Shapur I
Shapur I of Sjapoer I, zoon van Ardashir I was koning van de Sassanieden (Perzië) van 241-272. Zijn titel was sjahansjah oftewel "Koning der Koningen van Iran en niet-Iran".
Hij was de grootste vijand van het Romeinse Rijk en stond daar bekend als een destructieve veroveraar, te vergelijken met Hannibal. Rond 241 begon hij Romeinse gebieden binnen te vallen en veroverde Syrië, Armenië, en steden in Mesopotamië. Na pogingen door Gordianus III in 243 Syrië terug te winnen (zie de slag bij Rhesaina), was Valerianus I pas in 260 in staat Shapur uit Syrië te verdrijven maar bij Edessa viel de keizer, die met een kleine delegatie voor onderhandelingen was gekomen, levend in handen van Shapur.
De 65-jarige Valerianus onderging gedurende weken of maanden de verschrikkelijkste vernederingen voor hij uiteindelijk werd terechtgesteld en als opgezette trofee in het koninklijk paleis werd tentoongesteld.
Na zijn morele overwinning viel Shapur Syrië opnieuw binnen maar ditmaal werd hij verslagen door Callistus "Ballista", prefect aangesteld door Gallienus, zoon en opvolger van Valerianus. Het zich terugtrekkende Perzische leger werd opnieuw en in de rug aangevallen door Odaenathus, koning van Palmyra, die de Perzen verdreef en Mesopotamië heroverde.
In 271 stichtte Shapur I de Academie van Gondesjapoer.
In het rijk van Shapur leefden boeddhisten, christenen, joden en zoroastriërs naast elkaar en dit leidde vaak tot onenigheid. De priesterschap van de zoroastriërs, de mobads van de Magi, was niet erg tolerant en wilde de macht in het rijk. Shapur werd door zijn broer Peroz voorgesteld aan de profeet Mani die een synthese van al deze religies voorstelde. Shapur was erg onder indruk van hem en vond het idee van een vereniging van de geloven erg aantrekkelijk. De koning maakte de profeet zelfs erelid van de koninklijke huishouding. Zo kon het manicheïsme zich snel in het rijk verspreiden tot grote ergernis van de Magi. [1]
Shapur werd opgevolgd door zijn zoon Hormazd I.
[bewerken] Literatuur
- ↑ Shadows in the desert. Kaveh Farokh, Osprey publishing, 2007 ISBN 978-1-84603-108-3