Nashvilleverklaring

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Actuele gebeurtenis In dit artikel wordt een actuele gebeurtenis beschreven.
De informatie op deze pagina kan daardoor snel veranderen of inmiddels verouderd zijn.

De Nashvilleverklaring (Engels: Nashville Statement) is een document over het christelijk geloof, huwelijk en seksualiteit dat oorspronkelijk in 2017 in de Amerikaanse stad Nashville is opgesteld. Met deze verklaring wilden de ondertekenaars, meest afkomstig uit orthodox en conservatief protestantse of evangelicale kringen, een eenduidig conservatief christelijk geluid laten horen rond thema’s als homoseksualiteit, genderneutraliteit en transgenderisme. De ondertekenaars spreken zich uit tegen lgbt-seksualiteit, transseksualiteit, het homohuwelijk, polygamie, polyamorie, overspel en seksuele onreinheid. De verklaring wil hier normen en waarden ontleend aan de Bijbel ten aanzien van seksualiteit en het belang van huwelijkstrouw tegenover stellen.

De eerste ondertekenaars van de Amerikaanse versie waren 150 voornamelijk conservatieve leiders vanuit het evangelisch christendom. De verklaring werd vervolgens vertaald in het Duits, Spaans en Chinees.[1] In december 2018 werd de Nederlandstalige versie ter ondertekening voorgelegd aan een selecte groep Nederlandse predikanten. Een maand later werd de ondertekende verklaring openbaar gemaakt.

Zowel in de VS als in Nederland kreeg de verklaring vooral bijval uit conservatief christelijke hoek. Er was echter in deze kringen bij personen die de strekking van het document in principe konden onderschrijven, wel kritiek op het gebrek aan pastorale toon. Ook werd de vrees uitgesproken dat de verklaring de kloof tussen de lgbt-gemeenschap en de kerken zou vergroten. Vanuit de bredere samenleving en vanuit andere kerkgemeenschappen werd de verklaring bekritiseerd als transfoob en homofoob.

In Nederland betuigden veel personen en instellingen na de publicatie van de Nashvilleverklaring hun steun aan de lgbt-gemeenschap en spraken zij hun afkeuring uit over toon en inhoud van de verklaring. Vanuit conservatief-christelijke hoek werd naar aanleiding van de negatieve reacties aangevoerd dat het debat rond gender en homoseksualiteit verhard was tot een voor-tegendiscussie met te weinig ruimte voor nuance.

Inhoud[bewerken]

De verklaring bestaat uit veertien artikelen en een voorwoord. Ieder artikel bestaat uit een bevestiging en verwerping van bepaalde normen en waarden. Kern van de inhoud is dat het huwelijk door God is ingesteld als ‘levenslange verbondsrelatie tussen één man en één vrouw’. Daarnaast is het in strijd met de bedoelingen van God als mensen 'zichzelf bewust willen zien en positioneren als personen met een homoseksuele of transgenderidentiteit'.[2] Seks voor of buiten het huwelijk, homoseksuele relaties en transgenderisme worden afgewezen. De tekst suggereert dat homoseksuele gevoelens en gevoelens van genderdysforie overwonnen kunnen worden.

Verenigde Staten[bewerken]

De Nashvilleverklaring werd opgesteld door de Council on Biblical Manhood and Womanhood en werd in augustus 2017 gepresenteerd tijdens de jaarlijkse conferentie van de ethische commissie van de Southern Baptist Convention, het grootste protestantse kerkgenootschap (ongeveer 15 miljoen leden) in Nashville, Verenigde Staten. De oorspronkelijke ondertekenaars waren 150 voornamelijk conservatieve leiders vanuit het evangelisch christendom.

De verklaring is een vervolg op het Danvers Statement uit 1988 van dezelfde organisatie, een verklaring tegen het feminisme.[3] De Nashvilleverklaring kwam tot stand omdat volgens de opstellers binnen de samenleving de opvattingen over de verhouding tussen man en vrouw, en over wat het betekent om mens te zijn, sterk veranderd waren; er was een seculiere moraal ontstaan die losstaat van het christelijke geloof. De seculiere moraal rondom seksualiteit en genderidentiteit wordt door hen afgewezen. Tot de ondertekenaars behoren prominenten als John Piper, William Lane Craig, televisiedomiee James Dobson, John F. MacArthur en James Packer. In januari 2019 was de Amerikaanse Nashvilleverklaring ondertekend door ruim 22.000 voornamelijk evangelisch christelijken.[4]

Kritiek[bewerken]

