Günther Prien

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Günther Prien
Günther Prien in 1940
Günther Prien in 1940
Geboren 16 januari 1908
Osterfeld
Overleden 7 maart 1941
Atlantische Oceaan ten zuiden van IJsland
Land/partij Flag of German Reich (1935–1945).svg Nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany 1938-1945.svg Kriegsmarine
Dienstjaren 1934-1941
Rang Nazi Kriegsmarine Korvettenkapitän.png Kriegsmarine epaulette Korvettenkapitän.svg Korvettenkapitän
Eenheid 7. Unterseebootsflottille
Leiding over U 47
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Slag om de Atlantische Oceaan
Onderscheidingen Ridderkruis met Eikenloof

Günther Prien (Osterfeld bij Naumburg, 16 januari 1908 - Atlantische Oceaan ten zuiden van IJsland, 7 maart 1941) was een Duitse onderzeebootkapitein die tijdens de Tweede Wereldoorlog 31 geallieerde schepen tot zinken bracht. Prien staat bekend als de beste onderzeebootkapitein uit de oorlog. Hij was een held in nazi-Duitsland en een idool in talloze propagandacampagnes. Prien en zijn U-boot de U-47, waren de nachtmerrie van iedere Engelse zeeman.
Ook was Prien de eerste Duitser die uit handen van Hitler het IJzeren Kruis kreeg.

De vroege jaren[bewerken]

Prien begon zijn zeevaartcarrière als matroos op een koopvaardijzeilschip. In 1927 overleefde hij ternauwernood een schipbreuk met de driemaster Hamburg, voor de kust van Ierland. Later werd hij kapitein van het stoomvrachtschip San Francisco. Prien werd in 1934 lid van de Duitse Kriegsmarine. Na een korte tijd op een Duitse kruiser Emden te hebben gevaren kreeg hij het commando over zijn eigen onderzeeër, de U-47, een Type VII U-boot.

Met deze U-boten, voerden de Duitsers tijdens de oorlog een waar schrikbewind uit over de Atlantische Oceaan. Ze patrouilleerden rondom Engeland en brachten diverse koopvaardijschepen tot zinken met de bedoeling dat het Engelse leger zonder wapens en munitie kwam te zitten en de economie ontwricht raakte.

Scapa Flow[bewerken]

HMS Royal Oak, 1937

Toen Duitsland in september 1939 Polen binnenviel verklaarde het Verenigd Koninkrijk meteen de oorlog aan Duitsland. Karl Dönitz, de latere opperbevelhebber van de Kriegsmarine, (Destijds was hij de commandant van de Onderzeedienst) besloot de Britten te straffen voor deze daad. Een Duitse onderzeeboot zou de thuishaven van de Britse marine binnenvaren en daar een schip van de Britten tot zinken brengen. Deze daad moest vooral een symbolische waarde hebben: door een Brits schip tot zinken te brengen wilden de Duitsers laten zien dat de Britten zich met hun eigen zaken moesten bemoeien, en door aan te vallen in de Britse thuishaven wilden de Duitsers tonen dat de Britten nergens veilig waren voor de Duitse marine.

Dönitz vroeg aan Gunther Prien of hij deze actie wilde uitvoeren. Prien voer daarop op 30 september 1939 met zijn U-47 naar het eiland Scapa Flow, de thuishaven van de Britse Marine. Prien nam een enorm risico door met zijn U-boot boven water te gaan varen: hierdoor was hij makkelijk zichtbaar maar hij kon wel over de vele barricades en gevaarlijke rotspunten varen. Om geen geluid te maken zette hij de motoren van de U-boot uit en liet hij zich op de stroom meedrijven. Om 11 uur bereikte Prien met zijn U-47 de monding van de zwaarbewaakte haven. Prien had speciaal gewacht tot het vloed was zodat zijn U-boot net, met een verschil van 60 centimeter, over de onderwater barricades dreef. Sommige Britse soldaten zagen de U-boot van Prien gewoon varen, maar sloegen geen alarm omdat ze dachten dat een Brits schip was: geen Duitser was immers zo gek om zich in het hol van de leeuw te wagen.

Om 11:30 passeerde een patrouilleboot. Prien besloot te duiken en bleef drie uur lang op de bodem wachten. Toen het schip weer was vertrokken besloot hij onderwater verder te waren. Dichterbij de haven was de beveiliging zo scherp dat Prien niet meer verder kon varen. Hij besloot te wachten totdat er een ander schip aan kwam. Pas na twee uur kwam er een mijnenveger aan. Prien besloot vlak achter de mijnenveger in het kielzog te gaan varen. Hierdoor hadden de Britten niets in de gaten; het geluid van de U-boot motoren werd overstemd door de mijnenveger, en de sonarapparatuur werd misleid.

