Floris Verster

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Floris Verster
Zelfportret (1921)
Zelfportret (1921)
Persoonsgegevens
Geboren 9 juni 1861
Overleden 21 januari 1927
Beroep(en) kunstschilder
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Floris Hendrik Verster (Leiden, 9 juni 1861 - Leiden, 21 januari 1927)[1] was een Nederlands kunstschilder.

Verster was een zoon van Abraham Florentius Verster van Wulverhorst, administrateur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden en een bekende kenner en tekenaar van vogels. Hij kreeg tekenlessen van Gerardus Johannes Bos en in de winter van 1878-79 van George Breitner toen deze kortstondig in Leiden als docent werkte bij het genootschap Ars Aemula Naturae. Tussen 1880 en 1884 vervolgde Verster zijn opleiding aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in 's-Gravenhage waar hij George Breitner, Isaac Israëls en Willem de Zwart onder zijn medeleerlingen mocht rekenen. Na zijn afstuderen volgde hij nog kort lessen bij Amédée Bourson in Brussel.

In Brussel maakte hij kennis met Jan Toorop en met andere leden van de avantgardistische kunstenaarsgroep Les Vingt, zoals James Ensor en Guillaume Vogels. Mede onder hun invloed begon Verster te werken met een ruwe penseelstreek en met heftige kleuren. Hij oogstte vanaf 1888 bij de avantgarde succes met zijn grote en uitbundige werken met bloemstillevens en landschappen. In 1891 nam hij deel aan de salon van Les XX in Brussel. Hij deelde het atelier met zijn latere zwager, de kunstschilder Menso Kamerlingh Onnes, tot hij in 1892 met diens zuster Jenny in het huwelijk trad en zich vestigde op landgoed Groenoord buiten Leiden.

Tussen 1892 en 1900 onderging zijn werk een metamorfose waarbij hij zich vrijwel geheel toelegde op tekeningen in waskrijt met verstilde onderwerpen. Vanaf 1900 begon hij opnieuw te schilderen en behoorde hij tot de meest gevierde kunstenaars in Nederland. Onder zijn bewonderaars figureerde de bekende kunstkenner en pedagoog Henk Bremmer, op wiens voorspraak talrijke werken werden aangekocht door mevrouw Helene Kröller-Müller en andere toonaangevende verzamelaars van moderne kunst. In 1927 verdronk hij in de vijver in de achtertuin van zijn landgoed Groenoord in Leiden.

De belangrijkste verzamelingen van zijn werk bevinden zich in het Kröller-Müller Museum en in het Stedelijk Museum De Lakenhal te Leiden.

Werk in openbare collecties (selectie)[bewerken]

Enkele werken[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Bronnen, noten en/of referenties