De Nashvilleverklaring werd in de Verenigde Staten bekritiseerd door liberale én conservatieve christelijke groepen, en door lgtb-activisten. De kritiek vanuit conservatieve hoek verwees onder andere naar het feit dat de evangelische leiders een hypocriete indruk maakten door zich nu uit te spreken tegen het homohuwelijk, terwijl ze niet hadden geprotesteerd toen de Amerikaanse president Donald Trump in een interview over zijn 'zedeloze gedrag' vertelde. Daarnaast vond men dat de toonzetting van de verklaring ertoe zou kunnen leiden dat de kloof tussen de Amerikaanse lgbt-gemeenschap en de kerk alleen maar groter werd.[5]

Nederland[bewerken]

Ondertekenaar dominee P. den Ouden van de Triumfatorkerk in Katwijk aan Zee legt aan de hand van de verklaring aan het lokale Youtubekanaal Podkat uit hoe homoseksuelen rein zouden moeten leven

In Nederland namen dr. Piet de Vries, seminariumdocent van de Hersteld Hervormde Kerk, en evangelist Arjan Baan in 2018 het initiatief voor een Nederlandstalige versie. Zij wilden aansluiten bij de internationale beweging en een duidelijke positie innemen.

De Nederlandstalige versie werd vertaald door een werkgroep bestaande uit predikanten uit de reformatorische hoek: ds. J.M.J. Kieviet (Christelijke Gereformeerde Kerken), dr. Maarten Klaassen (Gereformeerde Bond in de PKN), ds. S.T. Lagendijk (Hersteld Hervormde Kerk), ds. M. van Reenen (Hersteld Hervormde Kerk), ds. C. Sonnevelt (Gereformeerde Gemeenten), dhr. L. van der Tang (Gereformeerde Gemeenten in Nederland) maar ook prominente evangelische voorgangers, onder wie Orlando Bottenbley.[1][6]

Er is bewust voor gekozen nauw aan te sluiten bij de Amerikaanse versie en geen eigen inzichten aan te brengen.[7] Aan de Nederlandstalige versie zijn een naschrift en schriftgedeelten toegevoegd. Het naschrift pleit voor pastorale zorg voor leden van de lgtb-gemeenschap, en belijdt schuld voor de manier waarop christenen met hen zijn omgegaan.[8][9]

Op 4 januari 2019 werd de tekst publiek gemaakt via een hiervoor opgezette website; in de weken daarvoor waren Nederlandse predikanten opgeroepen de verklaring te ondertekenen. De verklaring werd aanvankelijk met de lijst van ondertekenaars op de website getoond.[10] Op 6 januari werd de lijst verwijderd omdat volgens de organisatie enkele ondertekenaars zich hadden teruggetrokken en de lijst checken lastig was.[11]

Bijval[bewerken]

Parlementariër Kees van der Staaij (SGP) behoorde tot degenen wier naam onder de Nederlandstalige versie van de Nashvilleverklaring kwam te staan. Hij gaf later aan dat dit niet zijn intentie was geweest.

In Nederland kreeg de verklaring bijval, maar vooral kritiek. De bijval kwam vooral uit conservatief christelijke hoek, al kwam uit deze hoek ook kritiek.[12] De eerste groep ondertekenaars bestond uit ongeveer 250 vertegenwoordigers (vooral voorgangers) vanuit de Protestantse Kerk Nederland, Hersteld Hervormde Kerk, Christelijke Gereformeerde Kerken, Gereformeerde Gemeenten, de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland en evangelische gemeenten.[6] Tot deze eerste ondertekenaars, volgens het dagblad Trouw allen mannen, behoorden ook de SGP-politici Kees van der Staaij en Diederik van Dijk, alsmede de hoogleraren Wim van Vlastuin, Willem Jan op 't Hof en Marc de Vries.[13][14]

In het radioprogramma Dit is de dag en in de tv-talkshow Jinek gaf Van der Staaij echter aan dat hij geen handtekening had gezet. Hij zou alleen positief hebben gereageerd op het idee om de Amerikaanse versie in het Nederlands te vertalen. Dat zou door de initiatiefnemers als een handtekening zijn geïnterpreteerd. Het zou niet zijn intentie zijn geweest bekend te maken dat hij achter de verklaring stond en of er vanuit de politiek aan gekoppeld te worden. In een officiële verklaring op de website van de SGP stelde hij ook vooral het uitvoerige nawoord in de Nederlandse versie waardevol te vinden omdat daarin de grote verantwoordelijkheid werd benadrukt voor een zorgvuldige omgang met mensen.[15][16]

Pastorale kritiek[bewerken]