Om 5 uur 's nachts kwam Prien in de haven aan. Hij had geluk: het slagschip HMS Royal Oak, het vlaggenschip van de Royal Navy, was toevallig net die avond voor een tussenstop in de haven. Prien had het niet beter kunnen treffen: het allergrootste schip van de vijand op zo'n kwetsbare plek. Hij vuurde vier torpedo's af, die de Royal Oak aan stuurboordzijde troffen. Het schip explodeerde, kapseisde, en kwam ondersteboven in het water te liggen. Het zonk binnen 15 minuten en sleurde ruim 800 bemanningseden in haar ondergang mee. Slechts 130 opvarenden konden worden gered.

In de haven brak grote paniek uit. De Britten zochten wanhopig naar de aanvaller maar dachten dat het een vliegtuig was geweest. Niemand dacht aan de mogelijkheid dat een U-boot de haven binnen kon varen. Prien besloot van de verwarring gebruik te maken en voer op volle kracht bovenwater weg. Dit keer moest hij het minder voorzichtig doen: de zon zou twee uur later opkomen, waardoor de Britten hem zouden zien. Prien wist net op tijd de haven uit te vluchten.

Na Scapa Flow[bewerken]

De vernietiging van de Royal Oak zou bekendstaan als een van de grootste vernederingen uit de Britse krijgsgeschiedenis. Hun grootste en belangrijkste oorlogsschip was in hun eigen thuishaven vernietigd.

Bij terugkomst in Duitsland werd Prien als een held ontvangen. Hitler gaf hem persoonlijk het Ridderkruis voor zijn moed. Prien werd een ster in talloze propagandacampagnes. Er werd een film over hem gemaakt en hij was een idool voor iedere jonge matroos. Prien schreef een autobiografie genaamd Mijn Weg naar Scapa Flow. Dit werk wordt gezien als een van de belangrijkste Duitse propagandaboeken ooit. Prien kreeg de bijnaam De Stier van Scapa Flow.

Drie andere onderzeebootkapiteins probeerden later ook Scapa Flow binnen te komen; bij alle drie liep het fataal af voor henzelf. De Britten hadden de verdediging van hun thuisbasis dan ook aanzienlijk verbeterd. Deze Britse nederlaag had grote invloed op de Britse oorlogvoering ter zee. De Britten gingen massaal jacht maken op onderzeeboten, wat zou uitlopen op de Slag om de Atlantische Oceaan.

Priens verdere carrière[bewerken]

Gunther Prien zou na Scapa Flow nog 30 andere schepen tot zinken brengen. In december 1939 zag hij een groot konvooi met Britse vrachtschepen varen. Prien had te weinig torpedo's om het konvooi aan te vallen en besloot versterking van 4 andere U-boten te vragen. Twee dagen lang bleef Prien het konvooi achtervolgen totdat de andere 4 gearriveerd waren. Toen het avond was besloten de 5 onderzeeboten het konvooi aan te vallen. Het complete konvooi werd uitgeroeid terwijl geen van 5 U-boten verlies leed. Deze actie was het eerste voorbeeld van de zogeheten Wolfsrudel techniek. Prien zelf bracht hierbij 4 vrachtschepen tot zinken.

In april 1941 bracht Prien drie schepen tot zinken. Toen hij met slechts 1 torpedo terug naar Duitsland keerde zag hij dat hij een Brits konvooi varen. Prien kon geen versterking vragen omdat er geen andere U-boten aanwezig waren. Prien kon niet aanvallen omdat hij slechts 1 torpedo had. De enige mogelijkheid waren Duitse bommenwerpers die over zee vlogen maar te ver verwijderd waren om het konvooi te zien. Prien besloot de laatste torpedo af te schieten op de olietanker die met het konvooi meevoer. De olietanker vloog in brand waardoor er een gigantische rookpluim ontstond. Deze rook was wel zichtbaar voor de bommenwerpers en de rook verraadde de ligging van het konvooi. Terwijl Prien veilig onder water zat, werd het hele konvooi door de vliegtuigen uitgedund. Toen Prien 6 uur later bovenwater kwam was het hele konvooi tot zinken gebracht. Prien redde kort daarna nog het leven van vijf piloten van een van de neergeschoten bommenwerpers.

