Beleg van Maastricht (1748)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Beleg van Maastricht (1748)
Onderdeel van Oostenrijkse Successieoorlog
Siège de Maestricht, 1748, BNF - cropped.jpg
Datum 11 april 1748 - 7 mei 1748
Locatie Maastricht
Resultaat Franse Overwinning
Strijdende partijen
Pavillon royal de France.svg Frankrijk Flag of the Habsburg Monarchy.svg Oostenrijk
Prinsenvlag.svg Nederlandse Republiek
Commandanten en leiders
Maurits van Saksen
Ulrich van Löwendal
Willem VIII van Hessen-Kassel (gouverneur; afwezig)
Hobbe Esaias van Aylva (commandant)
Troepensterkte
60.000 man? ca 10.000 man[1]
Verliezen
 ? ca 760[1]

Het beleg van Maastricht van 1748 vond plaats tijdens de eindfase van de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-'48) in de periode van april-mei 1748 en eindigde op 7 mei van dat jaar met de capitulatie van Maastricht.

Voorgeschiedenis[bewerken]

Slag bij Lafelt, 2 juli 1747

Op 1 november 1740, in het jaar waarin de Oostenrijkse Successieoorlog uitbrak, werd Hobbe Esaias van Aylva benoemd tot commandant van de vesting Maastricht. Gouverneur van Maastricht was op dat moment Willem VIII van Hessen-Kassel, maar deze was meestal afwezig omdat hij tevens generaal was van de cavalerie in het Staatse leger. In feite was Aylva bevelhebber van het Maastrichtse garnizoen tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog. Maastricht bleek aan het einde van deze oorlog een belangrijk steunpunt van de geallieerde troepen (tegen Frankrijk) onder leiding van de Britse hertog van Cumberland. In 1746 waren in en rondom de stad, naast het vaste Staatse garnizoen, troepen gelegerd uit Oostenrijk, Beieren, Saksen, Gotha, Hannover, Hessen, Hongarije en Engeland. In de loop van 1746 rukten ook de Franse troepen, aangevoerd door maarschalk Maurits van Saksen, op tot Kanne en bezetten daarop het kasteel Caestert op de Sint-Pietersberg.

Na een lange periode van afwachten en voorbereidingen, barstte op 2 juli 1747 de strijd los in de Slag bij Lafelt, even ten westen van Maastricht. In één dag kwamen naar schatting 5 tot 15.000 soldaten om het leven. Na de slag bleef een groot deel van de diverse legereenheden in de omgeving van Maastricht ingekwartierd, waardoor een Franse aanval op Maastricht noodgedwongen moest worden uitgesteld.

Het beleg[bewerken]

In april 1748 wist bevelhebber Maurits van Saksen, die na de Slag bij Lafelt zijn intrek had genomen in de abdij van Hocht, de geallieerden door een schijnmanoeuvre op het verkeerde been te zetten, waardoor een belangrijk contingent naar Breda vertrok en de weg werd vrijgemaakt voor de belegering van Maastricht.

Aanval op het noordelijk stadsdeel, april 1748

De stad werd op 11 april 1748 door de Fransen ingesloten. Door de hoge stand van de Maas was commandant Hobbe van Aylva in staat het Wyckerveld onder water te zetten, waardoor de Fransen daar uit hun loopgraven werden gedreven. In de nacht van 15 op 16 april begon men nabij de Boschpoort loopgraven aan te leggen en op 21 april openden de Fransen daar het vuur. De hoofdaanval was geconcentreerd op de noordwestelijke wal. Toch duurde het nog tot het eind van de maand voordat de Fransen hun eerste kleine succes boekten: de verovering van de twee flêches vóór de buitenwerken La Reine en Le Roy. De moraal van het Maastrichtse garnizoen, bestaande uit 10.000 man Staatse en Oostenrijkse troepen, was hoog en Van Aylva verdedigde de stad met felle uitvallen. Op 3 mei kwam uit het nabije Aken het bericht dat aldaar een vredesakkoord was bereikt (Vrede van Aken, 1748). Twee dagen later benoemde stadhouder Willem IV van Oranje-Nassau commandant Aylva tot gouverneur van Maastricht, waarschijnlijk een beloning voor diens dappere verdediging.

Hoewel de gevechtshandelingen waren gestaakt en de uitkomst van het beleg nog geenszins duidelijk was, volgde op 7 mei de officiële capitulatie van de belegerde stad. Op 10 mei om 4 uur 's ochtends vertrok het Staats-Oostenrijkse garnizoen, met behoud van eer, via de Brusselsepoort naar Den Bosch. Het garnizoen mocht van de Fransen zelfs twee kanonnen meevoeren, die later door de Staten-Generaal aan Aylva werden geschonken. Tegelijkertijd trokken twee Franse regimenten (Löwendal en Normandie) via de Duitse Poort in Wyck de stad binnen.[2] De twee Franse opperbevelhebbers Maurits van Saksen en Ulrich van Löwendal woonden later die dag een Te deum bij in de Sint-Servaaskerk.

Gevolgen van het beleg[bewerken]

Maquette van Maastricht, vervaardigd na de val van Maastricht, 1748-'52

Over het aantal Franse slachtoffers bij het Beleg van 1748 is niets bekend. Van het Maastrichtse garnizoen sneuvelden 218 mannen, meer dan vijfhonderd overleden in het hospitaal aan verwondingen of door ziekten.[1] In de stad, met name in het noordelijk stadsdeel, was veel materiële schade. Zo werd de Nieuwen Biesen, de commanderij van de Duitse ridders, voor een deel verwoest.

Maastricht werd na de overgave slechts heel even een Franse stad, veel korter dan in 1673-'78 en van 1794-1814. De Franse maarschalk Ulrich van Löwendal werd benoemd tot gouverneur der vesting, een functie die hij slechts tot oktober van dat jaar zou uitoefenen, toen in Aken het verdrag werd ondertekend. Van oktober 1748 tot begin februari 1749 was de graaf De Courten plaatsvervangend gouverneur om de aftocht van de Franse troepen in goede banen te leiden. Op 26 maart 1749 keerde Aylva met zijn garnizoen terug naar Maastricht.

Tijdens de kortdurende Franse bezetting liet ingenieur Larcher d'Aubencourt de gehele stad opmeten. De opmetingsgegevens werden later in Parijs verwerkt tot een maquette van de vermaarde vestingstad, de Maquette van Maastricht. Het origineel bevond zich tot 1991 in het Musée des Plans-Reliefs in het Hôtel des Invalides, waarna de maquettes van de Noord-Franse en Zuid-Nederlandse steden, waaronder Maastricht, verhuisden naar het Museum voor Schone Kunsten in Rijsel. De maquette die in het Maastrichtse Centre Céramique is te zien, is een kopie uit 1974-'82.

De Fransen hebben tijdens hun kortstondig verblijf in Maastricht tevens invloed gehad op het theaterleven in de stad. Tijdens de bezetting werd de oude Jekermanege door de Franse militairen ingericht als schouwburg voor Franstalig toneel. Na hun vertrek zou het gebouw die functie enkele tientallen jaren behouden, tot in 1789 de Bonbonnière in gebruik werd genomen.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Morreau, L.J., Bolwerk der Nederlanden. Assen, 1979
  • Ubachs, P.J.H., en I.M.H. Evers, Historische Encyclopedie Maastricht. Zutphen, 2005
  1. a b c Ubachs/Evers, pp.62-63.
  2. Morreau, p.77.