Twee christelijk-gereformeerde hoogleraren van de Theologische Universiteit Apeldoorn, Arnold Huijgen en Maarten Kater, gaven publiekelijk door middel van een verklaring in het Reformatorisch Dagblad aan de Nashvilleverklaring niet te ondertekenen. Zij maakten dit bekend 'met het oog op predikanten die niet weten wat zij met de verklaring moeten doen en hun gemeenteleden'.[17] Hun argumenten waren: zij misten een pastorale toon, verwierpen de gedachten over genezing van bijvoorbeeld homoseksualiteit, vreesden dat de verklaring tot controverses binnen de kerken kon leiden en wezen erop dat het makkelijker is op andermans potentiële zonden te wijzen dan op de eigen zonden.[8] De definitieve versie van de Nederlandstalige verklaring werd na publicatie van de verklaring van de twee hoogleraren voorzien van een pastoraal naschrift dat pleit voor pastorale zorg.[6]

Het feit dat deze hoogleraren de verklaring niet ondertekend hebben, betekende niet dat zij radicaal andere standpunten hebben over homoseksualiteit of genderneutraliteit. Zij benadrukten 'dat het van groot belang is om in onze tijd de waarde van het christelijk huwelijk als de exclusieve, levenslange verbintenis van één man en één vrouw hoog te houden. De genderideologie die alle biologische en andere verschillen tussen man en vrouw wil uitwissen, verdient stevige christelijke kritiek'.[17] Drs. P.J. Vergunst, algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland, verklaarde ongeveer hetzelfde: 'In dit complexe thema moet je goed met twee woorden spreken. Belangrijker, homoseksualiteit is geen thema, maar gaat over mensen die we in de kerk pastoraal nabij willen zijn in hun levensvragen en geloofsvragen waarbij de Bijbel leidend is.' Vergunst onderschrijft de intentie van de Nashvilleverklaring om een protest te laten horen tegen de genderideologie, maar besloot vanuit pastorale motieven niet te tekenen.[18]

Prominente orthodox-protestanten als theoloog des Vaderlands Stefan Paas en voorzitter van de EO-ledenraad Willem Smouter spraken zich uit tegen de Nashvilleverklaring. Paas noemde de verklaring publieke stoerdoenerij ten koste van kwetsbare mensen.[19][14] Paas stelt dat in de verklaring elk hermeneutisch besef ontbreekt en de opstellers daarmee theologisch tekort schieten.[20] Kritiek had ook PKN-secretaris René de Reuver, scriba van de generale synode, die de Nashvilleverklaring theologisch eenzijdig en gesloten, en pastoraal onverantwoord noemde.[21]

Inhoudelijke kritiek[bewerken]

Programmamaker Paul Haenen bekritiseert via zijn alter ego Dominee Gremdaat de Nashvilleverklaring bij De Wereld Draait Door (8 januari 2019).
Straatinterviews in Nijmegen door streekomroep RN7 over de Nashvilleverklaring

Vanuit de media, politiek en samenleving, alsmede van theologen aan de liberale zijde van de Protestantse Kerk Nederland, kwam de kritiek dat de verklaring transfoob en homofoob zou zijn. Sommigen noemden het een 'antihomomanifest'. Minister Van Engelshoven, die emancipatiezaken in haar portefeuille heeft, noemde de verklaring 'stappen terug in de tijd'.[22] Het COC noemde het een schadelijk en onbarmhartig document.[19] Gert-Jan Segers, partijleider van de ChristenUnie, schreef in een statement op Facebook: 'Ik heb de Nashville-verklaring niet ondertekend omdat ik bang ben dat het gesprek over geloof en homoseksualiteit niet is gediend met deze Verklaring. Ik zie ook niet hoe homo’s - binnen en buiten de kerk - met deze verklaring geholpen worden.'[23]

Als reactie op de Nashvilleverklaring stelden Boris van der Ham, als voorzitter van het Humanistisch Verbond en Joost Röselaers, predikant van de Remonstranten een Liefdesverklaring op die op het internet ondertekend kon worden.[24][25] In enkele weken hadden 52.000 mensen de verklaring ondertekend. Op 15 januari 2019 werd de verklaring door de Tweede Kamer in ontvangst genomen.[26]

Gemeente Wormerland hijst de regenboogvlag in een reactie op de Nashvilleverklaring

Als teken van solidariteit met de lgbt-gemeenschap hesen meerdere gemeenten in de dagen na de publicatie van de Nashvilleverklaring bij het stadhuis de regenboogvlag. Een aantal gemeenten koos er juist voor om dit niet te doen, omdat men zich bewust niet in het debat wilde mengen. De vlag hing ook bij een aantal universiteiten en kerken.[27]

