Reservestof

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Reservestoffen in het zaad

van zaadplanten

    • zaadknop (ovulum)
      • 1-2 integumenten met micropyle
      • nucellus = macrosporangium
        • perisperm (2n
        • kiemzakmoedercel = embryozakmoedercel =
           macrosporemoedercel = macrosporocyt
           meiose
          • macrosporetetrade (1n, haploïde)
            • 3 macrosporen †
            • 1 functionele macrospore = kiemzakkern
              • macroprothallium (≈ "embryozak")
                • 3 antipoden,
                • 2 synergiden
                • eicel of eikern (ovum)
                  bevruchting ( ♂ gamete)
                  • zygote (2n, diploïde)
                    • embryo
                      • kiemdrager (suspensor)
                      • worteltje
                      • 2 zaadlobben (cotylen)
                      • spruit
                • 2 polaire celkernen
                  • secundaire embryozakkern (2n)
                    dubbele bevruchting ( ♂ gamete)
                    • secundair endosperm (3n, triploïde
          • primair endosperm (1n, haploïde
  • Verklaring:
    opslagplaats voor reservestoffen
    2 zaadlobben secundaire opslagplaats voor reservestoffen

    Reservestoffen bij planten zijn het zetmeel en eiwitten in bepaalde weefsels in de zaden van zaadplanten. De reservestoffen spelen een belangrijke rol bij de kieming, groei en ontwikkeling van het embryo en van de jonge plant. De reservestoffen worden geleverd door de ouderplant, en kunnen worden opgeslagen in het zaad.

    Voorkomen[bewerken]

    1rightarrow blue.svg Zie Perisperm en Endosperm voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

    De reservestoffen kunnen zijn zetmeel zoals bij graan, olie zoals bij koolzaad of eiwitten zoals bij peulvruchten (bijvoorbeeld erwt, linze en boon).

    De reservestoffen worden in zaden aangetroffen in weefsels van een verschillende oorsprong:

    • perisperm is een diploïde (2n) weefsel dat bestaat uit nucellusweefsel van de moederplant
    • endosperm
      • primair endosperm is een haploïde (1n) weefsel dat ontstaat uit weefsel van de moederplant na de reductiedeling ten tijde van de vorming van de kiemzak
      • secundair endosperm is een triploïde (3n) weefsel dat ontstaat bij de dubbele bevruchting van twee polaire kernen door een mannelijke kern uit de pollenbuis
    • zaad- of kiemlobben is een diploïde (2n) weefsel dat een deel is van het embryo en jonge plant, die bij verschillende soorten de reservestoffen kunnen worden opgeslagen
    Levensvorm, groeivorm:boom · chamaefyt · eenjarige plant · epifyt · fanerofyt · geofyt · groeivorm · hapaxant · helofyt · hemikryptofyt · houtige plant · hydrofyt · kruidachtig · levensduur · levensvorm · meerjarige plant · monocarpisch · overblijvend kruid · overblijvende plant · struik · teloomtheorie · therofyt · tweejarige plant · vaste plant · waterplant
    Wortel:bijwortel · centrale cilinder · diktegroei · endodermis · exodermis · luchtwortel · penwortel · pericambium · pericykel · rhizodermis · rizoïde ·secundaire diktegroei · centrale cilinder · topmeristeem · wortel · wortelhaar · wortelmutsje · zijwortel
    Stengel:bast · cambium · centrale cilinder · concaulescentie · diktegroei · knoop · lenticel · metatopie · stekel · stele · stengel · tak · topmeristeem · stam · uitloper · vertakking · wortelstok
    Blad:ader · blad · bladgroen · chloroplast · bladkussen · bladmoes · bladnerf · bladschede · bladschijf · bladstand · bladsteel · bladvoet · catafyl · cladoprofyllum · chlorenchym · fyllotaxis · hoofdnerf · kokertje · ligula · nerf · nervatuur · prefoliatie · ptyxis · steunblaadje · tongetje · tuitje · vernatie · zaadlob · zijnerf
    Bloemgameetspore:androecium · androfoor · androgynofoor · anthofoor · anthere · anthotaxis · bijkelk · bloemstengel · bloeiwijze · bloemgestel · bloem · bloembodem · bloembekleedsel · bloemdek · bloemdekblad · bloemkroon · bloemstengel · bractee · calyx · carpel · carpofoor · caulis · connectivum · corolla · discus · epicalyx · filament · funiculus · gametofyt · gynoecium · gynofoor · helmbindsel · helmdraad · helmhokje · helmhokje · hoogteblad · hypanthium · hypsofyl · inflorescentie · integument · kegel · kelk · kelkblad · knopligging · kroon · kroonblad · macrospore · meeldraad · meeldraaddrager · microspore · navelstreng · nucellus · omwindsel · ovarium · ovulum · periant · perigoon · petaal · placenta · pollenbuis · receptaculum · schijf · schutblad · sepaal · sporangium · spore · sporofyl · sporophyllum · sporofyt · stamper · stamperdrager · stempel · stengel · stigma · stijl · stylopodium · stylus · strobilus · tepaal · theca · vruchtbeginsel · vruchtblad · zaadbeginsel · zaadknop · zaadknopkern · zaadknopkern · zaadlijst
    Vruchtzaadkieming:carpel · cotyl · cryptocotylair · embryo · endosperm · epigeïsch · fanerocotylair · hypogeïsch · integument · kieming · kiemopening · kiemwit · mierenbroodje · perisperm · pluimpje · schijnvrucht · vaatmerk · vrucht · vruchtbeginsel · vruchtblad · zaad · zaadhuid · zaadlijst · zaadlob · zygote
    Morfologie & anatomie:apoplast · blad · bladgroenkorrel · bladstand · bloeiwijze · bloem · boomkruin · celwand · chloroplast · collenchym · cortex · cuticula · eicel · epidermis · felleem · fellogeen · felloderm · fenologie · floëem · fytografie · gameet · gametofyt · groeivorm · haar · houtvat · huidmondje · hypodermis · intercellulair · kelk · klierhaar · bloemkroon · kurk · kurkcambium · kurkschors · levensduur · levensvorm · merg · meristeem · middenlamel · palissadeparenchym · parenchym · periderm · plantaardige cel · plastide · schors · sclereïde · sclerenchym · spermatozoïde · sponsparenchym · sporofyt · stam · steencel · stengel · stippel · symplast · tak · thallus · topmeristeem · trachee · tracheïde · tylose · vaatbundel · vacuole · vrucht · wortel · xyleem · zaad · zaadcel · zeefvat · zygote