Economie van de Volksrepubliek China

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Economie van China[1]
Munteenheid Yuan (CNY)
Handelsorganisaties WTO, APEC, G-20
Statistieken
BBP Rang (2014) 2e in nominaal volume; 82e in nominaal volume per hoofd.
Bruto Binnenlands Product (2014) $10.355,350 miljard
Economische groei (BBP) (2013) 9.5%
BBP per hoofd (2014) $8.211
BBP per sector (2014) landbouw (9,2%), industrie (42,6%), diensten (48,2%)
Inflatiepercentage (2014) 2,0%
Beroepsbevolking (2012) 787,6 miljoen
Werkloosheidspercentage (2014) 4,1%
Belangrijke industrieën Mijnbouw, ijzer, staal, aluminium en andere metalen, kolen, aardolie; machinebouw; wapens; textiel; cement; chemicaliën; meststoffen; consumentenproducten; telecommunicatie; voertuigen, locomotieven, schepen en vliegtuigen; ruimtevaart.
Handelspartners
Uitvoer (2014) $2340 mld
Belangrijkste partners (2013) VS 18,1%, Hong Kong 17,4%, Japan 6,8%, Zuid Korea 4,1%
Invoer (2014) $1960 mld
Belangrijkste partners (2013) Zuid Korea 9,4%, Japan 8,3%, Taiwan 8,0%, VS 7,8%, Australië 5,0%, Duitsland 4,8%
Openbare financiën
Staatsschuld (% van BBP, 2013) 22,15%

De Volksrepubliek China is sinds 2010 de een na grootste economie ter wereld na de Verenigde Staten.

Gedurende de afgelopen dertig jaar[bron?] was China de snelstgroeiende grote economie ter wereld met jaarlijkse groeipercentages van rond de 10 %. China is de grootste exporteur en de een na grootste importeur ter wereld.[bron?]

1949-1978[bewerken]

In de eerste helft van de 20e eeuw had China al lichte industrie in de kuststeden onder westerse invloed en zware industrie in Mantsjoerije onder Japanse invloed.[2] Het was een bescheiden onderdeel in een voornamelijk agrarische economie. De Chinees-Japanse oorlog (1937-1945), de Russische ontmanteling van de Mantsjoerijse industrie in 1945, de burgeroorlog tussen nationalisten en communisten (1948-1949) en tot slot de hyperinflatie in diezelfde periode hadden de industriële productie sterk gereduceerd. [2]

De communistitische partij nam na deze ontwikkelingen krachtige maatregelen. De inflatie werd beteugeld, communicatie- en transportlijnen gerepareerd en in 1953 werden al weer de voorloorlogse productieniveau’s bereikt. Dit proces ging gepaard met een socialisering van de economie, landhervormingen en collectivering op het platteland, het bankwezen, de mijnbouw en veel industrie werden genationaliseerd.[2] China ontving hierbij veel financiële en technische steun vanuit de Sovjet-Unie. Het eerste vijfjarenplan (1953-1957) was geheel naar Stalinistisch voorbeeld gemodelleerd. Het spaaroverschot werd afgeroomd en geinvesteerd in vooral zware industrie, de lichte industrie en landbouw werden niet vergeten maar kregen duidelijk minder geld.[2]

Omstreeks 1957 kwam het tot een breuk met het Sovjet model, de partij vond het niet bij de Chinese werkelijkheid passen. Er was teveel aandacht voor de stedelijke industriële sector en dit ging ten koste van de zeer belangrijke landbouw. Met de Grote Sprong Voorwaarts werd het model gewijzigd, een versnelling van de collectivisering van de landbouw, investeringen in kleine arbeidsindustrie industrie op het platteland en de grote mobilisatie van arbeidskrachten voor infrastructurele werken.[2] In 1960 verbrak opeens de Sovjet-Unie zijn contracten voor technische hulp. Russische technici verdwenen met bouwtekeningen waardoor allerlei projecten halfafgemaakt achterbleven en bestaande fabrieken minder produceerden door het vertrek van managers.[2]

In antwoord op deze situatie richtte de Chinese leiders zich weer op de landbouw. De industriële productie van landbouwwerktuigen, kunstmest en irrigatiepompen kreeg veel aandacht.[2] De landbouwproductie verbeterde en de industrie kon zich langzaam maar zeker herstellen. De buitenlandse handel verschoof van de Sovjet-Unie en andere communistische landen naar de kapitalistische westerse wereld. Er werd genoeg geld verdiend om de schulden aan de Sovjet-Unie af te lossen en zelfs bescheiden ontwikkelingshulp te verstrekken.[2] De Culturele Revolutie (1966-1976) had een ingrijpend effect op de Chinese samenleving.

