Corythosaurus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Corythosaurus
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend
Corythosaurus restoration.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Infraklasse: Archosauromorpha
Superorde: Dinosauria (Dinosauriërs)
Orde: Ornithischia
Infraorde: Ornithopoda
Familie: Hadrosauridae
Onderfamilie: Lambeosaurinae
Geslacht
Corythosaurus
Brown, 1914
Typesoort
Corythosaurus casuarius Brown, 1914
Afbeeldingen Corythosaurus op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Corythosaurus op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

Corythosaurus is een monotypisch geslacht van plantenetende ornithischische dinosauriërs, behorend tot de Euornithopoda, dat tijdens het late Krijt leefde in het gebied van het huidige Noord-Amerika.

Vondst en naamgeving[bewerken]

Corythosaurus casuarius[bewerken]

In de zomer van 1911 voer de fossielenjager Barnum Brown samen met zijn assistent Peter Kaisen op een vlot de Red Deer River in Alberta af, een rivier in Canada die zeer rijke fossielhoudende lagen doorsnijdt. Talrijke dinosauriërskeletten werden door de twee geborgen en via het vlot vervoerd. De buit was zo groot dat bij de Berry Creek een fossiel van een hadrosauriër slechts gemarkeerd werd met de bedoeling het later op te graven. In september 1912 bezocht men de locatie weer, samen met George Olsen, en op de vindplaats bleek een uitzonderlijk goed geconserveerd skelet aanwezig waarvan de zachte delen nog als indrukken in de omringende klei te vinden waren.

De typesoort Corythosaurus casuarius werd in 1914 door Brown benoemd en beschreven, op basis van de schedel. De geslachtsnaam verwijst naar de schedelkam: een κόρυθος, korythos, is in het Grieks een gewelfde "Korinthische helm". Ook de soortaanduiding staat hiermee in verband: de casuaris heeft ook zo een helm op zijn hoofd.

De "mummie" van het holotype van Corythosaurus

Het holotype, AMNH 5240, is gevonden in een laag van de Dinosaur Park Formation die dateert uit het Campanien. Het bestaat uit een vrijwel volledig skelet met schedel en onderkaken. Alleen het achterste stuk van de staart en delen van de voorpoten ontbraken. Op vrijwel de hele linkerkant van het lichaam waren huidafdrukken zichtbaar. Het fossiel was wel wat platgedrukt.

Het gebied werd in dezelfde jaren onderzocht door de familie Sternberg. Vader Charles Hazelius Sternberg vond in 1912 nog eens twee tamelijk volledige skeletten van Corythosaurus, opnieuw inclusief huidafdrukken. Deze verkocht hij in 1916 aan Arthur Smith Woodward van het British Museum of Natural History in Londen. Ze zouden echter verloren gaan toen het vrachtschip waarmee ze naar Engeland verscheept werden, de SS Mount Temple, op 6 december gekelderd werd door de Duitse raider SMS Möwe. Een specimen dat niet verloren ging, was GSC 8532, een schedel door Charles Hazelius Sternberg in 1915 bij Jenner opgegraven.

Ondertussen hadden Brown en Kaisen in 1914 nog een exemplaar gevonden, AMNH 5338, en in 1916 beschreef Brown op basis hiervan ook de postcrania, de delen achter de schedel. AMNH 5338 is daarmee het plesiotype, het specimen waarmee de originele auteur zijn beschrijving uitbreidt.

Andere soorten en geslachten[bewerken]

In 1920 vond Levi Sternberg bij Happy Jack Ferry een schedel, specimen ROM 776 (eerder ROM 4670), die in 1923 door William Arthur Parks werd hernoemd als een tweede soort: Corythosaurus intermedius, nadat hij het eerder dat jaar had benoemd als een Stephanosaurus intermedius. De soortaanduiding verwijst naar de vermeende tussenliggende evolutionaire positie ten opzichte van Lambeosaurus. Het paratype was ROM 4671, een skelet gevonden in 1919. Andere specimina werden aan deze soort toegewezen: ROM 5505 (later ROM 845), een skelet in 1919 door Levi Sternberg gevonden; en GSC 8704, een door Charles Mortram Sternberg in 1919 bij Little Sandhill Creek opgegraven skelet. Ook in 1920 ontdekte George Fryer Sternberg bij de Sand Creek een specimen, UA 13 bestaande uit de bovenkant van een schedel, dat in 1923 door Charles Whitney Gilmore zou worden benoemd als Corythosaurus excavatus, "de uitgeholde". In 1927 groef Levi Sternberg bij de Sand Creek, een klein exemplaar op, ROM 759 (eerder GSC 3578). In 1931 werd dit door Parks benoemd als een apart geslacht en soort: Tetragonosaurus erectofrons, de "vierhoekssauriër met het recht omhoog staande voorhoofd". In 1928 ontdekte Charles Mortram Sternberg bij de Berry Creek nog een klein individu, NMC 8633. In 1935 benoemde hij dat als een volgende soort van Tetragonosaurus: Tetragonosaurus cranibrevis, "met de korte schedel". Hetzelfde jaar benoemde Parks nog eens drie soorten van Corythosaurus. Om te beginnen was dat Corythosaurus bicristatus, "met de dubbele kam", gebaseerd op specimen ROM 868, een schedel door Levi Sternberg in 1933 gevonden bij Steveville. De tweede was Corythosaurus brevicristatus, "met de korte kam", gebaseerd op specimen ROM 870 (eerder ROM 5856), een schedel door L. Sternberg op dezelfde locatie opgegraven in 1934. De laatste was Corythosaurus frontalis, gebaseerd op ROM 5853, een schedel met weer dezelfde herkomst. L. Sternberg vond aldaar in 1934 ook een schedel, ROM 5857 (later ROM 871), die aan C. casuarius werd toegewezen. In 1942 bracht Richard Swann Lull de tetragonosaurussoorten onder bij Procheneosaurus.

ROM 871

De vondsten waarop de verschillende soorten waren gebaseerd, kwamen allemaal ruwweg uit hetzelfde gebied en uit dezelfde aardlagen. In 1975 trok Peter Dodson de naar moderne inzichten voor de hand liggende conclusie dat het allemaal exemplaren waren van Corythosaurus casuarius, slechts van elkaar verschillend in rijping en sekse waardoor ook de kamvorm varieerde. C. excavatus bij voorbeeld zou een wijfje zijn en de tetragonosaurus/procheneosaurussoorten zouden jongen betreffen. Hij wees het totale materiaal aan de typesoort toe. Latere onderzoekers zijn hier grotendeels in meegegaan. Sommige denken echter dat C. intermedius toch een aparte soort is. C. casuarius wordt aangetroffen in de bovenste Oldmanformatie en de onderste Dinosaur Park Formation, van 77 tot 75,9 miljoen jaar geleden. C. intermedius sluit daar op aan met een datering van 75,8 tot 75,7 miljoen jaar geleden. De soort vertegenwoordigt echter niet simpelweg het laatste bekende voorkomen van C. casuarius want de bouw is iets anders, met een hogere kam. Dit zou een geval kunnen zijn van anagenese, de geleidelijke evolutie binnen een populatie — en dan is het een kwestie van persoonlijke voorkeur of men van één of twee soorten wil spreken. Het kan echter natuurlijk ook zijn dat zich juist rond 75,8 miljoen jaar geleden een splitsing voordeed zodat het zorgvuldiger is voorlopig het bestaan van twee soorten aan te nemen.

ROM 870, het holotype van C. brevicristatus, in feite een jongvolwassen exemplaar van C. casuarius

In 1987 hernoemde Gregory S. Paul Corythosaurus casuarius in een Hypacrosaurus casuarius gezien de nauwe verwantschap met dat geslacht. Hoewel hij deze combinatie in 2010 zou herhalen, is hij hierin door niemand gevolgd.

In 1995 hernoemde Lew Nesow Procheneosaurus convincens Rozhdestvensky 1968, gebaseerd op PIN 2230, een een jonge lambeosaurine uit Kazachstan, in een Corythosaurus convincens. Ook dit heeft geen navolging gevonden.

Beschrijving[bewerken]

Corythosaurus had op zijn kop een dertig centimeter hoge, halfcirkelvormige kam. Deze kam was hol, en kon een geweldig geluid produceren, zodat één dier de hele groep kon waarschuwen. Er is een dozijn schedels bekend waarvan de kammen nogal in grootte verschillen. Vermoed wordt dat dit een kenmerk van leeftijd of geslacht is. De rest van het skelet is ook goed bekend en doordat Brown een complete "mummie" vond — de huidafdrukken van het dier in de omringende sedimentlaag zijn bewaard gebleven — noemde Gregory S. Paul Corythosaurus onder de weinige dinosauriërsoorten waarvan het uiterlijk met 95% nauwkeurigheid kon worden weergegeven.

Fylogenie[bewerken]

ROM 759, het holotype van Tetragonosaurus erectofrons, in feite een jong van Corythosaurus
ROM 845, een skelet dat eens is toegewezen aan C. intermedius maar door Parks ook vergeleken werd met C. excavatus

Brown bracht Corythosaurus in 1914 in de Trachodontidae onder. Lori Shano Russell maakte daar in 1930 de Hadrosauridae van, in het Nederlands ook wel bekend als "eendesnaveldinosauriërs", de Spoonbill Dinosaurs — dus eigenlijk de "lepelaarsnaveldinosauriërs". Daarbinnen is het meer bepaald een lid van de Lambeosaurinae.

Het volgende kladogram toont een mogelijke positie van Corythosaurus in de evolutionaire stamboom. In de analyse werden C. casuarius en C. intermedius als aparte taxa ingevoerd, als zogenaamde Operational Taxonomic Units.

Lambeosaurini

Arenysaurus





Sahaliyania



Amurosaurus




Lambeosaurus

Lambeosaurus magnicristatus



Lambeosaurus lambei





Magnapaulia




Velafrons



Olorotitan



Nipponosaurus



Hypacrosaurus

Hypacrosaurus altispinus



Hypacrosaurus stebingeri



Corythosaurus

Corythosaurus casuarius



Corythosaurus intermedius









Literatuur[bewerken]

  • B. Brown, 1914, "Corythosaurus casuarius, a new crested dinosaur from the Belly River Cretaceous, with provisional classification of the family Trachodontidae", 33(35): 559-564
  • B. Brown, 1916, "Corythosaurus casuarius: skeleton, musculature and epidermis", Bulletin of the American Museum of Natural History 35(38): 709-716
  • W.A. Parks, 1923, "New species of crested trachodont dinosaur", Bulletin of the Geological Society of America 34: 130
  • W.A. Parks, 1923, "Corythosaurus intermedius, a new species of trachodont dinosaur", University of Toronto Studies, Geology Series 15: 1-57
  • C.W. Gilmore, 1923, "A new species of Corythosaurus with notes on other Belly River Dinosauria", The Canadian Field-Naturalist 37: 46-52
  • W.A. Parks, 1931, "A new genus and two new species of trachodont dinosaurs from the Belly River Formation of Alberta", University of Toronto Studies, Geology Series 31: 1-11
  • C.M. Sternberg, 1935, "Hooded hadrosaurs of the Belly River Series of the Upper Cretaceous", Canada Department of Mines Bulletin (Geological Series) 77(52): 1-37
  • W.A. Parks, 1935, "New species of trachodont dinosaurs from the Cretaceous formations of Alberta", University of Toronto Studies, Geology Series 37: 1-45
  • R.S. Lull and N.E. Wright, 1942, Hadrosaurian dinosaurs of North America. Geological Society of America, Special Paper 40, 242 pp
  • P. Dodson, 1975, "Taxonomic implications of relative growth in lambeosaurine dinosaurs", Systematic Zoology 24: 37-54
  • Gregory S. Paul and Terry L. Chase, 1987, "Reconstructing Extinct Vertebrates", Chapter 14, p 239-256 in: E.R.S. Hodges (ed.) The Guild Handbook of Scientific Illustration, Van Nostrand Reinhold, New York
  • Nesow, L.A., 1995, Dinozavri severnoi Yevrasii: Novye dannye o sostave kompleksov, ekologii i paleobiogeografii, Wetenschappelijk Onderzoeksbureau van de Aardkorst, Staatsuniversiteit van St. Petersburg, 156 pp