Wijzen uit het oosten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De aanbidding der koningen, 4e-eeuwse afbeelding op een Romeinse sarcofaag in Rome
De wijzen uit het oosten afgebeeld als Perzen, 6e-eeuws Byzantijns mozaïek, Basiliek van Sant'Apollinare Nuovo, Ravenna
De aanbidding der koningen door Dirk Bouts, 1467-1468
Hendrick ter Brugghen: De aanbidding der koningen, 1619. Rijksmuseum Amsterdam
Atelier van Rembrandt: De aanbidding der koningen, 17e eeuw. Hermitage
Viering van Driekoningen in Spanje

De wijzen uit het oosten of drie koningen zijn, binnen de christelijke traditie, de drie "wijzen" (Grieks: μαγοι, magoi) die Jezus Christus na zijn geboorte kwamen vereren en geschenken van goud, wierook en mirre brachten.

Het bezoek van de wijzen uit het oosten aan Jezus wordt in het westers christendom gevierd op 6 januari, het feest van Driekoningen. De "aanbidding der koningen" is een populair thema in de religieuze kunst. De wijzen maken deel uit van een traditionele kerststal, waarin ze vaak samen met kamelen worden afgebeeld.

Evangelie volgens Matteüs[bewerken]

De vermelding van de wijzen in de Bijbel is betrekkelijk summier: slechts in het Evangelie volgens Matteüs wordt van hun aanbidding verteld.[1] Hun precieze herkomst, hun namen, zelfs hun aantal worden niet vermeld.

Er wordt verteld dat de wijzen "vanuit het oosten" naar Jeruzalem kwamen omdat ze een ster hadden gezien. Uit de verschijning van de ster hadden zij opgemaakt dat de langverwachte, ware "koning der Joden" zojuist was geboren. Dit kwam de toenmalige koning der Joden, Herodes I, ter ore. Herodes was zeer bevreesd voor troonpretendenten; hij liet zelfs zijn eigen zoons Alexander en Aristobulus[2] (7 v. Chr.) en Antipater[3] (4 v. Chr.) executeren uit vrees dat ze hem van de troon zouden stoten. De geboorte van een andere koning was dan ook slecht nieuws voor hem. Hij ontbood de schriftgeleerden en priesters aan zijn hof om te weten te komen waar de Messias geboren zou worden. Volgens de profetie was dat in Bethlehem. Daarna ontbood hij de wijzen en gaf hen de opdracht om de pasgeboren Messias in Bethlehem te gaan opzoeken. Hij speldde de wijzen op de mouw dat hij wilde weten waar het kind was, zodat hij hem zelf ook hulde kon gaan bewijzen, maar in werkelijkheid wilde hij een rivaal uit de weg ruimen.

De wijzen zagen terwijl ze in Jeruzalem waren de opvallende ster weer aan het firmament. De ster ging hen voor en bleef staan boven de plaats waar het kind verbleef. Op die manier vonden de wijzen Maria en de pasgeboren Jezus. Ze vielen op hun knieën en boden het kind goud, wierook en mirre aan.

God waarschuwde in een droom de wijzen tenslotte niet naar Herodes terug te gaan. Ze keerden daarom langs een andere route naar hun land terug. Toen Herodes ontdekte dat hij bedrogen was, liet hij alle jongetjes in Bethlehem tot de leeftijd van twee jaar vermoorden (de kindermoord van Bethlehem) om er zeker van te zijn dat de pasgeboren voorspelde koning der Joden, Jezus, er bij zou zijn. Jozef was echter door God gewaarschuwd en had tijdig met Maria en Jezus de vlucht genomen naar Egypte.

Nazareth en Bethlehem[bewerken]

Uit het verhaal van Mattheüs zou men kunnen concluderen dat Jozef oorspronkelijk in Bethlehem woonde. Omdat hij Herodes' opvolger Archelaüs evenmin vertrouwde, besloot hij na de vlucht niet terug te gaan naar Judea maar zich in zijn geboortestreek Galilea te vestigen, "in een stad, genaamd Nazareth" (Mattheüs 2, 22-23). De geschiedenis van de wijzen zou dan verklaren waarom Jezus geboren werd in het religieus belangrijke Bethlehem maar opgroeide in het relatief onbelangrijke Nazareth.

Het Evangelie volgens Lucas vertelt een ander verhaal. Volgens dit evangelie woonde Jozef reeds in Nazareth en verbleef hij tijdelijk in Bethlehem vanwege de volkstelling.

Legende[bewerken]

In het evangelie volgens Mattheüs lezen we dat wijzen uit het oosten Jezus bezochten en hem geschenken brachten. Hoeveel wijzen dit waren, wordt niet gezegd. In het evangelie staat ook niet vermeld hoe ze heetten.