In augustus kwam Prien echter in opspraak toen hij voor de westkust van Schotland het vrachtschip SS Arandora Star tot zinken bracht. In het ruim bleken 700 Duitse krijgsgevangen te zitten die naar een gevangenis op het eiland Man werden gebracht. Alle 700 Duitsers kwamen om het leven. Prien werd echter vrijgesproken omdat hij niets wist van hun aanwezigheid in het schip.

De ondergang[bewerken]

Prien was zo succesvol dat de Duitse marineleiding niet meer wilde dat hij ging varen: de dood van Duitslands meest populaire zeeman zou gigantische morele gevolgen hebben voor de propaganda. Prien besloot te stoppen met zijn zeevaartcarrière. In plaats daarvan ging hij lesgeven aan toekomstige U-boot kapiteins. Alvorens te stoppen koos Prien ervoor om nog eenmalig een reis te gaan maken en uitgerekend op die reis werd zijn schip tot zinken gebracht.

Op 7 maart 1941 viel Prien ten westen van Ierland een Brits konvooi aan waarbij een verkeerd afgestelde torpedo vlakbij zijn eigen schip ontplofte. De torpedo verraadde Priens locatie en de torpedobootjager HMS Wolverine gooide een tapijt dieptebommen bovenop de U-47. Prien en zijn voltallige bemanning kwamen om het leven toen de U-47 geraakt werd door een van deze dieptebommen en explodeerde. Hedendaagse inzichten spreken dit weer tegen omdat de Wolverine in feite de U-boot van Eckermann aanviel, die na averij het toneel moest verlaten. Prien zou dan geraakt kunnen zijn door een van zijn eigen rondcirkelende torpedo's.

Hitler vreesde een grote onrust onder de bevolking. Daarom werd besloten de dood van Prien geheim te houden. Maar de Britten wierpen met een vliegtuig folders uit waarop stond dat Prien was gedood. Zodoende kwam de Duitse bevolking het toch te weten.

Successen[bewerken]

  • 30 schepen tot zinken gebracht met een totaal van 162.769 BRT
  • 1 oorlogsschip tot zinken gebracht met een totaal van 29.150 ton
  • 8 schepen beschadigd met een totaal van 62.751 BRT

Militaire loopbaan[bewerken]

Decoraties[bewerken]

  • Ridderkruis met Eikenloof
    • Ridderkruis op 18 oktober 1939 als Kapitänleutnant en Commandant van de U-47[1]
    • Eikenloof op 20 oktober 1940 als Kapitänleutnant en Commandant van de U-47[1]
  • IJzeren Kruis 1939
    • Eerste Klasse, 17 oktober 1939[2]
    • Tweede Klasse, 25 september 1939[2]
  • U-Boots-Kriegsabzeichen 1939[3]
    • Briljanten[3]
  • Dienstauszeichnung (Wehrmacht) met 4-jährige Dienstzeit in der Wehrmacht op 22 januari 1937[2]
  • Hij werd acht maal genoemd in het Wehrmachtbericht. Dat gebeurde op:
    • 29 november 1939
    • 28 juni 1940
    • 1 juli 1940
    • 6 juli 1940
    • 10 september 1940
    • 25 september 1940
    • 20 oktober 1940
    • 23 mei 1941

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Scherzer, Veit. Die Ritterkreuzträger 1939–1945 Die Inhaber des Ritterkreuzes des Eisernen Kreuzes 1939 von Heer, Luftwaffe, Kriegsmarine, Waffen-SS, Volkssturm sowie mit Deutschland verbündeter Streitkräfte nach den Unterlagen des Bundesarchives. Jena, Duitsland: Scherzers Miltaer-Verlag. 2007, ISBN 978-3-938845-17-2.
  • Busch, Hans-Joachim; Röll. Der U-Boot-Krieg 1939–1945 — Die Ritterkreuzträger der U-Boot-Waffe von September 1939 bis Mai 1945. Hamburg, Berlijn, Bonn, Duitsland: Verlag E.S. Mittler & Sohn. 2003, ISBN 978-3-8132-0515-2.
  • Williamson, Gordon; Bujeiro, Ramiro. Knight's Cross and Oak Leaves Recipients 1939–40. Oxford, Engeland: Osprey Publishing. ISBN 978-1-84176-641-6.

  1. a b Scherzer 2007, p.604
  2. a b c Busch and Röll 2003, p.15
  3. a b Williamson and Bujeiro 2004, p.23