Rolspinnen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rolspinnen
Solifugae Solpugidae - Jerrymunglum female Dorsal aspect.JPG
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Superklasse: Ecdysozoa
Klasse: Arachnida (Spinachtigen)
Orde
Solifugae
Sundevall, 1833
Rolspinnen
Afbeeldingen Rolspinnen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Rolspinnen op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De rolspinnen (Solifugae), ook wel bekend als kameelspinnen of zonnespinnen, vormen een orde binnen de spinachtigen. Ze behoren niet tot de echte spinnen.

Kenmerken[bewerken]

Ze hebben zoals veel andere spinachtigen acht poten en twee relatief lange pedipalpen. De mannetjes kunnen poten van wel 13 cm lang hebben en tot 50 gram wegen. Er zijn ongeveer 1100 soorten rolspinnen bekend.

Ook de kaken zijn erg groot, deze kunnen bij volwassen exemplaren bijna een derde van het lijf uitmaken. Rolspinnen gebruiken hun kaken als schaar om een prooi klein te maken. Lang werd gedacht dat ze de kaken ook gebruikten om hun prooi te grijpen. Een onderzoek in 2010 naar de soort Eremochelis bilobatus wees echter uit dat ze dat doen met hun pedipalpen. Deze bevatten kleverige delen, waarmee de rolspinnen zich tijdelijk vast kunnen hechten aan de prooi.[1] Na het vastgrijpen van hun prooi scheiden ze een eiwitoplossend enzym af, dat de zachte gedeeltes van de prooi vloeibaar maakt.

Leefwijze[bewerken]

Rolspinnen voeden zich met spinnen en allerlei insecten, maar ook met kleine knaagdieren, hagedissen, slangen en kleine vogels.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Rolspinnen leven in warme, droge, en bij voorkeur woestijnachtige gebieden. Ze komen voornamelijk voor in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Taxonomie[bewerken]

De orde der rolspinnen wordt onderverdeeld in 12 families:

De familie der Protosolpugidae Petrunkevitch, 1953 behoort ook tot de orde van de rolspinnen. Hiervan zijn alleen fossielen uit het Pennsylvanien (ca. 323–300 Ma) bekend.

Trivia[bewerken]

  • Solifugae kunnen in de woestijn de indruk wekken dat ze iemand aanvallen, doordat ze achter die persoon aan rennen. In werkelijkheid zoeken ze in zulke gevallen de schaduw op. Solifugae kunnen hard rennen, tot wel 16 kilometer per uur.
  • De beet van Solifugae is waarschijnlijk niet giftig, maar met hun grote kaken kunnen ze wel een grote wond veroorzaken die gemakkelijk gaat ontsteken. In 1978 werd in India een onderzoek gedaan die uitwees dat de Solifugae wel degelijk een giftige beet hadden. Dit onderzoek is echter omstreden aangezien het nooit is gelukt om dit te reproduceren.
  • Volgens ongestaafde geruchten uit Irak zouden rolspinnen kamelen van binnenuit opgegeten hebben. Hier danken de dieren hun alternatieve naam van kameelspinnen aan.