucht binden, dat de plant vervolgens voor de groei kan gebruiken. De plant maakt door fotosynthese in de bladeren suikers aan, waarvan de bacterie leeft.
Leden[bewerken]
De volgende in Nederland voorkomende soorten hebben een eigen artikel in de Nederlandse Wikipedia:
- Wondklaver (Anthyllis vulneraria)
- Bergerwt (Astragalus cicer)
- Hokjespeul (Astragalus glycyphyllos)
- Gewone brem (Cytisus scoparius)
- Kruipbrem (Genista pilosa)
- Stekelbrem (Genista anglica)
- Paardenhoefklaver (Hippocrepis comosa)
- Goudenregen (Laburnum anagyroides)
- Naakte lathyrus (Lathyrus aphaca)
- Zeelathyrus (Lathyrus japonicus)
- Zwarte lathyrus (Lathyrus niger)
- Graslathyrus (Lathyrus nissolia)
- Knollathyrus (Lathyrus linifolius)
- Veldlathyrus (Lathyrus pratensis)
- Aardaker (Lathyrus tuberosus)
- Asperge-erwt (Lotus edulis)
- Gewone rolklaver (Lotus corniculatus)
- Smalle rolklaver (Lotus glaber)
- Moerasrolklaver (Lotus pedunculatus)
- Blauwe lupine (Lupinus angustifolius)
- Gele lupine (Lupinus luteus)
- Gevlekte rupsklaver (Medicago arabica)
- Kleine rupsklaver (Medicago minima)
- Luzerne (Medicago sativa)
- Hopklaver (Medicago lupulina)
- Citroengele honingklaver (Melilotus officinalis)
- Witte honingklaver (Melilotus albus)
- Klein vogelpootje (Ornithopus perpusillus)
- Bezemstruik (Spartium junceum)
- Kattendoorn (Ononis repens subsp. spinosa)
- Kruipend stalkruid (Ononis repens)
- Robinia (Robinia pseudoacacia)
- Hauwklaver (Tetragonolobus maritimus)
- Akkerklaver (Trifolium aureum)
- Liggende klaver (Trifolium campestre)
- Kleine klaver (Trifolium dubium)
- Aardbeiklaver (Trifolium fragiferum)
- Basterdklaver (Trifolium hybridum)
- Inkarnaatklaver (Trifolium incarnatum)
- Bochtige klaver (Trifolium medium)
- Ruwe klaver (Trifolium scabrum)
- Gestreepte klaver (Trifolium striatum)
- Onderaardse klaver (Trifolium subterraneum)
- Rode klaver (Trifolium pratense)
- Witte klaver (Trifolium repens)
- Perzische klaver (Trifolium resupinatum)
- Gaspeldoorn (Ulex europaeus)
- Vogelwikke (Vicia cracca)
- Tuinboon (Vicia faba)
- Ringelwikke (Vicia hirsuta)
- Gele wikke (Vicia lutea)
- Heidewikke (Vicia orobus)
- Voederwikke (Vicia sativa)
- Heggenwikke (Vicia sepium)
- Stijve wikke (Vicia tenuifolia)
- Vierzadige wikke (Vicia tetrasperma subsp. tetrasperma)
- Overige soorten die behandeld worden zijn
- Pinda (Arachis hypogaea)
- Rooibos (Aspalathus linearis)
- Dividivi (Caesalpinia coriaria)
- Pauwenbloem (Caesalpinia pulcherima)
- Indische goudenregen (Cassia fistula)
- Johannesbroodboom (Ceratonia siliqua)
- Judasboom (Cercis siliquastrum)
- Kikkererwt (Cicer arietinum)
- Namnam (Cynometra cauliflora)
- Flamboyant (Delonix regia)
- Valse Christusdoorn (Gleditsia triacanthos)
- Sojaboon (Glycine max)
- Kruidje-roer-mij-niet (Mimosa pudica)
- Esparcette (Onobrychis viciifolia)
- Yamboon (Pachyrhizus erosus)
- Pronkboon (Phaseolus coccineus)
- Sperzieboon (Phaseolus vulgaris)
- Erwt (Pisum sativum)
- Kapucijner (Pisum sativum)
- Kudzu (Pueraria lobata)
- Bont kroonkruid (Securigera varia)
- Bezemstruik (Spartium junceum)
- Honingboom (Styphnolobium japonica)
- Enige geslachten
- Abrus, Acacia, Anthyllis, Arachis, Argyrolobium, Aspalathus, Astragalus (Hokjespeul), Bauhinia, Caesalpinia, Calliandra, Cassia, Ceratonia, Cercis, Chamaechrista, Cicer, Clianthus, Colutea (Blazenstruik), Crotalaria, Cynometra, Cytisus, Dalbergia, Delonix, Derris, Desmodium, Erythrina (Koraalboom), Gastrolobium, Genista (Heidebrem), Gleditsia, Glycine, Hippocrepis, Indigofera, Inga, Laburnum, Lathyrus, Lens, Lotus (Rolklaver), Lupinus (Lupine), Medicago (Rupsklaver), Melilotus (Honingklaver), Mimosa, Mirbelia, Myroxylon, Newtonia, Onobrychis, Ononis (Stalkruid), Ormosia, Ornithopus (Vogelpootje), Oxytropis, Pachyrhizus, Parkinsonia, Phaseolus (Boon), Pisum (Erwt), Pithecellobium, Prosopis, Pueraria, Pultenaea, Robinia, Sesbania, Sophora, Spartium, Senna, Styphnolobium, Swainsona, Swartzia, Trifolium (Klaver), Trigonella (Hoornklaver), Ulex, Vicia (Wikke), Vigna, Wisteria (Blauweregen)
Externe links[bewerken]
- Leguminosae - in L. Watson and M.J. Dallwitz (1992 onwards). The families of flowering plants: descriptions, illustrations, identification, and information retrieval. http://delta-intkey.com
- Fabaceae - in P.F. Stevens, Angiosperm Phylogeny Website. - Version 9, June 2008 [and more or less continuously updated since].
- Fabaceae in de Flora of Missouri
- Fabaceae in de Flora of Chile
- Fabaceae in de Trees and shrubs of the Andes of Ecuador
- Fabaceae in de Conspectus of the Vascular Plants of Madagascar
- Fabaceae in de NCBI Taxonomy Browser
- Familietyperingen - UvA - IBED
Noten[bewerken]
- ↑ Een situatie die in de botanische nomenclatuur overigens heel gebruikelijk is: aan de lopende band worden grote families en grote geslachten gesplitst of kleine families of geslachten samengevoegd, waarbij er altijd een groep is die de naam draagt die op het type gebaseerd is en dus in bredere of in engere zin kan worden opgevat. Ook bij bijvoorbeeld de geslachtsnaam Magnolia is het vrijwel altijd nodig om na te gaan of de naam sensu lato of sensu stricto opgevat moet worden. Specialisten op het gebied van zo'n familie weten doorgaans ook heel goed welke auteurs welke opvatting aanhangen en raken zo zelden in verwarring.
| Wikispecies heeft een pagina over Fabaceae. |
| Zie de categorie Fabaceae van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |