Dauphiné

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wapen van de Dauphiné
Locatie van de Dauphiné

De Dauphiné van de Viennois, of kortweg de Dauphiné, was een graafschap in het oosten van Frankrijk dat voordien als de Viennois bekendstond. Tot aan de Franse Revolutie was het een zelfstandige Franse provincie. Het kwam ongeveer overeen met drie departementen: Isère en Drôme in de regio Rhône-Alpes en Hautes-Alpes in de regio Provence-Alpes-Côte d'Azur.

Voorgeschiedenis[bewerken]

De streek was oorspronkelijk bewoond door de Keltische stammen der Allobrogen en Vocontii, maar werd reeds aan het einde van de 2e eeuw v.Chr. door Rome veroverd. Er volgde een snelle romanisering, geholpen door de stichting van verschillende kolonies waarvan Vienna (Vienne, van het Keltisch "vedunia" of woudbeek) - op de plaats van de oude Allobrogenhoofdstad - en Valentia (Valence), de naam betekent 'de weerhaftige') de belangrijkste waren.

In de tijd van de volksverhuizingen namen de Bourgondiërs de plaats van de Romeinen in, en stichtten er een staatje dat reeds in 532 ten onder ging en onder de naburige Frankische koninkrijkjes werd verdeeld. Nadat Karel de Grote zich een Europees imperium had veroverd, werd de streek een rijksdeel, dat echter als gevolg van het Verdrag van Verdun (843) en het Verdrag van Meerssen (870) tussen het West- en Oost-Frankische Rijk werd verdeeld. Het versplinterde nadat het centrale gezag in beide rijken was ineengestort. Vervolgens ontstonden de twee koninkrijken Hoog- en Neerbourgondië, die in 930 werden verenigd.

De zwakke en kinderloze koning Rudolf III (993-1032) sloot in 1006 een verdrag met zijn neef, de Duitse koning Hendrik II de Heilige, en beloofde hem Bourgondië te zullen nalaten. Hendriks zoon Koenraad II erfde het in 1033, waarna Bourgondië deel ging uitmaken van het Heilige Roomse Rijk. Het strekte zich op dat moment uit over het Rhônedal, de Provence, Savoye en westelijk Zwitserland (met Bern en Lausanne).

Vanaf de 11e eeuw begonnen de verschillende delen van dit gebied zich in toenemende mate zelfstandig te gedragen, een evolutie die rond 1100 nagenoeg voltooid was. Van deze ontwikkeling was ook het graafschap Viennois een product.

Aanvang met het huis van Albon[bewerken]

Men heeft lange tijd gedacht dat de Dauphiné ontstond in 1029, toen een deel van het aartsbisdom Vienne werd afgesplitst; en dat de voorouders van de dauphins afkomstig waren van Vion in de Vivarais (aan de Rhône boven Valence). In werkelijkheid werd het graafschap doelbewust bij elkaar gescharreld door het plaatselijke huis van Albon, enerzijds door het huwen van welvoorziene erfdochters en anderzijds door het inpalmen van kerkelijke domeinen in samenwerking met enkele familieleden die het tot bisschop hadden gebracht.

Van de graven van Albon, later Dauphins, droegen de meesten de naam Guigues. De eerste Guigues wordt in 996 genoemd, in een tekst die duidelijk zijn verwantschap met de bisschoppen van Grenoble en Valence laat blijken. Zijn enkele domeinen liggen op dat moment ten zuiden van Vienne en te Vizille bij Grenoble, waar hij een kasteel, een dorp en een kerk bezit. Hij ontvangt in 1009 van Rudolf III, koning van Bourgondië, de helft van het kasteeldomein van Moras (halfweg tussen Vienne en Valence). Zeven jaar later komen daar nog domeinen te Moirans (iets boven Grenoble) bij; in de schenkingsoorkonde krijgt Guigues voor het eerst de titel van graaf. We weten niet of het in deze gevallen om een en dezelfde man gaat, dan wel om vader en zoon. Over de vroegste opvolging in het huis d'Albon bestaat trouwens grote onzekerheid; voor het begin van de onderstaande genealogie geldt dan ook een zeker voorbehoud.