Energie[bewerken]

Olie en gas[bewerken]

In 2014 beschikte China over oliereserves van 18,5 miljard vaten, dit is 1,1% van het wereldtotaal.[3] In 2014 werd per dag 4,2 miljoen vaten olie per dag geproduceerd.[3] In 2004 lag dit nog op 3,5 miljoen vaten en in het afgelopen decennium is de productie gestaag toegenomen. In het land zijn drie grote oliemaatschappijen actief. PetroChina en Sinopec zijn actief op het land terwijl CNOOC op zee actief is met het zoeken en produceren van olie en gas. PetroChina produceerde in 2014 zo'n 2,5 miljoen vaten olie per dag en CNOOC ongeveer 1,1 miljoen. Veel olie moet geïmporteerd worden want het olieverbruik lag op ruim 11 miljoen vaten per dag in 2014.[3]

Met 1,8% van de globale aardgasreserves binnen de landsgrenzen is China relatief beter af in vergelijking tot de aardolie. De reserves werden in 2014 geschat op 3500 miljard m3.[3] De productie is de afgelopen 10 jaar ruimschoots verdrievoudigd van 43 miljard m3 naar 135 miljard m3 in 2014.[3]

Elektriciteit[bewerken]

In 2012 kwam van China's energiegebruik 68% uit steen- en bruinkool, 16% uit olie en 4% uit aardgas. Biomassa en afval leverden 7,5%, waterkracht 2,6%, wind en zon 0,9% en uraan ook 0,9%.[4] Totaal 121.000 PJ = 33.600 TWh.

China importeerde 16% van de fossiele brandstof en werd de grootste kolenimporteur en op een (de VS) na grootste olie-importeur van de wereld. Er worden meer dan genoeg kolen gedolven, maar transport uit afgelegen mijnen maakt deze kolen duurder dan geïmporteerde kolen.[bron?]Elektriciteit werd voor 78% opgewekt in thermische centrales die vooral steenkool gebruiken, 17% met waterkrachtcentrales, 2% in kerncentrales, 2 % met windturbines en 1% met biomassa en afval.[5] Totaal 5.000 TWh.

China is 's werelds grootste producent van energie en elektriciteit, maar ook van broeikasgas. Voor een beter klimaat investeert het land enorm in duurzame energie, bijv. de Drieklovendam. Waterkracht kan potentieel en economisch nog tweemaal zoveel elektriciteit opwekken.[bron?] Na aarzeling in 2011 (kernramp van Fukushima) bouwt China weer kerncentrales.

Windenergie heeft een enorm potentieel, grote windparken zijn in aanbouw zoals in Gansu[6] maar aansluiting op het net is niet efficiënt.[7][bron?]

Van alle zonneboilers in de wereld staat 67% in China. Alleen Duitsland heeft meer zonnepanelen.[8] China is de grootste producent van zonnepanelen en exporteert die grotendeels.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. CIA-factbook https://www.cia.gov/library/publications/the-world-factbook/geos/ch.html
  2. a b c d e f g h China nu: Balans van de Culturele Revolutie, redactie: E. Zücker e.a., uitgeverij: De Arbeidspers, Amsterdam (1973). Hoofdstuk: De Chinese economie: feiten en achtergronden, p.171-206
  3. a b c d e (en) BP Statistical Review of World Energy, juni 2015, geraadpleegd op 1 augustus 2015
  4. (en) IAE China: Balances 2012, geraadpleegd op 14 juli 2015
  5. (en) IEA China: Electricity and Heat, 2012, geraadpleegd op 13 juli 2015
  6. (en) Windpower China's Jiuquan wind farm speeds up construction, 19 juli 2010
  7. The east is grey The Economist August 10 2013
  8. Zonne-energie in China
Geplaatst op:
09-10-2011
Dit artikel is een beginnetje over economie. U wordt uitgenodigd op bewerken te klikken om uw kennis aan dit artikel toe te voegen. Bewerken