Bloemkool

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bloemkool
Bloemkool
Bloemkool
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Malviden
Orde: Brassicales
Familie: Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie)
Geslacht: Brassica (Kool)
Variëteit
Brassica oleracea convar. botrytis var. botrytis
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Bloemkool
Paarse bloemkool
Paarse bladkleur door stikstofgebrek
Weeuwenplanten half december. Rechts bloemkool, links broccoli
Maden van de koolvlieg
Draaihartigheid bij bloemkool veroorzaakt door de koolgalmug
Doorwas

Bloemkool is een groente die hoort bij het geslacht kool uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). De botanische naam voor bloemkool is Brassica oleracea convar. botrytis var. botrytis. De bloemkool bestaat uit nog ongedifferentiëerde bloemknoppen, in tegenstelling tot broccoli. Er zijn bloemkoolrassen met witte, paarse, oranje of groene bloemkolen.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste betrouwbare vermelding van de plant komt voor in Kitab al-Filaha ('Boek over de landbouw') van de in Sevilla werkzame Arabische landbouwkundige Ibn al-'Awwam (12e eeuw). Ook de in Málaga geboren, en in Syrië werkzame farmacoloog, plantkundige en arts Ibn al-Baitar (1197-1248) beschreef de bloemkool. Zijn Duitse beroepsgenoot Joachim Camerarius de Jonge (1534-1598) nam een afbeelding op in zijn kruidboek. Sinds de zestiende eeuw wordt de groente in heel Europa verbouwd.

Teelt[bewerken]

De teelt in Nederland vindt vooral plaats in De Streek (regio West-Friesland, Noord-Holland), in de omgeving van Barendrecht, op de Zuid-Hollandse eilanden en rondom Venlo. Winterbloemkool wordt vrijwel uitsluitend in Zeeland, op de Zuid-Hollandse eilanden en in De Streek geteeld, omdat elders de kans op uitvriezen te groot is.

Bloemkool vraagt een flinke bemesting, omdat anders de kans bestaat op te vroege koolvorming, de zogenaamde boorders.

Zodra de kool te zien is moet zij bedekt worden met blad, omdat ze anders niet mooi wit blijft maar bruinachtig geel verkleurt. Dit terugvouwen van het blad vraagt arbeidsinspanning, maar er zijn 'zelfdekkende' variëteiten ontwikkeld waarbij het blad om de kool groeit en zo verkleuring tegengaat.

Teeltwijzen[bewerken]

Er worden de volgende teeltwijzen onderscheiden:

  • Winterteelt onder glas met oogst in maart
  • Winterteelt buitenteelt met oogst in april en mei
  • Weeuwenteelt met oogst in juni. Deze wordt echter bijna niet meer toegepast.
  • Vrijsterteelt of vroege teelt met oogst in eind juni tot en met begin juli
  • Zomerteelt met oogst in juli, augustus en september
  • Herfstteelt met oogst in oktober tot december

Voor de vroege teelt worden rassen met een korte groeiduur gebruikt. De rassen voor de late herfstteelt hebben de langste groeiduur, van 130 tot 190 dagen. Het oude ras Alpha voor de vroegste teelten, dat door de volkstuinder veel wordt gebruikt, heeft een korte groeiduur. In de beroepsteelt worden overwegend hybride rassen gebruikt.

Weeuwenteelt[bewerken]

Bij deze teeltwijze wordt begin oktober gezaaid en zodra het eerste ware blaadje zichtbaar is verspeend in bloempotten van 10 cm doorsnede onder platglas. Hoe groter de pot des te minder kans op te vroege koolvorming, boren genoemd, in het voorjaar. De hele winter worden ze vorstvrij gehouden door noppenfolie en/of rietmatten en bij zeer strenge vorst ook nog met dubbele ramen platglas. Half maart tot half april worden ze buiten uitgepoot.

Vrijsterteelt[bewerken]

Bij deze teeltwijze wordt in januari/februari in de warme kas gezaaid en half april/begin mei buiten uitgepoot.

Inhoudsstoffen[bewerken]

100 gram verse bloemkool bevat:

Energetische waarde 95 kJ
Koolhydraten 3 gram
Eiwit 2 gram
Vet 0,3 gram
Vitamine C 80 mg
Vitamine B1 0,05 mg
Vitamine B2 0,07 mg
Caroteen 0,03 mg
Calcium 20 mg
IJzer 0,5 mg

Gebruik[bewerken]

Bloemkool wordt doorgaans gekookt gegeten, maar is ook als rauwkost eetbaar. Koken neemt 10 tot 20 minuten in beslag, afhankelijk van de gewenste hardheid van het eindresultaat en de afmeting. Bloemkool wordt in een koolhydraatarm dieet gebruikt als vervanger van rijst of aardappelen, omdat het mondgevoel vergelijkbaar is, maar het dikmakende zetmeel ontbreekt.

Kwaliteit[bewerken]

Bij bloemkool kan door slechte groeiomstandigheden, zoals vochttekort of hoge temperaturen tijdens de groei, doorwas en schift optreden, waardoor de kool er harig uitziet. Bij doorwas groeien de doorgaans witgekleurde schutblaadjes door de kool. Bij schift komen de bloempjes te vroeg uit het bloemscherm tevoorschijn. Te veel zon op de kool zorgt ervoor dat de kool een gele kleur krijgt. Dit wordt voorkomen door het gewas over de kool te binden. [bron?]

Ziekten en beschadigingen[bewerken]

Buiten Noord-Holland is knolvoet (Plasmodiophora brassicae) de belangrijkste ziekte. Daarnaast zijn de schimmelziekten vallers en kankerstronken veroorzaakt door Phoma lingam en valse meeldauw (Peronospora parasitica) van belang. Aantasting door valse meeldauw veroorzaakt zwartverkleuring van de kool.

De bacterieziekte Xanthomonas campestris veroorzaakt zwartnervigheid.

Rupsaantastingen door o.a. het Groot koolwitje, Klein koolwitje, koolbladroller, kooluil en koolmot komen veelvuldig voor. Daarnaast komt vaak aantasting voor van de koolvlieg, de koolgalmug en de melige kooluis.

Een niet parasitaire afwijking is waterziek, dat zich uit in glazige en later bruinwordende vlekken op de kool.

Zie ook[bewerken]

Wikibooks Wikibooks Kookboek bevat een recept voor Bloemkool.
Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Ecologisch tuinieren.