Oudst bekende Guigues Hij zou zijn gehuwd met een zekere Fredegonde, bij wie hij vier kinderen zou hebben gehad :

  1. Humbert, bisschop van Grenoble, gestorven in 1035;
  2. Richard;
  3. Guigues (zie verder); en
  4. Een naamloos gebleven dochter.

Deze gegevens wordt een zekere geloofwaardigheid verleend omdat ze overeenstemmen met een traditie in het huis d'Albon, waarbij de oudste zoon een kerkelijk ambt verwierf en de tweede de vader opvolgde. Als hij heeft bestaan, zou Richard dan jong gestorven moeten zijn. Men plaatst de sterfdatum van deze eerste Guigues in 996.

Tweede Guigues Zijn echtgenote bleef onbekend, maar de namen van zijn kinderen werden wel overgeleverd: 1. Humbert, bisschop van Valence, gestorven in 1037; 2. Guigues (zie verder); en 3. Guillaume, overleden in 1012. De tweede Guigues zelf zou zijn gestorven in 1009.

Het opstellen van oude genealogieën berust op interpretatie en vergelijking van gegevens, verkregen uit de oudste geschreven stukken, veeleer dan op exacte gegevens. Ook de data worden op die manier verkregen, want veel oude documenten zijn niet gedateerd. Worden bovenstaande gegevens vergeleken, dan valt het op hoe snel na zijn vader de tweede Guigues stierf; hij had niettemin drie kinderen en kan dus niet al te jong zijn geweest. Beide sterfdata komen overigens overeen met de jaren waarin een Guigues in de documenten opduikt.
Daarbij komt dat de eerste Humbert, bisschop van Grenoble, overleed in 1035, en de tweede, bisschop van Valence, stierf in 1037; niettemin zouden beiden tot een verschillende generatie hebben behoord.

Als dus de echtgenote van de tweede Guigues onbekend gebleven is, komt dat misschien omdat ze nooit heeft bestaan. M.a.w. de eerste en tweede Guigues zijn identiek aan elkaar, terwijl de in 996 overleden man zijn vader was. Humbert zou dan eerst bisschop van Grenoble zijn geweest en daarna van Valence, in welke waardigheid hij in 1035 of 1037 overleed.

Derde Guigues Hij zou in 1013 zijn getrouwd met Gotheline de Clerieu, bij wie hij twee zonen Humbert en Guigues had, en daarna met een zekere Adelsinde, die kinderloos bleef. Noch zijn geboortejaar noch zijn sterfdatum zijn overgeleverd.

Verkoop aan Frankrijk[bewerken]

Humbert II, de laatste zelfstandige dauphin, had alleen een zoon Jean die jong stierf. Bij gebrek aan een erfgenaam verkocht hij de Dauphiné op 30 maart 1349 met al zijn titels aan de kroonprins van Frankrijk. Deze huldigde keizer Karel IV van het Heilige Roomse Rijk op kerstdag 1356 als zijn leenheer voor de Dauphiné. De benoeming van de dauphin door de keizer op 7 januari 1378 tot rijksvicaris van het koninkrijk Bourgondië betekende in feite dat de keizer dat koninkrijk aan Frankrijk afstond.

Naast de titel van dauphin van de Viennois, waren daarbij ook de titels van prins van Briançon, hertog van Champsaur, markies van Cézanne, graaf van Vienne, Albon, Grésivaudan, Embrun en Gap, paltsheer van La Tour du Pin, Valbonne, Montauban en Mévouillon. Al die titels gingen over op de Franse kroon.

Sindsdien is de titel van Dauphin voorbehouden aan de Franse troonopvolger. Het woord dauphin werd sindsdien steeds meer een synoniem voor troonopvolger. De eerste Franse Dauphin was de kleinzoon van de koning, Karel van Normandië, de latere Karel V van Frankrijk.