Legendevorming heeft het Mattheüsverhaal uitgebreid. In het westers christendom bijvoorbeeld hebben zich een reeks tradities rond de wijzen uit het oosten ontwikkeld die geen basis hebben in het Bijbelse verhaal. In deze tradities zijn er drie wijzen. Dit getal van drie werd vastgesteld aan de hand van het aantal geschenken dat ze meebrachten. In veel oosterse tradities zijn er niet drie maar 12 wijzen.[4]

De drie wijzen in de westerse traditie zijn:

Naam leeftijd, uiterlijk herkomst geschenk
Balthasar 40, een jonge man Azië mirre
Melchior 60, een blanke bebaarde grijsaard Europa goud
Caspar 20, een zwarte man met baard Saba (Ethiopië) wierook

De koningen vertegenwoordigen daarmee de drie toen bekende werelddelen en drie leeftijden van de man. Volgens de legende werden de koningen later gedoopt door Sint Thomas. Ze zouden daarna bisschoppen zijn geworden in India. Deze legende kan teruggeleid worden tot een schrijver in de 6e eeuw die zich baseerde op apocriefe bronnen.[5]

Namen[bewerken]

De namen Balthasar, Melchior en Caspar dateren uit de middeleeuwen. Rond de 8e eeuw werden ze genoemd als Bithisarea, Melichior en Gathasp in de kroniek Excerpta latina barbari.[4]

In andere christelijke tradities komen andere namen voor. Bij de Syrische christenen bijvoorbeeld heten de drie wijzen Larvandad, Goesjnasap en Hormisdas.[6]

Beschrijving als "wijzen"[bewerken]

In de Griekse grondtekst van het bijbelboek Matteüs worden de wijzen uit het oosten met het woord μάγοι (magoi) aangeduid. Omdat dit woord oorspronkelijk priesters van het zoroastrisme aanduidt,[7] is voorgesteld dat de wijzen uit het oosten dergelijke priesters waren.[8] Er is bovendien een apocrief boek (het Arabische evangelie van de Kindertijd van Jezus) waarin staat dat de wijzen Jezus bezochten omdat zijn komst door de profeet Zoroaster voorspeld was.[9] De meeste wetenschappelijke commentaren zijn echter van mening dat dit verband met het zoroastrisme niet met zekerheid gemaakt kan worden,[10] omdat het woord μάγοι (magoi) in meer algemene zin ook gebruikt wordt voor mensen die toekomstige gebeurtenissen kunnen voorzien, of voor "magiërs" en "astrologen".[11] Bovendien is niet duidelijk of 'het Oosten' inderdaad betrekking heeft op Perzië, of dat het gaat om Babylonië (waarbij men dan doorgaans aan astrologen denkt)[12] of Arabië.[13]

De benaming "drie koningen" komt vanaf de 3e eeuw voor, waarschijnlijk als vervulling van de voorspelling in Psalmen 72:11: "Laten alle koningen zich neerwerpen voor hem".[4]

Bezoek aan Jezus[bewerken]

Het evangelie van Mattheüs zegt niet wanneer de wijzen Jezus bezochten (Mattheüs 2:16). In het westers christendom wordt dit echter op 6 januari gevierd, het feest van Driekoningen.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Matteüs 2:1-12.
  2. Flavius Josephus, Ant. XVI 392-394.
  3. Flavius Josephus, Ant. XVII 185-187.
  4. a b c "Magic (biblical figures)", Encyclopaedia Britannica
  5. "Magi", Catholic Encyclopedia, NewAdvent.org
  6. Witold Witakowski, "The Magi in Syriac Tradition", in George A. Kiraz (ed.), Malphono w-Rabo d-Malphone : Studies in Honor of Sebastian P. Brock, Piscataway (New Jersey), Gorgias Press, 2008, pp. 809-844.
  7. bijvoorbeeld Herodotus I.101,120; Strabo XV.3.15
  8. Kaveh Farrokh, Shadows in the Desert. Osprey Publications 2007 ISBN 978-1-84603-108-3
  9. "The Arabic Gospel of the Infancy of the Saviour", Fathers of the Church, NewAdvent.org
  10. Zie de bespreking in W.D. Davies, Dale C. Allison, A Critical and Exegetical Commentary on the Gospel According to Saint Matthew. Edinburgh: T&T Clark, 1988, I.227-231.
  11. bijvoorbeeld Aristoteles, frag. 27; Test.Rub. 4.9; Philo, Spec.Leg. 3.93; vgl. Hand.13:6.
  12. G. Delling, "μάγος, μαγεία, μαγεύω", in G. Kittel (ed.), Theological Dictionary of the New Testament IV, 356-358.
  13. Justinus, Dial. 78,1 (plm. 150 na Chr., de oudste bron buiten het Nieuwe Testament met betrekking tot de wijzen uit het oosten).