De Vrije Universiteit Amsterdam hing een regenboogvlag bij het hoofdgebouw, hoewel vier personeelsleden, allen verbonden aan de faculteit Religie en Theologie, de verklaring hadden ondertekend.[28] Volgens VU-woordvoerder Wessel Agterhof had de VU helemaal niets met Nashville, maar 'is er ook zoiets als vrijheid van meningsuiting'.[29] Hoogleraar praktische theologie Ruard Ganzevoort van de Vrije Universiteit en bij het uit de kast komen uit zijn ambt gezet als predikant, is van mening dat de universiteit aan de slag moet met ‘Nashville’ en een veilige ruimte moet bieden aan alle genderidentiteiten.[30]

Als reactie op de verklaring vond op 9 januari 2019 op het Homomonument in Amsterdam een "Viering van Liefde" plaats. Deze werd door enkele honderden mensen bezocht, die onder meer door burgemeester Femke Halsema werden toegesproken.[31]

Aangifte[bewerken]

De ambassadeur van de Gay Pride, Francis van Broekhuizen, deed aangifte tegen een van de ondertekenaars, de parlementariër Kees van der Staaij.[28] Op 7 januari 2019 werd bekend dat het Openbaar Ministerie zou gaan beoordelen of er een strafrechtelijk onderzoek ingesteld moest worden naar de Nashvilleverklaring.[32] Vanuit de Verenigde Staten reageerde dr. Kevin DeYoung, predikant van de presbyteriaanse Christ Covenant Church in Matthews (North Carolina), en één van de adviseurs bij het opstellen van de Nashvilleverklaring, verbaasd over de commotie die in Nederland is ontstaan over de verklaring: „Dat er een aanklacht tegen een christelijk politicus wordt ingediend omdat zijn naam onder de verklaring staat, is wel schokkend. Zoiets zou in Amerika niet direct gebeuren. De vrijheid van meningsuiting en van godsdienst worden hier nog steeds als bijna onaantastbaar gezien.”[33]

Reflectie en verdere discussie[bewerken]

Vanuit conservatief-christelijke hoek werd naar aanleiding van de negatieve reacties op de Nashvilleverklaring herhaaldelijk aangegeven dat men van mening was dat het maatschappelijk debat rond gender en homoseksualiteit was verhard tot een voor-tegen discussie die weinig ruimte bood aan nuance.

Een van de initiatiefnemers van de Nederlandse versie van de Nashvilleverklaring, dr. Maarten Klaassen, predikant in de Protestantse Kerk Nederland, zei in reactie op de kritiek dat de verklaring niet bedoeld is als 'anti-homo', maar alleen wil opkomen voor het 'klassiek-christelijke standpunt over man en vrouw'. Hij stelde dat door 'de enorme invloed van de homo-lobby op de samenleving' het gesprek over homoseksualiteit binnen de kerk nu eenzijdig werd gevoerd.[34]

Pieter Moens, bestuursvoorzitter van VGS, de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs, verklaarde dat wat hem betreft de Nashvilleverklaring de 'heldere bijbelse lijn' verwoordde die zijn organisatie al jaren volgde en gaf aan vooral blij te zijn met het pastorale naschrift. Volgens Moens komt de inhoud van dit naschrift grotendeels overeen met de nota die zijn organisatie in 2008 gepubliceerd heeft. Toenmalig minister van Onderwijs Ronald Plasterk omschreef de inhoud van deze nota toen als liefdevol.[35][36] Moens' conclusie was dat het debat tien jaar later verscherpt was. Hij betreurde dat er geen ruimte meer leek te zijn voor nuance tussen 'het met alles eens zijn of homofobie'. Overigens vond Moens het door VGS gehanteerde standpunt dat niet de andersgeaarde mens wordt afgewezen maar diens seksuele handelen, minder in de Nashvilleverklaring terug.[18]

Op de dies natalis van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) enkele dagen na de publicatie van de Nashvilleverklaring, werd aandacht besteed aan de reacties op de tekst. Prof. dr. Heleen Zorgdrager, hoogleraar systematische theologie met bijzondere aandacht voor genderstudies, stelde in haar dieslezing dat posities ten aanzien van seksuele diversiteit emblemen waren geworden van een cultuurstrijd. De Nashvilleverklaring, die in haar woorden vanaf een Amerikaanse baptistenconferentie naar Nederland was 'overgeplant', maakte van geslachtelijk onderscheid zelfs een geloofsverklaring. Zij vond het spijtig dat de generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland geen theologische discussie was aangegaan rond de zegening van andere levensverbintenissen dan het huwelijk tussen een man en een vrouw. Zij vatte dat samen als 'we moeten maar niet aan theologie doen, want daar komt ruzie van'. [37]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]